Leer wat bij over de oudheid : Landbouw en de pre-industriële economie Deel 2

Door FromAntwerpWithLove gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Landbouw is het door de mens manipuleren van andere levende organismen, zowel planten als dieren , om in de eigen voedselvoorziening te kunnen voorzien.

Nadelige gevolgen voor het milieu

 

De natuurlijke vegetatie wordt vervangen door cultuurgewassen. De mens veroorzaakte met andere woorden zelf de degradatie van de natuur. Hierdoor ontstaat een afnemende complexiteit van het ecosysteem. Ontbossing had bijvoorbeeld erosie en een verstoring in de waterhuishouding tot gevolg. 
Inklinking en Oxidatie werden veroorzaakt door ontwatering en de boden verziltte door irrigatie. Dit kan allemaal zeer ingrijpende gevolgen hebben zoals woestijnvorming. Het uitscheiden van vervuilende stoffen is trouwens niets nieuws, de mens heeft altijd al stoffen zoals huisvuil en afvalwater in de natuurl gedumpt, zelfs in de oudheid. 

 

Uitwisseling

 

Men leefde in een peasant-samenleving : de boeren voorzagen met ander woorden zelf in hun onderhoud en gingen ook nog een surplus produceren. De boeren gingen deze surplus verkopen op de markt of het kwam terecht in een machtscentrum vanaf waaruit het verder verdeeldwerd. Deze uitwisseling betekent interactie! Ook ideeën en invloeden kunnen via deze weg uitgewisseld worden. Deze verplaatsing van organismen, goederen en informatie, ofwel diffusie is één van de belangrijkste exogene stimili die tot maatschappelijke verandering aanzetten.

 

De aard van de economie in de oudheid

 

Uitwisseling van enigerlei vorm is de basis van elk economisch netwerk. Landbouw was de belangrijkste sector van de economie. Ambacht, dienstverlening en handel bleven altijd relatief marginaal. Er was echter wel veel contrast met de hedendaagse economie : het economische denken en handelen week af.

De agrarische sector had voorbeelden van marktgerichtheid en de ambachten en handel waren essentieel voor het onwikkelen van een geldeconomie.In elke premoderne economie is de koopkracht gering, De bereidheid tot investeren is zeer klein. want echter : 'money not spent is money earned'.
Het inkomen van de rijken wordt voor een groot deel consumptief besteed 'conspicious consumption'.
Dit betekent dat niet consumptieve bestedingen meestal in de vorm van grondgebied waren, zeker in een maatschappij waarin rijkheid en prestige werd afgelezen aan de hoeveelheid grond men bezat;
de geringe hoeveelheid aan geld vormde echter wel een grote rem op de economische bloei.
De rol van de overheden was vrijwel marginaal en deze probeerden ook niet in te grijpen in de economie of dergelijke.

Mentaliteit : de agrarische normen en waarden waren dominant. De top van de piramide is een grondbezittende leasure class. Onder deze klasse bevinden zich de zelfstandige boeren, en daaronder boeren in allerlei vormen van afhankelijkheid, loonwerkers, handelaars en ambachtslieden en dan eventueel slaven.
De moderne notie van industrie en handel als motoren van ecnomische groei ontbreekt, de idee van ecnomische groei zelf is afwezig wat een acquisitive mentality is genoemd (tegenover de moderne Productive Mentality). Maar, ook al was de wil tot verandering er geweest waren er nog hindernissen (bovengenoemde) zoals het technologische plafond. De agrarische productie kon toenomen wanneer bij een groeiende bevolking een grotere hoeveelheid land bebouwd werd tot en met zeer marginale gronden of door verandering van stratigie, bijvoorbeeld tensificatie. Maar was alle bruikbare grond ontgonnen, en waren alle mogelijke strategieën toegepast, dan slokte de productiestijging onverbiddelijk.

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.