Van mensaap naar aapmens

Door Lathica gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Tegen het einde van de Krijt-periode, zo'n 70 miljoen jaar geleden, kwamen de primaten tot ontwikkeling.

De eerste soorten waren geklauwde viervoeters die uiterlijk veel overeenkomst vertoonden met de toepaja. Tot het Eoceen evolueerden zij nauwelijks, maar onder invloed van de toen optredende klimaatveranderingen namen zij toe in aantal.

HALFAPEN:

De eocene primaten leken sterk op de huidige halfapen ( Afrikaanse galago's, lemuren en spookdierachtigen). Zij begonnen zich rechtstandig (op twee benen) te bewegen en te klimmen en ontwikkelden het vermogen om zich springend van tak tot tak te verplaatsen. Deze veranderingen in voortbewegen en leefwijze bracht fysieke veranderingen met zich mee. Aan de kenmerkende vijfvingerige hand en voet werden duim en grote teen opponeerbaar waardoor het grijpvermogen sterk toenam. Ook kregen zij platte nagels en gevoelige kussentjes aan de toppn van vingers en tenen. Een opvallend verschil met de toenmalige overige zoogdieren schuilt in het gezichtvermogen. Niet alleen waren de ogen groter, maar deze waren ook meer voorwaarts gericht. Zij leefden nu immers in de driedimensionale wereld van de boom waar de voorwaarts gerichte blik van meer nut is dan de zijwaartse. De reukzin was daar minder belangrijk en neus en snuit werden geleidelijk dan ook kleiner. Het leide weer tot een grotere hersenomvang: hij geen van de toen levende zoogdieren is die zo groot als bij hen. Dieren die het geboomte als leefmilieu hebben zoals de halfapen plegen zich op de grond soms rechtop te verplaatsen. Daarin ligt vermoedelijk de oorsprong van de rechtstandige voortbeweging. Zoals uit fossiele vondsten blijkt, liepen tegen het einde van het Eoceen aantal en verschijningsvorm van de halfapen sterk terug.

ONTWIKKELING VAN DE AAP:

Fossiele vondsten tonen aan dat zo'n 35 tot 45 miljoen jaar geleden, dieren verschijnen die grote overeenkomst vertonen met onze huidige apen. Men onderscheidt twee grote groepen: de Catarrhina ( de smalneusapen van de Oude Wereld, waaronde de mensaap en de mens) en de Plathyrrhina ( de breedneusapen van de Nieuwe Wereld). De Catarrhina zijn weer onderverdeeld in twee superfamilies: de hondapen waartoe o.a. de bavianen, de gibbons en de mens behoren. Veel van de nog levende soorten hebben zich ontwikkeld tot viervoetige klimmers met een verbazingwekkend grijpvermogen waarmee zij zich gemakkelijk van tak tot tak verrplaatsen. Opgravingen in vele landen bewijzen onomstotelijk dat de apen uitzonderlijk succesvol zijn geweest in de trijd om het bestaan, maar onder invloed van klimaatveranderingen is hun aantal en soort sterk verminderd.

ONTWIKKELING VAN DE MENSAAP:

De volgende stap in de evolutie van de primaten vond zo'n 30 miljoen jaar geleden plaats met de ontwikkeling van de mensapen. Aegyptopithecus zeuxis is een van de oudste. Hij werd gevonden in de rotsen uit het Oligoceen van Fajoem, in de Egyptische woestijn. Het was een tamelijk klein dier, met een staart en de karakteristieke ledematen van een boombewonende viervoeter. De snuit was tamelijk lang en de hoektanden en tanden waren goed ontwikkeld. Een nogal raadselachtig dier is de Propliopithecus, waarvan in hetzelfde Fajoem fossiele resten zijn aangetroffen. Zijn naam dankt hij aan het feit dat men hem op het moment van zijn ontdekking - begin deze eeuw - hield voor een voorloper van de Pliopithecus, die ook in de evolutionaire lijn van de gibbon voorkomt. Propliopithecus kan een voorloper van Aegyptoithecus zijn, maar hij kan ook het beginpunt zijn van een evolutielijn die leide tot de mens. Bewijzen stappelen zich op, dat weinig van de fossiele halfapen, apen en mensapen levende afstammelingen hebben nagelaten. Het merendeel stierf uit. Van twee uitgestorven lijnen, de Oreopithecus en de Gygantopithecus zijn de resten ondekt. De gaafste skeletten van de Oreopithecus zijn gevonden in de bruinkoollaag van het Plioceen. Dit dier was ongeveer zo groot als onze chimpansee en had lange armen.

Aanvankelijk dacht men dat hij paste in de evolutielijn van de mens; hij stond bekend als de verschrikkelijke koolman. De Gigantopithecus dateert eveneens uit het Plioceen en was de grootste der primaten. Dit kolossale dier was bijna drie meter lang en woog 300 kilo; resten zijn aangetroffen in afzettingen uit het Pleistoceen. Er zijn mensen die geloven dat de Gigantopithecus niet is uitgestorven, maar zich heeft teruggetrokken in ontoegenkelijke bergstreken zoals de Himalaya, waar zij zou rondzwerven  als de verschrikkelijke sneeuwman. Omdat alle mensapen hun oorsprong vinden in de groep der dryopithecinen lijkt het aanemelijk dat ook de onmiddelijke voorloper van de mens daartoe behoort. Momenteel gooit de Ramapithecus als waarschijnlijkste voormens hoge ogen. Dit was een klein mensaapachtige wezen dat leefde tussen 12 en 14 miljoen jaar geleden. We beschikken weliswaar slecht over wat resten van tanden en kaken, maar deze bevatten sterke aanwijzingen dat we hier te doen hebben met de vroegste ontwikkeling in de directe afstammelingslijn van de mens.

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Een duim omlaag. Ik geloof niet in deze evolutie. Lijkt me ook niet gezond om dat te denken. Wat dat betreft ga ik dus mee met de reactie van RachelenHans.
70 miljoen jaar geleden waren er nog geen mensen en ook nog geen dieren. Er was nog helemaal niets, alleen God was er (Hij is er altijd al geweest en zal er altijd zijn). Hij heeft alles geschapen, zo'n 6 tot 10.000 jaar geleden.
2 Duimen voor een uiterst interessant artikel! taco