x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

Winkelen in Schiedam en met lekkerbekjes thuiskomen

Door Prlwytskovsky gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Gezellig door het winkelcentrum lopen. Nou gezellig. Zo denkt iedereen erover en dus is het er erg druk. Maar loop even met mij mee en kijk ....

Op mijn dooie akkertje kuier ik door het Schiedamse winkelcentrum aan de Zwaluwenlaan. Dat ik niet de enige ben met dit idee blijkt uit een wandelpad vol met sjokkende en schuifelende mensen. De chicane bij het groenteboertje is versperd met pratende mensen die ook zo nodig hun fiets mee moeten nemen in plaats van dat zij hun rijwiel in de doorgangen plaatsen. Met moeite kun je er net langs. Een rijwiel, als uitdrukking, klinkt eigenlijk toch vele malen zachter dan ‘een fiets’, nietwaar?

Verbaasd kijken de wegversperders(sters) mij aan als ik mij al mopperend door hun blokkades heen wurm. Zelfs hier, in deze smalle passage is sprake van filevorming; een menselijke wel te verstaan. Rot op, ga ergens anders staan ouwehoeren, denk ik dan.

Maar niet getreurd. Ik sla rechtsaf en kuier de doorgang in waar een zekere A.Heijn zijn nering drijft en ook de ING van zich doet spreken want bij hun flappentap moet ik even zijn. Altijd handig om een eurootje op zak te hebben vind ik, dus ik ruk er tien uit de muur; meer een wanhoopsdaad dan dat ik dit verstandelijk kan beredeneren.

De hele week al loop ik met het idee rond om een paar lekkerbekkies te scoren bij de plaatselijke visboer, dus voeg ik nu de daad bij het woord en loop terug en sla bij de bloemenboer rechtsaf, om dan via de horlogeboer bij de visboer uit te komen. Mijn verbazing wordt geschertst doordat er niemand in de zaak staat: ik ben de enige. Of de eerste of misschien wel de laatste? Wie zal het zeggen.

Een jongeling komt handenafvegend aangelopen en vraagt of hij mij kan helpen. Hij doet dit met een ontzettend geaffecteerde uitspraak waarbij hij de indruk wekt alsof hij continu met een hete aardappel in zijn mond rondloopt.
“Lijkt mij wel handig als je mij wilt helpen want dan kom je nog eens van je ambulante handel af.” Pareer ik. “Wat mag het zijn?” Hete aardappelt hij door.
“Doe mij maar twee lekkerbekkies.” Zeg ik. “Aan twee kanten gebakken graag.”
“Die zal ik dan vers voor u bakken.“ Zegt hij droog, en vraagt mij even geduld te hebben.

Een klein krom omaatje komt, gebukt leunend op een stok, de zaak binnen strompelen; haar rollator achter zich aan slepend. Waarom zou je eigenlijk een rollator voor je uit duwen en er op leunen? Nieuwsgierig snuffelt zij langs de vitrines en houdt stil bij de makrelen. Hete aardappel vraagt of hij haar kan helpen.
“Zijn deze makrelen vers?” Vraagt oma.
“Ja mevrouw, alles wat u hier ziet is vers.” Hij verkoopt haar een makreel bijna zo dik als mijn onderarm. Zij geeft zeker een feestje in de bejaardensoos, dacht ik?

Oma strompelt met haar aankoop de winkel uit en ik zeg tegen die hete aardappel: “Je had moeten zeggen dat die makrelen er al 4 weken liggen, hahaaaa geintje.”
“Nee nee mijnheer, dat doen wij niet; wij moeten onze naam hoog houden en eerlijk antwoordden op de vragen van klanten.”

Pfffff … dat heb ik weer, een humorloze vispik.

“Nou oké, als je dan eerlijke antwoorden geeft aan je klanten kun je mij dan vertellen waar de leefgebieden van lekkerbekkies zijn, waar worden die gevangen?”
De jongeling kijkt mij schaapachtig aan en is letterlijk uitgeluld.
“Dat zou ik zo niet weten mijnheer,” herroept hij zich: “maar ik kan het voor u navragen.”
“Doe maar geen moeite.” Zeg ik en reken mijn lekkerbekkies af.

Ik wandel de winkel uit en loop naar de doorgang bij de marskramer naar de parkeerplaats, maar die doorgang is nu rijkelijk voorzien van fietsen. Daarnet met die pratende mensen met fietsen wilde ik niets liever maar nu de fietsen massaal in de doorgang staan is er weinig ruimte voor een gehaaste passant als ik. Vrouwen met overbeladen tassen, alsof er een hongerwinter aanbreekt, proberen die tassen aan hun rijwiel te hangen.
Ik hoor een hoop herrie en zie dat er een tas niet al te zachtjes van een fiets lazert. Hartgrondig staat de vrouw te vloeken. “Wat is dit nu voor een taal voor een dame.” Scherts ik, maar ze reageert niet.
Is dit contactarmoede van deze vrouw of gaat het dieper, naar een moeilijke jeugd of misschien zelfs zover terug  naar die mislukte verkering met een vriend die destijds in een corsetterie werkte en daarbij zijn klanten betaste door hun op te meten, wat op zich werd ervaren als een gewenste intimiteit?

Mijn lekkerbekkies smaken heerlijk, vers wit boterhammetje erbij en wegspoelen met een beker volle melk.
Tja, ik ben gezond bezig.

©Prlwytskovsky.

Reacties (12) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
@Babbelaarstermetdiepgang: Nee! Ben doorgelopen. ;)
Je laat het water in mijn mond lopen met die oerhollandse lekkerbekjes! Dat ga ik vast eten als ik terug in Nederland kom! Grappig geschreven, maar je mag wel een ietsje pietsje vrouw vriendelijker worden hoor... ik twijfel eraan of je die vrouw haar boodschappen wel hebt helpen oprapen... ;)
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
@Henie: Dank je.
@Mippel: Ik dank je.
@Stormerwout: Okè, en bedankt.
@Leny: Ruiken zeker lekker ja. Dank voor je reactie.
@Arcade2202: inderdaad weinig humor meer op straat. Ze waren heerlijk: die bekkies.