Hij gaf me nog even een knipoog

Door ZomaarIemandde1e gepubliceerd op Monday 28 October 02:45

Met het opheffen van het rookverbod in de kleine horeca is een stukje democratie hersteld!

In een klein buurtcafé, midden in de Amsterdamse Jordaan klinkt een vreemd geluid uit de bierpomp terwijl een paar laatste klodders schuimend drab op de bodem van een glas terechtkomen. “Krijg de kolere! Henk, sluit effies een nieuw vat voor me an. Sorry lieverd, Henk gaat een nieuw vat aansluite. Je zal dus effe op je biertje motte wachte. maar die krijg je dan van mijn.” Adrie vindt het allang best en knikt. Een gratis biertje is er toch weer een. “Wat is het weer lekker gezellig Bep, God meid dat is ’t een tijd niet meer geweest.” “Vertel mij wat ouwe… Ik hoef jou niet te vertelle hoe da komp. We ware bijna op de fles. Ik sweer het je, blind imme oge!”

In de hoek vlakbij het grote raam staat een bruin tafeltje dat zijn beste tijd al enige jaren geleden lijkt te hebben gehad. Een stapeltje bierviltjes onder één van de poten zorgt ervoor dat hij niet wiebelt. Een dik roodbruin tafelkleedje, koperen asbak en nog wat verspreide bierviltjes versieren zijn bovenkant. Een stoeltje, niet aangeschoven, staat daar alsof het op iemand wacht. Er zijn zo’n twintig klanten in het établissement, wat gewoon al redelijk druk is te noemen maar niemand lijkt aanstalten te maken om aan het tafeltje te gaan zitten.

“Heb jij Fred nog niet gezien Bep?”, vraagt een oude man met krakende stem terwijl hij een vale zakdoek tevoorschijn haalt. Bep kijkt onder haar lange, net iets te dik opgemaakte wimpers vandaan. “Ome Fred? Nee, nog zien gezien. Hij is wel laat hè? Ik hoop maar dat er niks is met hem. Ahh, ’t zal wel niet. Die komt nog wel. Ondertussen staat ze met een grijzige lap wat vaag over het roestvrijstalen rooster te poetsen met helaas maar weinig effect. Er klinkt opeens wat gestommel bij de deur en langzaam verschijnt er een blauwe rollator tussen de twee zware, roodfluwelen gordijnen vandaan. Er volgt een magere gestalte in een oud, smoezelig, geruite pak. Een petje ietsje schuin op het glimmende hoofd verraad al dat haren in die streek ontbreken. “Nou, as je ’t over de duvel heb… Verdomt as ’t niet zo is. Goeienavond ome Fred, borreltje zeker?!” Met zijn gerimpelde handen strak om de handvatten geklemd, begint hij de paar meter richting het tafeltje te wankelen. “Ja, jullie zulle niet over me lulle. Nou, je kan beter over me lulle dan van me vrete!” Met een zucht neem de man plaats op het stoeltje. Bep zet het borreltje voor hem neer op een viltje. Een zwartglimmende legging staat net iets te gespannen om haar achterwek. “Dank je wel schat. Wat zie je er weer lekker uit!” “Ooow heb ik zomaar sjans van ome Fred. Dank u wel ome Fred maar ik ben al voorzien.” De twee kijken elkaar glimlachend aan.

Fred, of zoals iedereen hem noemt ‘ome Fred’ is de oudst nog levende klant van de kroeg. Het is echt zijn stamkroeg. Hij kwam er altijd al graag, vroeger met zijn maten maar ook af en toe met Toos. Zijn Toos was hem helaas drie jaar geleden ontvallen. Daarna was hij bijna bij het meubilair van de zaak gaan horen. Kinderen hadden ze nooit gehad en na de dood van zijn vrouw was dit de plek waar hij nog onder de mensen kwam. Hij had veel van haar gehouden en ik kan me goed herinneren dat hij eens tegen me zei: “Nico, als ik je één raad mag geven, blijf bij je eerste wijf!” Voor mij was dit advies helaas al te laat na mijn tweede huwelijk maar ik heb nog vaak aan die woorden teruggedacht.

Na een nip van de borrel genomen haalde hij behoedzaam een bruin pakje sigaretten uit zijn binnenzak en een doosje lucifers. Hij stak er een op en terwijl de lucifer met een klein wolkje rook uitdoofde in de asbak, leunde hij tevreden achterover in de stoel. “Tjonge wat heb ik dit gemist.”, zei hij maar niemand merkte zijn woorden echt op. In de zomer ging het nog wel. Dan kon hij op zijn stekkie onder het zonnescherm op het terras zitten maar hij had erg opgezien tegen de herfst en winter. Vorig jaar was dit al zo. Niet dat hij iets tegen de koude maanden had maar de gezelligheid van zijn buurtkroegje. Dat te missen viel hem zwaar. Wat moet je doen? Tweeëntachtig jaar, een leven hard werken en roken vanaf je veertiende. Zijn longen waren inmiddels niet al te best maar dat leerde je hem echt niet meer af.

Later op de avond raakten we aan de praat en daarin gaf hij mij z’n volgende overdenkingen mee: “Weet je Niek, je komt en je gaat. Zo is het leven. Je kunt gezond leven en dan nog heb je geen garanties. Dat heb ik gezien met Toos. Als ze met me meekwam dronk ze hier koffie of fris en af en toe aan advocaatje. Ze leefde zo gezond mogelijk en kreeg toch kanker in d’r borst met uitzaaiingen zei de dokter. Niets meer an te doen. Met een paar maanden was ik d’r kwijt. Ik heb zo’n beetje alles gedaan wat God verboden heeft en ik loop nog rond. Denk je nou echt dat die gluipkuiven in den Haag er wat om geven? Geen sodemieter. As ze het zo belangrijk vinden waarom storten ze dan niet al dat geld wat ze aan accijnzen verdienen in de pot van de kankerbestrijding? Nee daar motte collectanten voor rondlopen. Die viezerik van een Klink. Zelf rookt ie ook en voor mij maakte hij het onmogelijk dat ik nog naar m’n kroegie kon. Dan dat schijthuis van een Bak Ellende met z’n schijnheilige smoel. Vergrijzing is een probleem, wij oudere zijn een probleem, terwijl wij godverdomme dit land weer hebben opgebouwd na de oorlog. Ouderen zijn dus een probleem maar we motte wel met z’n alle gezond leven. Begrijp jij d’r nog wat van? Het is allemaal het geld van die verzekeringen waarvoor ze zo slijmen. Gelukkig zijn we van die kolereleiers af! Of we het nu beter krijgen? Ach ik weet het niet maar ik kan tenminste hier weer zitten met me sigaretje. Hehe ik rook zelfs een paar dagen na me dood nog want ik laat me cremeren…”

Even later stond hij op. “Pas je goed op jezelf want een ander doet ’t niet hoor!” Hij gaf me nog even een knipoog en strompelde weer achter zijn rollator aan naar buiten. Vlak voordat hij door het gordijn liep klonk het van verschillende kanten: “Dag ome Fred!”. Omdraaien of een hand opsteken lukte hem niet maar als je goed luisterde kon je hem nog net: “Dag jongelui!” horen zeggen.

Voor ome Fred, mezelf en een heleboel andere mensen ben ik blij dat de vrijheid weer een beetje is teruggegeven. Kleinere cafeetjes kunnen nu weer zelf bepalen of ze rookvrij zijn of niet. Wie niet van roken houdt gaat naar een tent waar dat niet gebeurt of naar een grotere zaak waar het sowieso niet mag. Eindelijk een stukje democratie in wat zo langzamerhand steeds meer op een dictatuur is gaan lijken.
 

Reacties (10) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
leuke artikel ik wacht ook op meer!
Dank voor deze bijdrage :)
Goed artikel
Wat een leuke sfeervolle column Nico!
Als je dit zo opschrijft heb ik het idee dat ik ook in dat kroegje zit !
heeel moooi geschreven!
goede beslissing ! leuk geschreven
Grappig stukje