Van alchemie tot moderne wetenschap

Door Lathica gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Reeds heel vroeg bekwaamde de mens zich in het bewerken van materialen, maar technisch werk - zoals men het nu zou noemen- stond vroeger niet hoog aangeschreven.

Redenen hiervoor waren onder meer de onaangename werkomstandigheden. Een Egyptische schrijver omstreeks 1500 v. Chr. merkte bijvoorbeeld op dat de metaalbewerker 'naar kuit stinkt'.

ALCHEMIE EN DE RENAISSANCE:

In de 3e eeuw van onze jaartelling gelaste Diocletianus (ca. 243-316) dat alle boeken over het bewerken van goud, zilver en koper moesten worden vernietigd, om vervalsingen en inflatie van de kennis van deze bewerkingen tegen te gaan. Het resultaat was, dat het onderzoek naar praktische toepassingen stil kwam te liggen en er meer belangstelling ontstond voor geheime kunstgrepen om onedele metalen in goud om te zetten. Het middelpunt van dit soort activiteiten was Alexandrie; de Arabieren noemden deze arbeid al-khem. Khem betekent zwart, en was de naam voor Egypte vanwege zijn zwarte aarde. De alexandrijnen ontwikkelden de apparatuur voor het verhitten, smelten, filtreren en distilleren van stoffen. Zij gebruikten glazen retorten, die nog steeds als kenmerk voor scheikundige laboratoria worden beschouwd. De Arabieren namen deze technieken iver en breiden ze uit. Hun grootste scheikundige was JabirĀ  ibn Hai'jan, of Gebir (ca. 721-817), die aan de transmutatie van metalen werkte. Hij stelde over hun samenstelling een theorie op, die tot aan de 18e eeuw nooit geheel werd achtergehaald. Niet alleen was hij vertrouwd met chemische reacties als kristalliseren, oplossen en reduceren, maar hij trachte deze ook te verklaren. Zijn nuttigste ontdekking was het salpeterzuur. De moderne natuurwetenschap werd gegrndvest tijdens de renaissence in de Italiaanse steden, waar ambachtslieden zelfstandig onderzoek gingen doen en soms zelfs beroemd werden. Het sprekendste voorbeeld hiervan is Leonardo da vinci (1452-1519).

Jabir ibn Hai'jan.

COPERNICUS EN GALILEI:

Nicolaus Copernicus (1473-1543) was een geleerde van Poolse-Duitse afkomst, die rond 1490 in Krakow en Bologna studeerde. Hij stelde 'door vele en langdurige waarnemingen' vast, dat de bewegingen van de planten konden worden verklaard op basis van een rond de zon draaiende aarde. De beschrijving hiervan in zijn verhandelingen De Revolutionibus Orbium Coelestium ( Betreffende de omwentelingender hemellichamen) werd in 1543 uitgegeven toen hij op zijn sterfbed lag. De theorie van Copernicus, die overigens niet echt nieuw was, bracht een omwenteling teweeg in de opvatting van de mens over zijn plaats in het heelal. Vroeger beschouwde hij de aarde en zichzelf als het middelpunt waar alles omheen draaide; nu moest hij beseffen dat de mens slechts een deeltje was in een ruimte van bijna niet te vatten afmetingen. De omwenteling in de wtenschap werd versterkt door Galileo Galilei, die het pad effende voor het moderne denken. Copernicus onderzocht de mechanica van het zonnenstelsel, maar Galilei stelde voor het eerst nauwkeurig vast hoe de dingen op aarde bewegen. Hij werd in 1564 in Pisa (Italie) geboren en stierf in 1642, het jaar waarin Issac Newton werd geboren. Volgens een legende werd, toen Galilei in een kerk zat, zijn aandacht getrokken door een zwaaiende lamp. Hij merkte op dat de slingertijd onafhankelijk was van de slingerwijdte. Later maakte hij van deze fundamentele eigenschap van de slinger gebruik bij zijn experimenten met het slingervuurwerk. Toen Galilei tot professor werd benoemd, moest hij de inzichten van Aristoteles doceren. Dit dwong hem tot een zorgvuldige bestudering van diens ideeen, vooral die over de beweging van lichamen. Aristoteles (384-322 v. Chr.) baseerde zijn theorie op de aanname, dat voorwerpen vielen met een snelheid die evenredig was met hun gewicht. Galilei bedacht proeven om precies na te gaan hoe snel voorwerpen vallen en kwam tot de slotsom dat alle vrij vallende lichamen een gelijke versnelling ondergaan. Deze experimenten voorde hij o.m. uit vanaf de top van de scheve toren van Pisa. Opmerkelijk was ook zijn toepassing van de telescoop voor sterrenkundige waarnemingen, waardoor zijn vermoeden bevestigt werd dat het Copernicaanse wereldbeeld juist aan. Hij verdedigde deze mening o.a. in het werk Delle Macchie solari. Galilei stoorde zich niet aan de theologische consequenties hiervan, die afbreuk deden aan het gezag van de kerk. Het gevolg was een conflict met de Inquisitie, waaraan hij niet ongestraft wist te ontkomen. Galilei's demonstratie dat de bewegingen van de lichamen kan worden bepaald door een combinatie van experimenten en wiskundige redeneringen, werd toegepast door Isaac Newton (1642-1725). Newton toonde aan, dat alle toen bekende fysische aspecten van heelal en natuur konden worden verklaard door een wiskundige theorie die in overeenstemming was met de praktijk.

Isaac Newton.

DE VERLICHTING:

Het succes van Newton stimuleerde het vertrouwen in de macht van de menselijke rede. In Frankrijk bouwden Pierre Laplace (1749-1827) en Joseph Lagrange (1736-1813) voort op zijn theorie en de wiskunde waarop deze beruste. Ook in andere wetenschappen drong het nieuwe vertrouwen in experiment rn berekening door. Antoine Lavoisir (1743-1794) legde de grondslag voor de moderne chemie door haar te ontdoen van de resten der alchemie.

Nicolaus Copernicus.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.