x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

Rechtsgeschiedenis: Middeleeuws recht (4)

Door Nickelton gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

We gaan een sprongetje maken in de tijd. In mijn vorige delen heb ik jullie van alles verteld over het Romeinse recht, en daarmee dus met de Corpus Iuris Civilis. Het Romeinse recht raakte op gegeven moment een beetje in de vergetelheid, het werd niet meer toegepast en niet meer bestudeerd. Tot in de middeleeuwen dan, in de middeleeuwen werd het Corpus Iuris Civilis herontdekt

In de middeleeuwen gold het Ius Commune; het gemeenschappelijk recht. Dit wil niet zeggen dat overal in Europa hetzelfde recht gold, sterker nog, het recht verschilde van stad tot stad. Daarom is het misschien beter om te spreken over een gemeenschappelijke rechtscultuur. Er was namelijk wel overal een zelfde soort terminologie en in grote lijnen dezelfde waarden en normen. In de middeleeuwen gold dus het inheemse recht (plaatselijk recht).

Glossatoren; mensen die aantekeningen maken in de kantlijn over in dit geval het Corpus Iuris

In 1120 begon Irnerius het Romeinse recht opnieuw te bestuderen. Dit leidde tot de universiteit van Bologna. Vier leerlingen (Hugo, Jacobus, Bulgarus en Martinus)  van Irnerius spelen in de toekomst een belangrijke rol, maar over twee van deze wil ik nog wat zeggen. De twee leerlingen waren een soort rivalen. Bulgarus vond namelijk dat het Romeinse recht zo min mogelijk aangepast moest worden, de originele strekking van het Romeinse recht moest gevolgd worden als het Romeinse recht weer ingevoerd werd. Bulgarus behoorde tot de zo gehete reguliere lijn, hij had de meerderheid achter zich. Tegenover Bulgarus stond Martinus.  Hij meende dat het Romeinse recht zelfs fout geïnterpreteerd mocht worden, als dat een gunstige uitwerking had op de mogelijke toepassing van het recht. Hij behoorde daarmee tot de dissidente lijn.  Het Corpus Iuris gold namelijk niet direct (dat deed het inheemse recht), maar er ging wel gezag naar uit, vooral in de collegebanken.

Irnerius

Waarom speelde deze leerlingen nou zo’n belangrijke rol in de geschiedenis van ons recht? Frederik Barbarossa, keizer van het Duitse rijk, verloor invloed in grote delen van zijn rijk. Hij zocht een middel om daar weer invloed op te krijgen. Deze vond hij in het Romeinse recht, want dat stelde dat alles wat de keizer zei kracht van wet had. De vier leerlingen verklaarden op de rijksdag van Roncaglia in 1158 dat dit nog steeds gold. Hiermee werd de universiteit van Bologna autonoom verklaard; zij hoefden zich niet meer aan de regels van de keizer te houden. En Frederik? Die kreeg een beetje gezag terug.

Azo verwerpt Martinus

Azo, een andere invloedrijke glossator, doceerde in Bologna aan de universiteit. Hij verwerpt de leer van Martinus en volgt dus de reguliere lijn.  Dit komt waarschijnlijk omdat Azo de leerling was van Bulgarus. De werken van Azo bleken bijzonder gezaghebbend, vooral zijn Summa Codicis. Er werd zelfs gezegd dat wie Azo niet onder de knie had, beter uit de rechtszaal kon blijven.

Canoniek recht

Naast het Romeinse recht werd ook lesgegeven in canoniek recht. Canoniek recht is kerkelijk recht. Het kerkelijk recht werd gesproken door kerkelijk instanties in naam van bijvoorbeeld de paus. Canoniek recht had, misschien nog wel meer dan het corpus iuris, invloed op het inheemse recht. Het canoniek recht heeft ook op het recht buiten de kerk veel invloed gehad. Veel kerkelijke beginselen zijn later overgenomen in het wereldlijk recht.

Consiliatoren

Vanaf ongeveer 1300 werden er geen glossen (gepriegel rond de originele teksten) geschreven, maar gebeurde dit veelal in andere vormen; op voorheen schoon papier. Consiliatoren zijn naast rechtswetenschappers die het Corpus Iuris van commentaar voorzagen, ook belangrijke rechterlijke adviseurs. Zij interpreteerde het Corpus Iuris, hierdoor ontstonden er ook veranderingen in het recht. Martinus kreeg dus toch zijn zin, want het Corpus Iuris werd steeds meer aangepast om toepasbaar te zijn in de middeleeuwse maatschappij.

Twee belangrijke commentatoren uit de tweede helft van de twaalfde eeuw waren Accurius en Odefredus. Tussen deze twee hoogleraren aan de universiteit van Bologna ontstond ook een soort rivaliteit. Beide wilden het gehele Corpus Iuris van commentaar voorzien, Accurius is de vorm van een ernome glosse, Odefredus in de vorm van een ‘Lectura’ (college commentaar). De strijd was wie zijn commentaar als eerste af zou hebben. Dit werd Accurius, met zijn Glossa Ordinaria; deze kreeg veel gezag. De lectura van Odefredus kreeg veel minder gezag. Accurius was de laatste glossator.

Bartolus; de gelding van het Romeinse recht

Bartolus (1314-1657) was een consiliator. Hij voorzag de rechter van juridische adviezen. Hij leerde, dat bij het toepassen van het inheems recht men het Romeinse recht als hulpmiddel diende te gebruiken [1] . Zo drong het Romeinse recht langzaam maar zeker het inheemse recht binnen en ging het Romeinse recht gepaard met het canoniek recht.

Andere delen

Inleiding in het Romeinse Recht: http://www.xead.nl/rechtsgeschiedenis-romeins-recht-1

de Lex Aquilia: http://www.xead.nl/rechtsgeschiedenis-romeins-recht-2

Andere delicten in het oude Rome: http://www.xead.nl/rechtsgeschiedenis-romeins-recht-3

Middeleeuws recht: http://www.xead.nl/rechtsgeschiedenis-middeleeuws-recht-4

De onrechtmatige daad in de middeleeuwen: http://www.xead.nl/rechtsgeschiedenis-middeleeuws-recht-5

De vroegmoderne tijd: http://www.xead.nl/rechtsgeschiedenis-vroegmoderne-tijd-6
 

 

[1] J. Hallebeek, een historische inleiding tot het vermogensrecht, Amsterdam: VU University Press 2009.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.