Geschiedenis: de eerste wereldrijken (Egypte, MesopotamiË, PerziË,...)

Door Nas gepubliceerd op Friday 28 September 12:10

De eerste wereldrijken heb ik hier kort beschreven. Het is voornamelijk Egypte dat aan bod komt.

De eerste wereldrijken

Algemeen

12000-10000 jaar geleden: neolithische revolutie in Mesopotamie
Enkele millennia later  ontstaan wereldrijken (over verschillende werelddelen uitgestrekt) in Azië en Afrika

Egypte

Geografische situatie

• Woestijngebied (oostelijk deel v/d Sahara)
• Weinig neerslag; water komt uit de Nijl
• December – juli: rivier binnen zomerbedding
• Juli/aug – sept/okt: overstromingsseizoen  overstroomt door overvloedige regen
 Door slib ontstaat smalle, lange, vruchtbare strook
• nov, dec, jan: als het water daalt, wordt er gezaaid
• april - mei: wordt geoogst

De Egyptische kalender (basis Westerse kalender): gebaseerd op het ritme v/d overstromingen

Economie

Geografische situatie bepaalt economie
 Landbouw is zeer belangrijk (tarwe, gerst, vijgen, dadels, druiven, uien, sla, bonen,…)

Landbouw wordt bevorderd door een omvangrijk irrigatiesysteem met dammen, reservoirs en irrigatiekanalen.
Er wordt gewerkt met een hak (scherpe stok om mee te wroeten) en later een ploeg, getrokken door lastdieren (bvb os)

Papyrus levert schrijfmateriaal en grondstof voor touw en papier

In de steden: ook handel en ambacht (Egyptenaren maken fijn weefsel, glas en aardewerk)
Productieoverschotten en ambachtelijke producten worden geruild met buurlanden tegen producten die in Egypte zeldzaam of onbestaande zijn (uit Libanon: edelstenen, wierook)

Ruilhandel gebeurt via de Nijl (belangrijkste verkeersader) en over land (karavaantransport)

De opbouw van een wereldrijk

1. Oorspronkelijk: kleine landbouwgemeenschappen met regionale heersers
2. Macht van verschillende regionale heersers neemt toe (bezetten een sleutelpositie in de Egyptische landbouweconomieën)  worden koningen, farao’s
3. Samenvoeging tot 2 koninkrijken (noordelijk en zuidelijk)
4. koning Narmer verovert het Noorden (3200 vC)
5. opper – en neder- Egypte worden samengevoegd onder 1 farao: Menes (3100 vC)


3 periodes met machtige farao’s
Oude Rijk: 2686 vC – 2200 vC
Middenrijk: 2133 vC – 1780 vC
Nieuwe Rijk: 1567 vC- 1085 vC

1000 vC – 525 vC: Egyptische Rijk is politiek verzwakt
 In 525 vC: Egypte wordt veroverd door de Perzen

De samenleving is hiërarchisch geordend

Sociale piramide
Elitemaatschappij: iedereen in dienst v/d vorst, maar er zijn bevoorrechte groepen

Top v/d maatschappij: farao (zoon van god en dus zelf een godheid)
Hij kan vrij bezitten over leven, bezit en arbeid van zijn onderdanen
Hij bepaalt alles (bouwen van tempels, paleizen, wie wat moet doen, welke velden bezaaid w)

Ramses 2 regeerde 60 jaar, grote bloei onder zijn bewind

De farao wordt bijgestaan door schare hovelingen, priesters (zeer machtig),
ambtenaren- schrijvers en militairen

In de steden: ambachtslui
In de landelijke gebieden: boeren
Onderaan de ladder: slaven

Om de grond jaarlijks te mogen bebouwen betalen de boeren een vergoeding in natura


Positie v/d vrouw

Op vorstenhuis na, meeste huwelijken monogaam. Niet polygaam zoals gedacht
Veel vrouwen stierven tijdens zwangerschap of in het kraambed
Als hun vrouw stierf  nieuwe vrouw
Als mannen w afgebeeld  met hun opeenvolgende vrouwen  vandaar misinterpretatie

Mannen en vrouwen waren gelijk in Egypte

Meeste vrouwen  huisvrouw
Sommige vrouwen  beroep (rechter, schrijfster, schatbewaarster)

Farao huwde meerdere vrouwen: vaak uit politieke overweging (vaak buitenlandse vrouwen)

Soms trouwden broer en zus (broer- zus moet ruim geïnterpreteerd w: stiefzus, etc)
Ramses 2 trouwde 3 van zijn dochters  zuiver dynastieke belangen (fictieve huwelijken)


Godsdienst

Polytheïsme

Vereren van natuurgoden (vooral de zon)
In Memphis (Oude Rijk): Re of Ra
In Thebe (Nieuwe Rijk): Amon
Later versmelten de cultussen: Amon-Re of Amon-Ra

Osiris: god v/h dodenrijk
Isis (gemalin van Osiris): god v/d maan
En hun zoon: Horus

Heilige dieren: bepaalde goden werden met dieren geassocieerd
Vb: Hathor, godin v/d vruchtbaarheid werd afgebeeld als koe

Geloof in leven na de dood

Dood = start van een nieuw leven (in het hiernamaals)

Volgens hun geloof hadden Egyptenaren niet enkel een lichaam, ook een ziel (ba) en een afspiegeling (ka)
Bij sterfte zwerft ka tussen aarde en hiernamaals, terwijl ba blijft voortbestaan op aarde
Zorg voor de doden is groot en moet zorgvuldig bewaard worden  mummificeren

Mummificatie alleen is onvoldoende om het eeuwige leven v/d dode te beschermen
De ka moet een thuis hebben en lichaam moet gevrijwaard worden van weersomstandigheden en rovers
Egyptenaren begraven hun doden in mastaba’s, rotsgraven, piramiden of in de grond

Grafmonumenten

Mastaba: oudste graven (voor eenmaking Egypte) en is Arabisch voor ‘bank’
Dode wordt in rotsbodem gelegd en rots wordt bedekt met tafelvormig gebouw

Trappiramide: bij sommige personen worden verschillende, steeds kleinere mastaba’s op elkaar gezet

Piramide: trappen worden nu opgevuld (tijdens Oude Rijk en begin Middenrijk)
De punt wijst naar de zon en de ribben v/d piramiden staan symbool voor de stralen die de zon schijnt op de farao en hem zo verbindt met de zonnegod

Schijndeur aan de oostkant: nodigvoor de reis v/d ka heen en weer)

Eerst een lange gang met wandversieringen (bvb afbeeldingen v/d farao, militaire successen, verwanten en goden, etc)  Dan grafkamer en voorraadkamer: buik v/d piramide

Voet v/d piramide: dodentempel (verbonden met daltempel, aan de Nijl)
Rond piramides vaak mastaba’s en tempels
Tempels maken deel uit v/d dodencultus (begrafenisceremonie)
Kleinere graven zijn voor koninginnen en belangrijke ambtenaren uit omgeving v/d farao

Grootste en bekendste groep piramides: Gizeh (rond 2650 vC) met grootste piramide (146m) Choefoe (door Grieken Cheops genoemd)

Bouwplaats

Opgravingen zijn misschien niet zo spectaculair, wel belangrijk omdat ze tot nieuwe inzichten over het oude Egypte leiden (bewijzen van theorieën, misvattingen uit de weg ruimen)

Vanaf 1990: 2 sites blootgelegd die een vermoeden bevestigden (begraafplaats en stad)
 Piramides werden niet gebouwd door slaven, maar door arbeiders

Er kwamen geen lasdieren of machines aan te pas en er werkt gewerkt met koperen beitels

Waarom waren de arbeiders zo gemotiveerd voor dit zware werk?
 Vermoedelijk: bouw piramide = bouw aan Egypte, eigen wedergeboorte veiligstellen

Goede organisatie bij bouw piramides  arbeiders werden in groepen verdeeld en kregen een vaste taak (bvb daken van kamers maken)

Rotsgraven: hier werden farao’s uit het Nieuwe Rijk begraven (nabij Thebe)
Piramides waren niet bestand tegen grafrovers en rotsgraven zijn veel minder zichtbaar

Grootste concentratie graven ligt in Cairo, het Koningdal en Koninginnendal
Het beroemdste graf hier aanwezig is dat van Toetanchamon

Kuil in de grond: lichaam werd ingewikkeld in een linnen doek; voor gewone Egyptenaren
Grafgiften: kleine huisraad, eenvoudige juwelen
Bij arbeiders worden vaak bierkruiken (+ soms drinkbekers, offerschalen) gevonden
Begrafenisceremonie v/d farao

Farao wordt vanuit paleis naar dodenschip gebracht en vervoerd over de Nijl naar de piramide
(achter dodenschip varen schepen met familieleden, vrienden en lijkdragers)

 Bij daltempel wachten de dodenpriesters en lichaam wordt van boord gehaald
Dodenschip wordt uit het water gehaald en gedemonteerd  wordt begraven naast piramide

 Mummificatie
Het voorbereiden v/h lichaam kan meer dan 2 maanden duren
Het is een ingewikkeld en langzaam proces dat begeleidt wordt door religieuze ceremonieën

 Oplossen v/d hersenen door een vloeistof en de restanten weghalen door de neus

 Verwijderen v/d ingewanden op het hart na
Ingewanden worden gebalsemd en in kanopen gedaan (aardewerken potten met dierenkop als deksel dat symbool staat voor bepaalde goden)

 Lichaam wordt gedroogd in zout, gewassen, ingewreven met zalf en bedekt met hars
Ingewikkeld in linnen repen, waartussen gouden voorwerpen worden gestoken (ter bescherming). Lichaam is klaar voor verplaatsing en volgende ceremonie

 Mummie wordt naar grote hal v/d daltempel gebracht: plechtigheid v/h ‘openen v/d mond’
Mond v/d mummie wordt aangeraakt met een ceremoniële haak, terwijl gebeden worden opgezegd, zodat de farao in zijn volgend leven weer kan spreken, eten en bewegen

 Een paar dagen later wordt de mummie in een houten kist gelegd
Na gebeden en offeranden wordt de kist op een slee naar de ingang v/d piramide gesleept
Priesters dragen de kist naar de grafkamer en plaatsen die in een stenen sarcofaag
De kanopen worden in een houten kist geplaatst die aan de voet v/d sarcofaag staat
De sarcofaag wordt gesloten met een zwaar, granieten deksel

 Grafkamer en voorraadkamer worden gevuld met voedsel, kleding, meubilair, etc
Allemaal voorwerpen die hij nodig had in het dagelijkse leven en dus ook in het hiernamaals

 Priesters houden de laatste ceremonie (spreuken, gezangen) en de zware stenen valdeuren worden voor de ingang neergelaten + blokkade van stenen
Tot slot wordt de laatste bekledingssteen in de overgebleven opening v/d ingang geschoven
 De grafkamer is nu verborgen

In het Nieuwe Rijk (rotsgraven) is de ceremonie gelijkaardig

 

Kunst en wetenschap

Sterrenkunde en geneeskunde ontwikkelden zich uit het geloof

Egyptenaren waren sterk in meetkunde en literatuur. Schrift was zeer belangrijk

Hiëroglyfen

Steen van Rosetta (nu te zien in het British museum in Londen):
Document waarop priesters na afloop v.e synode de nieuwe verordeningen optekenden
Inhoud: politieke en economische zaken en omschreven vrij nauwkeurig de bevoegdheden v/d vorst en de priesters (wie welke rechten had, welke groepen fiscale privileges hadden, etc)

De steen van Rosetta is een plaats van basalt (196 vC), waarop de tekst in meerdere talen (Demotisch, Grieks, hiëroglyfen) stond (alleen priesters kenden hiëroglyfen)


Jean- Francois Champollion (23/12/1790 geboren):
• Kende veel talen (Latijn, Hebreeuws, Grieks, Syrisch en Chaldeleeuws)
• Wordt docent geschiedenis aan universiteit in Grenoble (op 19j)
• Vond de sleutel tot de hiëroglyfen (door steen van Rosetta): schrift dat zowel figuratief als fonetisch als symbolisch is  bepaalde hiëroglyfen kunnen zowel een letter als een lettergreep, een begrip of een woord zijn, naargelang de context
• In 1831 krijgt hij een leerstoel in college de France
• Sterft in 1832 (uitgeput door al het werk)

Bouwkunst

Bekende tempels: Aboe Simbel, tempels in Luxor
De gebouwen worden versierd met beelden van goden, obelisken, fabeldieren (bvb sfinx)

Beeldende kunst

• Statische, strakke kunst
• Kunstenaars kregen geen vrijheid: moest opdracht zo goed mogelijk uitvoeren
• Vaak portretten van vooraanstaande figuren
• Vele graven werden beschilderd met godsdienstige thema’s

Bijdragen aan de westerse cultuur

Egyptenaren
• Beoefenden wiskunde, vooral meetkunde
• Ontwikkelen van technieken: glasblazerij, scheepsbouw, papyrusproductie, etc
• Toepassen van geneeskunde en bestuderen de scheikunde
• Ontwerpen een schrift

Mesopotamiers
• Bestuderen sterrenkunde
• Bedreven in rekenkunde; uitvinding zesdelig stelsel
• Onze tijdsindeling en cirkelindeling gaan op hun kennis terug
• Ontwikkelen een schrift

 

Persiers
• Uitvinding v/d munt (Lydie)
• Ontwikkelen een postsysteem

Feniciers
• Ontwikkelen een klankalfabet, basis van ons alfabet

 

Hebreeërs
• Ontwikkelen een monotheistische godsdienst (judaisme)
• Basis voor christendom, islam en joodse godsdienst

Begrafenisceremonie v/d farao

Farao wordt vanuit paleis naar dodenschip gebracht en vervoerd over de Nijl naar de piramide
(achter dodenschip varen schepen met familieleden, vrienden en lijkdragers)

 Bij daltempel wachten de dodenpriesters en lichaam wordt van boord gehaald
Dodenschip wordt uit het water gehaald en gedemonteerd  wordt begraven naast piramide

 Mummificatie

 Oplossen v/d hersenen door een vloeistof en de restanten weghalen door de neus

 Verwijderen v/d ingewanden op het hart na

 Lichaam wordt ingewikkeld in linnen repen, waartussen gouden voorwerpen worden gestoken (ter bescherming)

 Mummie wordt naar grote hal v/d daltempel gebracht: plechtigheid v/h ‘openen v/d mond’

 Een paar dagen later wordt de mummie in een houten kist gelegd
Na gebeden en offeranden wordt de kist op een slee naar de ingang v/d piramide gesleept
Priesters dragen de kist naar de grafkamer en plaatsen die in een stenen sarcofaag
De kanopen worden in een houten kist geplaatst die aan de voet v/d sarcofaag staat
De sarcofaag wordt gesloten met een zwaar, granieten deksel

 Grafkamer en voorraadkamer worden gevuld met voedsel, kleding, meubilair, etc

 Priesters houden de laatste ceremonie (spreuken, gezangen) en de zware stenen valdeuren worden voor de ingang neergelaten + blokkade van stenen

 De grafkamer is nu verborgen

In het Nieuwe Rijk (rotsgraven) is de ceremonie gelijkaardig

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Dat weet ik dan ook weer. Graag gelezen! D