De melding van een verdacht pakketje, in een tijd van terrorisme dreiging

Door Pinoow gepubliceerd op Saturday 24 November 12:39

Voor veel mensen zijn politiemensen niets meer dan bonnenschrijvers. Lastige plaaggeesten die zich met hun lasergun achter iedere boom verschansen om de goudeerlijke automobilist te kunnen naaien op een paar kilometers teveel. Dit terwijl ze boeven zouden moeten vangen, uw gestolen bromfiets op zouden moeten sporen et cetera, et cetera.
Toch worden wij politiemensen naar de meest gekke, hilarische, onwerkelijke, verschrikkelijke, enge en gewelddadige gebeurtenissen gestuurd. Als de nood het hoogst is, is de politie nabij. Zo ook bij de melding die ik toen kreeg van het hoofdbureau.


Om 05.15 uur ging de wekker. Het was een zwoele zomernacht geweest. Het was al licht en het geluid van tientallen levendig zingende merels vulde de straat. Ik rekte mij uit en wreef de meeste slaap uit mijn ogen. Een plens koud water bij de wasbak deed de rest.
Na een langzame start en tijdens een snel ontbijt deed zapte ik de tv-kanalen af. Niets boeiends te vinden natuurlijk. Een enkel erotisch bedoelde tv-uitzending kwam nog voorbij, gevolgd door Tel sell en een nieuwsuitzending van de vorige avond. Ik kleedde mij verder aan, poetste mijn tanden en trok de deur achter mij dicht. Met de smaak van tandpasta nog in mijn mondhoeken sprong ik op mijn fiets, op weg naar mijn werk.

De frisse geuren van douchegel verdrongen de eerst zo muf riekende doucheruimte in de herenkleedkamer van het politiebureau. Het water verkoelde mijn lijf en ontspande mijn spieren. Ik hoorde collega's binnenkomen in de kleedkamer. Een geluid, dat leek op kruising tussen een rokershoestje en een scheet, maakte anderen aan het lachen.

Ik had mijn uniform aangetrokken en begaf mij naar de werkvloer. Het was 06:25 uur en er hing nog een geur van shoarma met knoflooksaus van de nachtdienst. Ik deed het raam een stukje open. Verse lucht vulde de ruimte. De radio werd uitgezet.

De chef van dienst van deed de briefing. Aandachtspunten in de wijk werden medegedeeld. Het was, mede door de minimale bezetting in de nachtdienst, erg druk geweest in de stad. De collega's hadden een aantal meldingen gehad en deden hun verhaal. Een man was onwel geworden in de Rijnstraat. Deze bleek later last te hebben van de ziekte van Heineken en kon niet meer recht op zijn benen staan. Er was wat overlastgevende jeugd, geluidsoverlast in een woning en een loos inbraakalarm. Een man was aangehouden als verdachte van mishandeling van zijn buurman. De man was zijn roes aan het uitslapen in het dagverblijf van het bureau. Alles stond in het processensysteem vermeld, aldus de collega's.
De nachtdienst had zijn werk gedaan en ging met wallen onder de ogen naar huis.

Ik kreeg te horen dat ik de 503 mocht bemannen, samen met Bert. De 503 is het roepnummer van de politieauto belast met meldingen, aangestuurd door het hoofdbureau. Bert kan ik omschrijven als een lange vent gezegend met een gevoel voor humor, een lengte van 1.90 m en een Amsterdams accent. Ik had nog nooit een slechte dienst gehad met hem.
Na het lezen en wissen van 25 e-mails sloot ik de computer af. Ik liep het bureau uit naar de binnenplaats. Ik startte de auto. Kennelijk was hier de door de nachtdienst genuttigde shoarma ook in vervoerd en ik deed alle ramen open. Ik logde in op de boordcomputer, waar de meldingen van het hoofdbureau naartoe verstuurd konden worden. Achterin de auto ordende ik alle middelen: Bezem, schep, afzetlint, brandblusser, klos touw voor het redden van drenkelingen, kogelwerende vesten, beademingskapjes, wollen deken, drenkelingendeken, alcoholapparaat, anti pepperspray vloeistof. Alles bleek compleet en uiteindelijk te vinden voor de komende dienst. Bert perste zich op de stoel van de auto achter het stuur. Met een geratel hoorde ik de stoel naar de achterste stand rollen om vervolgens met een dreun tot stilstand te komen.

Vanaf 07.30 uur begon het erg druk te worden in het verkeer. Lange rijen auto's stroomden binnen in de Rivierenbuurt. De opvallende strepen op de politieauto deden hun werk. Spontaan werden mensen coulant in het verkeer, legden zij hun mobieltjes haastig op hun schoot of in hun carkit. Kruisingen werden vrijgehouden en mensen stopten zelfs voor oranje. Veiligheidsgordels werden haastig omgedaan. We bekeurden enkele verkeersdeelnemers die het echt niet snapten.

De portofoons die wij bij ons droegen, bleven berichten spuwen. Op het kanaal van het hoofdbureau begon het berichtenverkeer drukker te worden: Een schietpartij in de binnenstad, een overval op een supermarkt in West. Een koe in de sloot in Aalsmeer. Een straatroof in de Bijlmer, waarbij de verdachte werd vastgehouden door marktkooplui.

“Meestal moeten we het hebben van oplettende burgers”, zei Bert. “Echt wel”, beaamde ik. Ik trok de schillen van mijn banaan en nuttigde het welkome fruit. Dit om een goede bodem te leggen voor de automatenkoffie die anders raar kon vallen. Bert stuurde richting het bureau terug.

Binnen werkten we onze paar bekeuringen af. Ik bood de arrestant in het dagverblijf koffie en een broodje aan en gaf hem wat te lezen. Een walm van oud zweet en bier deed mij de deur snel weer dichtdoen. Daarna tapte ik twee capuccino voor mij en Bert.

Melding
“503 komt u uit voor het HB over,” hoorde ik over de portofoon. “Hier de 503 HB,” antwoordde ik. “Wilt u gaan naar de Amstelkade nummer 98. Daar is de melder die een apart verhaal heeft over een verdacht pakketje.” “Onderweg HB,” gaf ik door.
Bert en ik lieten onze capuccino staan en haastten ons naar de auto. Via de President Kennedylaan en de Waalstraat reden we naar het opgegeven adres. Bert belde aan bij de woning. Een vrouw deed open en zij begon gelijk te vertellen:
“Wat fijn dat u zo snel bent gekomen. Ik zag net een man met zo'n PLO sjaal aan de overkant van de gracht lopen. Hij had een lange baard en zag er heel gevaarlijk uit, echt zo'n terrorist. Hij had een pakketje in zijn hand en een schep. Hij heeft dat pakketje daar begraven en was zenuwachtig om zich heen aan het kijken toen hij dat deed. Volgens mij zijn het drugs of het is iets gevaarlijks.”

http://plzcdn.com/ZillaIMG/39d19b52ba604f9b3d2f14646b25bbb8.jpg

Bert en ik reden naar de overkant van de gracht, de Josef Israëlskade op. Wij stopten bij de aangewezen plek. Langs de kant van de gracht lag een groenstrook. Even verderop zagen wij dat er grond was omgewoeld. Ik pakte de schep uit de auto. Voorzichtig liepen wij tussen een mijnenveld van hondendrollen naar de donkere plek in het gras. Ik begon te graven. Al gauw bleek dat het plastic waar de schep van gemaakt was, beter was bestemd voor het opruimen van glasscherven van aangereden auto's en niet voor het omspitten van aarde. Na 20 cm te hebben gegraven, zag ik een pakketje. Ik zag een deel van een afgesloten transparante sealbag in de grond zitten. Het was zo'n soort zak waar ze grotere hoeveelheden drugs in bewaarden. Ik keek naar Bert. Hij knikte. Spanning maakte plaats voor nieuwsgierigheid. Ik pakte een paar rubberen handschoentjes uit mijn achterzak en trok deze aan. Langzaam en voorzichtig begon ik aan een van de hoeken van de sealbag te trekken. De zak kwam tevoorschijn. In de zak was iets ingewikkeld in een lichtblauwe doek, vol met Perzische versieringen. Ik keek om me heen. Er was niemand te zien. Ik haalde de doek met inhoud uit de sealbag. Wat het ook was, het was niet zwaar. Het voelde een beetje zacht en het was een beetje in te drukken. Langzaam vouwde ik het doek open. Bert zat op zijn hurken naast mij en zat er met zijn neus bijna bovenop. We bulderden van het lachen toen we het lijkje van een dode kanariepiet uitgepakt hadden.
“Wat is dit nou weer?” zei Bert. We kwamen niet meer bij.

De sealbag hebben we in de dichtstbijzijnde vuilnisbak gedeponeerd. “Dat is beter voor het milieu,” zei ik. De kanariepiet hebben we weer terug in zijn doodskleed gewikkeld en begraven. Zo zie je maar weer, niet alles is wat het lijkt. Toen we ongeschonden door het mijnenveld van hondendrollen terug waren gekomen bij de politieauto, heb ik de meldster nog even gebeld en gerustgesteld. Vervolgens koppelden we de melding terug aan het hoofdbureau, ook daar werd op de achtergrond gelachen. Tijdens de lunch op het politiebureau hebben we het verhaal nog verteld. Ik ben tegenwoordig werkzaam op een ander politiebureau in de regio, maar elke keer als ik Bert tegenkom denk ik terug aan die melding met dat verdachte pakketje.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Hilarisch.
Bedankt voor het delen en ik was weer fftjes helemaal terug.