De schitterende magie van sterren

Door Amber-48 gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Sterren fonkelen als gevolg van turbulentie in de atmosfeer van de aarde. Je zou het kunnen vergelijken met kleine lichtjes op de bodem van een zwembad. Als een rimpeling door het water gaat, beginnen de lichtjes te fonkelen, net zoals sterren. Maar bij grotere lampen zou zo'n rimpeling nauwelijks invloed hebben. Planeten zijn te vergelijken met grote lampen, niet omdat ze groter zijn dan sterren, maar omdat ze veel dichter bij de aarde staan en daardoor groter lijken.

De ene ster of de andere kan enorm verschillen, ook in kleur. Licht kan gezien worden als een stroom deeltjes, fotonen genoemd, die zich ook gedragen als energie golven. Sterren met een hoge temperatuur stoten fotonen met een hoge energie uit. Deze fotonen hebben de korte golf lengten, die aan het blauwe einde van het spectrum te vinden zijn. Koele sterren daarentegen geven fotonen met een lage energie af, waarvan de golflengten aan het rode einde van het kleurenspectrum liggen. Onze eigen ster, de zon, bevindt zich ergens in het midden en straalt vooral licht uit in het groen tot gele gedeelte van het spectrum. Waarom ziet de zon er dan niet groengeel uit? Omdat de zon ook veel licht uitstraalt op andere zichtbare golflengten. Vanuit de ruimte gezien is het eindresultaat een witte zon.

De atmosfeer "kleurt" de zon.

We zien de zon door het filter van de atmosfeer. Daardoor kan de kleur van de zon, afhankelijk van het moment van de dag, verschillen. Midden op de dag heeft de zon bv een felgele kleur. Maar bij zonsopgang en zonsondergang, als de zon laag aan de horizon staat, kan hij er oranje of zelfs rood uitzien. Deze verandering van kleur wordt veroorzaakt door gasmoleculen, waterdamp en allerlei microscopische deeltjes in de atmosfeer van de aarde. Dankzij de samenstelling van de atmosfeer wordt  blauw en violetkleurig zonlicht verstrooid, en zien we op een heldere dag een strakblauwe lucht. Omdat blauw en violet aan het zichtbare spectrum van de zon onttrokken worden, is het directe zonlicht dat "s middags overblijft, overwegend geel. Maar als de zon heel laag aan de hemel staat, komt het licht onder een veel scherpere hoek door de atmosfeer. Zonlicht moet dus een veel langere weg afleggen, waardoor er nog meer licht van het blauwe gedeelte van het spectrum ook groen licht verstrooid wordt. De ondergaande zon ziet er daardoor vaak uit als een prachtige vuurrode bal.

 

De kleurrijke sterrenhemel.

Hoe we de sterrenhemel zien, wordt sterk beínvloed door de gevoeligheid van onze ogen. Onze ogen nemen licht op via twee soorten sensoren: kegeltjes en staafjes. De kegeltjes kunnen kleuren onderscheiden, maar functioneren niet als er te weinig licht is. De staafjes kunnen geen kleuren waarnemen, maar zijn wel heel gevoelig voor licht. Onder optimale omstandigheden kan een staafje zelfs ëën foton waarnemen! Maar onze staafjes zijn vooral gevoelig voor de kortere golflengten aan het blauwe einde van het spectrum. Als we met het blote oog naar zwakke sterren met dezelfde helderheid kijken, zien we daarom vaak wel de blauwe maar niet de rode sterren. Gelukkig hebben we meer tot onze beschikking dan het blote oog. Met verrekijkers en telescopen kunnen we slecht waarneembare voorwerpen aan de nachtelijke hemel, zoals sterren, sterrenstelsels, kometen en nevels, beter zien. Toch wordt ons gezichtsveld enigzins beperkt door de atmosfeer. Een oplossing voor dat probleem is de Hubble Space Telescope (HST), die een baan rond de aarde draait. De HST is een wonder van techniek. Met deze telescoop kunnen voorwerpen waargenomen worden, die slechts een miljardste van de helderheid hebben, van de zwakste  sterren, die met het blote oog niet waarneembaar zijn. De HTS heeft dan ook schitterende beelden opgeleverd van verafgelegen delen van de ruimte, met inbegrip van sterrenstelsels en interstellaire stof of gaswolken.

Toch zijn de nieuwe telescopen op aarde tegenwoordig in bepaalde opzichten net zo goed, of zelfs beter dan de HTS. Met ingenieuze technieken worden bv de effecten van de atmosfeer gecompenceerd, waardoor er scherpere beelden mee gemaakt kunnen worden dan met de HTS. Een van de grootste optische telescopen ter wereld is de Keck 1, die deel uitmaakt van het W.M. Keck Observatory op Hawaïï. Hiermee heeft astronoom Peter Tuthill van de Universiteit van Sidney stofwolken ontdekt, die worden uitgestoten door een dubbelster in het sterrenbeeld Boogschutter, dat zich aan de hemel gezien, bij het centrum van ons eigen Melkwegstelsel bevindt.

Hoe verder astronomen in de ruimte kijken, hoe meer sterren en sterrenstelsels ze vinden. Hoeveel sterren zijn er eigenlijk? Daar kunnen we alleen maar naar raden!

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi artikel....wonderbaarlijke wereld,hé! D