De Slag om Arnhem. Afgeschoten! (2)

Door Weltevree gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Even kijken we elkaar te diep in de ogen, slik pffft, oef... want mijn aantrekkelijke supervisor is bezet

Bij hem gebeurt hetzelfde

We blazen beiden vlinders uit onze buik

 

 

Niet een opbloeiende liefde staat op het spel,

maar de toekomst van mijn gezin

 

Met een plechtige handdruk bezegelen we onze weddenschap waarna ik vertrek om telefonisch een onzinnig laag bod uit te brengen. Natuurlijk lacht de stuurse vent smalend, maar inmiddels ben ik er tegen gewapend. Tevens regel ik afspraken bij vier banken in Arnhem en één voor vrijdagmorgen bij het CWI.

1982 Internet bestaat nog niet.


Dora bijt zich vast in een kat en muisspel waarmee ze geen enkele ervaring heeft. Mooi meegenomen dat mijn geliefde leraar Bouten van de middelbare school ons schema’s leerde maken en op een geleend typemachientje tik ik het businessplan uit:

  1. motivatie,
  2. doelgroep,
  3. te behalen target,
  4. te verwachten resultaten.

Het is compact, komt overzichtelijk en helder over. Daarna vertrekken mijn kind en ik weer naar ‘Oma Arnhem’ die net zo opgewonden is als ik. De makelaar heeft niet gereageerd.

Woensdag, klokslag elf uur


Zenuwachtig geef ik de bankemployé een hand. Vijf minuten later golft een vreemde smaak door mijn mond en binnen een kwartier sta ik buiten. Hij vindt mij een halve gare. De tweede en derde adviseur zijn net zo min toeschietelijk. Dit heb ik niet voorzien. Al glimlach ik aardig, ze bekijken amper het plan of wuiven het weg en dat knaagt aan mijn overtuiging. De nette pakkenmannen laten laatdunkend weten in mij niets te zien als kleine zelfstandige. Kon ik hen maar laten stikken in hun mannen logica, maar verdorie, ik heb geld en hun expertise nodig. Ben ik verkeerd bezig? Tijdens de opkomende twijfels opent zich een nieuwe wereld. Het is duidelijk! Geen van allen kan of wil LEZEN want ze zien geen winst in mijn opzet.


 

Verspilde energie, maar indien nodig... wat moet dat moet

Een interessanter businessplan ga ik maken. Mijn ontwerpers-oog gaat er overheen en de motivatie wordt herschreven, opgeleukt met klinkend interessante modewoorden. Daarmee lijkt het ‘echter’ al is de essentie niet veranderd. Nog wat imposante tabellen, een statistiekje plus een gelikt logo dat door het glanzend transparante beschermblad prijkt. Het plan lijkt door een exclusief bureau geleverd, is klaar voor de laatste ronde.

Hier heb ik een betere onderhandelingspositie want deze bank is eigenaar van ‘mijn’ pand. Via het kadaster hebben we uitgevonden dat ze er een ton verlies op leden wegens wanbetaling. Professioneel kies ik deze keer een zakelijk pakje plus droogkloterig kapsel. Punt uit. Erg vrouwelijk voelt het niet, maar het doel heiligt alle middelen.

 

Geen gezeik, allemaal rijk en God zegene de greep


Gelijkwaardigheid, ik weet óók waarover ik praat maar deze mannetjesputter bekijkt het glossy plan niet eens en bestempelt mij onmiddelllijk als een bijstandmoedertje dat niet weet waar het bankwezen om draait. Dat ik juist daarom zijn deskundigheid nodig heb, hij me helpen kan met kennis, vindt hij wereldvreemde kretologie.
“Haha, tsk, tsk” zeurt ie met een zure aardappel in de keel.
“Mevrouwtje, dit is de bankwereld heur, geen kinderspeeltuintje.” Sprakeloos ben ik van dit superieure spel en hij verdwijnt regelrecht in mijn kaartenbak bij de hooghartige zakken.
“Is er eigen kapitaal? Wat? Dat schijntje? Met 50 000 kohnden we wallicht nog onderhandelen, mear hiermee? Mavrouwtje, u verdoet mijn tijd met uw dreuhmpjes.”
Mijn zakelijkheid dreigt weg te zakken in de valkuil die hij graaft. Ik wil hem wurgen.
“Een bij-staands-uit-keh-ring? Niemand verleent daerup krediet. Er zal op zijn minst iemand burg moeten staen,” boerenkinkelt hij intimiderend door. Borg? Die is er niet. Ik ga af. Kwaad en opgefokt, maar met opgeheven hoofd. Als snelle leerling in het zeer veuraanstaainde bonkwezen beheers ik me veurbeeldig. Wacht maar af menneke. Intimideren en kleineren kan ik ook, al doe ik dat enkel als het perse moet.

Tijd om hiervan af te kikken is er niet want meteen daarna lig ik, zakelijke outfitje of niet, in de clinch met J.H. Dreugkneut bij het Arnhemse CWI.

Ja, ik weet het. Inderdaad, mijn plan is hondsbrutaal. Jawel mijnheer, het is me duidelijk dat zoiets geks niet eerder is vertoond. Als brugman klets ik. Tegen de doofstomme muur. Geduldig en correct blijf ik, maar breng de motivatie voor mijn zaak wel met zeer bevlogen compassie. De man blikt of bloost niet. Regels zijn regels en daarmee zijn we klaar, doet hij almachtig. Het plan neemt hij niet aan en ik sta na het toegemeten kwartier opgefokt tegenover hem met rode oren van frustratie. Mijn hoofd blijft echter ook hier wel mooi neutraal in de plooi als ik hem nadrukkelijk beloof hier zé-ker op terug te komen. Zo groen als gras krijg ik gratis een spoedcursusje ‘banking en ranking’ in de glasharde onwillige praktijk. Door dit alles wordt mij tevens duidelijk hoe een vrouw word gezien vanuit een regelnevig mannenbolwerk.

Zodra ik bij ma voor de deur parkeer komt ze me glunderend tegemoet
 

“Doramora, de makelaar belde en de prijs van ‘jouw huis’ is gedaald.”
Het deert me niet vanwege mister Droogkloot van het CWI. Mijn heldinnenmoed is aan gort gestampt en ik.jank bijna met nauwelijks ingehouden vloeken.
“Koffie graag ma, iedereen kan de hort op. Er is niets meer te winnen. Koffie en loeisterk.”
“Niets te winnen? Hoezo? Dora Weltevree! Er is niets te verliezen!” zet ma me weer rechtop. Na een uur belt de makelaar om te vragen of mevrouw mijn moeder het nieuwe bod heeft doorgegeven.

Rotop stakker, kale chagrijn kakker! Ik ben laaiend . Meer uit woede dan vakkennis reageer ik hautain:
“Dat is bij lange na niet laag genoeg!” Ondanks tegenargumenten over onverstandig en zo, ben ik onvermurwbaar. “Dan maar onverstandig. Het zij zo, ik blijf bij het eerste bod.”
Nors en op mijn beurt een tikje neerbuigend, bedrijf ik hooghartig topsport, terwijl in de verte de vette kluif lonkt van het huis waarin ik straks, als alles lukt, wonen en werken wil. Een terriër kruipt in mijn vel als later op die dag nogmaals tienduizend van de vraagprijs af gaat. Ik laat hem kletsen, zeg niets toe en zeker niet dat het CWI moeilijk doet.

“Die lui zitten met mijn huis in de maag,” speel ik er verstand van te hebben. “Ik reageer niet meer.” Tropenweken. De pedante makelaar weigert ons een tweede bezichtiging, ook nadat de bank een paar dagen later opnieuw de prijs verlaagt, maar ik ben voor eeuwig veranderd. Dit gaat allang niet meer om mij en mijn gehavende kind. Dit is vechten tegen wil en dank tot ik erbij neerval. Wie mijn toekomst dwarsboomt komt een kenau tegen die geen smoesjes pikt, wiens verzet automatisch sterker wordt.

 

Stoïcijns maak ik een tweede afspraak bij het CWI.

Met een andere ambtenaar.


Deze hoort verwonderd dat men inmiddels 50 000 gulden met de vraagprijs is gezakt. Hij knikt welwillend waarna ik paai en aai, dat het bijstandssysteem perfect is voor echte noodgevallen zoals ik.
“Zeker, mijnheer, ik ben er zo dankbaar voor, was er ontzettend mee gematst.” Hij knikt tevreden alsof hij mijn uitkering geheel en al uit eigen zak betaalt. Wellicht vindt hij me zelfs  verstandig?
“Maar het zet alleenstaande moeders gevangen. Gestudeerd of niet, mensen zoals ik zullen met een starre houding van het CWI géén aansluiting vinden in de maatschappij.” Oeps.
Lichtelijk wezenloos knikt hij. Dreugneuk is er met zijn hoofd niet echt bij en blijft onwillig. “Sorry, regels zijn regels, die zijn er niet voor niets en u moet het ermee doen.”
“Nee hoor…Voor vrouwen zoals ik kan er best een precedent geschapen worden.”
Verbaasd schieten zijn wenkbrauwen omhoog. Het is ongehoord, zo onverstoorbaar als ik blijf. Murw belooft hij mijn voorstel aan de ‘speciale-gevallen-commissie’ voor te leggen en drukt me op het hart dat het niets zal uithalen. Over drie weken hoor ik het. Fijn, die meedenkende piskijkers, denk ik wrang en berust met ma, bij de zoveelste kop koffie. Waar ben ik in ’s Hemelsnaam aan begonnen?


Uit verveling verfraai ik tijdens het wachten mijn plan nog meer, want wat dondert het? Niemand die het bekijkt. Een verdomd goed doorgerekende (uit de lucht gegrepen) prognose over de eerste vijf jaar komt erbij. Je reinste kolder want hoe bereken je winst van een zaak die niet bestaat, vanuit niets uit de grond wordt gestampt in een situatie die niemand ooit eerder bij de hand had? Het houdt mij op het vinkentouw wat betreft de motivatie. Al dagen staat alles stil. Net voordat ik op wil geven, steekt het maakbare leven treiterend zijn tong uit tegen onze gekmakende twijfels. De radiostilte werkt gunstig want men verlaagt alweer de prijs van de eventueel toekomstige woonstee. Nog twee zenuwenweken.

Ma en ik vormen een onverzettelijk team dat de risico’s niet mag overzien anders verliezen we de moed. Verstrengeld in tegenstrijdige belangen belanden we in een onoverzichtelijke kluwen van mogelijkheden tussen onzinnig en veel belovend.
Pesterig vasthoudend bestook ik het CWI met iedere nieuwe ontwikkeling totdat mijn ambtenaar verbiedt nog eens te bellen. “U dient te wachten op de uitslag van de commissie, goede middag!” GVD.

En dan… wordt de aankoopprijs precies wat ik betalen kan. Mogen we langer met vuur spelen? Is dit niet de Goden verzoeken, maar hen tot vervelens toe tergen?
“Mocht het afketsen, betaal ik de boete,” zegt mijn moeder op een middag plompverloren en ik weet niet wat ik hoor. Meent ze dit echt? Ja. Ze brengt daarmee wel rust in de gelederen, maar verdorie. 6500 Gulden is bijna een aardige auto.

De makelaar kan niet sportief tegen zijn verlies

Stuurs en zonder fleurig tintje flapt hij met een onverschillige klap het voorlopige koopcontract op tafel. Een glimlachje kan er niet meer af terwijl ik er misselijk van de zenuwen een bibberige handtekening onder zet.  Zonder zekerheid van overheidswege of iemand die hier borg voor staat. (wordt vervolgd)

Deel één gemist? Klik hier.

Voor deel drie, Klik hier

Reacties (18) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
en weer verder
Oei, ik blij dat ik direct naar deel 3 kan...
Als een Dolle Mina op de barricades voor het groter goed, ben ontzettend benieuwd naar deel drie..Knap verwoord, groet van leny
Erinka: Het is een echt waar gebeurd verhaal. 1982
terecht koppig doorzettingsvermogen dat beloond wordt... (ik hoop dat dit een waar verhaal is :))
Ja ja, maar jij weet maar al te goed... lievere koekjes worden nou eenmaal niet gebakken! ;)
Nou, ik was liever minder dol geworden, want allemensen, wat een slijtageslag... Persoonlijk hou ik meer van normaal overleg in redelijkheid, harmonie, maar ja