Boedha en het boedhisme

Door Lathica gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

De bevolking van Noord-India had zich in de 6e eeuw ontwikkeld van een groot aantal nomadische stammen tot gevestigde agrarische gemeenschappen, die geregeerd werden door adellijke families of koningshuizen. Het was een tijd van sociale veranderingen en nieuwe ideeen. Tot de belangrijkste ideeen behoorde het boeddhisme, dat zich geleidelijk ontwikkelde tot een wereldreligie.

HET LEVEN VAN BOEDDHA:

Er bestaan veel levensbeschrijving van de stichter van deze nieuwe leer, maar de hoofdlijnen schijnen duidelijk. Siddharta Gautama (ca. 560-483 v. Chr.), die later Boeddha zou worden, was de zoon van Sjuddhodhana, koning van de Sakya's, en koningin Maya. Zijn geboorteplaats het woud Lumbini, bevindt zich in de noordelijke uitlopers van de Gangesvallei. Na een onbezorgde jeugd besloot de prins, getroffen door het menselijk lijden, te breken met het verleden en door meditatie de hoogste waarheid te zoeken. Ten slotte, na jaren van afzondering, werd hij 'verlicht', gezeten onder de asvattha-boom (vijgeboom) bij de rivier de Nairanjana. Dit werd hierdoor een van de heiligste plaatsen van het boeddhisme; stekken van deze boom werden naar verschillende boeddhistische landen gebracht en opgekweekt tot nieuwe bomen. Spoedig hierna hield Boeddha zijn eerste prediking in het dierenpark Rsipatana te Banares, waardoor hij het Wiel der norm in beweging zette. De boeddhistische leer is een middenweg die de uitersten van vernedering en overgave mijdt. Zij aanvaardt de basisgedachte van het hindoeisme - wedergeboorte en de wet van het karma - maar concentreert zich door middel van ascetisme op de verlossing. Volgens Boeddha is begeerte de oorzaak van alle lijden. Het zich vrijmaken van de begeerte koon bereikt worden door het Achtvoudige Pad te volgen. Dan zou men het nirvana bereiken, de volmaakte eindtoestand waarin de wedergeboorte eindigde. De toestand van het nirvana kon het beste worden bereikt door kloosterdiscipline; de orde der monniken (Sangha) was afhankelijk van de steun van de gemeenschap. Boeddha zelf heeft over geheel Oost-Azie gepreekt en ondervond steun van de heersers en de opkomende koopliedenstand, Toen hij op gevorderde leeftijd 'het nirvana binnenging' liet hij een goed georganiseerde kloosterorde achter, maar geen geschreven regels.

VERBREIDING VAN HET BOEDDHISME:

Gedurende 2 eeuwen breide het boeddhisme zich geleidelijk uit, ondanks interne moeilijkheden, veroorzakt door o.a. de brahmanen, die hun bevoorrechte positie bedreigd zagen. Toen echter de Indiase koning Asjoka tot het boeddhisme overging, verbreide het zich onder diens machtige bescherming snel. De oudst bekende stupa's, bouwwerken met een karakteristieke vorm waarin relieken werden bewaard, behoren tot die periode. Door Asjoka's invloed werd het boeddhisme ook op Ceylon ingevoerd, waar het 22 eeuwen de heersende godsdienst is gebleven. Gedurende de volgende eeuwen verspreide het boeddhisme zich verder in India, met  centra in Centraal-India, Maharashtra en Andhra Pradesh, waar boeddhistische kunst en architectuur bloeiden. Het boeddhisme was altijd onderhevig aan afscheidingen; vergaderingen, georganiseerd om eenheid te bereiken, hadden meestal het tegengestelde effect. Vroeg in de christelijke periode had zich een scheiding ontwikkeld tussen de aanhangers van het grote, betere pad (Mahayana) en het kleine, mindere pad (Hinayana). De eerstgenoemden hadden monniken, maar benadrukten het ideaal van de vrome leek die zijn medemens voortdurend bijstaat met zijn kennis en medeleven. De historische Boeddha en eerdere boeddha's werden als goden vereerd, evenals andere wezens die een hoge graad van volmaaktheid hadden bereikt. Het Hinayana bleef dichter bij de oorspronkelijke leer, hoewel het ook volkselementen opnam en een afbeeldingskunst ontwikkelde.

DE VERSPREIDING BUITEN ZUID-AZIE:

Vanaf het begin van de christelijke jaartelling heeft het boeddhisme zich vanuit Zuid-Azie verbreid. Beinvloed door het tauisme was het rond de 6e eeuw in China geworteld; het verspreide zich van daaruit over Korea en Japan. In de 8e eeuw vestigde het boeddhisme zich in Tibet en ontwikkelde zich tot lamaisme door het opnemen van elementen uit het volksgeloof. In Zuidoost-Azie heeft de invloed van Mayahana, voornamelijk uit Bengalen, geinspireerd tot grote monumenten zoals de Borobudur op Centraal-Java (9e eeuw) en Ba-yon in Cambodja (12e eeuw). De grote uitbreiding van Theravada ( de kloosterversie van de Hinayana) won aan kracht in de 11e eeuw toen de Birmaanse koning Aniruddha er de staatsgodsdienst van maakte. In de 13e eeuw werd het de officiele godsdienst in Thailand; het verspreide zich weldra over Laos en Cambodja, waar het, evenals op Ceylon (Sri Lanka) en in Birma, de overheesende godsdienst is gebleven. Het boeddhisme heeft Ceylon en het vasteland van Zuidoost-Azie een sterke ideologie en een hoge ontwikkeling van het onderwijs geschonken. Tevens heeft het bijgedragen tot grote prestaties in de beeldende kunsten. Het verbazingwekkende tempelcomplex van Pagan (Birma) en de schitterende pagoden van Mandalay, Bangkok en Ayuthia bewijzen de kracht van een geloof dat tot zulke monumenten inspireerde.

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Schitterende reportage over Boeddha, Mooie foto's ook. Duim taco