Artistieke herinneringen en ander ongenoegen

Door Fredvanderwal gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

ARTISTIEKE HERINNERINGEN EN ANDER ONGENOEGEN (DEEL 9)

ARTISTIEKE HERINNERINGEN EN ANDER ONGENOEGEN (DEEL 9)

Na meer dan vijentwintig jaar loopt U in Amsterdam over de Herenmarkt samen met Uw echtgenote,dinsdagmiddag 18 aug. 1998, op zoek naar het adres van de kunstschilder Theo Daamen,aan wie U altijd goede herinneringen hebt over gehouden en wie schets Uw verbazing als U hem op de stoep voor het huis van de buren fotos ziet uitzoeken en onmiddellijk door hem en zijn echtgenote Heidi wordt uitgenodigd om de kennismaking die middag te hernieuwen.

Ja,daar waren wij natuurlijk heel kontent mee,want ik heb Theo Daamen altijd gewaardeerd en geres pekteerd als een zeer begaafde kollega,eigenlijk een groot natuurtalent.U zult mij dan ook nooit of te nimmer ook maar één kwaad woord over het echt paar Daamen horen roepen,zoals sommige andere, minder begaafde kunstenaars die door hun gebrek aan succes of doordat ze een paar wervels missen en het daardoor lijkt alsof iemand met een grote moker op hun hoofd heeft geslagen waardoor zij door hun ribbenkast wantrouwend de wereld in loe ren (hier bedoelt schrijver dezes de kunstschilder kommunist William Blindhout),jaloers op hem zijn. U weet hoe zo’n middag verloopt onder kollegas die elkander waarderen;Er komt een potje pils van een halve liter op tafel en nog een en dan weer een en zo gaat het maar door.Is de ene nog nauwelijks leeg of er staat van de weeromstuit een andere voor je neus,want wat gezegd moet worden moet gezegd worden: Theo en Heidi hebben een gulle natuur en dat kom je onder het artiestenvolk niet vaak tegen.
Theo Daamen is een van de meest begaafde Neder landse schilders (wilt U daar rekening mee houden?) en als ik U dan vertel dat het jaarinkomen van hem nooit hoger is geweest dan dertigduizend gulden dan is dat voor kunstminnend- en kunstko pend Nederland een enorme blamage. Een schilder als Daamen zou een wachtlijst van honderdéénen zestig wachtenden voor U voor een te bestellen schilderij moeten hebben.In Italië zou zo’n talent als Theo een veelvoud verdienen,maar hier gaan de subsidiecenten naar artistieke minkukels die takken bossen op de grond smijten,schilderijen met mayo naise en ketch up maken en die rommel tot kunst bombarderen.En dat is een grote ergernis.Ik hoop dat het klimaat nog eens gaat veranderen en Theo Daamen de eer en het financiële gewin toe zal komen die hij verdient.

U zag een foto van een portret van Aad Nuis,die door Theo Daamen was getekend en U verwon derde zich over de sensitieve tekening die in een onmogelijk medium als houtskool zo prachtig was uitgevoerd.

Houtskool is zo’n beetje het meest smerige, on handelbare,klunzige materiaal dat er bestaat en ik heb het altijd gemeden als de pest,want na een uurtje zit je al onder de droge koolstof en nog een uur verder zie je er uit als een veneriese kolen sjouwer en weer een dag later krijg je me toch een aanval van asthmatiese bronchitis door die ingeademde troepHet verkankert je longen en je humeur.Binnen een maand heb je longemfyseem als een belegen mijnwerker in de WAO.
Die tekening was van een zilvergrijze,open trans parantie dat ik wel even stond te kijken.Ik had dan wel vier liter pils en een glas wijn op,maar mijn blik was nog scherp.Heel scherp,mag ‘k wel zeggen.Scherper dan ooit zelfs!Ik wist: Alleen een heel groot talent kan vanuit een onmogelijk materiaal iets mogelijk maken.

In 1973 nam U het atelier van Theo Daamen in de tweede Nassaustraat 8 over voor heel weinig geld.

Mijn eerste atelier in Amsterdam in 1967 was in de Nieuwe Spiegelstraat,in 1968 verhuisde ik naar het atelier aan de Amstel 186 voor een paar maan den,daarna naar de Prinsengracht 847 tot juli 1972,daarna kon ik van een kollega in de tweede Nassaustraat 8 een klein voorraadkamertje naast zijn eigen atelier huren voor een paar maanden voor veel te veel geld en toen de kontraprestatie kunste naar Ben de Bij werd vermoord kwam zijn atelier vrij en dat heb ik sept. 1973 gekraakt,omdat niemand van de nogal bijgelovige gesubsideerde kunstenaars in het atelier van een vermoorde kunstenaar durfde stond het al heel lang leeg.Ik was voor de duivel nog niet bang,dus kraakte ik het atelier.Ik herinner me nog de kontraprestatie kunstenaar Harry E. die er bij stond te dansen en te trappelen van de zenuwen toen ik heel rustig en ontspannen de scharnierpennen uit de toegangsdeur haalde.Hij stond maar te roepen tegen een andere kollega (het Bennebroeker slijmerdje D.M.):”Niet aanraken die deur!Niet aanraken!Anders ben je medeplichtig!Anders kunnen ze je vervolgen wegens kraken!Anders zit je vandaag nog in de lik!” Ik zou Harry E. leren kennen als een neurotiese lafbek het komende jaar en maakte al vast een voorproefje mee.Ik heb toen een paar maan den in dat atelier gezeten totdat ik het atelier van Theo Daamen kon overnemen voor vijf honderd gulden en dat was een redelijk bedrag, want hij had een entresol in het lokaal gebouwd en hij liet ook nog een grote prentenkast en een ezel staan,nou daar was ik wel verguld mee.Die ladenkast was legergroen en kwam van het Waterlooplein en als ik goed geïnformeerd ben was het een kaartenkast uit het leger.Toen ik eind 1977 weg ging van dat atelier heb ik die kast overgedaan aan de kunstschilder Hans Engelman en een paar ezels die ik over had ook.Ik had namelijk in een artikel gelezen dat David Hockney vijf ezels in zijn atelier had en daarom wilde ik er ook alvast vijf.

Harry E. heeft in het ateliergebouw nog een aktie proberen te starten tegen uw aanwezigheid in dat bovengenoemde atelier omdat U volgens hem niet op een of andere vage ambtelijke lijst van kunstzaken voor toewijzing van ateliers stond.

Ik geloof dat hij toen als jodenstreek een handte keningenaktie tegen mij wilde beginnen samen met de Pieter Engels epigoon D.M. die weer bevriend was met de beeldhouwer Ger Z.Die Harry E. was een soort wandelende Jood,een namaak Wein reb,die ook altijd lijsten hanteerde.Hij liep vaak in het tot treurigheid stemmende Nassaupark tussen de middag met zijn pakje brood in een alluminium, opvouwbaar trommeltje,het was net de eerste de beste arbeidersproleet waar je mee op stap ging en die had in de oorlog ook te maken gehad met allerlei burokratiese lijsten waar hij op stond om niet gedeporteerd te worden,dus die dacht ook na de oorlog nog steeds in administratieve lijsten en ambtenaren.Ik vond over het algemeen die zogenaamd zo ruimdenkende gesubsidieerde kunste naars,salonkommunisten met een grote,op niets gebaseerde, bewondering voor de kommunistiese diktatuur in Oost Duitsland en Rusland nogal bekrompen en burokratieser dan de gemiddelde Am sterdamse ambtenaar waar ik mee te maken kreeg in die jaren.
Ik had weinig te maken met de andere kunstenaars in het gebouw,omdat mijn atelier heel geïsoleerd aan het eind van een lange gang op de bovenverdieping lag.

Het atelier van de door Rob R. met een aardappelschilmesje vermoorde Ben de Bij lag naast dat van Mareike Geys?

Ook met haar had ik nauwelijks kontakt.,net zo min als met de andere ateliershuurders.Ze heeft me een keer op de koffie uitgenodigd en toen zat ze ont spannen met haar achterpoten op tafel om te laten zien hoe “beroemde,gesubsidieerde” artiestes van de vrouwelijke soort rieleksten bij de koffie.Niet dat het iets gaf of mij stoorde,helemaal niet,want ze droeg altijd van die dikke wollen maillots,dus veel te zien was er toch niet en het wollen kruis van een oversubsidieerd kontraprestatiekunstenares interes seert me toch al geen hol.Niet dat ik het erg sjiek vind als een dame of heer zijn achterpoten wijdbeens op tafel legt waar ik bij ben;zelf zal ik dat nooit doen.

Ben de Bij is vermoord in het ateliergebouw door Rob R.?

Rob R. was in dat ateliergebouw gekomen door bemiddeling van de BBK,die vond dat iedereen beeldend kunstenaar was dus ook een geflipte,aan de heroiene geraakte ex-balletdanser.Ik vond dat hij daar helemaal niet thuis hoorde.Die Ben de Bij was een soort vader voor die Rob R.,die poogde hem op het rechte pad te houden en die geste beantwoordde hij met agressie.Op een avond heeft hij hem staan opwachten en met een aardappelschilmesje in de hartstreek gestoken.U begrijpt dat dankzij de begrijpende en alvergevende justitie die alle ver zachtende omstandigheden van dit kuipje halvarine in overweging nam (moeilijke jeugd, kunstzin nige,dus misdadige neigingen) deze mooie meneer na een jaar weer op vrije voeten was en dreigde het ateliergebouw in brand te steken.Wegens succes geprolongeerd.

U heeft Rob R. één keer gesproken?

Op de brug voor de tweede Nassaustraat.Ik kende hem niet.Hij sprak mij aan,omdat ik een teke ningenmap onder mijn arm had.Na afloop van het gesprek stelde hij zich pas voor.De laatste zin die hij zei was:”Heb je ook eens met een moordenaar gesproken!”Ik gaf daar geen antwoord op.Het schokte mij niet.Ik had meer een gevoel van minachting,gemixed met medelijden met hem.Ik achtte het beter op een afstand te blijven van dit soort psychiatriese gevallen.Niet veel later nam hij een overdosis herowiene en verwisselde het tijdelijke met het eeuwige.U zou misschien kunnen zeggen: Er is niet veel aan verloren gegaan!

U betrok het atelier van Theo Daamen en de eerste bezoeker was Hans Engelman?

Hij begon meteen met een verschrikkelijk smerig verhaaltje over vrouwen waar ik niet op reageerde en toen waren die smerige praatjes meteen over.Ik was daar niet bepaald van gediend als beschaafd kunstenaar en nu eigenlijk nog niet.De verborgen inhoud van damesbloesjes en slipjes interesseert me helemaal niet.Vrouwen zijn heel leuk zo lang ze het zwierige rokje maar aanhouden.Voor je het weet slingeren overal pumps,panties, geparfumeerde jarretelgordeltjes,nylons,tanga slipjes,bustehouders en zijden hemdjes rond.Zo wordt het leven toch een zootje.Neen,ik zeg maar altijd zo als burger kunstenaar:Opgeruimd staat netjes!

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.