In ieder pindaatje zit Jezus.

Door Weltevree gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Je gelooft je oren niet, maar zon uitspraak blijft onbewust wel levenslang hangen. Pasen is dus eigenlijk net een pot pindakaas.

1955. Wij zijn dat gezin van toen geluk nog heel gewoon was. 

 

Er gebeuren dingen die ik nog niet goed begrijp. 

Het gaat meer om de sfeer die voelbaar is. Door de week schuurt ’s morgens bij de koude kraan snel en onzachtzinnig een ruw washandje over mijn lijf. Uitdrukkingen op gezichten, vrij rondvliegende handen. Al dan niet veilig, opletten geblazen of niet, maar zodra papa thuis is ontspan ik. Nog niet op de kleuterschool doe ik meegaand een middagdutje, of althans dat probeer ik braaf. Inmiddels weet ik wel dat ik op mijn tellen passen moet anders zwaait er wat. Waarmee of waaraan ik dat verdien is volkomen onvoorspelbaar en onduidelijk.


Zaterdagavond. 

Mijn broer en ik zijn om de beurt in de teil geweest voor de wekelijkse grote warme wasbeurt. Broer, ma en pa zitten aan de woonkamertafel. Zoals gebruikelijk wacht ik in de hoek op de grond en klem mijn pop vast. Liesje, die niet mag worden gewassen, want ze is van papier-machée. Ze heeft geen echte haartjes, maar ze lacht altijd zo lief en heeft pietepeuterig leuke vingertjes. Met nageltjes en al. Ik ben in en in gelukkig, kijk met bewondering omhoog. Daar, ver boven mij verheven, gebeurt het onuitwisbare.

 

Geluk, gehuld in doodse stilte. 

Het tocht onder de schuifdeuren door, de kokosmat waarop ik zit snijdt dwars door het flanel van mijn pyjama in mijn billen.  Op de schoorsteenmantel tikt de pendulege ruststellend en de kachel daaronder is gisteren weer glimmend gepoetst. Ik kan me er bijna in spiegelen, maar blijf ver uit de buurt want hij brandt. Het mica in het deurtje kleurt af en toe roodgloeiend. Pa zit over de tafel gebogen tegenover mijn broer, die met zijn kin op de handen vastberaden zint op de winst. Aan de kopse kant van de tafel zwijgt mama, maar haar lippen knijpen ritmisch op elkaar. Ze stopt sokken, kan dat beter dan  andere mama 's en bij iedere keer dat de naald de lucht in gaat wordt de omgedraaide halve maan van haar mond een tikje smaller. Ze lijkt tevreden, maar frontst toch wat en de stille mannen zijn tot op het bot geconcentreerd. Ik ken het ritueel. Straks is het spelletje Halma klaar en mag ik bij hen zitten. Mijn haar is bijna droog. Over zoveel minuten komt het tableau vivant opnieuw tot leven, wordt alles omgebouwd. Dan verdwijnt de rieten stopmand met het gekleurde garen in de linnenkast en verschijnt de zaterdagse lekkernij op tafel. Op het oude, doormidden gescheurde, “Vrije Volk”, de krant die mijn vader dagelijks na het eten leest, in de leunstoel bij de kachel.

 

We krijgen allemaal een bultje ongepelde pinda’s

Moeten stil zijn terwijl we naar de distributie luisteren. Iets met knetterende kiezelstenen, piepende deuren en enge mensen die fluisteren dat het mes te gevaarlijk is. Pinda's om te doppen, maar ik kan dat nog niet zo goed als zij. “Dan moet je op dat randje drukken,” doet pappa voor, maar het blijft moeilijk, die harde doppen zijn te sterk voor mij. Mijn vader helpt me vaak terwijl iedereen zwijgend zit te muizen tot het hoorspel is afgelopen.

“Weet jij wel, Doraleintje poppendeintje, dat in iedere pinda Jezus zit?” vraagt hij die zaterdag.
Ik weet niet wat ik hoor. Een man in zo'n kleine pinda? Hij knikt en de rest zit mee te kijken.

“Echt waar? Onze Lieve Heertje, pappa? Hoe komt hij daar dan in?”
“Ja kindje, dat weet ik niet.” Wat hoor ik nu? Dat kan toch niet? Weet papa iets niet?
“Het is nou eenmaal zo, kindje.” Mijn broer snuift, want ach, zoals zo vaak ben ik te klein om dergelijke wijsheid te bevatten. Pappa blijft aardig en buigt zich helemaal over naar mij. 

“Zal ik het je laten zien?” Natuurlijk knik ik heftig. Jezus zien, wie wil dat nou niet? Hij zoekt de grootste pinda uit mijn stapel, komt nog dichter naar me toe en opent hem. Krak. Met voorzichtige gebaren ontdoet hij één van de beide nootjes van zijn donkerrode jasje. Meestal eet ik ze op met huid en haar, maar volgens mijn vader komt er dan looizuur in je keel.

“Kijk, lieverd, let maar eens op.”

Papa fluistert het bijna en voert de spanning op tot ongekende hoogte. Langzaam schuift hij de beide blote nootdelen uit elkaar en kijkt dan verwachtingsvol naar mij.
“Kijk, zie je Doorke? Daar is Jezus, lieverd.”

Inderdaad, het is echt waar.

Nu ik heel goed kijk zie ik het gezichtje, de baard en zielig toegeknepen oogjes.
Vol ontzag kijk ik op. Ziet mijn broer het ook? Hij schiet echter in de lach. Om mijn kinderlijke verwondering of om dit majestueuze wereldwonder? Wie had nou toch verwacht, dat die zielige man aan het kruisbeeld boven de deur zich in iedere pinda kon verstoppen?
Natuurlijk moet ik vanaf die zaterdag iedere pindaatje bekijken.

Het is wel een beetje jammer dat Jezus er nooit meer precies zo echt uitziet als die ene speciale keer. Soms is het Jezuske mismaakt, heeft hij geen neusje meer. Een andere keer missen de treurende oogjes, maar meestal is zijn baardje er toch wel.

 

 

In de lente blaas ik zwevende helikoptertjes met tere zaadjes weg

Pappa zegt dat daardoor straks op andere plekken opnieuw een bloempje geboren wordt. Ik begrijp niet hoe dat kan. Verwonderd vraag ik hem wie de pluisjes heeft gemaakt, die vorige week nog gele blaadjes waren. 

 

“Lieverdje, geen één mens is zo machtig. Denk er maar eens héél goed over na, Doorke. Ken jij iemand die zelf een paardenbloempje maken kan?” Nee, zo’n grote uitvinder ben ik nog nooit tegen gekomen. Niet in mijn hele levenslange vierjarige leven. Zelfs mijn grote broer kan zoiets niet.

“Toch staan er honderden van in de wei. Zo groots is Lieve Heertje. Voor zulke wonderen zijn wij mensen veel te klein. De natuur, met alles erop en eraan, ook zogenaamd ONkruid moet bestaan of een nietszeggende bloempje. Het is alles een deel van de grootse magistrale schepping die perfect klopt. Iedereen die denkt het beter te kunnen dan de voorzienigheid, snapt niets van wat sommigen God noemen.”

 

Mijn vader weet veel van 'binnen-in-zaken'

Wonderschoon kan hij met muziek praten. Huilen kan papa zelfs op zijn klarinet. Fluisteren, lachen, kibbelen en schateren, maar ook stil verdriet fluit hij in gevoelige noten, die ik vanbinnen voel. Ik geloof niet dat de rest van de familie dat óók hoort. Het lijkt of zij binnenin de buik geen mee-tril-snaren hebben. 

Zodra het onweert neemt hij me op de arm om samen naar de donderbui te kijken, maar mijn moeder is er bang van, in paniek. Met gewijde takken blijft ze angstig prevelend door het huis schuiven. “Dat moet van mijnheer pastoor,” piept ze biddend terwijl wij naar de donder kijken.

Normaliter steken die groene takjes, waarmee mama door het huis loopt, achter het kruisbeeld boven de deur. Kennelijk gelooft ze de eerwaarde. Hij beweert dat ze met zijn verdroogde groen al het natuurgeweld weg kan doen door ermee te wuiven. 

.

Ik denk, veilig bij papa op de arm, 

dat die dorre takken daar niets tegen kunnen doen.

 

De natuur is immers heer en meester.

 

Geloof ik.

 

 

 

Reacties (7) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Origineel en mooi geschreven! Heerlijk te lezen hoe jouw vader een grote rol speelde in jouw leven!Voel ik hier terecht contrast voor wat betreft de rol van jouw moeder?
Dat klopt wel, Edwin. Ingrid raadde het me in de auto aan, toen we van Doortjes boekpresentatie kwamen. Dat heb ik in mijn oren geknoopt, toen ik over het geloof wilde gaan schrijven...
Wonderlijk... heb er echt van genoten. Kinderen hebben zoveel fantasie en zijn zooo slim. Ze zien de dingen waar wij overheen kijken..
dikke duim erbij voor je goed neergeschreven artikel !
Diepzinnig zaken verteld vanuit het oogpunt van een kind. Wonderlijk mooi geschreven! Zelf zie ik het niet in de pinda, kan aan me liggen.
Maar voor de rest, schitterend! En ik vind het een prachtige stuk over de paardenbloem.
duim!
Mooi weer gegeven wie kan er nu paardebloemen maken Duim taco
Het was net of ik weer even bij je in de auto zat.......:-))
Volgens mij heb je nog veel meer van dit soort prachtige verhalen!