In iedere pinda zit God

Door Weltevree gepubliceerd op Friday 13 July 12:41

"In ieder pindaatje zit Jezus, Dorake"


http://plzcdn.com/ZillaIMG/30022bbb39a139244118db5fa3f4bc3a.jpg

1955. 

Toen was geluk heel gewoon. 


Er gebeuren dingen die ik nog niet goed begrijp. 
Het gaat meer om de sfeer die voelbaar is. Door de week schuurt ’s morgens bij de koude kraan snel en onzachtzinnig een ruw washandje over mijn lijf. Uitdrukkingen op gezichten, vrij rondvliegende handen. Al dan niet veilig, opletten geblazen of niet, maar zodra papa thuis is ontspan ik. Nog niet op de kleuterschool doe ik meegaand een middagdutje, of althans dat probeer ik braaf. Inmiddels weet ik wel dat ik op mijn tellen passen moet anders zwaait er wat. Waarmee of waaraan ik dat verdien is volkomen onvoorspelbaar en onduidelijk.

Zaterdagavond. 

Mijn broer en ik zijn om de beurt in de teil geweest voor de wekelijkse grote warme wasbeurt. Broer, ma en pa zitten aan de woonkamertafel. Zoals gebruikelijk wacht ik in de hoek op de grond en klem mijn pop vast. Liesje, die niet mag worden gewassen, want ze is van papier-machée. Ze heeft geen echte haartjes, maar ze lacht altijd zo lief en heeft pietepeuterig leuke vingertjes. Met nageltjes en al. Ik ben in en in gelukkig, kijk met bewondering omhoog. Daar, ver boven mij verheven, gebeurt het onuitwisbare.

Geluk, gehuld in doodse stilte. 

Het tocht onder de schuifdeuren door, de kokosmat waarop ik zit snijdt dwars door het flanel van mijn pyjama in mijn billen. Op de schoorsteenmantel tikt de pendulege ruststellend en de kachel daaronder is gisteren weer glimmend gepoetst. Ik kan me er bijna in spiegelen, maar blijf ver uit de buurt want hij brandt. Het mica in het deurtje kleurt af en toe roodgloeiend. Pa zit over de tafel gebogen tegenover mijn broer, die met zijn kin op de handen vastberaden zint op de winst. Aan de kopse kant van de tafel zwijgt mama, maar haar lippen knijpen ritmisch op elkaar. Ze stopt sokken, kan dat beter dan andere mama 's en bij iedere keer dat de naald de lucht in gaat wordt de omgedraaide halve maan van haar mond een tikje smaller. Ze lijkt tevreden, maar frontst toch wat en de stille mannen zijn tot op het bot geconcentreerd. Ik ken het ritueel. Straks is het spelletje Halma klaar en mag ik bij hen zitten. Mijn haar is bijna droog. Over zoveel minuten komt het tableau vivant opnieuw tot leven, wordt alles omgebouwd. Dan verdwijnt de rieten stopmand met het gekleurde garen in de linnenkast en verschijnt de zaterdagse lekkernij op tafel. Op het oude, doormidden gescheurde, “Vrije Volk”, de krant die mijn vader dagelijks na het eten leest, in de leunstoel bij de kachel.

We krijgen ieder een bultje ongepelde pinda’s

Pinda's om te doppen, maar ik kan dat nog niet zo goed. “Dan moet je op dat randje drukken,” doet pappa voor, maar het blijft moeilijk, die harde doppen zijn te sterk voor mij. Papa en Broer natuurlijk wat meer, echte mannen moeten sterk worden en ik moet stil zijn terwijl we naar de distributie luisteren. Iets met knetterende kiezelstenen, piepende deuren en enge mensen die fluisteren dat het mes te gevaarlijk is. Mijn vader helpt me terwijl iedereen zwijgend zit te muizen tot het hoorspel is afgelopen.

“Weet jij wel, Doraleintje poppendeintje, dat in iedere pinda Jezus zit?” vraagt papa die speciale zaterdag.
Ik weet niet wat ik hoor. Een echte grote man in zo'n kleine pinda? Hij knikt en de rest zit mee te kijken.
“Echwaar? Onze Lieve Heetje, pappa? Hoe komtie dan derin?”
“Ja kindje, DAT weet ik niet.”  Wat hoor ik nu? Dat kan toch niet? Weet papa dat echniet?
“Het is nou eenmaal zo, kindje.” 
Mijn broer snuift en kijkt glimlachend naar mama. Zoals zo vaak ben ik te klein om dergelijke wijsheid te bevatten. Pappa blijft geduldig en aardig, buigt zich naar mij als om een geheimpje met me te delen.
“Zal ik het je laten zien, Doorke?” Natuurlijk knik ik heftig. Jezus zien, wie wil dat nou niet? 
Hij zoekt de grootste pinda uit mijn stapel, komt nog dichter naar me toe en opent hem. Krak. Zorgvuldig voorzichtige ontdoet hij één van de nootjes van zijn donkerrode jasje. Meestal eet ik ze met huid en haar op, maar volgens mijn vader komt er dan looizuur in je keel. Ik weet niet wat het is, maar het voelt rauw in de keel. Papa voert de spanning op tot ongekende hoogte, fluistert het bijna, alleen tegen mij...
“Kijk, lieverd, let maar eens op.” 
Langzaam schuift hij de beide blote nootdelen uit elkaar en kijkt dan verwachtingsvol naar mij.
“Zie je Doorke? Daar is Jezus, lieverd.” 
Inderdaad, het is echt waar. Nu ik heel goed kijk zie ik het gezichtje, de baard en zielig toegeknepen oogjes. Ik voel me superplechtig met dit Godsvruchtige weten. Ziet mijn broer het ook? Hij schiet in de lach. Lacht hij dit majestueuze wereldwonder uit? Ik let niet meer op jou want wat papa zegt klopt altijd. Wie had ooit verwacht, dat die zielige man aan het kruisbeeld boven de deur zich in iedere pinda kon verstoppen? Ik niet. nou dan, nou dan...Jezus is een tovenaar. 
Natuurlijk moet ik vanaf die zaterdag iedere pindaatje bekijken. Het is wel een beetje jammer dat Jezus er nooit meer precies zo uitziet als die ene speciale keer. Soms is het Jezuuke mismaakt, heeft hij geen neusje meer. Een andere keer missen de treurende oogjes, maar meestal is zijn baardje er toch wel.

http://plzcdn.com/ZillaIMG/ec22c6c84e92d38080757b8a807f75d4_medium.jpg

We wandelen door Sonsbeek.

Met zijn viertjes lopen we langs de grote wei die vol met paardenbloemen staat, want we gaan vandaag naar de waterval en dat is een heel eind lopen voor mij. Mama en Broer stappen stevig door, maar pappa plukt een pluizenbol voor mij en ik moet er tegen blazen.  Eerst schrik ik... wat gebeurt er nu? Ik maak dat bolletje wol kapot? Gelukkig doet pappa het ook, dus het mag....  
"Dat zijn zwevende helikoptertjes met tere zaadjes, Doraatje, zie je wel?" Inderdaad, al die kleine zwarte stipjes hebben zelf een steeltje en als ik ze wegblaas draaien ze. .Pappa zegt dat daardoor straks op andere plekken opnieuw een bloempje geboren wordt. Ik begrijp niet hoe dat kan. Verwonderd vraag ik hem wie de pluisjes heeft gemaakt, die vorige week nog gele blaadjes waren. 
“Lieverdje, geen één mens is zo machtig. Denk er maar eens héél goed over na, Doorke. Ken jij iemand die zelf een paardenbloempje maken kan?” Nee, zo’n grote uitvinder ben ik nog nooit tegen gekomen. Niet in mijn hele levenslange vierjarige leven. Zelfs mijn grote broer kan zoiets niet, die inmiddels met mama om de hoek voorbij het witte huis op de berg verdwenen is.

http://plzcdn.com/ZillaIMG/09b56989a2468619fb9114058d076b1b_medium.jpg

"Kom papa, we moet vedder," trek ik hem mee en als we doorlopen vertelt hij over de natuur, de bloemen en de vogels, die om ons heen zijn. Nu zie ik ze ineens ook. Kijk daar hipt een zwarte, vliegt een witte.
“Niemand kan die dingen maken, Doorke en toch staan er honderden bloemen in de wei. Zo groots is Lieve Heertje. Voor zulke wonderen zijn wij mensen veel te klein. De natuur, met alles erop en eraan, ook zogenaamd ONkruid moet bestaan of een nietszeggende bloempje. Sommige mensen zeggen dat een paardenbloem niets waard is, maar zelf kunnen ze zoiets niet voor elkaar krijgen. Het is alles een deel van de grootse magistrale schepping die perfect klopt. Iedereen die denkt het beter te kunnen dan de voorzienigheid, snapt niets van wat sommigen God noemen.” Onder het lopen, veilig aan zijn hand steek ik heel veel grote mensen dingen op.
Mijn vader weet veel van 'binnen-in-zaken'
Wonderschoon kan hij met muziek praten. Huilen kan papa zelfs op zijn klarinet. Fluisteren, lachen, kibbelen en schateren, maar ook stil verdriet fluit hij in gevoelige noten, die ik vanbinnen voel. Ik geloof niet dat de rest van de familie dat óók hoort. Het lijkt of zij binnenin de buik geen mee-tril-snaren hebben.
Zodra het onweert neemt hij me op de arm om samen naar de donderbui te kijken, maar mijn moeder is er bang van, in paniek. Met gewijde takken blijft ze angstig prevelend door het huis schuiven. “Dat moet van mijnheer pastoor,” piept ze biddend terwijl wij naar de donder kijken.
Normaliter steken die groene takjes, waarmee mama door het huis loopt, achter het kruisbeeld boven de deur. Kennelijk gelooft ze de eerwaarde. Hij beweert dat ze met zijn verdroogde groen al het natuurgeweld weg kan doen door ermee te wuiven.
Ik denk, veilig bij papa op de arm,
dat die dorre takken daar niets tegen kunnen doen.

De natuur is immers heer en meester. 

 Geloof ik.


Reacties (30) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Hadden wij waarschijnlijk de modernere versie, tja het was dan ook al 1962. Ik ga ook maar eens wat verhalen uit mijn jeugd opdiepen. Vooral de details maken het levendig.
Exact zo'n radio hadden wij ook met boven op een soort geribbeld vinyl bedekking en twee speakers, aan iedere kant een. Het was natuurlijk gewoon een mono radio maar toch twee speakers.
Nee, bij ons kwam het geluid uit de voorkant, met van die creme stof met een friemelig patroontje. haha, Toch wel een leuk verhaal maken we zo samen. De distributie had aan de voorkant een ijzeren roostertje, en aan de muur zat een knop met een driehoekige knop op een ronde onderkant waar dan 1, 2, 3 op stond. \ja ja... 'tismewat
Zal niet zoveel schelen denk ik want mij Opa had het nog wel, wij waren geloof ik de eerste in de familie met een echte Philips radio. Je weet wel met zo'n raar lampje erin om hem goed op het station te krijgen.
Ja, ik was geloof ik vier toen mijn ouders die Radio kochten. Met vijf nep-ivoren vierkante knoppen onderaan en rechts een boven een draaiknop, als ik het me goed herinner. Het 'kattenoog' heette dat lampje...
Echt prachtig geschreven Door, radio distributie wie kan zich dat nog herinneren. Mijn ouders hadden het er wel eens over maar zelf heb ik het nooit meegemaakt.
Ja joh, ik ben een stukske ouder he? Dank je voor je leuke feed
"de vrijheid van de verbeelding staat nooit vast", maar die kende je al. : )
Mooi hoe je je band met je pa beschrijft. Die liet jou op een (eerlijke) manier nadenken. ...
Weer een prachtig verhaal Weltevree daar kom ik het weekend wel mee door.
Pork geeft de DUIM.
DRIMPELS.
Prachtig geschreven jeugdherinneringen. Ik herken veel, maar weet me tot mijn zesde maar weinig te herinneren.
Dit inspireert me wel om ook weer over mijn leven te gaan schrijven....