Een verjaardag die veranderd in een nachtmerrie - deel 2

Door Chantalius gepubliceerd op Saturday 01 February 00:02

Zondag , 15 december 2013,

Langzaam breekt eindelijk de dageraad aan, weinig geslapen, en wanneer ik sliep, zeer rusteloos.  Nog steeds zeer moe, het bed uit.  Eenmaal beneden, duurt het nog eeuwen vooraleer we mogen bellen om informatie naar het ITE in het Stuivenberg.

"Ze is nog steeds in coma" meld een verpleger van dienst zeer lakoniek op mijn vraag hoe het met haar gaat. Ze is nog steeds niet bijgekomen.  Kan ook niet als je in een kunstmatige coma wordt gehouden. 

Toch gaan we er diezelfde dag nog naartoe.  We willen met onze eigen ogen zien, dat het geen nachtmerrie is, maar realiteit.  Harde realiteit. 

De waarheid treft ons hard, zeer hard in het gezicht. Daar ligt ze, hetzelfde als gisteren, infusen en andere draden, aan haar armen en nek, een ademhalingstoestel dat via een buis in haar mond, door haar keel, lucht in haar longen pompt,  want zelf ademt ze niet echt.  Ze ziet er zo bleek uit, een grauwe kleur op haar gezicht.  Haar haar helemaal in de war en uit model.  Het schiet me door het hoofd, dat ze sito presto naar de kapper zou gaan, moest ze het weten.  Zij die altijd zo op haar haar lette, elke week naar de kapper.  Ligt mijn haar nog goed, van het ogenblik dat ze aangekleed was smorgens tot ze 's avonds ging slapen, nooit onverzorgt het huis uit. Zelfs om naar de bakker te gaan. Haar haar mocht ook nooit nat worden, steeds een kapje bij in haar tas, voor het geval het mocht gaan regenen.  En nu ligt ze daar.  Zo stil, zo wit, met haar haar in de war.

Eenmaal thuis, bellen we om de twee a drie uur naar het ITE om te horen of er al verandering is.  Niet dus. De dag gaat tergend langzaam voorbij, alhoewel de kinderen langskomen, en we steeds gebeld worden, door verschillende mensen die het nieuws hadden gehoord.  Ook jounalisten van verschillende kranten, wilden een interview en informatie over hetgeen er nu juist gebeurd was.  Uiteindelijk besluiten we om de telefoon naast de lijn te leggen, om rust te hebben. Deze dag is volledig aan me voorbijgegaan. Het lijkt of ik die dag gewoon niets kan doen, of te doen heb. De uren kruipen voorbij. We proberen er bij elkaar de moed in te houden, met clichés zoals : "het is een vechter, ze komt er wel door" en "je moet niet bang zijn, onkruid vergaat toch niet". Het was gewoon doods, zonder haar in huis. Mijn echgentoot, de oudste, Kevin, Kelly en ik beslissen om morgen toch maar te gaan werken, beter dan thuis zitten en tegen de muren oplopen.  Onze jongste mag niet gaan werken, die is minstens drie dagen thuis, vanwege zijn schouderblessure opgelopen tijdens de reddingsactie. Romy en Daphné zijn zowiezo thuis vanwege hun vergevorderde zwangerschap.

Maandag 16 december

Na weer een slapeloze nacht woelen en draaien, sta ik 's morgens op, om as usual, mijn ventje zijn boterhammen  klaar te maken. Ons Jenny blijft thuis,  die ziet het niet zitten om te gaan werken. Aan onze huisarts gevraagd om langs te komen. Vanwege mijn grote hoofdpijn en de vermoeidheid die plots toeslaat, besluit ik dat ik nog even in de zetel ga liggen, om een dutje te doen. Dat kan ik, want ik moet later beginnen dan mijn ventje, en moet ook niet ver om op mijn werk te komen. Ik wordt pas wakker, wanneer onze huisarts aanbeld. En dat is om 10u. Ik had gelukkig de dag ervoor al een sms naar mijn baas gestuurd met de uitleg van het gebeurde. Sumier weliswaar, maar in alle geval was hij dan toch op de hoogte. Die 16de ben ik dan ook maar thuis gebleven, maar de rest van de week ben ik gaan werken.

Vraag me niet wat ik allemaal heb gedaan die week, in grote lijnen zal ik je dat nog kunnen vertellen, maar specifiek. Ik denk het niet, want eerlijk zijn, ik was lijfelijk aanwezig, maar of ik goed presteerde, ik denk het niet. Volgens mij werkte ik op automatische piloot.

En ik heb fouten gemaakt, dingen vergeten, enzomeer.

Ik ben die nu aan het rechtzetten, maar toch.!!!

Dinsdag 17 december.

Weer een lange slapelose nacht, en we staan alweer aan de telefoon, hopend op een ietwat betere berichtgeving vanuit het ITE. Dat is er niet en komt er ook niet. Bij elk telefoontje dat ik doe, krijg ik dezelfde informatie, ze is nog steeds in coma.   Met de moed der wanhoop dan maar naar het werk.  Ook daar weer verschillende malen uitleg geven, over wat er gebeurd is en hoe het nu met haar is.  Ik krijg een krop in mijn keel, tranen in mijn ogen, maar er komt niets en ik blok.  Het dringt tot me door, dat ik, met uizondering van  de eerste minuten nadat het ongeval gebeurde, niet meer geweend heb.  Ik kan het ook niet.  Mijn collega's begrijpen dan ook mijn schijnbare gevoeloosheid niet.  Maar volgens mezelf  is het een soort zelfbescherming.  Tot op vandaag heb ik nog geen traan gelaten, en wanneer ik dit neerpen is het 14 januari 2014.

Bij ons bezoek aan het ziekenhuis, krijgen we te horen dat ze haar morgen gaan proberen uit de coma te halen.  Goed nieuws voor ons.  En ondanks de verwittiging van de arts, om niet te euforisch te worden, trekken we opgewekter terug naar huis. Dit in de hoop dat ze morgen haar ogen opent, en gewoon zegt : "verdorie, dat water was koud".

Woensdag 18 december.

Vannacht al iets beter geslapen.  En ik bel naar het ITE om te horen, of ze misschien al wakker zou zijn. "Nog niet" is het antwoord.  Ze zijn pas begonnen met het verminderen van de sedatie, op maandag;  dus dat heeft zijn tijd nodig.  Of ik in de namiddag even mag terug bellen. " Ja hoor, dat mag, maar liefst maar om 14u45, dan hebben we de tijd om testen te doen".

De dag kruipt tergend langzaam  voorbij, maar eindelijk is het dan zover.  Bijna toch, het is 14u40.  Ik houd het niet langer uit, en telefoneer naar het ITE, vraagt naar de dienstdoende arts, maar tot mijn verwondering wordt mij gevraagd, om met de ganse familie die avond voor of na het bezoekuur langs te komen.  Ik voel het haar over mijn hele lichaam recht komen staan, en moet eerst een paar keer slikken vooraleer ik kan vragen :"waarom dat nodig is?" en " of het dan slecht nieuws was?".  Van de verpleger kreeg ik echter alleen maar te horen, dat het noch slecht noch goed was, maar dat we dat dan straks wel te horen zouden krijgen van de arts. Ik dus alleman opgebeld met die melding.  Kan je je onze  ongerustheid voorstellen?

Eenmaal aangekomen op het ITE in de wachtkamer, komt de arts met een assistent arts bij ons zitten. En wat hij te melden heeft is niet goed.  Bij het ontwaken, is ze in stuip geraakt en hebben ze geconstateerd, dat ze epilepsi aanvallen had.  zware. 

"Wat moeten wij ons daarbij voorstellen?" vraagt mijn ventje. "Is dat zoiets als bij onze Luigi(onze hond)? Die heeft ook epilepsie, maar krijgt 2x per dag een pilletje voor", en kan hierdoor een gelukkig gezond leven leiden.

"Wat kunnen deze aanvallen tot gevolg hebben" vraagt ons Daphné.    

 "Dit kan wijzen en zware hersenbeschadiging" is het antwoord. "Mogelijk vanwege het gebrek aan zuurstof toevoer naar de hersenen toe, ten gevolge van het water in haar longen" wordt eraan toegevoegd.                     

"Is er de mogelijkheid, dat wanneer jullie haar terug wakker maken, dit weer gebeurd? " vraag ik.

"die kans is zeer reëel, we houden haar nu in slaap en geven haar een middel om de aanvallen onderdrukt te krijgen en houden, we zullen ook elke dag een EEG en scan nemen om te zien of dat lukt of niet.  Pas dan kunnen we weer overgaan tot opnieuw wakker maken.  Of dat lukt, en hoe ze hieruit komt, dat kunnen we echt nog niet nagaan".  

 "Het kan dus zijn dat ze, als ze al wakker wordt, ze verder moet als een plant?" vraag ik.

"Ja, dat kan en is zeer goed mogelijk" komt het er zeer kordaat uit.

Het ziet er dus voor haar echt niet goed uit.  Alle mogelijke pistes worden nog is opgesomd.  Er wordt ons de vraag gesteld of we er AUB rekening mee willen houden, dat het wel is niet kan goed komen, en of we haar dan wel verder willen laten leven. Na deze bom min of meer in ons midden te hebben gegooid worden we naar huis gestuurd.  Ik ben nog even langs haar gegaan, om haar te zien, de rest kon het niet. 

Ons Daphné en de Kevin willen thuis afgezet worden, de andere kinderen komen met ons mee naar huis.  We zijn nog niet goed en wel thuis, en de huisarts staat voor onze deur.  Het ziekenhuis had haar opgebeld en alles uitgelegd, zij kwam nu de uitleg even verder uitleggen in lekentaal.  Om echt duidelijk te maken, wat er zou kunnen zijn, en wat zeer reëel was.  Wat het percentage op kans van er redelijk goed doorkomen voor mijn schoonmoeder was, en daarmee bedoelde ik, een arm niet kunnen bewegen, of slepen met een been.  Dat zou voor zo'n vief en beweeglijk mens, nog leefbaar moeten zijn.  Een rolstoel en constant geholpen moeten worden, zou voor haar dus de hel zijn.  We willen haar allemaal wel bij ons houden, daar waren we het allemaal over eens, maar als dat niet kon onder, voor haar goede en draagbare omstandigheden, moesten we ons egoïstische reflex loslaten en haar laten gaan.  Die beslissing diende dan wel genomen te worden, door haar enige zoon.  Een zware taak, die alleen maar verlicht werd, door het feit  , dat de voltallige crew: zijn zus, zijn zoons en dochter, zijn vrouw en de schoonkinderen unaniem achter hem stonden. 

Dat percentage van er goed doorkomen was zo klein, nog geen 2%. !!

Om de uitleg van onze huisarts kort samen te vatten : het vergelijk tussen Luigi en ons matje, bij de Luigi valt er een zekering uit, de rest vangt dit op, tot die ene zekering terug aangezet kan worden.  Bij ons matje, is er een algehele kortsluiting en valt de hoofdzekering uit.  Dus totale shutdown en moet er eerst een elektricien komen om het terug op te starten.  Dit vergt uiteraard meer tijd, en in die tijd kan er nog meer schade aan de hersenen komen dan er al is. We moesten ons maar op het ergste voorbereiden en hopen op het beste. 

wordt vervolgt:  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.