x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

Een glimp van mijn 'binnenwereld'. Deel 2

Door Maansteen gepubliceerd op Saturday 08 December 22:10

Waar kom ik tot rust ? Waar vind ik mijn antwoorden ? Een glimp van mijn binnenwereld is het begin van een klein verhaal. Fantasie of werkelijkheid, wie zal het zeggen ? Vervolg !

Het jaar 1987 en ik ben zeven jaar, zit op mijn slaapkamer en ik staar naar de naar beneden rollende druppels op het raam. Normaliter zie ik het voetbalveld en een stukje groenstrook maar nu is dat alles een groene waas. Mijn fantasie ontwaakt en uit de groene waas ontstaat een prachtig veld met een bijzonder blauw bloemgewas dat ongeveer tot mijn knieën reikt met her en der wat rood. Ik sta op mijn blote voeten en voel de warmte van de zon op mijn bruine halflange losse haren. Wat is het hier prachtig ! Ik begin te huppelen in de richting van een meertje en voel de grond onder mijn voeten veranderen van grasland naar zanderige grond terwijl het meer naderbij komt. Bij het meer aangekomen voelt één teen de temperatuur van het water terwijl het mooie kringen maakt op het wateroppervlak. Ik trek mijn shirt en broek uit en loop het water in, dompel mezelf onder en zwem een paar slagen. Vanaf een paar meter van de rand van het meer overzie ik een stukje bos dat er sprookjesachtig uitziet. Door de bomen heen trekt beweging mijn aandacht. Tussen de bomen loopt een groot zwart paard en een klein wit veulen samen over een bospad van mij af. Mijn adem, die ik blijkbaar had ingehouden ontsnapt als een zucht terwijl ik kijk hoe ze uit het zicht verdwijnen. Ik zwem richting de oever en besluit me op te laten drogen in de zon om vervolgens het bospad te verkennen. Ik ga verderop languit in het gras liggen met mijn ogen gesloten, doezelend in de warmte van de zon. Ik voel me geborgen en veilig in deze wereld die vreemd voor me is maar toch zo vertrouwd.


Als ik ongeveer een half uurtje later me in mijn droge kleding  hijs en richting het bospad vertrek voel ik me opgewonden. Vraag me af of ik de paarden kan vinden en of ze erg schuw zijn. Het pad loopt omhoog en daarna af het bos in en ik kijk al zoekend om me heen. Ik hoor het tikkende geluid van een specht en probeer naar bovenkijkend het beestje te lokaliseren. Als het me niet lukt loop ik verder het bos in en word de grond onder mijn voeten kouder. Ik loop inmiddels daar waar de zon nauwelijks kan komen om de grond te verwarmen. Als ik wederom een specht hoor en naar boven tuur zie ik iets wat ik met volle verbazing en open mond bekijk. Een houten huisje hoog, hoog tussen de bomen, half verscholen tussen het frisse groen. Ik zie er maar een deel van maar ik weet het zeker en direct daarop ga ik opzoek naar een manier om boven te komen. Een touw met grote dikke knopen hangt aan de achterkant van een grote oude boom dat uit komt in een soort houten plateau. Ik zal naar boven moeten klimmen om te zien hoe het verder loopt en dus klem ik mijn handen om het touw en spring ik met beiden voeten van de grond richting de eerste knoop en laat daar mijn voeten rusten. Ik werk mezelf naar boven tot ik door een gat ben geklommen in het houten plateau. Ik zoek steun en houvast aan omliggende takken en zie direct hoe ik mijn weg mag vervolgen, maar de vraag is “durf ik dat wel” ? De moed zakt me in de schoenen, zak enigszins teleurgesteld door mijn knieën en ga op het houten plateau zitten met mijn rug tegen de stam van de dikke boom. Als ik al zittend omhoog kijk naar de smalle latjes op de boom die als trap moeten dienen krijg ik het benauwd.


Maar net als ik de moed op wil geven voel ik wind en hoor ik “woesshhh”. Ik slaak een gilletje van schrik, doe ik mijn ogen dicht en sluit ik ze af met mijn handen. Als het geluid weg is doe ik voorzichtig mijn ogen open en mijn ogen worden minstens zo groot als de ogen die in de mijne terug kijken. Felgele ronde ogen staren me wijs en doordringend aan. Grote klauwen hebben zich vast gegrepen aan een tak op 2 meter afstand van mij en ik kijk vol ontzag naar deze verschijning. Nog nooit in mijn hele leven, al telt dat in feite nog maar 7 jaar, heb ik ooit een echte uil van zo dichtbij gezien. Hij is immens maar ook bijna te prachtig voor woorden met zijn zwarte snavel, zijn oorpluimen en prachtige geelbruine verenpak. Al starend vraag ik me af wat voor soort uil dit is en zo snel als ik de vraag in mijn hoofd heb geformuleerd is daar het antwoord, “een Oehoe”. “Je bent prachtig meneer de Oehoe Uil” denk ik bij mezelf. Waarop de volgende zin mijn geest binnen rolt; “ik heet Ezar Drazic, maar noem me maar Ed”. Ik proest het uit ! Whaaat ? Ik krijg ter plekke de slappe lach en mijn ogen worden vochtig. Als ik hikkend tot bedaren kom zeg ik hardop, “Ed, kan ik hier veilig naar boven klimmen” ? Het antwoord is meteen daar en ik begin steeds beter de nuance verschillen te horen tussen de toon van mijn eigen gedachten en de antwoorden van Ed. “Vertouw op jezelf en je eigen kunnen” is het antwoord en zo sta ik op en kijk ik opnieuw naar de ladder die loodrecht omhoog loopt. “Blijf je bij me Ed” ? “Natuurlijk, als jij dat wil kleine Naïska” luidt het antwoord in mijn hoofd. Hmmm, ik heet eigenlijk Senna Noëlle. “Dat weet ik lieverd, maar Naïska is de naam die je draagt als je geen lijfje hebt om in te wonen, de naam waar je altijd bij terug komt, zoals je heet voor je geboren wordt en nadat je bent gestorven. Ik weet even niet wat ik moet zeggen dus grijp ik met mijn handen naar de eerste trede van de ladder, zet hem op, moedig ik mezelf aan. Ik ben Naïska herhaal ik voor mezelf maar half bewust. Stukje bij beetje kom ik hoger op de ladder en Ed blijft bij me en gaat van tak naar tak net boven mijn hoofd. Dan zie ik de vloer van het huisje in beeld komen en voel me al een beetje opgelucht, nog maar een klein stukje te gaan. Ik vorder gestaag en stap van de kleine steile ladder over op een soort van overbrugging. Het is niet steil en breed genoeg om me alvast opgelucht te voelen en me het gevoel te geven dat ik er ben, dat ik het gehaald heb. Mijn kleine spieren trillen van de geleverde inspanning. Ed zit even verderop op een balustrade van korte ronde boomstammetjes en als zijn felgele ogen de mijne vinden zegt hij “ik ben zo trots op jou” en ik glimlach de grote vogel toe.


Achter de balustrade staan 2 oude rotan stoelen en het huisje heeft echt ramen met glas en een deur. Als ik naar binnen ga zie ik een simpel houten bed staan met een opgevouwen prachtig los gevlochten deken. Naast het bed staat een verweerd nachtkasje met een schaaltje aardbeien erop waar ik meteen op aanval. En als ik ondertussen het laatje open zie ik papier liggen maar ik voel  geen behoefte op dat moment om ze te bekijken. Ik voel me moe, het houten bed lonkt en mijn wangen hebben gezonde rode blosjes gekregen.  Als ik ga liggen en de deken over me heen trek val ik bijna direct in slaap met Ed aan mijn voeteneind. 

Klik op de onderstaande linkk voor deel 3

http://www.xead.nl/een-glimp-van-mijn-binnenwereld-deel-3


 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Inderdaad, bijzonder geschreven. Ik heb het met verwondering gelezen.
Mooi geschreven!
Goed verteld, beschreven. Mysterieus en bijzonder
Duim
Tex
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?