Zachte heelmeesters en stinkende wonden

Door Weltevree gepubliceerd op Monday 18 November 10:53

Levenslessen

Deze staking is in meerdere opzichten een onverwachte confrontatie.
Dat ik me zo weinig zorgen maakte, net nadat ik die beangstigende rel had overleefd, lijkt in terugblik achterlijk onwetend. Een paar dagen vakantie, haha. In verband met het werk bij de Ama campus zijn we getraind in culturele diversiteit. Hoe bitter weinig hebben ze ons destijds op dit leven voorbereid. Het kinderlijke (Westerse?) geloof in een snelle doeltreffende oplossing en goede afloop is door de harde realiteit succesvol en terdege gelogenstraft. Ik ontdek daarnaast kanten aan mij, die eerder niet aan bod kwamen. Waarom de wekker zetten? Van te voren weten dat er niets zinnigs te doen valt ondermijnt per dag meer de motivatie en het als een uitdaging zien? De klusjes die nog lagen te wachten zijn klaar en de nieuwe positieve invalshoeken zijn op. Voor schilderen is geen spatje inspiratie. Ik ben aan een portret van de meisjes begonnen, maar het is een zielige, te strakke opzet en ik, die het liefst om zeven uur naast mijn nest sta, klim zonder schuldgevoel uren later uit bed. 

Mezelf vandaag wijs maken dat het ontbijt de beste beleving wordt van deze dag? De wetenschap dat een stevig ochtendmaal de beste basis legt voor een goed besteede werkdag? Het is tegen beter weten in aan sprookjes geloven. Hoe dan ook blijft het géén bemoedigend vooruitzicht. Ik mag bij een kopje thee -van een reeds drie keer eerder gebruikt zakje- precies één van de laatste drie droge crackers op knabbelen. Zonder boter, maar wel met een miniem likje chocopasta, hoera jaja. 

Meer verdrietig dan hoopvol, bereid ik me er op voor, uiterst langzaam kauwend, om straks nogmaals voor niets naar boven te lopen. Met de usb-stick in de jaszak. Ik neem de hele week al niet meer de moeite om de zware laptoprugtas om te hangen. Het is zo ontmoedigend voorspelbaar, al die wanstaltig eigenwijze hoop op verbetering, die niet bewaarheid wordt. 

Dat mijn lichaamshouding aan alle kanten uitstraalt hoe de fut er uit is, besef ik. Dat ik zonder gewetensbezwaar heel laat door Sofia’s vrolijke blauw geschilderde poort naar buiten stap, bezorgt me niet eens een schaamtegevoel vanwege luiheid. Wel een loodzwaar hoofd, want de shuk voor onze poort is nog steeds onbemand. Het maakt de zware klim beslist niet lichter. De positieve bedrijvigheid in mijn buurtje is totaal ontmanteld. Nogmaals de trieste aanblik van de diverse lege, gesloten hokjes waar ik onderweg mijn inkopen deed wordt deprimerend. Geen vrolijke kinderen zien die lolletjes met me maken onderschrijft de eenzaamheid die me begint te belagen. Ik kijk niet meer om me heen, zie liever de ongepoetste afgetrapte Ecco’s die hun weg zoeken tussen de onregelmatige keien.

Daarom valt de open staande klep, bijna bovenaan het brede zandpad, me niet op.
Pas als ik er gedachteloos aan voorbij sjok slaat mijn hart over. Is het waar wat ik in mijn ooghoek zie? Nee toch? Jawel! Aangezien ik zojuist de één na laatste sigaret heb opgerookt schiet ik meteen jubelend op de eigenaresse af, de lelijke maar vriendelijke Theresa.
“ Hoera, Hello Theri, jouw shuk is open, dank, ammessagenaloe!” De jonge vrouw beloont me met de haar zo eigen brede lach waarin een hoektand mist. Verbazingwekkend. Als vanouds staat de ijzeren eierenmand in het luik. Ineens weet ik hoe goudkoorts voelt. In ieder geval is er vanavond iets warms te eten. Hoe jammer dat het oranje eierendoosje in mijn lege keukentje staat, maar ik neem er toch drie in elke jaszak mee.
Ik ben één van haar vaste klanten en ze steekt automatisch haar hand uit naar de sigaretten.
“Ja, haha, hoelet, no zost Njalla,” juich ik en ze legt drie pakjes op de plank. Natuurlijk koop ik op de terugweg ook koffie en thee, stukje zeep, meel en olie, en, oh nee, potdorie, geen tas bij me.
Met zes vingers wijs ik naar de eieren, daarna op mijn horloge en naar beneden. Ze zoekt de grootste uit om ze in reepjes oude krant te draaien en legt ze apart. Met liefde geef ik scheve Thereesje, die als geen ander mijn gebarentaal begrijpt, een vette fooi, werp een kushandje naar mijn reddende engel en loop opgelucht glimlachend verder naar boven. Joepiedepoepie, vanavond is er iets warms te eten.

Honderd meter voor de asfaltweg flitst er iets blauws door het beeld.
Is het heus? Vast een fata morgana. Ik heb het me verbeeld, toch?  Al kan ik het amper geloven toch tintelt in mijn hoofd meteen positieve hoop. Mijn lege lijf schakelt als vanzelf naar looppas. Betekent dit echt het eind? Eind aan de verveling? Het isolement? Geen rantsoenen meer, eindelijk weer iets doen? Is de staking echt voorbij? Op zulke momenten word ik weer het opgetogen kind dat de wereld een wonder vindt. Daarnaast besef ik onstuimig blij dat niets in mijn leven me van het vermogen heeft vervreemd om geluk als een Godendrank in te drinken.

Binnen een recordtijd sta ik bovenaan in de berm naast de asfaltweg en kijk van links naar rechts. Welk een zalige heerlijkheid. Man oh man, wat een fantastische aanblik. Hemels genot! Dat gereutel, die stank van diesel en het walmende sterke parfum van uitlaatgas. Het lijkt een wonder dat het er allemaal weer is. Bijna verliefd aanschouw ik de twee tot de nok toe volgepakte gebutsteToyotabusjes met hun bewasemde ramen. Ze kreunen te zwaar beladen de bult. Nog net op tijd onderdruk ik de neiging om er naar te zwaaien en ik staar ze na als een kleuter die de intocht van Sinterklaas meemaakt. Het kan niet op. Van boven komt in vliegende vaart een andere blauwwitte oldsmobiel, compleet met blauwe rookpluim uit de staart. Wat een geruststelling, dat vertrouwde geluid van gierende banden als hij stopt voor Coffee Martha. Ik zucht van genot, zucht nog eens veel dieper en aanbid de smerige lucht en het kleurige gewriemel op straat, dat terug is alsof het nooit is weg geweest. Bijna gewichtloos huppel ik naar Martha en hoop dat ze alweer gebakjes in de aanbieding heeft. Het is feest en dat wil ik vieren, van de daken schreeuwen.
Oh Lieve Heer, dank U zeer, dit komt toch zo Godvergeten als geroepen. Het bewijs is voor de zoveelste keer geleverd: als de nood het hoogst is…..
Nederige dankbaarheid is wat mijn vermagerde lijf verwarmt en onrust, op de loer liggende paniek en mismoedigheid, is als bij toverslag uit mijn hoofd gewist, uit maag en hart verdwenen. Dat de goedmoedige Martha vandaag nog geen gebakjes heeft, kan de pret niet drukken. Ze belooft dat morgen alles weer bij het oude is en straks, als ik de allerverste marchiatto van de hele wereld op heb, mag ik met iets meer hoop dan de afgelopen tien dagen, de trap aan de overkant beklimmen om op de derde verdiepingen te proberen of internet nu ook weer werkt.

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (14) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Oef ... wat een opluchting!
een kopje thee -van een reeds drie keer eerder gebruikt zakje...
de laatste droge crackers met alleen een beetje chocopasta ...
Wij kunnen ons dat niet voorstellen!
volgende zin (vlak boven de foto) staat er 2 keer :
die het liefst om zeven uur naast mijn nest sta, klim zonder schuldgevoel uren later uit bed.
Kun jij je dan wel voorstellen dat ik er al die tijd overheen gekeken heb, die dubbele zin? Ook nadat Karazmin het er over had. Is dat stom of niet?
Haha stom? de leeftijd?
sorry :-)
Hihihihi. ikkes ben alweer een jaartje ouder...
Wat zul je blij zijn dat je weer met reden lekker vroeg op kunt staan. En vooral dat je weer voorraad kan inslaan en internetten.
Nou en of... dat zeker...
"en ik, die het liefst om zeven uur naast mijn nest sta, klim zonder schuldgevoel uren later uit bed.Ik, die het liefst om zeven uur naast mijn nest sta, klim zonder schuldgevoel uren later uit bed."
klopt dit wel? Komt me een beetje dubbel over,
Verder een mooie aflevering!
Staat het er twee keer?
Nee,
Dan begrijp ik niet wat er zo dubbel aan lijkt...
Ik hou ervan de dag vroeg te beginnen, vind anders dat ik de tijd niet goed benut.
Als ik langer blijf liggen heb ik meestal een schuldgevoel en dat is nu niet eens aanwezig.
Ik leest twee keer: Ik, die het liefst om zeven uur naast mijn nest sta. in twee zinnen.
Ga het nog eens nalezen... haha, wat een verwarring
Een ware bevrijding!
Ja, zeg dat wel...
Geen piek zonder dal! Maar nu maar even blijven pieken.
Zeker weten, sjonge, wat een werk komt er op me af...