Geschiedenis van schiedam vervolg 2

Door Anja57 gepubliceerd op Friday 28 September 12:08

Met de opkomst van de branderijen, in de plaats van het aflopende haringvisserijbedrijf, rond 1650, begint een periode van welvaart en uitvoering van belangrijke openbare werken en bouwwerken, bron scyedam,

waaronder aanpassing van de Buitensluis (1767), een nieuwe sluis in de Dam (1779) waarbij de Schie zijn oorspronkelijk beloop terugkrijgt.

 

het Proveniershuis (1759)

werd in twee delen gerealiseerd. Het eerste deel werd in de periode 1756 tot en met 1758 gebouwd. Het tweede van 1759 tot en met 1761. In 1770 woonden er 58 proveniers (een provenierder of provenier is iemand, meestal uit de gegoede burgerij, die zich had ingekocht met een som geld of ander bezit had afgestaan), het maximum dat ooit werd bereikt. In 1827 woonden er nog drie en in 1834 overleed de laatste. In 1846 werd het (beheer over het) Proveniershuis overgedragen aan de Magistraatsarmenkamer. Na nogal wat geharrewar over de vraag wie nu eigenlijk eigenaar van het gebouw was, besloot de gemeenteraad op 17 april 1863 dat het de gemeente was. Beheerder bleef het Burgerlijk Armbestuur, seder de Armenwet van 1854, als voortzetting van de Magistraatsarmenkamer. Op 1 januari 1965 werd de Bijstandswet van kracht en op 22 februari van hetzelfde jaar ging ook het beheer van het pand over naar de gemeente.

 

 

de Korenbeurs (1786),

Deze voormalige koopmansbeurs, één van de pronkstukken uit de Schiedams jeneverindustrie, is meer dan 200 jaar oud. De bouw start in 1787 onder leiding van de Rotterdamse architect Carlo Giovanni Giudici.

Vijf jaar later wordt de beurs opgeleverd en vanaf dat moment trekken dagelijks honderden branders en distillateurs uit het hele land naar Schiedam. Op de binnenplaats, die toen nog niet overdekt was, wordt luidruchtig gehandeld in moutwijn, granen en spoeling. Er heesrt een lichte chaos die vergelijkbaar is met de beurs op Wall Street. Rechts van de Korenbeurs, aan de Dam 2 is in die tijd Koffijhuis De Beurs gevestigd, waar verhitte handelaren even kunnen uitblazen.

Ruim 125 jaar blijft De Korenbeurs in gebruik als handelscentrum. Door de opkomst van de spiritusalcohol, die de moutwijn en granen overbodig maakt moet De Korenbeurs 1n 1918 haar deuren sluiten
 

de Lindenhof (1779),

 

het St. Jacobs Gasthuis (1789

Arme zieken die niet thuis konden worden verzorgd, kwamen naar een gasthuis, zoals het Schiedamse Sint-Jacobsgasthuis en het Leidse Katherijnegasthuis. Tegen betaling van een inkoopsom konden mensen in een gasthuis levenslang een eigen kamer krijgen. Het kapitaal dat werd opgebouwd door deze inkoopsommen en giften, stelde de gasthuizen in staat ook armen in het huis onderdak te geven. Iets duurder en chiquer dan de gasthuizen waren de proveniershuizen, ook wel oudemannen- en oudevrouwenhuizen.

De opkomst van de weeshuizen in de zestiende eeuw werd meer veroorzaakt door de norm dat armen niet mochten bedelen dan door het aantal arme wezen in de betreffende stad. In de stedelijke weeshuizen werden alleen wezen opgenomen waarvan de ouders het burgerrecht hadden bezeten. Daarnaast nam het weeshuis alleen die kinderen op die tot volledige zelfstandigheid opgeleid konden worden. In een enkel geval richtte een stadsbestuur, dat verantwoordelijk was voor de ondersteuning van alle plaatselijke armen, een weeshuis op waarin alle wezen konden worden opgenomen, zoals in Delft. Dit in 1579 opgerichte weeshuis bood onderdak aan zowel volle als halve wezen, verlaten kinderen en soldatenkinderen. Zij werden gevoed, gekleed, gehuisvest en kregen er onderwijs. Een wees verliet het weeshuis zodra hij of zij volledig zelfstandig was.
 

en de Havenkerk (1795

Tussen 1770 en 1803 worden 12 stenen windkorenmolens gebouwd, waaronder De Drie Koornbloemen, de Palmboom, de Vrijheid, de Walvisch en de Noordmolen.

 

De aanleg van de spoorlijn tussen Rotterdam en Den Haag in 1847, met een station voor Schiedam, geeft een aanzet voor stadsontwikkeling in oostelijke richting. Ook uitbreiding naar het westen komt op gang.

De Nieuwe Waterweg komt in 1875 gereed. In Schiedam leidt dit niet tot aanzienlijke uitbreiding van de havenfuncties maar tot vestiging van grote scheepswerven (Gusto 1905, Wilton-Fijenoord 1920) en daarmee samenhangende omvangrijke woningbouw en bevolkingstoename in het zuiden van de stad.

Het moeras- en krekengebied tussen Nieuwe Maas en Vlaardingerdijk wordt in 1908 opgehoogd met baggerspecie uit de Waalhaven, waarop rond 1914 het Sterrebos en het Volkspark worden aangelegd en in 1925 het Julianapark. In het Volkspark ontstaat het eerste volkstuinencomplex van Nederland. Gedeelten van deze groenvoorzieningen worden alweer vanaf 1916 gekapt voor industriële bestemmingen en voor woningbouw in het westelijk stadsdeel.

 

Door de aanvankelijk eenzijdige groei naar het zuiden ontwikkelt Schiedam zich niet concentrisch om zijn oorsprong, met versterking van de centrumfuncties. Ook als de stad zich in de 20e eeuw in oostelijke en westelijke richting sterk uitbreidt, houdt de ontwikkeling van het centrum daarmee geen gelijke tred. De groei van de haven en de city van Rotterdam trekt activiteiten aan die daardoor aan Schiedam voorbij gaan. Daar komt bij dat de verbindingen van de nieuwe Schiedamse wijken met Rotterdam en het station , zoals de BK-laan en de Overschiesestraat, niet door het centrum gaan maar erlangs, via de Koemarkt en de Broersvest.
Pas door uitbreidingen na de Tweede Wereldoorlog in Nieuwland en later in Schiedam-Noord, mogelijk gemaakt door toevoeging in 1941 van de gemeente Kethel en Spaland aan het Schiedamse grondgebied, wordt de centrale positie van de oude kern -althans in geografische zin- hersteld.
Deze gebiedsuitbreiding plaatst de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente in een geheel nieuw perspectief. De insluiting door krappe gemeentegrenzen wordt doorbroken en er kan en moet rekening worden gehouden met eisen van regionale en landelijke infrastructuur.
 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Leuke info