De 8 meest voorkomende lente groenten

Door Lathica gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Ze zijn vertrouwd, gezond en lekker. En in het voorjaar extra fris en knapperig. Graag uw aandacht voor 8 heerlijke lentegroenten.

ASPERGES:

Volgens velen de koningin onder de groenten. Zeer gezond, en goed voor bijvoorbeeld de nieren. Vanaf half april komt het seizoen op gang, mei en juni zijn de echte aspergemaanden. Het seizoen duurt officieel tot en met 24 juni: Sint-Jan. Op een warme dag kan een aspergestengel 5 tot 10 centimeter groeien. Zodra het zand boven het aspergekopjes scheurtjes vertoont, wordt de asperge met de hand gestoken. Dat geldt niet voor groene asperges, die mogen wel boven de grond doorgroeien: Door het zonlicht krijgen ze de groene kleur en een sterkere smaak. Per persoon eten we zo'n 800 gram asperges in een jaar.

 

SPINAZIE:

Volgens de oude Arabieren is spinazie de koning onder de groenten. De Arabieren brachten de spinazie naar Europa. In Italie is het vandaag de dag de meeste gebruikte bladgroente: vooral om pasta groen te kleuren. Nederlanders eten jaarlijks ongeveer een halve kilo van verse spinazie per persoon. Wie van vers houdt, kan de spinazie het beste op de dag van aankoop eten. Ze is hooguit een dag of 2 nog lekker te houden in de koelkast. Goed nieuws voor wie voor meer dagen vooruit boodschappen wilt doen: diepgevroren spinazie is ook heel gezond.

 

BOSPEEN:

Nee, bospenen groeien niet in het bos. Ze heten zo omdat ze, met het loof er nog aan, (in  bossen) verkocht worden. Bospenen zijn feitelijk vroege zomerwortelen. De eerste peentjes in het seizoen bevatten tot 6 percent van hun gewicht aan suiker. Van alle wortels is bospeen het meeste smaakvol, zowel rauw als gekookt. Tellen we ale geconsumeerde bospenen in een jaar bij elkaar op, dan komen we op ongeveer 1 bos per persoon. Overigens zijn wortels van oudsher noet oranje, maar donkerpaars of geel. Door kweek is rond 17de eeuw de oranje kleur ontstaan. Wortels kunnen prima een week in de koelkast bewaard worden, maar verwijder wel het loof. Zo blijven ze lekker stevig.

 

BASILICUM:

Er zijn heel veel verschillende soorten basilicum, die allemaal een eigen smaak hebben. Varierend van een vleugje citroen of kaneel tot peperachtig of zelfs dropachtig. Basilicum is het hoofdbestanddeel van pesto en onmisbaar in een salade met mozzarella, tomaat en ... basilicum: ofwel een klassieke insalata caprese. Het kruid komt van oorsprong uit Azie, maar groeit nu in alle warmen gebieden. Basilicum in de pot is afkomstig uit de omgeving rond de Middellandse zee. Wie alleen de topjes uit de plant knipt en dagelijks een beetje water geeft (via het schoteltje), kan wekenlang plezier hebben van 1 pot met een basilicumplantje. De typische geur van basilicum gaat bij verwarmen snel verloren, verwerk het daarom rauw en zo vers mogelijk.

 

BOSUI:

Uien zijn wellicht de oudste geteelde groenten die we kennen. Al in de prehistorie teelden onze voorvaders ui. De bosui ( of lente-ui) is vooral bekent om zijn verfijnde, maar pittige smaak en is zowel rauw lekker ( bijvoorbeeld: op een sandwich of in de salade of over de aardappelen) als grof gesneden in bijvoorbeeld roerbakgerechten. De bekende ui-smaak komt van zwavel houdende aroma's.

 

RADIJS:

Vooral geliefd om de pittige smaak. En daarom veel gebruikt als borrelhapje of als smaakmaker in een salade of op brood. Of gewoon als knapperig tussendoortje. Over een heel jaar gemeten eet een nederlander ongeveer 1 bos radijs rauw. Meestal eet je radijs rauw, maar je kunt het wel degelijk verwarmen, bijvoorbeeld door ze te stoven of te roosteren in de oven. De smaak wordt dan wat zachter. Radijs vindt je niet alleen terug in de groentenschappen: sommige cosmeticaproducten voegen elementen van radijs toe aan hun huidproducten, vanwege reinigde en vochtbrengende werking. Als het loof niet meer aan de radijsjes zit, blijven ze ongeveer een wwek lekker ( bewaar ze in de koelkast), met loof een paar dagen korter.

 

SUGARSNAPS:

Een kruising tussen de doperwt en een peultje. Ze zijn net wat dikker dan peultjes, en flink zoeter dan de bekende erwtjes. Eigenlijk is de sugarsnap een niet-rijpe vrucht: Ze worden te vroeg geoost. Maar daardoor hebben ze wel karakteristieke frisse smaak en zijn ze knapperig. Om ze fris en knapperig te houden, moeten de sugarsnaps in een open zak met gaatjes ( of in een papieren zak) bewaard worden, maximaal 2 dagen in de koelkast. Gebruikt u sugarsnaps in een koud gerecht, spoel ze dan na het koken (3 - 4 minuten) meteen af met koud water. Zo blijven ze mooi groen en vooral knapperig.

 

KROPSLA:

Wist u dat sla voor ongeveer 95 percent uit water bestaat? En dat sla de eetlust opwekt? Sla staat al duizende jaren op het menu. Tegenwoordig eten we veel sla voorgesneden en voorgepakt. Maar ook de verse groene kroppen worden nog veel gekocht: gemiddeld eet een nederlander 2 kroppen per jaar. Er zijn heel veel soorten sla, die we onderverdelen in 3 groepen waarvan kropsla een hele bekende is. Kropsla wordt ook vaak botersla genoemd, omdat de blaadjes lekker zacht en mals zijn. Ook bekende slasoorten als ijsbergsla of lollo rosso zijn kropsla. Om de sla wat langer lekker knapperig te houden, kunt u de krop met de stronk in een kom met een klein laagje water zetten en deze afgedekt in de koelkast bewaren. En wist u dat een blaadje sla op brood niet alleen lekker is, maar ook het beleg wat langer vers houdt?

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
De gemiddelde Nederlander eet wel niet veel groentjes moet ik zeggen =p. Bosuien zijn trouwens enorm lekker!
Wat een onwijs leuk artikel. Ik kijk nu al uit om weer asperges te eten. Duim