Kinderstoeltjes in de auto... voorschriften en veiligheidsvereisten

Door Emieja gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

Kinderen in de auto, hoe zit het nu eigenlijk?

 


Volgens het verkeersreglement mogen er in een auto niet meer inzittenden plaatsnemen dan het aantal zitplaatsen, al dan niet uitgerust met een veiligheidsgordel. Sinds 1 september 2005 moet elk kind beschikken over een volwaardige plaats in de wagen, zodat alle jonge passagiers vastgeklikt kunnen worden. Als je achterin drie kinderen vervoert, moeten deze alledrie worden vastgemaakt zoals het hoort.
De vroegere tweederdenregel voor kinderen jonger dan 12 jaar, waarbij er achterin de wagen meer kinderen mochten dan het aantal zitplaatsen, is afgeschaft.

Kinderen tot 18 jaar en kleiner dan 1,35 meter moeten voorin en achterin de auto in een goedgekeurd autokinderzitje worden vervoerd. Kinderen groter dan 1,35 meter moeten voorin en achterin de auto de autogordel om en mogen als het nodig is een zittingverhoger gebruiken.


ALTIJD MET EEN SPECIAAL ZITJE

Een kind is geen minivolwassene. De specifieke lichaamsbouw van kinderen noodzaakt het gebruik van een bevestigingssysteem (een kinderzitje of zitkussen) dat aangepast is aan de leeftijd, het gewicht en de lengte van het kind. In een correct gebruikt kinderzitje loopt een kind driemaal minder gevaar om gedood of zwaargewond te worden.


SOORTEN

 

Reiswieg van de kinderwagen

 

De reiswieg kan gebruikt worden vanaf de geboorte tot 6 maanden of tot een kind zelfstandig kan zitten.
Klik de reiswieg op de achterbank van de wagen vast met de veiligheidsriem van de auto, zo kan ze niet kantelen. In de reiswieg zit ook een veiligheidsriempje om het kindje vast te maken.
Een reiswieg is interessant voor lange ritten met een baby.
De reiswieg biedt bij een ongeval minder bescherming dan een draagbaar autostoeltje.


 

Draagbaar autostoeltje

 

 

Plaats een draagbaar autostoeltje bij voorkeur tegen de rijrichting in achteraan in de wagen, zo vangen het nekje of het hoofd de klap niet op bij een botsing.
Heeft de auto een airbag, zet dan het zitje niet voorin, tenzij je de airbag uitschakelt.
Het stoeltje is te klein zodra het hoofdje over de rand van het stoeltje komt.
Gebruik dit stoeltje alleen voor vervoer in de auto.

 

 

Autostoeltje

 

Schakel pas over op een gewone autostoel als het draagbaar autostoeltje te klein is.


 


Verhogingskussen

 

Tot de leeftijd van ongeveer 10 jaar is het bekken van een kind nog te broos om weerstand te bieden aan de heupriem van de veiligheidsgordel. Bij een botsing kan deze heupriem naar boven schuiven en tegen de buik van het kind drukken, waardoor het gewond kan raken. Voor een doeltreffende bescherming moet de heupriem plat over de heupen liggen. 

De riem mag niet naar boven schuiven op de buik van het kind. Een goed verhogingskussen met armsteunen houdt de heupriem van de gordel laag over de heupen.
In tegenstelling tot wat vele ouders denken, is het diagonale gedeelte van de gordel langs de hals van het kind niet zo gevaarlijk, maar wel hinderlijk. Met een verhogingskussen valt ook dit ongemak weg.
Een verhogingskussen met rugsteun en zijdelingse bescherming is comfortabeler en veiliger wanneer het kind in slaap valt. De rugsteun is dubbel aan te raden als de zetel van de wagen geen hoofdsteun heeft.
Het verhogingskussen mag enkel gebruikt worden met een driepuntsgordel. Als je wagen enkel over een heupgordel achteraan beschikt, mag je het verhogingskussen niet gebruiken. Het kind moet dan gewoon op de zetel plaatsnemen en de heupgordel dragen.

Plaats je kind niet te vroeg op een verhogingskussen. Om goed beschermd te zijn met een verhogingskussen, moet een kind minimum 1,35 m groot zijn. Een verhogingskussen met rugsteun waarbij het kind zelf wordt vastgemaakt met de gewone autogordel (driepuntsgordel), biedt kinderen lichter dan 15 kg onvoldoende bescherming. Gebruik daarom het best het kinderzitje tot 18 kg. Is je kind lichter dan 18 kg, maar steekt meer dan één derde van zijn hoofd uit boven het zitje, dan kan je ook overschakelen op een verhogingskussen.


Veiligheidsgordel

 

Niet de leeftijd, maar de gestalte van het kind bepaalt wanneer het enkel met de veiligheidsgordel kan worden beveiligd.
De gordel biedt slechts een doeltreffende bescherming aan kinderen die minimum 1,50 m groot zijn.
De driepuntsgordel moet rusten op de stevige delen van het lichaam. De diagonale riem moet van de schouder over de borst lopen, tot aan het bekken. De heupriem moet rusten op het bekken. De diagonale riem mag in geen geval achter de rug of onder de arm worden geschoven.
Als de hoogte van de gordel kan bijgesteld worden, dan moet de diagonale riem zich zo laag mogelijk bevinden.Gebruik geen gordelaanpasser. Dit is geen echt bevestigingssysteem. Het verandert niks aan de positie van het heupgedeelte van de gordel en vermindert de bescherming die de gordel biedt.
Vermijd indien mogelijk een heupgordel te gebruiken.
Als bevestigingspunten zijn voorzien, dan kan een erkend dealer de heupgordel achterin vervangen door een driepuntsgordel.
Als er echter geen andere oplossing is (centraal op de achterbank, ouder voertuig...), is het nog altijd beter je kind vast te maken met de heupgordel dan helemaal niet vast te maken.

 

 

VEILIGHEIDSVEREISTEN

Het keurmerk van de Economische Commissie Europa (ECE-keurmerk) heeft een oranje kleur en draagt het nummer R44-04.

Oudere keurmerken, met het nummer R44-02 en R44-03, voldoen niet meer aan de veiligheidsnormen.

 


Legende van het keurmerk:

‘E’ (in een cirkel) gevolgd door een nummer geeft het land aan dat het keurmerk verleende (bv. 1 voor Duitsland, 6 voor België, 11 voor Engeland).
Alleen de nummers 1, 2, 3, 4, 5 en 11 zijn in orde, omdat deze landen over een testlaboratorium beschikken om een goedkeuring te geven. De gewichtsklasse staat vermeld op het label.
Er staat ook een goedkeuringsnummer op dat overeenstemt met het testrapport (dit nummer begint met 04).
Soms is er een uniek serienummer. Zo kan men nagaan welk model bij welke klant terechtkwam.
‘Y’ : het zitje is voorzien van een tussenbeengordel.
‘S’ : het zitje is aangepast voor een kind met een handicap.


Een zitje dat aangepast is aan de leeftijd:
Groep 0: voor baby’s van 0 tot 10 kg
Groep 0+: voor baby’s van 0 tot 13 kg
Groep I: voor kinderen van 9 tot 18 kg
Groep II: voor kinderen van 15 tot 25 kg
Groep III: voor kinderen van 22 tot 36 kg
Er bestaan ook combinaties, bv. II/III.
Eén model voor de periode van 0 tot 3 jaar volstaat dus niet.
Kies een groter model als het hoofd van de baby over de rand van het stoeltje komt.

 

Opgelet!

Gebruik een autostoel niet als kinderstoel of relax. Om zijn motorische ontwikkeling te stimuleren en geen voorkeurshouding te creëren (met risico op afplatting van het hoofdje) moet een baby namelijk meer ruimte en bewegingsvrijheid hebben, kunnen rondkruipen, draaien en keren in zijn babybox of op de speelmat.

 


EEN AUTOSTOELTJE INSTALLEREN

 

De juiste plaats

Plaats kinderen bij voorkeur achteraan in de wagen. De plaats naast de chauffeur is de gevaarlijkste plaats bij een aanrijding.

Autostoeltjes voor de allerkleinsten moeten altijd tegen de rijrichting in geplaatst worden. Zo wordt bij een aanrijding de slag opgevangen door de rug en niet door de nek.

Vraag wat praktische uitleg of een demonstratie in de winkel waar je een (draagbare) autostoel aankoopt. Een correcte installatie is van levensbelang.

Airbag

De beste plaats om kinderen te vervoeren is achterin de auto.
Plaats nooit een babyzitje voorin als daar een airbag voor de passagier aanwezig is. Bij een botsing is dit levensgevaarlijk voor de baby. Als de airbag opgeblazen wordt (met een snelheid van 300 km/u), belandt de airbag met een enorme kracht tegen de achterkant van het zitje. Het zitje omdraaien is geen oplossing, want babyzitjes moeten altijd tegen de rijrichting in.
Laat de airbag voorin ontkoppelen of plaats de baby achterin.
Als het niet anders kan, dan schuif je het best de passagierszetel voorin zoveel mogelijk naar achteren, om het kind zo ver mogelijk van de airbag te laten zitten.

 

Uit onderzoek blijkt dat de meerderheid van de autostoeltjes niet correct wordt vastgemaakt. Enkele voorbeelden van foutief gebruik:

Er is te veel ruimte tussen het stoeltje en de autogordel.
Een verkeerd gebruik van de gordel.
Het autostoeltje wordt voorwaarts i.p.v. achterwaarts geïnstalleerd.

 

 

Isofix

Het Isofix-systeem is op dit moment een van de veiligste bevestigingssystemen op de markt. Het autostoeltje wordt rechtstreeks aan 2 vaste ankerpunten van de auto vastgemaakt. Personenwagens kunnen voorzien worden van vaste, aan de bodemplaat of aan de carrosserie bevestigde ankerpunten.

Opgelet!

Ook het autostoeltje zelf moet voorzien zijn van 2 speciale ankerpunten voor isofix. Deze stoeltjes zijn dan ook iets duurder.

 


En zo doe je het beter ook niet :

 

 

Reacties (7) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Veiligheid voor alles en zeker met de kinderen, de kleinkinderen horen in goede stoelen te zitten.

Pork geeft de DUIM en zoekt nog een Belg voor zijn partij.

FAN is hij al.

DRIMPELS zijn als dromen in het water.
Belangrijk, zeker nu het vakantie gaat worden. Goede tips.
Duim
Tex
dat is een top artikel vol goede tips, Veiligheid is zo belangrijk. wij hebben als oma en opa onlangs twee kinderstoeltjes bijgekocht. Deze gaan tot 36 kg, het vorige kunnen we niet meer gebruiken. Tja kinderen groeien he en als de kleinkinderen bij ons logeren, willen we ook wel eens een uitstapje maken.
Veiligheid boven alles en dikke duim erbij
Nu hopen dat diegene die het nog niet goed deden je artikel gaan lezen ....
duidelijke informatie, duim
Goeie tips en een bijzonder volledig artikel.
hele goede tips.
duim voor je artikel