In de hemel komt alles goed. Daar wordt iedereen volwassen

Door Weltevree gepubliceerd op Monday 10 June 11:46

Ik zou niet weten hoe

want wat bij leven niet lukt

zal toch ook met de dood niet verbeteren?

Gelukkig heb ik dergelijke moeilijke dingen niet voor het zeggen want wat ik straks met deze en gene in de hemel te verhapstukken heb is volgens mij geen sinecure. Daar denk ik niet licht over. Van harte hoop ik dat het me lukt voordien de hele bliksemse onverschillige bende te vergeven.

Het is niet dat ik te dom ben om onmacht of onvermogen te begrijpen.

Ooit had ik net als anderen óók last van bang en eng en oh jeh en oef en ik durruf niet, maar er was helaas niemand  die me over de bol streek en me moed insprak. Schaamde ik me voor een flater? Een foute beslissing of een modderfiguur dat ik met mijn jonge ranke slanke lijf zou kunnen slaan, of reeds had geslagen?

Natuurlijk!

Dat is in de puberteit menselijk immers. Nou dan!

Ik ging die angsten te lijf. Er zat namelijk niets anders op, want vrees voor eng onbekend voelde als een gevangenis. Het ontnam me het plezier, de kans op een zelf gekozen toekomst. Niets aan te doen, dan maar afgaan, uitgelachen worden en met de staart tussen de benen merken dat ik sommige dingen niet blijk te kunnen! Zo dacht ik en voelde aan mijn water dat ik nooit van mijn onzekerheden af zou komen zolang ik mezelf in de hoek parkeerde waar angst en beven de baas mijn leven leefde.

Ik dacht dat iedereen dat zo deed. Later, als we groot waren en een zinvol leven zouden leiden dienden we ook te woekeren met onze talenten. Beter nu vast oefenen en dat bangig onzekere had ik net als ieder ander, volgens mij. De gevolgen van die instelling bleken echter een misrekening. Het leven werd er niet eenvoudiger op. Tegelijkertijd met iedere overwonnen angst veranderde de wereld om mij heen en de meeste leeftijdsgenoten reageerden pissig, jaloers of denigrerend, wat een onbegrepen raadsel was. Jaloezie was immers onzin...

Ben ik nou zo dom of zijn de anderen zo snugger?

Terwijl ik in mijn ogen iets volkomen normaals en vanzelfsprekends deed, volwassen werd en die angstige drempels overwon, leek ik een voorsprong te nemen op anderen. Niet omdat ik boven hen wilde staan of beter wilde zijn. Nee, het gebeurde eenvoudig. Dwars door de angsten heen kwam ik er achter dat ik het leuk vond om op het toneel te staan. Wat een bonus! Dat ik als kletsmajoor een feestavond van de middelbare school met sketches en toneelstukjes aan elkaar kon praten ontdekte ik ook gaandeweg en zo leerde ik mezelf kennen. Dat ik goed kon stijldansen was een complete verrassing die ik nooit had verwacht, maar er zat wel een prijskaartje aan waarop ik niet was voorbereid. Alweer jaloezie en ik werd buiten de groep gehouden.

Mijn ‘opgroeimoed’  leverde rare, vooral pijnlijke, reacties op en ik begon te twijfelen. Was ik gek? Hoe kon het dat anderen met onkunde dweepten? Wat was er zo goed aan om onmacht als machtmiddel te gebruikten? Hoe kwam het dat mijn leeftijdsgenoten mij niet moesten? Was mafwijzing ook buiten het gezin een maatstaf? Zag men jaloezie, haat en nijd, de macht om anderen af te wijzen als bewijs dat men voelde en leefde?Wat heeft het voor een nut iemand de omgang met anderen te ontzeggen, dacht ik. 

Kijk eens hoeveel ik om jou geef, ik wil zelfs niet dat je contact met iemand anders hebt? Omdat het gevaar in zich bergt? Welk dan? Voelde men zich door eigen onmacht niet gevangen gezet? Het bleek dat ik totaal anders in elkaar stak dan wat anderen 'normaal' vonden.

Volwassenheid. Wat is dat eigenlijk?

Broer kwam enkel als er iets te halen was. Hij was vijf jaar ouder en mat met twee maten. Ik was door hem altijd monddood gemaakt en hij speelde graag het verlengstuk van mijn moeder. Waar ik nooit zomaar bij hem en zijn vrouw op de stoep mocht staan om te komen buurten vond hij het geen probleem om mij onverwacht met zijn hoogwaardige bezoek te overvallen. In het begin dacht ik dat hij om me gaf. Nu weet ik dat aanval ook de beste verdediging is. Natuurlijk viel het mij op dat zijn bezoek nimmer iets had uit te staan met interesse in mij of mijn minder rooskleurige situatie. 

De naaimachine

Deze keer ging het om iets uit mijn moeders erfenis waar ik emotioneel veel waarde aan hechtte omdat ze daar haar hele leven mee had gewerkt en er tot vlak voor haar dood nog achter had gezeten. Ik had het ding aan zijn vrouw uitgeleend, er uitdrukkelijk bij vermeld dat ik hem graag terugkreeg zodra zij een nieuwe hadden gekocht. Groot was mijn ontsteltenis toen ik na een half jaar, tijdens een bezoek aan hen, vroeg of zijn vrouw plezier had van ma's naaimachine. Ze keken beiden of ik buiten mijn boekje ging. Broer blies kwaad dat ze dat rotding hadden weggegooid. "Dat ding? Pffft. Deugde van geen kant, was nergens meer goed voor! Zelfs de kringloop wilde het kreng niet hebben." Te verbouwereerd om adequaat te reageren zat ik naar adem happend op hun bank, reageerde niet meteen adequaat, stond niet vloekend op, gooide niet met servies of schreeuwde verwensingen die hen zouden doen verschrompelen. Gedane zaken nemen geen keer. Hoe durfde Broerr mij en zijn belofte zo te negeren? Het was te treurig voor woorden, maar ik wist dat ik hem ooit (op eigen terrein) hierop aan zou spreken.

“Broer, mag ik je op de man af iets vragen?” deed ik voorkomend  toen hij mij onverwacht op kwam zoeken. Natuurlijk mocht dat, verzekerde hij grootmoedig en deed een poging om te glimlachen. Heb jij op je vijfenvijftigste nog niet door dat ik het argwanende flinkeringetje in jouw blikken zie? Een slecht geweten verraadt zichzelf altijd in de ogen en ik keek als kind ook al altijd zonder moeite in de spiegels van jouw oneerlijke ziel.

“Jij hebt over die naaimachine zomaar even zonder overleg met mij een besluit genomen.” constateerde ik neutraal en zijn gelaat verried dat hij in de verdediging schoot. Zijn nek werd dik en zijn ogen kogelrond.

“Ja, dat ding deugde helemaal niet, was geen knip voor de neus waard, wat is daar mis mee?”

“Je had me beloofd dat je hem terug zou geven," zei ik zacht en hij keek weinig bereidwillig.

"Weet je Broer. Ik ben al een groot meisje en met mij is best goed te overleggen. Ik zou het op prijs hebben gesteld als je me eerst had gebeld voordat jullie hiertoe besloten. Dan hadden we er samen over kunnen beslissen, namelijk. Ik zou hem zonder moeite bij jullie op zijn komen halen.” Hij haalde zijn schouders op en zweeg. Het bekende liedje en ik vond het nog steeds geen aardige reactie. De stilte waarbij ik hem aanmoedigend toeknikte gaf ruimte voor een reactie, maar die bleef uit en het werd vanzelf erg ongemakkelijk in mijn woonkamer.

“Dat had ik in dit speciale geval wel zo volwassen gevonden,” zuchtte ik uiteindelijk zonder stemverheffing en ineens was de woedende beer los. Broer sprong wild op en gilde als een mager speenvarken.

"Wie denk jij wel dat je bent? Sekreet. Om mij de wet voor te schrijven? Volwassen. Hah, hoe durf JIJ zoiets te beweren?" blerde hij verwijtend, maar nu haalde ik mijn schouders op, keek hem recht in zijn smoel en zag zijn speknek inclusief het daarboven gelaste hoofd rood opstomen. Hij had me graag een pak slaag gegeven. 

"Hoe durf jij mij te betichten van onvolwassenheid! Haha,” krijste hij en leek een voortvluchtige die wanhopig probeerde vijandige kogels te ontwijken. Allerlei verwensingen roepend stormde hij de woonkamer uit en stampte mijn smalle houten trap af. Ik verwachtte dat hij halverwege over zijn eigen poten zou struikelen, zoals hem dat vroeger thuis ook altijd overkwam, als hij te kwaad was om op te letten. 

Vanuit het raam op de eerste verdieping zag ik hoe hij zenuwachtig probeerde het portier van zijn leaseauto te openen. Al stond hij twintig meter verderop, toch hoorde ik hem venijnige scheldwoorden door het onschuldige niets schieten. Voorbijgangers schudden verwonderd hun hoofd en staarden de wegspuitende Toyota na tot hij over de heuvel verdwenen was. Wie was hier nou gek? 

Wat is volwassen?

 

Reacties (23) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ja ze zeggen het wel eens van je Familie moet je het hebben,zal wel maar niet altijd.
Een verhaal met een begin maar nog zonder end.
Pork de DUIM.
DRIMPELS.
Heey, zo gelezen hoor. Bij mij thuis was het vaak ook 2 tegen mij. Broer en moeder, of broer en vader tegen mij. Laf en gemeen.
Klote zeg zo'n broer, zo'n onvolmaakte hufter.
Die liet zich wel kennen zeg. Had hij die naaimachine nou niet gewoon terug kunnen geven?
Nee. Broerlief mokt altijd, zit nu nog steeds met zijn verknalde jeugd in de maag. Hij lijkt op ma en kwetst gewoon graag (zonder te weten waarom) Dan is ie óók nog getrouwd met het evenbeeld van ma. Twee emotioneel gestoorden is een beetje teveel van het goede.
Wat een heerlijke bevrijding moet dit zijn met als toetje, je broer eens even laten zien dat jij wél "volwassen" geworden bent! Met zijn reactie geeft hij duidelijk aan dit zelf nooit te worden. Walgelijk gewoon om die naaimachine zomaar weg te doen, een waardevolle machine..., voor jou dan, het moet gevoeld hebben alsof hij jou de vuilnisbak in gedonderd had en knap dat je het zo hebt kunnen oplossen, niet over de machine 'zeuren" maar hém aanpakken. Heerlijk.
Tsja, dat is niet echt volwassen gedrag van je broer. Ik hoop dat het je toch nog lukt hem te vergeven. Je kunt jezelf niets verwijten. Zoals je zelf schrijft: scheelt straks weer een hoop gedoe in de hemel.....
Goed de gebeurtenis op papier gezet. Toppie! Jammer dat sommigen niet overleggen, terwijl je nog zo gevraagd had om hem terug te geven. Emotionele waarde is namelijk zoveel waard!
Wel een duim voor hoe jij je hebt gedragen!
Je kan met familie beter wandelen dan onderhandelen.
Of gewoon links laten liggen
Als er geen andere weg is, ja.