Geweld tegen kinderen

Door GHopman gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Geweld tegen kleine kinderen

Naar het bejaardenhuis? Dat nooit!
 

Naar het bejaardenhuis? Nooit!

"Uw veroordeling tot 240 uur taakstraf, betekent in de praktijk, werken bij een bejaardenhuis", sprak de reclasseringsambtenaar. "Oh nee, dat nooit!, sprak de jonge delinquent. Hoe moest hij uitleggen waarom hij de oude dame had beroofd, geslagen en geschopt, als hij zo'n bejaardenhuis in ging met alle risico's van dien. Begrepen ze het dan écht niet? Hij was toch onderzocht?
Joris is zeven als zijn ouders voor het eerst zonder hem met vakantie gaan. Zijn vader moet voor zijn werk naar Amerika en samen met zijn moeder besluiten ze er een vakantie aan vast te knopen. Joris zit op school en volgens de wet mag een kind niet zomaar van school verzuimen. Wat zijn ouders ook hebben geprobeerd, het is niet gelukt. Als oplossing voor Joris wordt bedacht dat hij bij oma mag logeren. Het gaat om slechts drie weken, dus dat kan oma wel aan. En dan is het zover. Samen brengen zijn ouders hem naar oma. Huilend neemt Joris afscheid. Oma wenst vader en moeder een goede reis en zegt dat ze goed voor Joris zal zorgen. De deur wordt gesloten. Door het raam ziet Joris de auto van zijn ouders de straat uit rijden en langzaam laat hij zich zakken op de bank. Hier zit hij nu, bij zijn oma.
Joris, een voor zijn leeftijd kleine jongen, blonde krulletjes alsof het permanent is. Grote grijze ogen, altijd gekleed in spijkerbroek en t-shirt. Joris is het enige kind nadat zijn broertje is overleden. Waaraan weet Joris niet precies, maar dat wil ook niemand hem vertellen. Hij weet alleen dat zijn broertje ziek was. Omdat Joris alleen was kreeg hij altijd alle aandacht van zijn ouders, ze waren er altijd voor hem en al was Joris een jongetje wat veel streken uithaalde, nooit kon hij het te bont maken. Op school werkte Joris hard en hij wilde later bouwvakker worden. Hij knutselde heel wat af en samen met zijn vriendjes hadden ze een mooie boomhut gemaakt. Thuis was daar alle ruimte voor en hij mocht vaak gereedschap van zijn vader gebruiken, die wel een oogje in het zeil hield. Zijn vader leerde hem timmeren en dat vond Joris erg leuk.
Nu Joris drie weken bij oma was, kon hij thuis niets doen. Het was moeilijk voor hem te bedenken waarmee hij zich bezig moest houden. Oma woonde wel in een groot huis en had ook een tuin, maar Joris mocht eigenlijk nergens aankomen. Ook mocht hij niet op het gras lopen en zo kon hij ook moeilijk buiten spelen. Oma woonde dicht bij school, maar verder van het huis waar Joris met zijn ouders woonde. Oma was nog niet zo oud en Joris had gemerkt dat zijn oma wel lief was als zijn ouders er waren, maar nu die er niet bij waren, snauwde ze toch wel veel.
Joris moest allerlei karweitjes doen als hij uit school kwam. Elke dag tafel dekken voor het eten en oma helpen met de afwas. Dat hoefde hij thuis nooit. Ook moest Joris voor hij naar school ging zijn eigen boterhammen klaar maken, wat hij niet zo erg vond, maar toen oma ontdekte dat hij wel erg veel hagelslag op brood deed, kreeg hij straf. Hij mocht twee dagen geen zoetigheid op brood en ook geen snoepje als hij uit school kwam. Dit kende Joris helemaal niet en hij begreep maar niet waarom oma zo kwaad op hem was. Hij hoopte maar dat de drie weken snel voorbij zouden zijn.
Op een dag kwam Joris uit school en zag een politieauto in de straat staan. Dat vond hij wel interessant en keek in de auto en liep er om heen. Bij het huis van oma stond de voordeur open en hij kon zien dat er politie binnen was. Joris werd bang dat oma zo kwaad was geworden om iets wat hij misschien gedaan had, dat ze de politie had gebeld. Toch ging hij maar naar binnen en zag oma huilend op de bank zitten. Een agente kwam naar Joris toe en zei dat hij maar even moest gaan zitten. Ze vertelde dat zijn ouders in Amerika een ongeluk hadden gehad en dat ze dood waren. Joris kon het niet geloven en rende naar zijn kamer. Hij hoefde niet eens te huilen, dit kon gewoon niet waar zijn. Wat moest er nu met hem gebeuren? Waar moest hij wonen en wie zorgde er voor hem?

Er volgden een paar nare weken, vol verdriet, afscheid nemen en verhuizen. Het was allemaal voor hem beslist, hij had er geen enkele stem in, Joris moest bij zijn oma blijven wonen. Hij had wat van zijn speelgoed en spullen mogen meenemen uit het huis waar hij met zijn ouders woonde, maar het was lang niet alles. En nu al miste Joris veel van zijn spulletjes. Hij had een slaapkamer bij zijn oma en daar moest het altijd netjes zijn, hij mocht geen rommel maken. Tja, dan speel je niet zo fijn. Oma wilde ook niet dat er vriendjes kwamen spelen en hij mocht ook nooit bij andere kinderen spelen. Het leven was voor Joris erg moeilijk geworden en van de blije vrolijke jongen veranderde hij in een stille jongen, met een wit snuitje, een jongetje die eigenlijk steeds banger werd.
Op een dag was Joris thuisgekomen met zijn rapport en het bleek toch niet goed te gaan op school. Oma was zo kwaad op Joris dat ze hem opsloot in de kelderkast. In het donker nog wel! Daar heeft Joris vaak gezeten en elke keer als hij slechte cijfers had, werd hij opgesloten.
Op school vroeg de juffrouw wel eens aan Joris hoe het met hem ging en na lang aandringen heeft Joris een beetje verteld wat er bij oma gebeurde. De juffrouw kwam bij oma thuis om te praten maar nadat ze weg was heeft oma Joris heel hard geslagen, eerst met een krant en daarna met een riem. Ook werd hij weer opgesloten. Na het eten mocht hij alleen nog huiswerk maken en moest hij daarna meteen naar bed.
Joris werd steeds witter en stiller en het leek wel of elke week de kringen onder zijn ogen donkerder werden. Hij kon niet goed meer mee op school, hij was bang en nerveus en speelde haast niet meer met andere kinderen. Niemand wist dat hij te bang was zich vies te maken wat meteen weer op een straf van oma zou uitdraaien. Vaak lag Joris in bed zachtjes te huilen en dacht hij aan zijn ouders. Hij wist niet hoe het verder moest maar er zou toch iets moeten gebeuren, want als oma zo bleef straffen met slaan en opsluiting, dan durfde hij niet eens meer naar buiten. Hij kon nauwelijks zijn blauwe plekken verbergen en met gym verzon hij steeds een smoes om niet mee te hoeven doen.
De kwelling door oma nam grotere vormen aan en op een avond, toen Joris al in bed lag, kwam ze naar zijn kamer. Hij zag in haar ogen dat het goed mis was en hij begreep niet waarom. Hij kon niets vragen want oma haalde al flink uit met een stok. "Jij vervelende jongen, je maakt mijn leven kapot dat ik voor je moet zorgen, was je ook maar dood", gilde oma. Ondertussen hief ze haar arm op om nog eens flink uit te halen en toen gebeurde het.
In een vlaag van woede sprong Joris uit bed, pakte de stok af en sloeg oma verschrikkelijk hard op het hoofd. Toen ze viel bleef hij doorslaan op haar rug en handen. Oma jammerde en kreunde en uiteindelijk sloeg hij haar bewusteloos. Trillend van schrik en woede plaste Joris in zijn broek, om daarna in huilen uit te barsten. Hij schrok toen hij zag wat hij gedaan had, hoe oma bloedde uit haar hoofd en hoe stil ze daar lag. Hij zakte door zijn knieën en bleef een lange tijd op de grond zitten. Oma bewoog niet meer en hij wist niet of ze nu dood was. Wel begreep hij dat er nu pas écht grote problemen kwamen.
Snel kleedde Joris zich aan en liep naar de woonkamer. Daar in de kast bewaarde oma haar geld en hij haalde haar hele tas leeg en nam alles wat hij kon gebruiken mee. Uit de keuken pakte hij een zak, nam eten en drinken mee en trok zijn jas aan en vertrok. Geen idee waarheen hij moest, maar in ieder geval weg van hier. Op de fiets ging hij er vandoor, eerst naar het station, nam de trein naar Amsterdam en verdween in de drukte van de stad. Niemand keek op van een kleine jongen met een tas. Zo zwierf Joris door de grote stad, zich steeds verstoppend als hij een politieauto zag. Na een paar dagen was al het eten en drinken op en had Joris alleen nog geld. Hij had het koud en kocht een deken in een winkel en sliep onder een brug bij andere daklozen. Joris wist zich geen raad, zou men hem gaan zoeken, zou oma de politie bellen? Al snel was ook het geld op, waarmee de problemen voor Joris alleen maar groter werden. Het liefst sloop hij in het donker door de stad, keek in vuilniszakken naar iets eetbaars. Op een avond zag hij een oudere vrouw lopen, met een paar tassen in haar hand. Hij dacht meteen zijn oma te herkennen en hij rende weg. Achter een auto langs bekeek hij het oude mens en hij zag aan de manier waarop ze liep dat ze niet zijn oma was. Hij volgde haar en even later liep de vrouw langs de gracht om dan een trapje op te klimmen en haar huis binnen te gaan. Joris bleef in de schaduw van een boom staan kijken hoe het licht aanging, en hoe ze haar gordijnen dicht deed. Zijn maag knorde van de honger en zonder het in de gaten te hebben, broeide er een plan in zijn hoofd. De volgende dagen bleef hij het huis van de oude vrouw in de gaten houden. Hij zag alleen haar, geen man erbij of andere mensen in huis. Steeds deed ze boodschappen en ging weer naar huis. Er kwam ook niemand op bezoek, dus het moment waarop Joris toesloeg kwam al snel. Hij viel de vrouw van achter aan, sloeg haar met een stok en schopte haar, beroofde haar van al haar geld en boodschappen en zette het op een lopen. Er was zoveel woede in Joris dat hij er zelf van schrok. Toen hij nog even omkeek, zag hij dat de oude vrouw nog op straat lag. Hij had geen idee of iemand hem gezien had, maar dat kon hem ook niet schelen. Hij had zijn woede gekoeld en had weer even wat te eten.
Nog diezelfde avond, toen Joris onder de brug lag, kwam de politie eraan. Hij lag te slapen en doodmoe van de belevenissen van die dag, had hij niemand horen aankomen. Toen hij overeind werd gesleurd, trapte hij wild om zich heen. Maar niets hielp, voor hij er erg in had zat hij in een politieauto en moest hij mee naar het bureau. Daar herkende de oude dame hem, omdat ze hem al vaker had zien staan gluren vanonder de boom voor haar huis. Hij werd schuldig bevonden en belandde in een cel. Uiteindelijk werd Joris door de rechtbank veroordeeld tot een taakstraf.
En nu stond hij voor het feit dat de taakstraf ten uitvoer moest worden gebracht. De reclasseringsambtenaar had het dossier van Joris goed gelezen en begreep dat de jongen graag knutselde en timmerde. Nu was er een nieuw project gestart voor jeugd-delinquenten waarbij de jongeren werden ingezet bij oudere werknemers van een sociale werkplaats. In de woonplaats waar Joris op school zat was ook zo'n project en de ambtenaar wilde Joris daar in zetten. De ploeg ging aan het werk om tuinhekken te maken en tuinbankjes te timmeren voor het kerkhof wat achter het bejaardenhuis lag. De ambtenaar begreep heel goed wat er gebeurd was, hij ook de rapporten van de psychiater gelezen en wist via de voogd van Joris en het pleeggezin waarin hij geplaatst was, hoe deze blonde knul tot zijn daad was gekomen. Er was veel werk te doen, maar met de goede begeleiding konden de hulpverleners hem weer op het rechte pad krijgen.

Joris was bang dat hij weer met bejaarden in contact kwam, maar deze bejaarden waarmee hij door zijn werk dus omringd zou worden, waren al overleden en dat gaf Joris meer rust. 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.