Maria Montessori

Door Shine gepubliceerd op Monday 15 April 16:59

 

Maria Montessori

Maria Montessori werd geboren in 1870 in Italië. Ze was een intelligente vrouw en na haar studie medicijnen werd zij één van de eerste vrouwelijke artsen in Italië. In de eerste jaren na haar studie kreeg ze te maken met arme kinderen met mentale achterstanden. Ze begreep dat deze kinderen hun achterstand voor een groot deel te danken hadden aan de kale omgeving.

Deze kinderen hadden behoefte aan een uitdagende leeromgeving en bewegingsvrijheid. Maria Montessori was van mening dat kinderen op die manier makkelijker zouden leren. Vervolgens verzorgde zij vanuit haar visie een opleiding voor onderwijzers van moeilijk lerende kinderen.

Tegelijkertijd studeerde Montessori pedagogiek. Hierna volgde een periode waarin zij haar ideeën ten aanzien van onderwijskundige zaken kon realiseren. Tegen het eind van 1906 kreeg zij de gelegenheid van de regering om haar ideeën uit te werken in devorm van een kindertehuis: Casa dei Bambini.

Tegen het einde van 1906 kreeg Maria Montessori een aanbod, dat haar in staat stelde een concrete richting te geven aan de chaos van ideeën en ervaringen die sinds een aantal jaren in haar woelde. In opdracht van de regering stichtte zij in de sloppenwijken van Rome haar ‘Casa dei Bambini’, waarin kinderen van wie beide ouders buitenhuis moesten werken, werden opgevangen en begeleid. Dit richtte zij in volgens haar eigen principes. Haar theorie werd bevestigd door de behaalde resultaten. Hiermee imponeerde zij mensen uit verschillende werelddelen. Haar theorie sloeg aan; men zag dat kinderen leerden vanuit eigen initiatief.

Maria moest vluchten voor Mussolini, hij stichtte een hoop traditionele scholen. Zij vestigde zich eerst in Spanje en daarna in Nederland. In Nederland stierf zij uiteindelijk op 6 mei 1952. Haar visie op goed onderwijs is in Nederland nog erg populair.

 

De methode

De basisveronderstellingen die ten grondslag liggen aan het Montessorimodel hebben vooral betrekking tot:

•                     De manier waarop kinderen zich ontwikkelen;

•                     De manier waarop de omgeving de ontwikkeling beïnvloedt;

•                     De manier waarop, gezien het bovenstaande, het onderwijs dient te worden ingericht;

•                     En, in verband met het voorgaande, het gewenste gedrag van de onderwijsgevende.

 

Montessori-onderwijs op de basisschool

Montessorischolen voor basisonderwijs wijken af van  andere scholen voor basisonderwijs in Nederland. De verschillen hier in zijn in een aantal punten samengevat door J., Koning en F., Kelpin in het ‘Ledenblad van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen’ in maart 1986.

 

Kenmerken van het Montessori-onderwijs:

•                     De speciaal opgeleide leerkracht

De Montessori-leerkracht heeft, net als elke andere leerkracht, het diploma voor leraar basisonderwijs nodig. Daarnaast moet een Montessori-leerkracht ook in het bezit zijn van een Montessori-diploma voor basisonderwijs. In de opleiding voor het Montessori-diploma leert de leerkracht de gedachten kennen waar Montessori vanuit ging bij het vormgeven van haar scholen.

 

•                     De voorbereide omgeving

Het inrichten van een klas voor een bepaalde leeftijdsgroep wordt in het Montessori-onderwijs ‘het voorbereiden van de omgeving’ genoemd. In de visie van Montessori wordt er vanuit gegaan dat een schoolbank waarin je stil moet zitten geen goed instrument voor kinderen is. Kinderen moeten zich in vrijheid kunnen ontwikkelen. In plaatst daarvan wordt er gebruik gemaakt van kleine tafeltjes en stoeltjes. Leermaterialen staan in open, goed bereikbare kasten.

 

•                     Verticale groepsstructuur

Kinderen van 4-6 jaar zitten in de onderbouw van de basisschool; van 6-9 jaar in de middenbouw en van 9-12 jaar in bovenbouw. In het Montessori onderwijs wordt er bewust voor gekozen om de klassen in te delen met verschillende leeftijden. Kinderen worden op deze manier in groepen geplaatst om een proces van continu leren en ontwikkelen mogelijk te maken.

 

•                     Vrijheid

In het Montessori-onderwijs wordt kinderen de vrijheid gegeven vanuit de overtuiging dat kinderen zichzelf het best kunnen ontwikkelen als ze in een voorbereide omgeving worden opgevoed door adequaat opgeleide begeleiders in een groep met verticale leeftijdsstructuur.

Kinderen zijn zelf de maat voor wat ze presteren: iedereen doet datgene wat kan zo goed mogelijk, naar eigen vermogen. Kinderen maken in dit onderwijs gebruik van tempovrijheid, niveauvrijheid en bewegingsvrijheid.

 

•                     Geen cijfers; zelfcorrectie

Het is de bedoeling dat de kinderen -gemotiveerd door het werk zelf- hun uiterste best doen. Omdat ze dit werk zelf mogen kiezen, kan deze gemotiveerdheid ook van ze verwacht worden.

Hierom, en omdat het kind zelf de maat voor zijn eigen presteren is, wordt in het Montessori-onderwijs geen cijferbeoordeling voor gemaakt werk gegeven. Er zijn hierbij dus ook geen cijferrapporten. De leerkracht houdt een registratie bij waarin vastgelegd wordt wat een kind gedaan heeft en hoe het datgene wat gekozen werd heeft verwerkt. Ouders kunnen over de ontwikkeling van hun kind met de leerkracht van gedachtes wisselen.

In veel gevallen corrigeren de kinderen hun eigen werk aan de hand van antwoordkaarten of     

-bladen.

 

•                     Materiaal

De leermiddelen waarmee wordt gewerkt, worden materiaal genoemd. Dit is grotendeels door Montessori zelf ontworpen. Na haar overlijden is dit overgenomen door haar medewerkers. Het materiaal heeft de eigenschap dat het kind het zelfstandig hanteert. Na korte introductie leert het kind zichzelf er wat mee. De korte introductie heet de individuele les.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Een prachtige vorm van onderwijs. Mijn zoon heeft met veel plezier op een montessori basisschool gezeten.