All Hallows Eve: Kamatayan Halloween

Door Stormerwout gepubliceerd op Monday 22 October 15:51

All Hallows Eve: Kamatayan Halloween

Speciaal op deze avond. Het hele verhaal met de ontknoping! Geniet, griezel, voel de angst en de boosheid! Voel de gruwel van dit moordverhaal! All Hallows Eve!!!

“All Hallows Eve” Moord in Grave

84bf1b8dafa5ebdd8cda7289f5f81dec_1350913

Heb je dit verhaal gevolgt? Lees dan vanaf het plaatje van "Magere Hein" voor het laatste deel!

Grave kent een roemruchte geschiedenis. Het wordt wel eens de meest belegerde stad van Nederland genoemd. Wisten jullie dat Grave daarnaast een geschiedenis heeft met moord? “All Hallows Eve”, oftewel Halloween maakt van dit stadje in dit verhaal een horrorstad met vreselijke taferelen.

Het was in de nacht van 16 oktober, waar deze geschiedenis begint. Het was een gure mooie herfstdag geweest. In deze tijd van het jaar is het weer onvoorspelbaar. Bladeren vallen van de bomen en vogels beginnen te twijfelen of ze zullen vertrekken naar warmere oorden. Nu was het stil op de straten van Grave. Aan de kade van de Maas klotste het water tegen de stenen muur. Het water stond hoog, voor deze tijd van het jaar. Een lange regenperiode was voorafgegaan en nu vloeide de Maas het overtollige water af naar de zee. De schreeuw van een eenzame meeuw doorbrak de stilte. Opgeschrokken door de gedaante van een persoon, die langs de kade liep, vloog de meeuw weg.

Deze persoon was een jonge vrouw. Ze liep in elkaar gedoken, schuilend in een veel te grote jas en ze had een das om haar hals gewikkeld alsof het hartje winter was. Een lange zachte periode was vooraf gegaan aan deze kille vochtige kou. De omgeving voelde voor haar aan alsof ze overwinterd had in een warm land en nu uit het vliegtuig stapte in het kille vochtige Nederland. Ze woonde hier in deze oude vestingstad. Ze dacht na hoe de geschiedenis van deze stad ooit was begonnen. Ooit bouwde Herman van Cuijk hier zijn nieuwe burcht. Hier omheen ontstond het huidige stadje Grave. Het bleef de enige versterkte plaats in de omgeving. De geschiedenis is groots. De invloed van de Spaanse bezetting en later de Franse bezetting geeft de stad zijn huidige uitstraling. Om Grave terug in staatse handen te krijgen werd hier vreselijk gevochten. Het Franse leger verloor meer dan 16000 man in de strijd om Grave. Het idee dat hier zoveel doden zijn gevallen maakte de vrouw bang. Vaak had ze het gevoel gehad dat geesten van overledenen Grave zijn mysterieuze sfeer gaven in de nacht. Wat haar precies aantrok om deze nachtelijke wandelingen te maken, wist ze niet. Ze wist alleen dat ze niet kon slapen en de drang had om de nacht op te zoeken.

Haar ouders hadden haar opgevoed met het Katholieke geloof. Deze stad bezit een mooie monumentale laatgotische kruisbasiliek, de Sint-Elisabethkerk. Vaak was ze hier geweest met haar ouders en ze fantaseerde over hoe dit fantastische bouwwerk bijna 800 jaar geleden was gemaakt. Haar fantasie dwaalde ook af naar het begijnhof, dat achter deze kerk ligt. Zouden er nog doden ronddwalen? Wat zou daar in de nacht gebeuren? Het hield haar al van kinds af aan bezig. Ze voelde zich thuis in de nacht. De angst van het onbekende en de rust, het overzicht, zelfs het machtsgevoel dat ze kreeg bij de gedachte, zorgde er voor dat ze keer op keer werd aangetrokken door het mysterie van de nacht in Grave. Ze woonde hier nu al heel haar leven. Ze had hier school gevolgd en had nu een baan. Ze was drie jaar geleden gaan werken bij de plaatselijke supermarkt. Het salaris was net genoeg om een eigen appartementje te kunnen bekostigen in haar eigen geboortestadje. Toch was er steeds een leegte in haar. De enige manier om deze leegte op te vullen was het toegeven aan de drang van de nacht.

Het was nog 15 nachten voor Allerheiligen, beter bekend als het Amerikaanse Halloween. Voordal deze nacht opende de fantasie van deze jonge vrouw. Ze was een onopvallend persoon in deze samenleving. Niemand, behalve haar familie, kende haar echt. Ze liet weinig van zichzelf zien. Enkel de nacht kende haar door en door. Zo goed kende haar familie ze zelfs niet. Allerheiligen maakte elk jaar een verlangen in haar los wat steeds sterker werd. Ze kreeg het verlangen naar de dood. Ze wilde oog in oog staan met magere Hein zelf. Ze zag voor zich hoe hij met zijn lange zwarte versleten gewaad, wapperend in de wind, langs de kade van deze rivier voor haar zou staan. Zijn zeis blonk in het licht van de maan en weerkaatste het maanlicht in het water van de Maas. Het leek haar zo mooi om oog in oog te staan met dit mystieke figuur. Voor haar was hij geen fictie, nee hij was een verlangen, een droom. Ze was niet bang van hem, ze had waardering voor hem. Wie anders als dit wezen had de mooie taak om de laatste begeleiding uit het leven van de mens te verzorgen? Wanneer zou hij haar komen halen? Wanneer zou ze zijn gezicht voor zich kunnen zien?

De gedachten van de nacht waren voor deze vrouw gewoon geworden. Niemand wist van haar bestaan in de nacht af. Niemand had haar ooit zien lopen. Nog nooit was ze iemand op haar duistere pad tegen gekomen. Ze voelde zich thuis tussen de ratten aan de kade en de slapende vogels in het water. Ze keek graag om zich heen om te zien waar ze een vleermuis zou ontdekken. Waarom paste dit zo goed bij haar? Waarom was ze niet zoals ieder ander? Ieder ander zou nu slapen en rust zoeken voor een nieuwe werkdag, nee zij moest op zoek naar het duister. Ze was een vreemde eend in de bijt. Haar gedachtes konden het daglicht niet verdragen. Ze moest dit doen in het duister, als niemand haar kon zien. Hier was ze veilig. Dit was haar moment. Niemand mocht dit van haar afnemen en niemand mocht haar ontdekken. Het was haar terrein in de nacht. De kade van de Maas voelde als thuis. Ze voelde zich één met alle dode zielen die hier nog rondzwierven. Bijna duizend jaar geleden stierven hier zoveel mensen. Ze waren in oorlog. Ze kon het angstzweet nog ruiken in de aanlandige wind. De mist die over het water hing nu liet haar fantasie zo ver gaan dat ze gezichten zag. Dwaze dode gezichten van ronddwalende vermoorde soldaten uit een ver verleden.

“Samhain” was de maand die volgde op de nacht van Allerheiligen. De maand zoals de Ieren hem noemden. Ze geloofden dat op de eerste dag van die maand, de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar, terug kwamen. Ze zouden bezit proberen te nemen van een levend lichaam voor het komende jaar. De Britten geloofden dat geesten uit dode mensen zouden rijzen. Ze legen eten voor de deur om ze aan te trekken. Boze geesten werden afgewend door het dragen van maskers. Zij, deze mysterieuze vrouw, droeg geen masker. Ze droomde er van dat een boze geest bezit van haar zou nemen in de nacht. Elk jaar weer droomde ze van Allerheiligen en hoe haar lugubere roep om het kwaad zou worden beantwoord.   


Het duurde alleen nog 15 nachten voor ze haar favoriete dag weer zou gaan beleven. Iets in haar zei dat ze dit jaar geluk zou hebben. Haar roep om het kwaad werd steeds groter elk jaar. Haar naam is haar gegeven door haar ouders, maar voor haar heeft het nooit anders gevoeld dan dat hij gegeven is door de dood zelf. Kamatayan is haar naam, ondoordacht gegeven door twee naïeve mensen die onverwacht in de verwachting kwamen van een kind. Kama, noemde ze zichzelf, afgekort van haar oorspronkelijke naam.

0426af81d341d94714f0a04746469334a2FtYXRh
Voor het eerst had Kama het idee dat ze niet alleen was deze nacht. De stilte die de nacht met zich meebracht was anders. Ze kon zich niet goed concentreren waarom. Boven haar vloog plotseling een vleermuisje op vanuit het bladerdek van een boom. Ze werd aangetrokken om dit dier te volgen in de nacht. Net zoals zij, voelt dit dier zich enkel in de nacht vrij om te bewegen. Het zou niet lang meer duren of dit nachtelijke dier zou zichzelf veranderen. Het zou zijn metabolisme tot een uiterst laag pitje terugdraaien, en zich in winterslaap brengen. Trouw aan zijn overwinteringplaats zou het binnenkort op zoek gaan naar dezelfde plaats als vorig jaar.  Zo graag zou Kama willen zijn zoals dit dier. De hele winter wachten op een nieuw voorjaar. Geen koude nachten meer buiten hoeven zijn. Wat zou haar op kunnen warmen? Wat zou kunnen maken dat zij gelukkig zou zijn?


Ondanks alle pogingen, was het Kama nooit gelukt zichzelf open te stellen voor een ander. Ze leefde als het ware geïsoleerd van iedereen. Wilde ze het misschien niet? Was haar lot bepaald? Was ze overgelaten aan de nacht? Was het kwaad haar enige lotgenoot, of de vleermuis? Vaak vroeg ze dit zich af tijdens haar nachtelijke tochten. Toch had ze het gevoel dat deze nacht haar voor het eerst iets zou brengen, dat haar dichter bij haar doel zou brengen. Ze keek om zich heen om zich te concentreren op de stilte, die toch echt anders bleek te zijn. Ze hoorde voetstappen in de verte. “Wie zou dat zijn?”, dacht ze bij zichzelf. Vlug zocht ze naar iets om haar te verdedigen. Ze zag een grote basaltkei liggen langs de kade. Ze bukte en raapte het op. Wat voelde dat goed! De woede in haar lijf maakte haar warm. Kama hoorde de voetstappen dichterbij komen. Ze zag niets, maar wist dat het uit een zijstraat moest komen. Als een jagend dier in de nacht sloop ze dichterbij naar het geluid. De wind blies in haar gezicht. Ze besefte zich dat de persoon die haar naderde, haar niet kon horen of ruiken door de wind. Zelf rook ze de lucht van een sigaar. “Zou het een man zijn? Wat deed hij hier in de nacht?”


Toen Kamatayan vlakbij het geluid was, werd het stil. Ze keek naar de straat en zag dat het licht van de lantaarns een schaduw op straat projecteerden. Het leek inderdaad op een man. Kama maakte zich klaar om toe te slaan. Ze stond achter een gevel te wachten met de kei in haar handen. Ze keek naar de schaduw. “Hij komt dichterbij!”, dacht ze bij zichzelf. De man scheen even gestopt te hebben om zijn sigaar opnieuw aan te steken. Toen de man vlakbij kwam voelde Kama iets in haar lichaam wat ze nog nooit had gevoeld. Haar adem versnelde, haar ogen stonden nu wijd open. Ze voelde haar hart kloppen in haar keel. “Wat een heerlijk gevoel! Het neemt bezit van me!” Voor Kama het zelf in de gaten had sloeg ze de man op het hoofd met de basaltkei. Ze sloeg zo hard, dat de man neer viel. Geen enkel geluid volgde. Geen enkele beweging gaf aan of de man nog leefde. Kama stond enkel te kijken. Ze had de kei nog in haar handen en zag een flinke hoeveelheid bloed er aan kleven. “Zou hij dood zijn?”
Kama bukte en keek naar de mond van de man. In de frisse lucht zag ze uit haar eigen mond waterdamp opstijgen. Van de man kwam niets. Een gevoel van euforie schoot door haar lijf. Wat een genot! De panische angst die ze had gehad, had haar geest zo volledig in zijn greep genomen. Ze kon niet meer ontsnappen aan dit gevoel. Was ze bang voor zichzelf geweest? Was dit de reden dat ze niet meer kon ontsnappen en had toegeslagen? Het zat zo lang verborgen in haar. De moordenaar in haar had gewonnen. Ze kon eindelijk doden! Eindelijk had dit gevoel haar bezorgd waar ze heel haar leven naar zocht! Ze voelde zich voor het eerst intens gelukkig! Ze keek voor een laatste keer neer op de man die aan haar voeten lag. Zijn hoofd lag in een plas bloed. Vlak voor het, nog vloeibare, bloed haar schoenen raken zou, stapte ze achteruit en draaide zich om. Met de steen in haar hand liep ze vol zelfvertrouwen weg van deze plaats waar haar eerste slachtoffer de dood had gevonden. Even voelde ze zich één met haar grote voorbeeld, “Kamatayan”, zoals ze genoemd was. De “dood” was één met haar.
Tevreden liep ze langs de kade terug naar haar sobere appartement. De kei, haar moordwapen, legde ze op de vensterbank. Het bloed was intussen in de kei getrokken en prijkte samen met de kei als een trofee voor het raam. Voldaan ontdeed ze zich van haar kleren en kroop even later onder de dekens. Ze had slaap gekregen van dit avontuur.

01f86f70c95c597eee622394a9e23505a2FtYXRh
De volgende ochtend werd Kamatayan wakker. Ze moest gaan werken, zoals gewoonlijk. Ze stond op en voelde zich zoals ze zich nog nooit had gevoel. “Een nieuwe dag! Heerlijk! Fijn om weer wakker te zijn!”, dacht ze bij zichzelf. Haar eenzame bestaan had haar voor het eerst iets opgeleverd waar ze al lang van droomde. De nacht, waarin ze voor het eerst had gemoord, was voorbij. Ze trok haar badjas aan en liep haar slaapkamer uit. De glimlach op haar gezicht verscheen toen ze de woonkamer in liep. Ze zag op de vensterbank haar eerste trofee liggen, een basaltkei. Ze liep er naar toe en keek aandachtig naar de vorm van de steen. Zo natuurlijk en onvoorspelbaar was deze steen gevormd. Uitgehouwen uit een rots, besmeurd met bloed van de voorbije nacht. Het bloed was helemaal opgedroogd en leek nu bruin van kleur. Ze pakte de steen vast en liet even haar gedachten afdwalen naar wat ze vannacht had beleefd.
Onder de douche verwende ze zich even met een heerlijke warme straal water. De warmte die ze vanbinnen voelde, werd sterker door de warmte van de douche. Toen ze even later zich had afgedroogd en aangekleed besloot ze zich zelfs op te maken. De meest donkere kleuren vroegen haar aandacht. Ze voelde zich heerlijk duister en slecht. Ze kon eindelijk haar duistere kant loslaten. Eindelijk kon ze doen waar ze goed in bleek te zijn, moorden! Met dit gevoel stapte ze de voordeur van haar woning uit. Ze liep over de straten van Grave. Ze bedacht zich hoe deze naam was ontstaan. Ze wist dat dit van “graven” of “gracht” was verbasterd. Zelf geloofde ze liever dat het uit de Engelse taal, letterlijk “Grave”, stamde. Een graf was Grave geworden voor vele soldaten in het verleden. Een graf was Grave nu geworden door het eerste slachtoffer van Kamatayan. Zij was verantwoordelijk voor deze lugubere daad.


Ze vervolgde haar weg langs het Arsenaal, dat één van de overblijfselen is van de vestingwerken van Grave. In de 13de eeuw stond hier nog een kasteel, wat Kamatayan nog meer tot de verbeelding sprak. Ze wist dat dit kasteel werd gesloopt om vervolgens plaats te maken voor het Arsenaal. Haar gedachten gingen verder naar de geschiedenis van dit gebouw. Er had ook een rijkspsychiatrische instelling gehuisd en later een gevangenis en zelfs een jeugdgevangenis. Wat had hier allemaal plaatsgevonden? Moordenaars, geweldplegers, heksen en ketters hadden misschien wel gezeten hier! Nu stond het gebouw compleet leeg. Geesten van doden dwalen er rond. Een spookhuis was het geworden, en stijlvol spookhuis.


Op haar werk aangekomen hoorde ze het onderwerp van gesprek overal: “Er is vannacht een man vermoord in de straten van Grave! De politie is bezig met een sporenonderzoek. Ze gaan vanavond een passantenonderzoek doen! Hopen dat ze die vreselijke moordenaar kunnen pakken!” Kamatayan schrok van deze berichten. Ze probeerde te negeren wat er gezegd werd en liep onopvallend, zoals men van haar gewend was, naar haar werkstek, de groenteafdeling. Onderweg kwam ze langs het vak met tijdschriften en kranten. Overal in de kranten stond het nieuws: “Man vermoord in Grave. Vreselijke moord op man in Grave. Moordenaar wordt gezocht. Waarom moest deze man om het leven komen?” De krantenkoppen schoten door het hoofd van Kamatayan. Kort kreeg ze een besef van wat ze gedaan had. In gedachten verzonken liep ze de koeling in en begon aan haar werk. Ze moest watermeloen snijden en pakte een groot mes. Blind van woede sneed ze de watermeloen ineens door. Langzaam ontstond een slechte glimlach op haar gezicht. “Wat is het fijn om kwaad te zijn!”, dacht ze.

Ze stelde zich voor hoe het zou zijn om iemand met een mes om het leven te brengen. Ze stelde zich voor hoe het zou voelen om met een mes door het vlees van iemand zijn keel zou voelen tijdens het doorsnijden. Ze genoot van dit moment en vergat even de werkelijkheid die zich buiten afspeelde. Ze wilde ook echt even niet stilstaan bij het feit dat ze zomaar een onschuldige man om het leven had geholpen, in een opwelling! Toch was er weer een moment dat ze terug de winkel in moest gaan. Ze moest groenten en fruit aanvullen. De telefoon in de koeling ging. “Ze hebben me door! Ze weten het!”, dacht ze. “Hallo?”, sprak ze aarzelend toen ze de telefoon op pakte. “He Kamatayan, zou jij even wat bananen willen afwegen?”, zei de caissière aan de andere kant van de lijn. “Ik kom er aan!”, zei Kamatayan zo natuurlijk mogelijk. Even later liep ze dan ook door de winkel. Ze voelde zich bekeken. Gevoelens van schaamte en trots waren constant in gevecht met elkaar.


Niemand merkte gelukkig wat er in haar om ging. De caissière keek haar vriendelijk aan en zei: “Ik had je nog niet gezien vandaag! Hoe is het?” “Goed hoor. Ik ga snel wegen!”, zei Kamatayan met een bescheiden glimlach. “Wat heb ik een hekel aan dit soort mensen. Waarom doen ze toch zo aardig? Ik heb daar helemaal geen zin in.”, dacht ze. Gehoorzaam woog ze de bananen af en dacht even aan hoe ze de caissière haar keel door zou snijden, met het mes waar ze zojuist de watermeloen had gesneden. Van binnen maakte dit haar gelukkiger dan al dat overdreven vriendelijke gedoe. Toen ze terug liep naar de caissière keek ze zelfs vriendelijk met de gedachte: “Jij komt nog wel aan de beurt!”
Wat een vreselijk donkere gedachtes had Kamatayan! Ze kon dit niet blijven verbloemen. Eens zou het fout moeten gaan! De smaak van haar eerste keer toeslaan bleef achter en smaakte naar meer! Toch besefte ze zich dat ze zich even gedeisd moest houden. Ze wilde niet zo gemakkelijk gesnapt worden door de politie. Ze zouden haar in de gaten houden als ze deze nacht weer langs de oude kade van Grave zou lopen. Dat was de plaats delict. Daar zouden ze haar gaan zoeken. Het enige dat haar vertrouwen gaf, was dat ze niet wisten dat juist zij degene was geweest die voor deze ophef had gezorgd.

c4b4d965275cea5ee56684eb470a7002a2FtYXRh
Na haar werk liep Kamatayan dit keer een andere route naar haar woning. Ze wist eigenlijk niet waarom, maar ze had gewoon het gevoel dat ze niet rechtstreeks naar huis kon gaan. Iets trok haar aan om anders te doen dan normaal. Het was al bijna donker toen ze de deur van de winkel uit liep. Over een week zou de tijd weer verzet worden wat Kamatayan een nog beter gevoel gaf. Ze had dan nog meer tijd in het duister. De drang naar een wandeling in de nacht kwam opnieuw opzetten. Ze wilde er niet aan toegeven, omdat ze mogelijk gezien zou worden door de politie, die zich aan de kade van de Maas op hield. Terwijl ze daar zo liep besefte ze zich dat het eigenlijk niet zo'n slecht idee was om anders te lopen dan normaal. Ze liep langs de Hampoort. In tegenstelling tot de Maaspoort, waar ze zo graag wandelde langs de kade, lag de Hampoort niet aan de Maas, maar gewoon langs de weg.


Toch trok iets haar aan bij de Hampoort. Een stukje geschiedenis spookte door haar hoofd. Als geboren inwoner van dit stadje kun je er niet omheen om meer van het verleden van deze roemruchte stad te weten dan een buitenstaander. De meesters die dit hadden gebouwd, eeuwen geleden, hadden zich op zeer strenge wijze aan de klassieke voorschriften gehouden voor de afmetingen proporties en opeenvolging van de `vijf zuilenorden´, dezelfde bijna dwangmatige stijl die ook werd gebruikt in de bouw van het paleis op de dam in Amsterdam. Kamatayan liep door de overdekte doorgang en keek naar de ribloze kruisgewelven. De doorgang, die aan de stadszijde uitmondt in een hal heeft twee knikken. Dat was ooit ontworpen als extra verdedigingsmaatregel. Door de knikken was het namelijk niet mogelijk om dwars door de poort te schieten.


Dit bracht Kamatayan op een idee. Zo in het donker was het ook onmogelijk om vanaf de straat te kunnen zien dat iemand in de poort liep. Niemand kon haar daar zien, zeker niet in het donker. Ze kon dan zo toeslaan, terwijl ze alle ruimte en rust had om haar daad te voltooien. Het feit dat de poort aan de rand van de stad lag was voor haar even vertrouwd als de kade aan de Maas. “Hier zou ik weer dichter bij de dood kunnen komen.”, bedacht Kamatayan zich. Een lugubere grijns van geluk verscheen op haar gezicht toen ze zich voorstelde hoe ze, met een mes, haar volgende slachtoffer haar zou helpen om dichter bij haar verlangen te komen. De vraag die dan bij haar op kwam was: “Hoe krijg ik hier iemand naar toe gelokt? Wie zou ik hier tegenkomen? Jarenlang liep ik langs de kade, zonder maar een enkele persoon te ontmoeten, tot gisterenavond.


Kamatayan genoot van haar tocht hier in het donker. Ze genoot van het fantastische bouwwerk dat “hampoort” werd genoemd. Ooit liepen hier soldaten doorheen. Ooit had dit gebouw dienstgedaan als ingang van een versterkte stadsmuur die de stad Grave beschermde. De stilte die dit gebouw nu met zich meebracht werd voor Kamatayan nog meer benadrukt toen ze aan het geweld wel veertig bronzen klokken zag hangen. De klokken waren omgekeerd tegen het gewelf bevestigd. Deze klokken zouden nooit geluid kunnen maken op deze manier! Het gaf de stilte aan die heerste in dit gewelf. Die stilte en dat geduld, waarmee deze klokken daar hingen, gaf Kamatayan het geduld om te wachten. Ze kon wachten tot een volgende slachtoffer zich zou melden. Ze kon wachten, in stilte, en zonder op te vallen. Niemand had haar gezien de vorige nacht. Niemand zou haar zien de volgende keer. Ze voelde zich veilig.
Even later liep ze huiswaarts. Ze had honger gekregen. Ze was helemaal de tijd vergeten door te fantaseren over haar nieuwe plannen. Wat was het heerlijk om vooruit te kunnen gaan kijken. Om naar iets uit te kijken wat haar een nieuwe “geluksbelevenis” zou gaan opleveren. Ze voelde niet alleen honger om te eten, maar de honger naar moorden was misschien nog wel groter. Ze voelde zich zo hongerig als een vampier, op zoek naar een nieuwe prooi. Zij, Kamatayan, genoot niet van het bijten, maar van het doden. Ze had de smaak te pakken en nu wilde ze die smaak weer proeven. Niets kon dat gevoel evenaren. Niets kon dat gevoel wegnemen. Het lot van Kamatayan was bepaalt! Ze was een moordenaar geworden!

De nacht die daarop volgde was als een straf voor een kind met huisarrest. Ze kon niet naar buiten. Ze kon enkel wachten op een goed moment. Ze moest deze nacht thuis doorbrengen. Ze moest wel geduld hebben en haar volgende moord op haar laten wachten. De dood moest even wachten. Kamatayan kwam moeilijk in slaap die nacht. Ze dwaalde in haar gedachten over de kade langs de Maas. Ze zag hoe de vleermuis opnieuw op vloog. Een vogel, onherkenbaar in de nacht, keek haar met grote ogen aan. Kamatayan liet zich opnieuw verleiden tot het plegen van dezelfde moord van de nacht er voor. Ze voelde opnieuw het ruwe oppervlak van het koude basaltblok in haar kleine handen. Ze voelde opnieuw die opwelling om toe te slaan bij het horen van de naderende voetstappen. Badend in het zweet werd ze wakker in haar bed. Ze keek om zich heen. Enkel het licht van de maan maakte het enige verschil, in haar slaapkamer, met een complete duisternis.

5dc9b491751d9ab5e6ad93638c5c124ba2FtYXRh
 

Ondanks het gevaar dat ze liep kreeg Kamatayan steeds meer de drang om weer te moorden.  De volgende dagen verliepen al net zo als de dag er voor. Ze walgde van de kassière. Ze kreeg steeds meer haatgevoelens jegens haar. Die vriendelijkheid, die overdreven aardige blikken. “Goedemorgen mevrouw. Wilt u zegeltjes? Wilt u pinnen of contant betalen?” En dan die bel steeds met de vraag of Kamatayan weer wat af wilde gaan wegen, walgelijk! De haat in het lichaam van Kamatayan groeide uit tot een toestand van radeloze angst, grote opwinding, onsamenhangend denken, amentie! Dit acute gevoel trad zo plotseling in haar lichaam op, dat ze zich weer een voelde met de dood zelf. Ze kreeg de drang om opnieuw een wapen te grijpen en iedereen in haar nabijheid te doden. Ze bedacht scenario's in haar hoofd hoe ze de kassière van haar leven zou gaan beroven. Met deze gedachte liep ze de rest van de dag grijnzend rond in de supermarkt.

Af en toe werd ze afgeleid door de versieringen van Halloween die aan het plafond hingen. De straat was versierd met geknutselde spoken en hier en daar waren voortuinen versierd met pompoenen. Pomona-dag noemden de Romeinen het duizenden jaren geleden. Ze offerden aan de goden. De Ieren offerden aan de doden. Nu is het een belachelijke feestdag geworden waarbij kinderen verkleed over straat lopen en aanbellen om een snoepje te krijgen. Kamatayan werd boos van deze gedachte. Ze voelde zichzelf zo diep verbonden met de dood dat ze zich niet serieus genomen voelde met dit feest. Toch was dit de dag, de avond dat ze zich elk jaar weer op en top voelde. Ze kon zich “doods” kleden en slechte gedachtes hebben. Nu had ze deze gedachtes heel de dag. Ze had de smaak te pakken van haar eerste moord. De kassière moest de volgende worden. Kamatayan besloot haar gangen naar huis te volgen. Ze wilde weten waar de kassière woonde. Na het werk volgde ze haar naar haar woning. Ze wist niet hoe ze heette, maar dat kon haar niets schelen. Toen ze er achter kwam waar ze woonde ging Kamatayan weer naar huis. Het wachten was op het juiste moment, Halloween.

31 oktober was de avond dat Kamatayan ging toeslaan. Ze wist dat de kassière die avond thuis bleef om snoep aan kindertjes uit te delen. Wat had ze een hekel aan deze vrouw! “Wie denkt ze wel niet dat ze is met haar overdreven vriendelijke uitstraling? Met haar eeuwige vrolijke glimlach?” Kamatayan maakte zich klaar voor deze avond. Ze haalde een kostuum uit de kast. Ze kleedde zich doods, waarbij ze zich zo goed voelde. Ze maakte zichzelf op, wat ze eigenlijk nooit deed. Vol zelfvertrouwen pakte ze uit haar houten messenblok. dat op de aanrecht stond, een vlijmscherp vleesmes. Ze dacht even terug aan het heerlijke moment waarop ze de watermeloen doorsneed. Ze bedacht daarbij hoe fijn het zou zijn om de keel van die vreselijke kassière door te snijden. Ze zag voor zich hoe het bloed uit haar hals over haar kleren vloeide en hoe het licht in haar ogen langzaam verdween.

Kamatayan wist dat ze een enorm risico ging lopen door in het openbaar en op een drukke avond dit te doen. Ze voelde er geen angst bij. Ze wilde dit. Dit was het moment! Nu moest het gebeuren. Ze had nu al een paar dagen niets meer gehoord van het politieonderzoek en Kamatayan voelde zich veilig. Ze was niet verdacht gebleken. Ze konden haar niets maken. Ze keek nog even naar de basaltblok die op haar vensterbank prijkte. Ze grijnsde en stak haar mes vervolgens onder haar kleding. Niemand zou in de gaten hebben dat ze moordzuchtige plannen had vanavond. Ze liep rechtstreeks naar de woning van de kassière. Ze zag nog net een paar kindertjes bij de voordeur weglopen toen ze de voordeur van de woning hoorde dichtslaan. “Ze is thuis. Ze gaat wat beleven”, dacht Kamatayan bij zichzelf.

Ze had genoeg gelegenheid gehad zichzelf te bezinnen van deze daad. Ze voelde de drang om het leven van de kassière te beëindigen. Het groeide in haar zoals nooit tevoren. Ze herkende het versnellen van haar hartslag en de droge mond, droge lippen en prikkende ogen. Ze dacht terug aan het moment dat ze in een opwelling een wildvreemde man met een basaltblok op zijn hoofd had geslagen. Nu stond ze in het donker en in een verlaten straat bij de voordeur van een voor haar walgelijke vrouw. Ze pakte het mes onder haar kleding vandaan en reikte haar hand naar de deurbel. Ze stak haar vinger uit en wilde op de deurbel drukken. Juist op dat moment hoorde ze stemmen van kinderen. Ze keek in de richting waar het geluid vandaan kwam en besloot haar mes terug onder haar kleding te stoppen. Ze zag drie kinderen lopen in haar richting. Ze keek schichtig om zich heen en besefte dat ze nog steeds voor de voordeur stond. De kinderen spraken haar aan en zeiden: “Jij bent mooi verkleed. Jij ziet er eng uit! Je bent net een moordenaar of een heks!” Kamatayan keek met wilde ogen naar de kinderen en zei met een duistere stem: “Dat ben ik ook! Pas maar op kindertjes!” Gillend liepen de kinderen weg in de richting van het centrum van Grave. Kamatayan voelde de drang om de kassière te grazen te nemen weer sterker worden. Ze keek opnieuw naar de voordeur en belde dit keer aan. Ze hoorde voetstappen naderen. Ze zag door het raam langs de voordeur dat het licht werd ontstoken. Kamatayan hoorde haar eigen ademhaling versnellen. Ze pakte het heft van het mes onder haar kleding stevig vast en trok het. Ze hoorde dat het slot van de deur werd ontsloten. Kamatayan keek ongeduldig naar de voordeur terwijl ze het mes onder de lange mouwen van haar kleding verborg. Ze wachtte tot deze werd geopend.

“He jou ken ik!”, zei de stem van de kassière. Kamatayan keek woedend naar de kassière, hief haar arm op en stak uit volle kracht het mes recht in de keel van de kassière. De kassière zakte meteen in elkaar. Kamatayan keek hoe ze op de grond viel en pakte met haar andere hand het hoofd van de kassière vast. Ze sneed met het mes haar keel nogmaals door. Nu stroomde het bloed er uit. Kamatayan stond even te kijken naar hoe de ogen van de kassière weg draaiden. “Wat ben je mooi!”, zei Kamatayan. “Wat fijn voor je dat je met hem mee mag. Ga maar gauw met hem mee. Ik ga weer.” Kamatayan draaide zich om en liep met het mes in haar hand weg in de richting van de oude Hampoort. Ze dacht ineens terug aan hoe het zou zijn om daar te mogen moorden. Ze besloot om daar te wachten tot iemand zou komen. Ze had de smaak te pakken nu! Ze wilde meer. Ze wilde vannacht meer! Alsof ze droomde liep ze over straat. Ze voelde zich intens gelukkig. In de verte hoorde ze sirenes van politiewagens, maar dat kon haar niet weerhouden van haar sterke gevoel.

Even later stond Kamatayan in de Hampoort. Ze stond net achter de bocht in de poort, precies zo dat niemand haar vanaf de straat kon ontdekken. Ze fantaseerde hoe het zou zijn om hier oog in oog te staan met haar grote idool, de dood zelf! Het mes droeg ze nog steeds in haar hand. Ze had het stevig vast. Het bloed wat op de grond drupte begon al te stollen. Ze hoorde in de verte van alles. Er werd vast gezocht naar haar, maar dat kon haar niets schelen. Ze was gelukkiger dan ooit. Ze had niets te vrezen. Ze was niet bang van de dood. Ze vergat de tijd en stond doelloos te wachten op wat er komen ging. Plotseling hoorde ze een stem: “Zoek” Ze hoorde verder niets. Opeens voelde ze iets dichterbij komen. Ze wist niet wat. Het was geen mens, maar het was wel een levend wezen. Het leek alsof het poten van een dier waren die over de stenen liepen. Ze hoorde het gehijg van een gestrest beest. Even later zag ze de kop van een hond. Zo snel als het dier kon rende het op Kamatayan af. Kamatayan was geen enkel moment bang en toen ze voelde dat het dier in haar arm beet stak ze direct in op zijn lijf. De beet verslapte direct en het dier viel piepend op de grond.

Kamatayan keek hoe het dier langzaam dood bloeide en had niet in de gaten dat een politieagent voor haar stond: “Laat dat wapen vallen!” zei een harde duidelijke stem. “Laat vallen dat wapen of ik schiet!” Kamatayan aarzelde geen moment om rustig op de politieagent in te lopen. “Weer een dode!”, dacht Kamatayan bij zichzelf. Ze hief het mes op en liep rustig verder. “Laat dat wapen vallen! Ik ga echt schieten!”, zei de harde stem. Het leek alsof het niet door drong bij Kamatayan. Ze voelde zich opeens koud worden vanbinnen. Het felle licht van een ontploffing verlichtte de Hampoort. Een harde knal galmde door de gewelven. Alsof  de oorlog die hier honderden jaren geleden had plaatsgevonden opnieuw zijn geluid weerkaatste. Kamatayan keek tevreden in de ogen van de politieagent en voelde hoe ze langzaam in elkaar zakte. Eindelijk kon ze nu bij hem zijn! Eindelijk zag ze zijn gezicht. Het voelde zo bekend. Wat was het fijn! “Wat ben ik blij om bij jou te zijn!”

www.sjoerdjong.nl

Reacties (13) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik ga hier even tijd voor uit trekken. Prachtig Sjoerd.!
wat een creapy horror verhaal zeg.!
maar wat ontzettend goed geschreven.!

dikke duim.!
Ik krijg hiervan de kriebels! Het begin verliep een beetje moeilijk, maar ik werd erin getrokken.
Heel goed beschreven hoe ze steeds meer verslaafd geraakt aan doden.
duim!
keilang verhaal! Uitstekend werk Storm! Spannend
Knap werk Storm goed geschreven en spannend Duim taco
Zo een very creapy artikel. Erg goed geschreven, en kreeg af en toe hartkloppingen bij die foto's. Duim wel goede samenhang met Halloween he...
In een ruk gelezen. Prima verhaal, mijn complimenten. DD