Het C.w.i. maakt mijn toekomst onmogelijk (4)

Door Weltevree gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Inter nette tele-tabletten waren in 1982 niet de schuld dat de sociale diensten faalden.

Men heeft niets plats op zak om draadloos de krant te bellen.

Al dan niet platvloers is men wel eens platzak

 

Tele-com. is analoog, hangt aan een draad en van eBooks vol vakantieboeken heeft men nog nooit gehoord. De hele halve gare wereld bevindt zich niet onder handig handbereik in onpersoonlijk onkieze keuzemenu’s met riedelmuziekjes, die je vanzelf in de wacht zetten (wat je een vracht geld kost) Callcentra om nepservice te bieden (vol welwillende werkstudenten, die een klant niet als koning kennen, maar als nummer zien) zijn dan nog niet eens uitgevonden. Ik speel al wel heel graag toneel, doch alleen maar voor een volle zaal en soms ben ik in de levensechte realitiet hondsbrutaal, maar enkel en alleen als het te onrechtvaardig wordt en men over mij heen blijft lopen. Teveel oneerlijke tegenwerking! 

Bang? Zeven kleuren… maar angst krijgt geen ruimte. Voor het eerst in mijn tweeëndertig jarige leven verander ik in een woeste helse wentelteef. De zwarte heks in mij komt vrij. Het mag, voor één keer. Nu. Hierrna zet ik de bezemsteel weer in de lieve witte beheerste hoek... maar...

Maar nu even niet !!! !!!

De telefoon gaat twee keer over. 

Deze telefoniste weet meteen naar wie ze me door moet prikken. Een regio redacteur vraagt met aangename stem wat hij voor mij betekenen kan.
“Ik ben een bijstandsmoeder wiens toekomst door het CWI onmogelijk wordt gemaakt.” Zonder onderbreken luistert hij en vraagt me even te wachten. Ineens heb ik de hoofdredacteur aan de lijn die aankondigt dat een journalist met fotograaf langs komt. Huh? Wat? Gekke bekken trekkend zak ik onelegant op de dichtstbijzijnde stoel. Het lijkt een Olympische overwinning, maar deze begeerde gouden plak is ook heel gevaarlijk. De stem fluistert over mijn schouder:  Rustig, ademhalen Door. Laat je niet ongenadig overvallen of gebruiken.

“Een mooi plaatje met uw dochtertje bij oma op de bank doet het altijd goed. Ik schat een halve pagina in de zaterdageditie. Schikt het u zo rond ongeveer twee uur?” Oeps, pas op Door,  fluistert de stem van Pa, alsof hij niet dood is. Dit gaat te snel. Neem geen overhaaste beslissingen in overmatige woede of verdrietZet die emoties aan de kant en red enige tellen uit de tijd. Denk na!

“Eh, nou. … eh,  eh, dus als ik het goed begrijp heeft u er wel belangstelling voor?” 

“Nou en of. Slecht nieuws over de Sociale Dienst gaat erin als koek.”
“Oh ja, eh.. maar eh, ik wil er nog wel even over nadenken, hoor.”
“Mevrouwtje toch! Dit is hot news. Het gebeurt niet iedere dag dat wij met een reporter plus fotograaf komen.” Zijn gretigheid ergert me. Terwijl pa er tussendoor blijft kletsten zwijg ik verward.

“De zaterdagkrant, mevrouw, wat wilt u nog meer? Onze Gelderlander leest iedereen!”
“Ja, dat geloof ik graag…maar, eh… Als ik dit doe, heb ik zelf niets meer in de hand.”
Hij blijft op me inpraten terwijl hete kolen in mijn voetzolen branden. Iets in zijn happigheid staat me tegen, al weet ik nog niet goed waarom… Haastige spoed! Hij moet geduld opbrengen tot jij het zeker weet…
Van Rijn wacht zuchtend op toestemming… Zijn balpen tikt kennelijk op het bureau. Tik..tikketik...tik. Gekuch, zijn gezucht... dwingend, tikktik... tik

“Dit is volgende week ook nog hot nieuws, lijkt me.” brom ik meer voor mezelf dan tegen hem, maar hij protesteert meteen. Pfft, na dit weekend is de wereld niet vergaan. Tikketikketikke...tik.. 
“Mijnheer van Rijn, ik denk er even over na, laat het u zo spoedig mogelijk weten.” Voor hij me kan overhalen leg ik voorzichtig de hoorn op de haak alsof grove bewegingen mijn misserabele lot nog negatiever kunnen beïnvloeden. Doodvermoeid hang ik op de oude eiken stoel tot het wild kolkend bloed tot rust komt... Opgebruikt. Uitgeblust ben ik plotseling. Koffie. Strategie bedenken.… Ma vindt mij stom, zegt dat ik toe moeten happen anders vergooi ik misschien deze unieke kans. Ik denk na, laat haar kletsen en zeg dat ik mijn kop niet in de krant hoef, noch dat van mijn meiske, dat hier niet om heeft gevraagd. Ik zou het echter wel goed kunnen gebruiken. Dat een rooie krant dit verhaal ziet zitten, betekent immers dat zij dit asociale beleid ook belachelijk vinden!

“Ja, maar… Dora, je moet ijzer smeden als het heet is, de druk op de ketel houden.” Altijd weer dat ja-maar!

“Met olifantspoten door stampen? Ma, wat koop ik voor bekendheid bij wat Arnhemburgers? Ze willen het CWI aan de paal nagelen en die lui heb ik nog nodig! Met onwillige honden is het slecht hazen vangen. Dit is een kans, die moet ik dondersgoed benutten.” 

“Goedemiddag, u spreekt met Dora Weltevree van het CWI te Zwolle." 

"Ik zou graag de directeur spreken."
“Mijnheer den Doder, bedoelt u?”
”De directeur, ja. Dit heeft nogal haast, ziet u. Het is namelijk zéér urgent! Voor hem.”
“Mag ik vragen waar het precies over gaat?”
“Nee, mevrouw. Dit is echt te precair, dit moet ik zeker onder vier ogen met hem doorspreken.”
“Dan kan ik helaas niets voor u betekenen,” blijft ze professioneel zoals het hoort.
“Ik denk daar anders over, mevrouw. Als dit nieuws morgen in de Gelderlander staat zal mijnheer Doder het u niet in dank afnemen dat u mij vandaag niet wilde doorverbinden!” De bittere smaak van verraad lispelt langs mijn tanden en ik zie bijna hoe ze ineens rechtop schiet, hoe haar tenen zich in de pumps krommen. Ik schokschouder in de ruimte om mezelf voor deze streek te verontschuldigen.

“Eh, oh, een , eh een momentje… Mevrouw Weltevree was het? Mijnheer Doder voor u.”

 

Het is een rustig bedeesde heer

Hij luistert zowaar terwijl ik onderkoeld beheerst mijn verhaal aan hem presenteer. Tot hij tracht mij af te poeieren en de Commissie Bijzondere Zaken aanhaalt. Hoe durf jij hen te noemen? Ik zou oppassen, manneke.

“Daar kunt u de zaak in overweging geven.”
Jij klinkt zelfverzekerd, maar ik zaag je graag de draaipoten onder de bureaustoel vandaan. Niets meer te bakkeleien met onwillige superieuren of de onzalige overheid. Vandaag discussieer ik niet met vooringenomen dove kwartels, mijnheer de koekepeer.

“Dat kan ik zeker. Jawel mijnheer den Doder… Als ik dat zou willen. Dat doe ik echter niet. Men zal mij wéér op verkeerde gronden afwijzen.” Kennelijk kan hij niet luisteren, want hij wil protesteren. 

“De krant is erg geïnteresseerd in mijn verhaal, mijnheer eh… Doder is het niet?” Deze regelrechte voltreffer valt midden in zijn centrum. Ineens vult oorverdovende doodse stilte de lange lijn waaraan hij bungelt. Enkel zijn snelle adem is te horen  Hoe fout ook…ik geniet geniepig van dit oneerlijk afgedwongen overwicht. Ik zal je nog een zetje geven.

“Dat lijkt mij geen erg beste reclame voor uw sociale instituut. U wel? Zo negatief!”
“Maandagmorgen om half elf kan ik u ontvangen,” bromt hij kortaf en ik bedank hem netjes. Bedachtzaam vlei ik de hoorn op het toestel. Afschuwelijk. Wat een ongure harde les leer ik vandaag. Machtige intimidatie werkt soms beter dan redelijk overleg. Bah bah. Nood breekt wet? Eenmaal deze grens gepasseerd weet ik dat De Gelderlander nog meer zal likkebaarden als Doder mij maandagmorgen toch opnieuw negeert.

 

 

Na al die weken spanning voel ik wonderlijke bevrijding 

 

In luchtigheid ruik ik, voel en proef ik. Ik meet de finish. In deze oneerlijke titanenstrijd tegen een starre overheid zal ik met zelfmedelijden niet de overkant bereiken. Ik moet over de resten lopen van de ingestorte brug, die op smerige chantage drijft. Als men me serieus genomen had, zou ik het niet zo hebben hoeven spelen! Tot in het diepst van de vertrapte hoop kan het me gestolen worden of die dooie Doder directeur is van het CWI. Van Akzo, Shell of Appie Heinski. Voor mijn part is hij eigenaar van Heineken en Grolsch bij elkaar, Het CWI gaat in hooghartigheid nat als slappe patat. Koning, Keizer, Admiraal, poepen moeten ze allemaal.

Hij laat koffie aanrukken. Ondertussen bekijkt hij het lastige wijf dat hem chanteert. Ik verspil niets. Geen prietpratende plichtplegingen noch zijn kostbare tijd. Ik heb er echter wel een karrenvracht van mijn waardeloze tijd voor over en neem op mijn dooie gemakje plaats.

“Ik wil legaal geld verdienen, mijnheer Doder. Wat is daar mis mee, naar uw mening?”
Iets met de ogen knijpend, haalt hij onverschillig de schouders op en zwijgt. Toch wat op je hoede? Goed zo!
“Jullie doen hier allemaal alsof ik de kroonjuwelen van Hare Majesteit opeis, maar ik wil op legale wijze de bijstand uit. Dat zou men eigenlijk toe moeten juichen, lijkt me.”
“Dat kan. Geen enkel probleem. U moet gewoon normaal bij een baas gaan werken.”
“Nee mijnheer. Mijn kind wordt géén sleutelkind. Het is al erg genoeg dat ze haar vader missen moet.” Hij graait pissig mijn plan van het bureau en schudt het ruw.  Sapperdeflap. Doe er een beetje rustig mee!
”Dit hier… stelt niets voor. Lariekoek. Hiermee verdient u nooit iets!” Sakkerlootje toch. Ik zou schrikken, bijna. Jij kijkt boos en kunt de pot op. Lulletje rozenwater. Hier komt mijn motivatie en jouw ongelijk.

Een van de twee wijsvingers, ik meen de links, wijst eigenwijs nadrukkelijk naar het belachelijk gemaakte businessplan dat over zijn knie ligt en keurig belerend tel ik het op mijn vingers af.

• 1e --ben ik dáárdoor de áán-wezige moeder als mijn kind van school thuis komt.

• 2e --vraag ik niet om een lening, noch om een gift. Ik wil enkel maar uw toestemming! Ik zie dat jij niet kunt wachten om me de mond te snoeren? Luisteren jochie! Nu ben ik aan de beurt!

• 3e --is het gunstig voor de maatschappij dat ik de uitkering te-rug-be-taal!
• 4e --is het gezond voor ieders gevoel van eigenwaarde om je vak uit te oefenen.
• 5e --is het zéér normaal dat ik niet eeuwig mijn hand op wens te houden!”  Inderdaad neemt hij direct opgewonden 'Zijn Woord'  Kennelijk mag niets van wat ik zo verstandig voorkauw jou bereiken?

“Heel aardig, maar in de bijstand mag men géén woning kopen en daarmee basta!” hij roept het luid. 
“Niets basta. Jullie beslissen met een méér dan riant salaris, vanuit dure leren bureaustoelen, over MIJN leven. Vergist u zich niet. Ik heb niets meer te verliezen, maar dit zal ik, hoe dan ook, winnen! Ik neem mezelf namelijk héél serieus en ben niet van lotje getikt! De krant is het trouwens geheel en al met me eens in deze, zoals u weet.” Zijn minachtende gesnuif negeer ik want ik ben bij lange na niet klaar.

Dat dáár, die lariekoek, mijnheer Doder, is zéér de moeite waard. Werken kan ik alléén op die manier.” Nogmaals begint hij over de regels, maar woedend van God los val ik hem eindelijk bruut en duidelijk in de rede.

“Die regels deugen NIET en dat mag ik hopelijk bewijzen, neem ik aan? Ik ben in de bloei van mijn leven! Op mijn dertigste met pensioen? Dat vertik ik ten ene male. Ik ga een eigen inkomen genereren uit dat bedrijf en de staat krijgt al het geld terug dat ik daarmee verdien. Een win-win situatie. Voor ons allebei. Dáár kunt u net zo min een speld tussen wurmen als die commissie van zogenaamde wijze mannen. Haha, die deze bijzondere zaak niet eens heeft ingezien! Ik wil weg uit uw CWI gevangenis!” De afgeratelde argumenten verdoven hem voldoende en hij murmelt onzeker, bijna piepend:

“Waarom doet u nou toch zo moeilijk? Wat u wilt KAN helemaal niet.” Mijn wenkbrauwen zoeken geheel uit zichzelf het vrije luchtruim. Nog even en ik schiet in een onbedaarlijke lachbui omdat hij zich, hoe voorspelbaar toch, compleet vast gaat lullen. Let maar op.

“Kinderen zitten overdag op school!” roept hij als baas boven baas, wiens personeel te dom is. Bingo! Het hete hang ijzer valt keurig om zijn nek en hij levert zelf het beste glasharde bewijs.

 

“Mijnheer Den Doder. Dáárom zit ik ook hier! 

Wáár vindt u in het hele plan één woord over kinderen?  

Het gaat over vol-was-se-nen!"  

 

Eindelijk valt zijn mond open. Schichtig schieten zijn ogen over het paars-witte logo en daarna staart hij me verslagen aan. Sprakeloos. Het zweet parelt plotseling op zijn voorhoofd, Nog even en jij moet op zoek naar een doekje voor het bloeden. Ach gossie toch, wordt je eindelijk wakker? (Om met karazmin bij de uitgezette olifanten van Marinus te spreken:  tja, als je je niet gedraagt is dáár het gat van de deur!) Ik heb helemaal géén medelij met betweters. Jij had je beter in moeten lezen! Dat was echt geen tijdverspilling geweest en nu speel ik hier ik de glansrol. Jammer, zo helemaal zonder camera’s. 

"Ik lijk misschien wel gek, maar ik ben niet zo maf om te denken dat kinderen tot half elf ’s avonds bij mij tekenles mogen volgen! Het plan is afgehamerd zonder dat men het ook maar één blik waardig keurde. Dat briefje met de motivatie heeft jullie vooringenomenheid verraden.”  Doder bloost betrapt. Terwijl ik de lauwe koffie opdrink kauwt hij op het gezichtsverlies en weet dat ik niet opsta voordat er uitsluitsel is. Let op, daar komt het, maar aanval werkt bij mij niet. Als ik in mijn recht sta ga ik niet opzij. Ik zwijg tot jij zeiknat gaat. …1…2…3.

“Maar om dan metéén met de krant te dreigen… Dat is wel heel erg grof.” Oh ja, dit slaat óók nergens op!
”Metéén? Hoezo? Ik ben door twee van UW ambtenaren weggestuurd en was daarna afhankelijk van die BIJ-zonder-E commissie, die niet de moeite nam om het te lezen. Dan raakt mijn geduld op. Drie keer is scheepsrecht, mijnheer Doder.” Hij draait op de dure leren directiestoel en weet niet waar zijn handen moeten blijven terwijl ik heerlijk schaamteloos op dreef ben. Pffft.

“Jullie en meedenken? Ho maar. De cliënt is hier géén koning, maar de moeite niet waard om serieus te nemen. Niets is hier sociaal en je krijgt geen steun of geestelijke bijstand. Dat, mijnheer Doderer, dat vind IK een grof schandaal en dan bel ik de krant, ja.. met een steengoed verhaal” Hij steekt zijn handen op en verwijt me dat ik wel héél gedreven ben. Natuurlijk knik ik tevreden. Eindelijk belooft hij het voorstel nogmaals bij de commissie neer te leggen. Klaar.

 

Ik graai mijn tas van de grond en loop glimlachend

met uitgestoken hand op hem af.

 

 

Eindelijk ben ik gehoord. 

En hoe!

Plotsklaps valt bij hem de spanning weg. Hij lacht zowaar gelijkwaardig terug en ontdooit.

“Waarom heeft u nou eigenlijk niet zonder onze toestemming dat huis gekocht?”
“Omdat ik niets illegaals wil doen en van fraude wil worden beschuldigd. Ik kan het me als moeder niet permitteren dat wij op straat komen te staan, begrijpt u wel? Mag ik erop rekenen dat het nu in orde is?”

Hij knikt, zegt dat ik me geen zorgen meer hoef te maken want… Buiten dringt tot me door wat hij nog meer zei. Doordrammend bruggen bouwen, pionieren om dromen waar te maken, is een doodvermoeiende klus. Opgefokt draaf ik bij ma binnen die van minuut tot minuut meer aan mijn lippen hangt. “En weet je wat die dooie trekdrop zei? Als ik mijn huis zonder overleg had gekocht, die commissie er niet bij had gesleept, had er geen haan naar gekraaid.  Ze zijn wettelijk verplicht nieuwe inwoners zonder inkomen aan geld te helpen. Nou jahaaa. Het lul.” Ze schenkt nog maar eens koffie in. “Ach meid. Hij moest toch iets zeggen om zichzelf aan de haren uit de drek te trekken.”


Zes weken heksenwerk kostte me als jonge blom minstens drie jaar van mijn leven, maar de lessen zelfbeheersing, over je eigen schaduw springen en doorpakken waar dat nodig is, neemt niemand me ooit af. Ik hoop dat mijn kind dit ooit leest . Dan is het pas 'Eind goed, al goed'

 

 

Wil je weten wat hieraan vooraf ging? Lees dan:

Deel 1    of    Deel 2    of    Deel 3

 

Reacties (30) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Nou meid, zie jij je rechter hand? Leg die op je linker schouder en klop je zelf! BRAVO!
jammer, je verwijzingen naar deel 1, 2 en 3 doen het niet. Ik snap de achtergrond van het verhaal daarom niet
Ik heb onlangs de veroordeling richting CWI ontvangen. Hoop uit zijn klauwen te kunnen blijven...
Als je van een nee een ja wilt maken moet je soms bergen met handen verzetten. Dat het karakter kweekt blijkt wel.. Die dochter van jou, mist echt wat...
Leerzaam, inspirerend en meeslepend geschreven en nu benieuwd naar het resultaat van dit gesprek
Liraatje, die naam is uiteraard verzonnen, slaat op de dood, plus op Joop Doderer, onze Swiebertje, de komiek... Ik kon het niet laten die grapjes erin te gebruiken...
Ja Mijler, heel goed ingevoeld. Ik schreef toch. Dit is zoals topsport, je moet er een beetje gek voor zijn, kunnen focussen, en je karakter wordt er beslist sterker van.