In de aap gelogeerd (2)

Door Weltevree gepubliceerd op Monday 23 December 13:58

“Wat Pat?” blijf ik voorbeeldig kalm, al weet ik wel wat me te wachten staat.
“Ali zegt dat dit Axum niet is!” spuugt ze woest en als we alle drie knikken is het bijna sneu om haar zo in verwarring te zien. Ze heeft veel minder coulance met ons en Ali, dan met zichzelf, denk ik droog.
“En we komen er ook helemaal niet?” De uithaal kan zo in de boeken als typisch hysterisch worden geregistreerd. Het is alsof ze er verslaafd aan is, telkens weer... doodvermoeiend onnodige gezeur. Mijn geduld is aan een fonkelnieuwe dag begonnen en hoewel ze verontrustend staccato spreekt, knik ik onaangedaan, zoals ik dat bij mijn moeder zo vaak heb gedaan. 

“Pee, EmjE is nog bij je aan de deur geweest om te zeggen dat dit Axum niet is, want die stad is veel te ver weg. Kijk maar op de kaart.”

“Dus die omgevallen zuilen, die ene overgebleven Obelisk van 23 meter hoog, de Ark van het Verbond met de Stenen Tafelen, loop ik allemaal mis?” somt ze messcherp op alsof we nu met zijn allen op de knieën moeten vallen en om vergiffenis smeken voor al die missers. Ze kijkt verwijtend alsof we samenspannen, een complot hebben gesmeed om haar expres te treiteren. Gelukkig heb ik me al gerealiseerd dat de wens hier de moeder van de gedachten is geweest, al snap ik niet waar jij met je hoofd zat toen we overlegden. 

“We hebben gisteren besproken dat we niet naar Axum door zouden rijden,” legt EmjE kalm uit.
“Wie heeft dat zomaar beslist? Ik weet van niks.”
“Weet je nog dat we met zijn allen over de kaart gebogen stonden?” vraag ik en ik zie dat ze het in Keulen hoort donderen. Ik wil een arm om haar heen slaan, maar ze draait zich er onder vandaan. Het is eigenlijk heel zielig, denk ik en loop weg. Ali laadt alle koffers in en ik klim op de bijrijdersstoel. Ze moet er met watten in haar oren bij hebben gestaan terwijl ik zeker weet dat ze instemde. 

“Nadat we de apen zagen is het uitgebreid besproken, Pee, echt waar. Dan was je er zeker met je hoofd niet bij,” hoor ik EmjE argumenteren en ik bereid me voor op weer een hele dag langs de oorwurm op de achterbank heen leven. Voordat Pat zich hierbij heeft neergelegd zijn we vast al in Lalibella aangekomen.
“Ali, kunnen we straks in de stad honing en kaas halen?” informeer ik en hij had zelf ook al zoiets bedacht, glimlacht hij. EmjE blijft buiten heerlijk rustig. Ik zou het liefste zeggen:  Pee je kunt kan kiezen! A; Je gaat zonder morren mee of je blijft hier heerlijk doorgaan met foeteren. Dan komen we je over een uurtje wel halen als je bent afgekoeld. 

Ali blijft rustig, ik ook en mopperend zoekt ze de achterbank op om, terwijl we door het hek rijden, te roepen ze dat ze zich er al maanden op Axum heeft verheugd en dat het bladieblabla... EmjE zit er het dichtste bij en blijft netjes..

“Pattie. Wat niet kan, kan nou eenmaal niet. Door die bergen schiet het niet voldoende op.” 
“Maar die grote Myriam Church, het paleis van de Koningin van Sheba, dat hele verhaal hebben jullie laten  vallen, gewoon geschapt? Jullie? Welke jullie…pas maar op anders schrap ik jou straks, kriel, maar ik weiger me te ergeren, punt uit.

“Je ging ermee akkoord. Het onderwerp is wat mij betreft gesloten, Pee. Ali weet heel goed wat hij doet en daar moeten we  eenvoudig op vertrouwen. Het was te ver rijden en trouwens...dan hadden jullie er een week langer voor uit moeten trekken!” roep ik achterom. Pee pruttelt in zichzelf nog woedend door tot Ali in de hoofdstraat voor een bakker parkeert en wij de auto uitgaan om de ‘buurtsuper' aan te doen. Fruit, potje honing, iets dat lijkt op smeerworst, dezelfde geitenkaas plus wat te drinken slaan we in. Rond kwart over acht uur verlaten we de stad waarvan we nog steeds niet weten hoe hij heet. Vrijwel direct zetten we de de rustige daling in om daarna bijna de hele dag tussen heuvels door in een uitgestrekt dal naar het zuiden te zakken. Hoewel het hier woestijn heet, merken wij er weinig van. Links en rechts verdwaalde goed onderhouden tukuls, akkers met mais en groente. 

“We hebben het getroffen, zitten in het groeiseizoen van groene vrede, weldaad en rust,” oreer ik neutraal.
Er is amper verkeer op de weg, niet met ons mee, noch tegen ons in en het asfalt is goed gelegd. Er staan zelfs strepen op en ook hierom is het genieten zonder weerga. Ik kan er geen genoeg van krijgen en inmiddels vind ik het een bonus dat de rest hardnekkig zwijgt, net als ik kijkt en beleefd het uizicht beleeft.

Rond twaalf uur pauzeren we heerlijk in de zon, strekken de benen in de berm van de weg en smeren midden in die uitgestrekte stilte een paar broodjes. Natuurlijk komen er van het veld mensen die ons van gepaste afstand bestuderen. Ali maakt een geanimeerd praatje met hen, voor hem is het uiteraard wel lekker om in de paquze even zijn eigen taal te spreken. Een kwartiertje later slaan we bij een kruising, waar zowaar in leesbare tekens Lalibella staat aangegeven,  rechtsaf. 
“Missie Dora, wij prima op schema...nog licht als we aankomen,” fluistert Ali, alsof hij wil dat alleen wij tweetjes het iets aangaat. Net als ik weg doezelend denk hoe wonderlijk snel men aan al die geweldige vergezichten went, hoe makkelijk het is als men zich niets aantrekt van storende factoren, stopt Ali plompverloren aan de kant van de weg. 

“Lekke band, zegt hij. Wij hebben niets gemerkt. We stappen uit, staan op een plek waar in geen velden of wegen een dorp te ontdekken is, maar onze chauffeur maakt zich niet druk. Hij wil niet dat we helpen en we kijken met de handen in het haar toe hoe de kleine man alle bagage naar buiten tilt om bij het reservewiel te kunnen. Het heeft een gewicht dat EmjE en ik met zijn tweetjes niet kunnen tillen, maar hij zwaait het grote ding naar buiten alsof het een veertje weegt. Hij is niet groter dan ik, maar sterker dan hij eruit ziet, denk ik onwillekeurig. 

“Je zou verwachten dat de lange kiezelweg gisteren, op het hoogste punt van het Semien gebergte, ons de das om zou hebben gedaan, maar nee,” is EmjE verbaasd. 
“Wellicht  een scherpe steen van gisteren heeft zich door rubber gevreten,” haalt Ali nonchalant zijn schouders op en lacht als hij mijn gefronste hoofd ziet, zegt dat ik me voor niets zorgen maak.
“Het lijkt wel of hij er lol van heeft om aan ons eindelijk te kunnen demonstreren hoe snel hij dit vakentje zal wassen, moet je zien, hij draait er zijn hand niet voor om,” fluister ik tegen EmjE en neem de kans waar om even met de witte rol een struikje op te zoeken al weet ik dat... Inderdaad... na een paar minuten verschijnen er 'sterke mannen'  uit het niets, die allemaal Ali wel even willen helpen. Binnen een kwartier is het ongemak opgelost, ligt de reserveband erop en staan onze koffers er allemaal weer bovenop.
“Lalibella niet ver, lady's, als niet nog eens lekke band,” wijst Ali naar de berg in de verte en zegt dat aan de andere kant ervan onze bestemming ligt. Het wordt hoog tijd. Inmiddels is het 17.00 uur en met nog een lekke band zitten we al snel in het donker te hannesen.

Vervolg

Reacties (8) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Blijft een bijzondere trip!
Blijft een bijzondere trip!
Alléé ... Pee komt weer op het voorplan in het verhaal ..
Ze toont zich weer van haar mooiste kant !
en nu wachten op nog meer leesGENOT
Ja, Op naar Lalibella
Ali was toch ook profeet ?
Gelukkig dat nog iemand een band kan verwisselen. Wij hebben een keer op weg naar een popconcert met de gebruiksaanwijzing in de had een lekke band verwisseld. En een lol dat we hadden. Onze vriendin vroeg zich al af of het a. zo hard waaide dat haar auto zo trok en B. waarom iedereen toeterde.
Handige Ali!
Tja, Miss P is duidelijk in de minderheid en in een hoek gedrongen. Had ze maar bij de les moeten blijven.