Piraat Japie en de woeste storm

Door Toontjehoger75 gepubliceerd op Monday 29 July 02:05

Leuk bij een piratenfeestje; op een verjaardag of op school.
Leeftijd: ongeveer middenbouw.
Een verhaal voor kinderen die van piraten houden, maar dan eigenlijk wèl van lieve!

 

811a46fd11d7f6680587658129ee2079c3Rvcm0g

De wind stak op. Há, hèèrlijk, vond piraat Japie! Hoe meer wind, hoe liever hij het had. Hij was nog een èchte. Een echte, ouderwetse, rovende piraat. Zo één met een ooglapje. En met een groot zeilschip, met rood-witgestreepte zeilen. Met vierkante kanonsgaten. En hij liep wat raar, dus sommige mensen wisten zéker dat er een houten poot onder z'n éne broekspijp zat, maar dat had niemand ooit gezien. Piraat Japie hield daar z'n mond over. Een piraat sprak niet over z'n verliezen, dat was niet stoer. En wat er met het oog onder z'n ooglapje was gebeurd, dàt zullen we waarschijnlijk ook nooit van hem horen. Hoe dan ook: Japie zag er met die ooglap, dat rare loopje en z'n grote, donkerrode baard in ieder geval woest uit. Mensen waren bang voor hem. En dat konden ze ook maar beter zijn!

Want piraat Japie was geváárlijk! Als hij met z'n piratenschip in de buurt van een haven kwam, vluchtte alles wat op zee was gauw de haven in. Met elkaar en met de mensen aan wal konden ze beter terugvechten. Piraat Japie vond dat maar kinderachtig en liet zich hier ècht niet door tegenhouden, als hij een zwaarbeladen schip wilde beroven. Hij loste eerst een waarschuwingsschot richting de andere schepen - zonder kogels, maar met ongelooflijk veel rook. Door de knal werden de mensen al gelijk bang en door de rook kon niemand zien dat hij snel dichterbij kwam en zo'n schip enterde, dus stiekem op iemands schip klom. Zijn piraten begonnen dan gelijk te vechten en de duurste spullen te stelen. De mensen vochten natuurlijk wel terug, maar met z'n schip vol zeerovers vocht Japie net zo lang met gevaarlijke, scherpe zwaarden, tot z'n tegenstanders gewond op de grond lagen of bang overboord sprongen om naar de kant te zwemmen. En voordat mensen van andere schepen in de buurt waren om hun vrienden te helpen, waren Japie en z'n schavuiten al weer met de buit op hun eigen schip en maakten ze dat ze wegkwamen. Ze hadden heel veel grote rood-witte zeilen, maar als de wind daar niet hard genoeg in blies, hielpen ze die een handje door met lange peddels mee te roeien. Net zo lang tot ze niet meer achtervolgd werden...

f98e1670769df732a7211f5cffa17f54WndhYXJk

Hoe was piraat Japie nou zo gevaarlijk geworden? En waarom stal en roofde hij alles wat hij tegenkwam? En ook: hoe kwam het dat hij op zee zo goed de weg wist en zo'n groot, snel schip had? Nou, dat kwam zó.
Zijn vader en moeder waren ook piraten. Zijn vader heette Jaap Baardaap. Dat was een enorm grote man, met een bijna nòg grotere, woeste baard. Die waste hij nooit, tenzij hij ging zwemmen. Maar zwemmen deed hij niet vaak, alleen maar als ze bij een eiland aan land wilden om een buit te verstoppen er tegen krokodillen gevochten moest worden. En die baard stonk als een aap, van al het eten dat hij knoeide. Vandaar zijn naam dus: Jaap Baardaap.

bfaa761ac611e1a6c83e093eb61f3d48SmFhcCBC

Japies moeder was heel mooi en heette Bandine. Ja, je hoort het goed - die was niks meer of minder dan een vrouwelijke bandiet. Men fluisterde, dat Jaap Baardaap haar ergens gestolen had, maar andere geruchten vertelden dat ze zich maar al te graag had láten stelen, omdat ze van avontuur hield èn van mooie sieraden. Nou, dan zit je als vrouw van een piratenkapitein natuurlijk gelijk goed.

27108b7228078ce6107adb2843f065a7QmFuZGlu

En piraat Japie? Die werd op het schip geboren. Zijn ouders, Bandine en Jaap Baardaap, wisten niet goed wat voor naam ze hem zouden geven. En daarom werd dit maar kleine Japie, vernoemd naar z'n vader. Maar omdat Japie om zich heen niks anders zag dan golven, vechten, haaien en roven, en verder hun schip, met de toen nog witte zeilen, was dit het enige wat hij leerde. Hij wist niet beter of zó hoorde het. Al heel jong rook hij het aan de wind als er ander weer kwam. Hij herkende de kusten van het land en de kleur van het water, en wist waar hij was. Net zoals een ander kind straten herkent. Hij wist precies wanneer er schepen met kostbare lading terug zouden komen van hun reizen op zee, en was er dan als de kippen bij om te kijken hoe zijn vader en moeder met hun piratenbende de buit ervan kaapten. Soms mocht hij dan helpen de buit aan te pakken en in het ruim te stouwen. Later ging hij dan met z'n moeder ergens aan land en ging met de spullen op een markt zitten om alles te verkopen. Wie zou tenslotte verwachten dat een vrouw en een kind eigenlijk piraten waren? Ja, zo werd Japie de trots van zijn ouders...

Toen zijn ouders ouder waren geworden, en bang werden een keer te verliezen bij het vechten, had hij hen geholpen op hun laatste reis als zeeschuimers. Ze hadden al genoeg geroofd om met z'n tweetjes ergens rustig te gaan leven. Ze stalen eerst een kleine boot, die niemand zou herkennen als van hen. Daarmee zetten ze eerst alle andere piraten ergens aan land en gaven hen een eerlijk deel van de buit mee. Vervolgens groeven ze op alle eilanden, waar ze een schat verstopt hadden, de kistjes met goud weer op. In piratenfilmpjes zie je bij schatkisten wel eens heel grote kisten vol goud. In het echt klopt dat niet, wist Japie. Zo'n grote kist is zelf al zwaar, en vol goud is zoiets niet te tillen. Dus alles was in kleine kistjes begraven. Als ze bij het ophalen van het goud krokodillen tegenkwamen, vocht Jaap Baardaap ze even weg. Zo werd gelijk z'n baard netjes schoon. Bandine poetste onderweg op zee de munten netjes op en toen ze éénmaal in Klandistina waren, gingen ze daar wonen om met hun goud van hun oude dag te genieten. En dat lukte bèst, met zoveel goud.80289fb4ddcf9363d9ac1ee9bd79cf5fcGlyYXRlEn hun Japie? Die was inmiddels een beruchte piraat geworden. Hij kreeg het zeeroversschip, knapte dat op en verving de oude witte zeilen door de rood-witgestreepte. Dat had hem altijd mooier geleken. Hij zocht een bemanning uit van jonge, woeste bandieten. Daarvoor zette hij een advertentie in de Bankroverskrant: “Gezocht: sterke vechtersbazen, die van geld en zeewater houden.” Dat hij dat juist in de Bankroverskrant zette was slim, want omdat iedereen steeds meer ging pinnen en er steeds meer banken dicht gingen, was er nog maar weinig werk voor bankrovers. Zo konden ze mooi bij hem aan het werk als zeerover. Ook belde hij soldaten van de marine op, die weg moesten omdat ze gevochten hadden op hun schip. Die wisten wat varen was en dat was handig.
Al snel had hij het voor het uitkiezen. De bankrovers en mariniers die er te bibberig uitzagen of nog geen baard hadden, stuurde hij gelijk naar hun mammies terug. Zo hield hij de rovers over die hij kon gebruiken en hij leerde ze alles wat een zeeschuimer moet weten. En dat was niet veel goeds...

2e193067254b73b7a4610d30ea12831bV2FuZGRl

Zo stond hij nu hier op deze winderige dag. Hij bond het touwtje van z'n ooglapje nog even extra stevig aan; het ding moest niet loswaaien. Dan zou iedereen z'n... Nee, dat mocht natuurlijk niet. Hij maakte plannen om eens wat noordelijker te zeilen, om daar de pont van Groot Brittannië naar Nederland te enteren. Alle Nederlandse passagiers die op die pont meevoeren, hadden natuurlijk mooie spullen gekocht tijdens hun vakantie en die kon hij vàst ergens goed verkopen. En de Britten op de pont hielden nog niet zo van pinnen, die hadden hun portemonnees vol met geld zitten. Nòg makkelijker!

Japie keek naar beneden, naar de golven die steeds hoger langs de boeg van z'n schip klommen. Hij rook de zeewind en wist: er komt storm! Mooi, dan zou de pont niet zo hard kunnen varen. Maar hij met z'n snelle zeilschip juist wèl! En van storm híéld Japie wel. Het kon hem niet hard genoeg gaan! Hij gaf de andere piraten alvast de opdracht om de kanonnen klaar te maken. Hij had er weer zin in vandaag! Die rijke vakantiegangers konden best wat missen van hun centen. En Japie kon altijd nog wel wat extra geld gebruiken om z'n bemanning te betalen en goud te kopen...

851d39c15e124f0b56912283bcc0bdb2UG9udC5q

Met z'n éne, geoefende zeemansoog zag piraat Japie in de verte de pont al. Hij zag dat die wat achter lag op het tijdsschema. Dat kwam vast door de storm. Dat had hij dus, zoals gewoonlijk, goed voorspeld. Hij zou nog even afwachten en dan snel toeslaan. Die buit was van hem!
Maar toen riep Halfoor, z'n uitkijk in het kraaiennest, hem dat er iets aan de hand was op de pont. Daar bovenaan de grote mast, kon Halfoor dat natuurlijk nèt iets beter zien. Met z'n kijker zocht hij wat Halfoor bedoelde. Ja, inderdaad! Die pont had problemen! Het grote schip ging steeds langzamer varen en aan het dek zag hij veel mensen staan. Zo werd een verrassingsaanval moeilijker, maar zouden ze de knal van z'n kanonnen wel beter kunnen horen. Nou; eropaf dan maar!

ab5639972c0605b0a821fd22f9aaa522S3JhYWll

Maar net toen hij dat besloot, zag hij van achter de pont rook omhoog kringelen. Die lui hadden brand! Vandáár dat al die mensen aan dek stonden. Maar had het dan wel zin om te enteren? Hij had geen zin om z'n tenen te branden daar. Maar kon hij zo wegvaren? Normaal als hij een schip leegroofde, zwommen de mensen meestal gewoon naar een ander schip, of naar de kant. Maar hier, midden op zee, was er geen ander schip. Hij was de enige in de buurt. Dan zou hij de passagiers in hun eigen schip op moeten sluiten, en met die brand kon dat niet.
Dáár hoorde hij een dreun, en vervolgens een gil! Grote vlammen kwamen ineens vanaf de achterkant van de pont. Een paar mensen sprongen van schrik pardoes van het hoge boord de zee in. Dat ging niet goed daar! Die mensen zouden onherroepelijk verdrinken of verbranden als dat zo doorging! Dat ging hem zelfs als piraat te ver. Hij kon niet anders, hij moest gaan helpen!

Snel deelde hij z'n bemanning in vier groepen en gaf ze elk een opdracht:
Groep 1: Helpen op hun eigen schip met varen, mensen opvangen en dergelijke.
Groep 2: Mensen redden, door ze van de pont en uit het water te plukken.
Groep 3: Pont redden, door het vuur te blussen.
Groep 4: Buit redden, door na het blussen te kijken wat er nog te graaien was.
Dat was duidelijk en al snel voeren ze naderbij. In kleine sloepen ging een deel van z'n bemanning hun taak uitvoeren. Hemzelf zat het toch niet lekker. Hij riep tegen Halfoor dat die nu even de baas was op hun piratenschip en stapte zelf ook in een sloep, die mensen uit het water zou vissen. En hij wist het toen nog niet, maar daarmee veranderde z'n hele leven...

Ze waren nog niet helemaal bij de pont, of de eerste drenkelinge zwom hen al tegemoet. Piraat Japie vroeg zich ineens af, of al die mensen nu niet extra bang waren, omdat er een piratenschip was aan komen varen. Maar die éne drenkelinge zag er in ieder geval niet bang uit. Vriendelijk glimlachend zwom ze door het koude, vieze zeewater op de reddingssloep af. Een ander, aarzelend, achter haar aan. Die lach! Zo éénvoudig, maar toch zó... zo diep. Openend. Ontwapenend. Uitnodigend. Verbazingwekkend. Zo... Piraat Japie zuchtte. Hij stond stil, rechtop in z'n sloep. En voor het eerst in z'n leven wist Japie niet wat hij moest doen.

642d8825000f8893de9271ac1fff3480VnJvdXcg

Totdat die lach vroeg: “Goedemiddag, mag ik misschien een stukje meevaren?” En ineens werd Japie weer wakker. “Natuurlijk”, reageerde hij ineens druk en onzeker. Hij stak de dame een hand toe, trok haar aan boord en wees haar een plaats op een bank. De jonge vrouw huiverde. Ja, het zou wel koud zijn, kleddernat boven het water in de wind. Zonder er verder bij na te denken, trok hij zijn piratenjasje uit en hing het om haar schouders. Hij keek nog gauw éénmaal naar haar bodemloze glimlach, voordat hij andere mensen uit het water begon te helpen.

Na een tijdje waren alle mensen van de pont gered. En dat was wel nodig ook, want inmiddels was het gaan stormen en dat maakte het erg lastig om met de sloepen mensen uit het water te halen, en om daaruit aan boord van het piratenschip te komen. Het was nu wel erg druk op z'n schip. In de warme kombuis kookte de kok een grote ketel stevige soep voor iedereen, tegen de honger en de kou. Normaal at piraat Japie in z'n hut, maar nu stond hij tussen de andere mensen in, in de rij te wachten op een kom soep. Daar zag hij ook de jonge vrouw weer, die hij het eerst had gered uit het woelige water. Tot z'n verbazing had ze nog steeds zijn jasje om d'r schouders. Vreemd, dat jasje had hij in de tussentijd niet eens gemist.

Onderweg naar de dichtstbijzijnde haven dacht piraat Japie na over wat er gebeurd was bij de pont. Hij had die willen overvallen, maar toen hij zag dat er mensen in nood waren, had hij het eigenlijk op een vreemde manier best prettig gevonden om hen te rèdden in plaats van te beroven. Dat was niet eens meer in hem opgekomen. Toen zijn vierde ploeg, die de buit moest ophalen na het blussen, terug aan boord kwam, hadden de opgepikte mensen gewoon gezegd: “Dat is mijn camera”, of  “O, fijn dat je mijn handtas hebt gevonden; m'n geld en m'n papieren zitten er in!” Alsof ze al verwachtten dat ze hun spullen gewoon terug zouden krijgen. De kapers hadden maar even raar gekeken, toen ze zo hun buit gewoon zomaar weer uit stonden te delen. Deze net geredde mensen waren nu eigenlijk te gast op hun piratenschip; die kon je toch niet gaan beroven, als je ze nog de hele tijd in de ogen moest kijken? En zo was Japie niet de enige van de piraten die na ging denken over wat er nou zo anders was aan deze tocht.

0c1b9672ca60b20f14ad3032638743de_medium.

(Als je op deze kleurplaat klikt, kun je hem gelijk op A4 printen!)

De wind werd nog sterker. Veel mensen van de pont, die geen zeebenen hadden, waren misselijk geworden van het driftige deinen van het schip. Sommigen hingen over de reling "de vissen te voeren", zoals hij het noemde, wat eigenlijk betekende dat ze moesten overgeven, omdat ze zeeziek waren. Hij waarschuwde hen dat ze zich goed vast moesten houden als ze aan dek waren, omdat de storm nu op z'n ergst was. Die kon hen zomaar overboord blazen! En hij vond het eigenlijk wel genoeg om hen éénmaal uit het water te halen...
Gelukkig voor de mensen duurde de storm niet lang. En Halfoor zag vanuit het kraaiennest in de verte al land opdoemen.


Toen ze bij de haven aankwamen en de mensen aan de wal de rood-witte zeilen en de piratenvlag bovenin de mast zagen, gebeurde er wat er eigenlijk altijd gebeurde: men vluchtte de haven in en zette zich schrap. Misschien raar, maar dat had Japie niet verwacht. Hij kwam gewoon een groep mensen aan land brengen, die hij gered had. Maar nu kon dat niet; als ze in kleine bootjes naar de kant zouden varen, zou er tegen hen gevochten worden. Iedereen dacht natuurlijk dat die sloepen vol piraten zaten! Dat zou gevaarlijk zijn, dus snel liet Japie de piratenvlag strijken. Toen die weg was, liet hij een gewone driekleur hijsen en de vierkante kanons-luiken dichtdoen. Ook de rood-witte zeilen werden gestreken, zodat iedereen kon zien dat ze nu niet weg konden varen. Hij wilde duidelijk maken dat hij nu niet als rover kwam.

Hij liet eerst een paar jonge piraten twee sloepen met vrouwen en kinderen naar de kade roeien. In de sloep met de meeste kinderen liet hij een muzikale piraat op z'n accordeon vrolijke liedjes spelen om hen op hun gemak te stellen. De mensen aan wal zouden van vrouwen, kinderen en muziek niet schrikken. De vrouwen konden dan alvast vertellen wat er gebeurd was, en dat er nog meer mensen aan land zouden komen. Dat werkte gelukkig. Toen iedereen aan land was, kwamen er spontaan dorpelingen die aanboden dat ze wel wat drenkelingen wilden meenemen, om hen droge kleren en een bord eten te geven. Japie organiseerde wie waar zou komen en schreef dat op, zodat iedereen bereikt kon worden als er nog wat geregeld moest worden.
Zijn bemanning had hard gewerkt en was ook hongerig. Dus in het plaatselijke restaurant bestelde Japie voor iedereen een bord eten. Tot zijn verbazing zei de eigenaar dat alles voor hen gratis zou zijn vandaag, als beloning dat ze zoveel mensen gered hadden. Ze werden als helden gezien!

9206d15151665ce6fd3e56e5f1affcb7.jpg

Dat was even nieuw voor Japie. Waar hij normaal ook kwam, iedereen was bang voor hem, en omdat hij altijd alles wat hij wilde hebben gewoon afpakte, kréég hij nooit iets van iemand. Zelfs op z'n verjaardag niet. En nu kreeg hij onverwacht een maaltijd voor z'n complete bemanning, van die hartelijke restauranthouder! Dit zette hem wel aan het denken. Waren mensen wel vaker zo gul naar elkaar? Eerst die dorpsbewoners, die zomaar vreemden in hun huis uitnodigden, en nu dit. Hij liep er nog over na te denken, toen hij na het eten buiten de vrouw tegenkwam die hij het eerst gered had. Ze begroette hem vrolijk; en toen besefte hij dat hij haar naam niet eens wist. “Hai, eh...”, begon hij. “Meriam”, antwoordde ze met een brede lach. Samen liepen ze verder.

En nu, drie jaren later, lopen ze nòg samen door het dorp. Er is veel gebeurd in de tussentijd. Piraat Japie is geen piráát Japie meer. Nee, nadat hij door de mensen in het dorp zo vriendelijk verwelkomd was, is hij veranderd. Hij is erachter gekomen dat hij de mensen zelf véél leuker vindt, dan hun spullen of hun geld. Dat heeft hij ook aan de andere piraten van z'n schip uitgelegd. De meesten begrepen het en wilden wel naar huis. Die heeft hij met z'n piratenschip, zonder piratenvlag, netjes naar de havens gebracht waar ze het dichtst bij woonden. Er waren ook een paar piraten, die toch liever wilden blijven zeeroven. Dat moesten ze zelf weten, maar Japie wilde ze daar niet bij helpen. Die moesten zelf maar lopend een ander schip zoeken in een andere haven. Ze beloofden hem wel dat ze hèm nooit zouden beroven, als ze elkaar nog eens tegen zouden komen op de golven van de zee. En hij beloofde hen dat ze altijd bij hem langs mochten komen voor wat vriendelijkheid. Wie weet, veranderden ze tòch nog eens...

a1d2ef9c094e402566958c93e98ed755.jpg

En hoe is het nou met Japie en z'n schip? En met Meriam, met wie hij nog steeds door het dorp loopt? Nou, dat is erg leuk om te vertellen. Die twee werden heel snel súperverliefd. Zó verliefd, dat Meriam met Japie meeging om alle andere piraten naar huis te brengen. Meriam leerde van hem de zeilen te hijsen, en om niet om te vallen als de golven het schip heen en weer duwden. Ze leerde te slapen in een hangmat, ze kookte in de kombuis de heerlijkste dingen en leerde de mannen vrolijke liedjes zingen. En dat leerden ze snel, want elke keer als ze een lelijk woord zeiden, moesten ze een liedje zingen van haar. En réken maar, dat ze deden wat Meriam zei. Ééntje weigerde een liedje te zingen, nadat hij een lelijk woord had gezegd. Nou, die heeft het geweten! Die kreeg gewoon geen pudding 's avonds. Voortaan keek 'ie wel uit om nog zulke woorden te gebruiken!

Op de terugweg voeren ze langs Japies ouders; Jaap Baardaap en Bandine. Japie had hen al weer een tijdje niet gezien en ze bleven er een paar dagen logeren. Het was erg gezellig. Bandine vertelde dat ze nu wel rijk waren, maar dat aan niemand durfden te laten merken. Want straks kwam er iemand achter, en dan zouden ze het willen komen stelen. Dan waren ze alles kwijt! Nou kon ze nòg geen mooie sieraden kopen of andere dingen doen met al dat geld dat ze nu hadden. Jaap Baardaap vond het maar saai, waar hij nu woonde aan de vaste wal. Hij miste de zee! En toen vertelde Japie, dat hij geen piraat meer was...

1e5672db2b19f5444f3ae8670337c2ce.jpg

Nou, je had die ogen van z'n vader moeten zien! En de verbaasde blik van z'n moeder! Japie legde uit wat er gebeurd was. Ook hoe hij Meriam had ontmoet: dat hij haar uit het water had gevist. En dat hij in het dorp zulke vriendelijke mensen had ontmoet. Toen hebben ze die avond nog lang gepraat. En de volgende dag hebben Japie en Meriam, Jaap Baardaap en Bandine geholpen om al hun spullen in te pakken en aan boord van het schip te brengen. Ook het geld en goud gingen mee. Ze hadden een plan bedacht, waar ze alle vier blij van waren geworden...
Onderweg leefden Jaap Baardaap en Bandine helemaal op. Dit hadden ze zó gemist! De zee met haar golven, het deinen van het schip, zelfs de storm die ze onderweg tegenkwamen, vonden ze gewèldig om weer mee te maken. Daar was Meriam wat minder blij mee, die werd misselijk van het gewiebel. Maar ze was niet bang, want haar sterke Japie, die haar gered had, wist wel hoe je dat schip boven water moest houden. Gelukkig hield de storm gauw op en al snel waren ze thuis.

Thuis? Ja, thuis. Ze kochten twee huisjes, bij elkaar in de buurt in het dorp waar Japie en Meriam verliefd op elkaar waren geworden. Jaap Baardaap en Bandine in het éne huisje, Meriam in het andere. Japie bleef zolang op z'n schip wonen, daar moest iemand op passen. Dat schip lieten ze, met een groot deel van het geld dat nog over was, ombouwen. Het werd wat lager, en daardoor lichter, de kanonnen gingen eruit, het kreeg een motor en werd... een reddingsboot! Want dàt was wat Japie nu wilde gaan doen! Het redden van de mensen op de pont had hèm ook eigenlijk gered. Hij wilde nu mensen gaan redden, die op zee problemen hadden gekregen, bijvoorbeeld in een storm. Hij kende de zee op z'n duimpje en wilde dáár graag blijven werken. Zijn vader en moeder wilden hem graag helpen. Om de beurt zouden ze meevaren. En Meriam? Zij dacht aan andere dingen...

1b0410494135345a2cfd7dfdcc4c5088.jpg

Ze was namelijk gelijk begonnen een mooie, witte jurk te naaien. Toen de reddingsboot klaar was, was haar jurk ook klaar. En op een mooie, zonnige dag, trouwden Japie en Meriam. Wat waren ze gelukkig! Er waren veel mensen uit het dorp gekomen, en verder Meriams ouders, en zelfs een paar vroegere piraten van hun oude schip! Het was een groot feest, en aan het einde had Japie nog een verrassing voor Meriam. Hij nam haar mee naar hun nieuwe reddingsboot. Daar waren allemaal kleine lichtjes aan vastgemaakt. Met alle gasten voeren ze een eindje de zee op. Daar werd prachtig vuurwerk afgestoken. En na een gezellige avond gingen Japie en Meriam naar hun huisje in het dorp. De gasten die van ver kwamen, mochten op de reddingsboot blijven slapen.

En nu, drie jaar na hun eerste ontmoeting, hebben Japie en Meriam nòg een nieuwtje te vertellen. Nu is het nog een kléín nieuwtje. Maar het zal snel groeien! Kijk, Meriam heeft een babietje gekregen! Oma Bandine vindt het prachtig. Ze kan haast niet wachten tot ze een keer op mag passen. Opa Jaap heeft het jochie een kleine hoofddoek omgedaan. Zo is het nèt een klein piraatje! Als het later groter is, zal opa het verhalen vertellen. Verhalen over een piraat met een vieze baard. Níét zoals hij, want opa's hebben natuurlijk schone baarden. Nee, verhalen over làng geleden, toen er nog piraten waren...

87605c77ba98e476eb766478e46331a2QmFieXBp

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.