Deel 9: 15 jarig meisje dat verdrinkt in haar tranen

Door Danique1 gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

'Waar is die sleutel?!' tierde mijn broer tegen mijn vader..


Mijn ouders zochten de reservesleutel van de scooter.  Jayden had de sleutel recht willen buigen maar toen was hij afgebroken. De reservesleutel was nergens te vinden, wat genoeg was voor ruzie.
‘Nee Jayden, die heb je zelf, jij had hem laatst nog nodig en toen heb ik hem aan jou gegeven.’
‘Die had ik toen weer aan jou gegeven, simpele ziel!’, tierde Jayden terwijl hij onrustig allerlei dingen van zijn plaats trok. Ik hield me erbuiten en ik ging mijn kamer schoonmaken, opruimen en stofzuigen. Iedereen was onrustig en gestrest. Mijn moeder al helemaal, ze was razend, schreeuwde, schold en huilde.. Er was geen normaal woord uit haar te krijgen. ‘Danique! Kom naar beneden!’, riep mijn moeder onder aan de trap. Ik vroeg me af wat ik verkeerd had gedaan… De hond was weggelopen en ik moest ze helpen zoeken. We waren niet alleen een sleutel kwijt, nu ook nog onze hond. Ik zocht overal in de buurt maar ik kon haar niet vinden. Toen ik thuis kwam hadden ze haar al, ze had zich uit angst onder de zonnebank verstopt.
‘Ik heb geen zin meer in dit kut leven! Dat willen jullie toch?! Een dode moeder?!’, schreeuwde mijn moeder met tranen in haar ogen. Mijn moeder had inmiddels ruzie met Jayden en mijn vader.
‘Je hebt al vaak genoeg laten zien dat je niks in me ziet, en dat bewijs je keer op keer, lul!’. Mamma deed erg dramatisch vond ik, want het ging tenslotte maar om een sleutel. Dat probeerde ik haar ook duidelijk te maken door te zeggen ‘Mam, doe even rustig, het gaat maar om een sleutel’.  Waarop ze antwoordde met ‘Dat is niet waar, en ik zou maar stoppen als ik jou was want anders krijg je een klap voor je kop!’. Dus ik besloot dat het maar beter was als ik naar mijn kamer ging. Uiteindelijk werd de sleutel gevonden door mijn vader, op een plek waar hij al drie keer had gekeken. Jayden was razend, want hij kreeg er de schuld van terwijl mijn vader de sleutel al die tijd had gehad. Die avond zouden uit eten gaan met een aantal kennissen maar Jayden mocht niet mee van mijn ouders .
‘We gaan niet betalen voor jou, klootzak’, tierde mamma. Jayden vertrok… en de ruzie ging evengoed door. Mijn moeder lag huilend op bed. Toen ze was bijgekomen riep ze me omdat ze een foto had gevonden van Tara, onze hond die kort geleden was overleden. Mamma deed alsof er daarvoor niks was gebeurd. We keken samen naar de foto van Tara. Dit moment werd onderbroken door de telefoon die ging. Pappa nam op. Het was Sara en ze verveelde zich. Ze wilde vragen of ik wat met haar wilde doen. ‘Ik kan niet want ik moet straks mee met dat vriendengezeik van pap en mam.’, zei ik, ook ik was niet bepaald in de stemming na een middag vol schreeuwende mensen. Mamma werd razend. Met het woord ‘vriendengezeik’ had ik de oorlog verklaard, schreeuwde ze. Dat was alleen niet mijn bedoeling geweest.
‘Je hoeft niet eens meer mee, teringwijf! Denk je nou echt dat ik voor jou geld ga uitgeven!’, schreeuwde ze en ze sloeg me. Ondertussen had ik Sara nog steeds aan de lijn. ‘Ik bel je straks nog wel…’, zei ik tegen Sara door de telefoon. ‘Oke..’, antwoordde ze, en ze hing op. Mamma sloeg me weer, ze was razend en niet te stoppen. Het was mijn eigen schuld geweest, ik had dat niet mogen zeggen hoe stom ik het ook vond om met die kennissen wat te gaan eten.
‘Jij bent helemaal gek geworden dat je in jezelf snijd! Ik kan dat echt niet begrijpen! Jij bent de weg kwijt, trut!’, schreeuwde ze. Mamma stuurde me naar mijn kamer om af te koelen. Ik kreeg vijf minuten en dan moest ik mijn excuus aan gaan bieden. Ik was heel boos dat ze zo reageerde om dat ene rot woord, terwijl zij wel zo tegen mij mocht praten. Alleen mamma mocht dat doen. Ze riep me weer. Ik was nog lang niet afgekoeld na vijf minuten maar ik moest weer naar haar toe.
‘Waarom ga je in je barst lopen harken?!’, vroeg ze met verheven stem.
Ik zei niets.


‘Daar doe je mij nog meer pijn mee dan de pijn die jij hebt! Je hebt niks meegemaakt! Ik heb op jonge leeftijd veel mensen verloren! Ik had een vader die arbeidsongeschikt was en we waren erg arm! Wij hebben jullie altijd goed te eten gegeven! Het was een schande dat mijn vader thuis zat, en hij liep op zijn knieën door het huis zodat niemand hem zou zien! Denk je dat dat leuk was voor mij?!’, schreeuwde ze. Ik voelde me erg rot, schuldgevoelens liepen hoog op doordat ik alles kon krijgen wat ik maar wilde en toch ongelukkig was. De stilte werd onderbroken door glas dat beneden viel. Onze hond had in paniek de glazen vaasjes, die voor het raam stonden, gebroken. Pappa schreeuwde tegen haar dat ze dat niet mocht doen, en hij gaf haar een tik. Ik ging ook beneden kijken, waar ik gelijk weer een klap kreeg van mijn moeder. De ruzie ging beneden verder.
‘Wat ben je nu weer aan het broeden?! Ik zie dat je bezig bent! Of weg die boze kop anders krijg je er een klap op!’, schreeuwde mamma tegen me, die rood aankleurde van woede. Mijn vader ging zich er ook mee bemoeien.
‘Wat denk jij wel niet! Jij gaat mee, of wil je een ros van me?! Ik ben niet bang voor je hoor! Dan ga je maar naar de politie of die zielenknijpers, daar hebben we toch al een naam door jou gekke gedrag! Moet je je polsen zien! Dan kan je zien hoe gek je bent!’, schreeuwde hij. Ondertussen trok hij mijn mouw omhoog zodat ze de littekens konden zien. Ik trok mijn mouw snel weer omlaag, maar dat mocht ik niet doen. Ze deden mijn mouw weer omhoog.
‘Kijk ernaar!’, schreeuwde pappa. Ik voelde het kleine beetje eigenwaarde dat ik nog had wegglijden. Ik schaamde me en ik voelde me een ongelofelijke mislukking. Ik haatte mezelf en mijn lichaam. Kon ik maar door de grond zaken. Pappa hield zijn vuist klaar, om te laten zien dat hij me zou slaan, maar hij deed niks. Hij dreigde alleen maar. Uiteindelijk moest ik mee. Ik was het enigste kind tussen vijf volwassenen. Ik verveelde me dood maar ik mocht niet thuis blijven doordat ik, volgens mijn ouders, in mijn lichaam zou snijden. Het was moeilijk om om te schakelen, gezellig te doen, blij te kijken, doen alsof er niks aan de hand was en vergeten. Er was niks gebeurd. Nadat we weer thuis waren was er weer ruzie tussen mijn ouders en Jayden. Ik probeerde te slapen maar dat lukte niet met die schreeuwende mensen. Jayden noemde mijn vader een alcoholist. Ik kreeg het vermoeden dat pappa en tijd terug vaak erg veel dronk en dat Jayden hier wel van wist. Een paar dagen geleden hoorde ik mijn moeder ook al tegen mijn vader zeggen ‘En je gaat niet in je eentje whisky zitten drinken, hè? Ik heb vaak genoeg rare dingen bij jou gezien, zoals jou weer dronken ophalen’. Vandaar dat ik dat dacht.


Het was 26 Juni, 2007, de laatste schooldag. Iedereen was blij dat de vakantie begon… behalve ik. Mijn ouders deden nu weliswaar erg aardig tegen mij, maar ik wist niet meer wat ik kon verwachten. Ruzies werden nooit uitgepraat en het stapelde zich alleen maar op. Thuis was het omschakelen van ruzie naar doen alsof er niks was gebeurd. Wanneer ik me niet snel genoeg kon omschakelen was het: ‘Waarom doe je nou weer zo?’ of ‘Waar slaat dit op?’. Mamma vroeg me vandaag wat ik morgen wilde eten. Hoe kon ik hier onder vandaan komen?  Het was morgen woensdag, en op woensdag ging ik altijd logeren bij Diana en Lars.

Ruzie, volgde na ruzie en ik was volledig uitgeput. Ik had inmiddels al twee maanden straf, werd steeds geslagen en was helemaal op.
Jayden wilde de auto lenen van mijn vader om naar zijn vrienden te gaan. Dit mocht eerst wel, maar daarna weer niet, wat Jayden erg boos maakte. Op datzelfde moment was ik mijn rapport van school aan het laten zien maar dat werd gelijk aan de kant gelegd. Alle aandacht ging in negatieve vorm naar mijn broer. Ik merkte dat de ruzie uit de hand begon te lopen. Ik nam de hond uit voorzorg maar op schoot zodat ze niet in de kamer zou plassen. Mijn vader, moeder en Jayden gingen gewoon door met schreeuwen. Uiteindelijk was dat ook niet genoeg voor onze hond en plaste ze bovenop mij. Ik liep boos naar boven om andere kleren aan te trekken, maar niemand hield rekening met die hond. De ruzie ging nog net zo erg en net zo hard door als daarvoor. Mamma ging de hond vast zetten in de tuin zodat ze niet in de kamer kon plassen en ook niet weg kon lopen. Mamma was razend. De tranen stonden in haar ogen, ze schreeuwde en sloeg de deur dicht. Toen de buurvrouw langs liep moesten we stil zijn.
‘Ach, die kan ons vijf huizen verderop al horen’, zei pappa met een kalme stem. Ik kon zien dat mamma zichzelf niet meer was op dat moment. Haar handen trilde van woede en haar ogen brandde als de hel. Ze stond in de keuken, een mes in haar handen. Ze stond daar alsof ze mijn broer elk moment wat aan kon doen. Ik kon dit allemaal niet langer meer aanzien en besloot dat ik maar beter naar mijn kamer kon gaan. Daar deed ik de radio aan zodat ik het geschreeuw niet zo erg meer zou horen. Mijn oren deden pijn van het geschreeuw en de dichtgeslagen deuren. Het geschreeuw kwam boven de muziek van de radio uit. Beneden hoorde ik klappen vallen…Waarna ik mijn moeder even later de trap op hoorde komen.
‘Ik ga wel kijken of ze niet weer een mes in haar lichaam heeft gestoken!’, riep mamma naar beneden. Dit maakte mij boos, maar daardoor werd mamma nog bozer want ik had geen rede om boos te zijn. Zij vond het ook niet leuk en ik gaf haar daar de schuld van vond ze. Ze ging huilend terug naar beneden. Ik kreeg een nog groter schuldgevoel. Mijn gevoelens waren onterecht zoals altijd, zelf al deed ik niks gaf ik mensen de schuld van dingen, zelfs al was dat niet zo. Na ongeveer een half uur kwam Jayden naar mijn kamer om met mij te praten. Pappa en mamma gaven hem de schuld van de keren dat ik was weggelopen. Mamma stond ons op de trap af te luisteren.
‘Jayden ga daar weg, zij moet slapen!’, schreeuwde mamma vanaf de trap. Alsof ik nog kon slapen, dacht ik… Jayden ging weg. Ik ging naar mijn bed waar ik nog een tijd heb gehuild. Ik vond het allemaal zo vervelend voor mijn moeder en ik maakte me zorgen. Het ging niet goed met haar, maar ik wist niet wat ik moest doen. Ik probeerde te slapen. Ik zag opnieuw mijn broer die naast me op bed kwam liggen. Hij streelde mijn borsten, zijn hand ging naar beneden. Hij begon me te vingeren. De beelden lieten me nooit los. Mijn ouders verschenen aan mijn bed. Ze schreeuwden en hielden nachtelijke overhoringen, onder dwang, met klappen, met vernedering en met lamp in mijn ogen schijnend. Uiterlijk leek ik normaal en presteerde ik. Innerlijk lag ik aan diggelen. Mensen om mij heen bleven de schijn ophouden en dat sloopte me.


In die tijd had ik een bijbaantje samen met Sara in de lelies waar we elke dag werkte van zeven tot vijf. Wij stonden aan de lopende band te werken. Zo was ik toch weg van huis en kon ik aardig wat geld verdienen. Al stond ik daar erg lang en kreeg nagenoeg een minimumloon van een 15-jarige. Ik werkte erg veel en omdat ik veel weg was van huis was er minder ruzie. Er waren dagen dat alles beter leek te gaan en ik me ook beter ging voelen. Maar er waren ook dagen bij dat het er erg somber uit zag. Soms zat ik er helemaal doorheen en dacht ik tijdens het werk alleen maar aan zelfmoord. Ik dacht alles tot in detail uit. Ik was zelfs al met mijn begrafenis bezig.

Eind Juli was mijn verjaardag. Ik werd zestien, en ik voelde me ongelofelijk oud worden. Weer een jaar voorbij en weer een verpest, dacht ik. Het was mijn laatste dag op mijn werk. Die avond ging ik met mijn ouders uit eten voor mijn verjaardag. We leken een doodnormaal en gezellig gezin, en zo voelde het ook.


De volgende dag ging ik op vakantie naar Zweden met mijn ouders.

De vakantie bestond uit leuke en niet leuke dingen waar ik niet te veel op in zal gaan. Ik wil het voor mezelf herinneren als een leuke tijd waarbij mijn ouders en ik dichter naar elkaar toe zijn gekomen. Dit wilde ik positief zien. Al waren de laatste paar dagen wel weer een dieptepunt met schreeuwen, schelden, dreigen en tranen.
Drie dagen nadat we terug waren van vakantie ontstond er ruzie. Ik ging die nacht om kwart over twaalf naar mijn bed, en ik sliep snel in. Om een uur in de nacht werd ik wakker van het geschreeuw. Aan wat ze zeiden kon ik merken dat Jayden te laat thuis was gekomen. Mijn moeder was razend. Ik zei tegen mezelf dat het even zou duren en dat ik me er niks van moest aantrekken, ze zouden zo wel gaan slapen. Ik deed mijn ogen weer dicht en probeerde in te slapen maar ze zeiden zulke erge dingen tegen elkaar wat me erg bang maakte. Ik kon toen wel inzien dat het niet zo over zou zijn en dat het uit de hand ging lopen. Ik stapte na twintig minuten uit mijn bed en riep naar boven dat ze moesten stoppen. Op dat moment voelde ik me machteloos want ik wist niet wat ik moest doen.
‘Ik hang je op aan een boom van twaalf meter hoog!!’, schreeuwde Jayden naar mijn moeder. Waarop zij terug schreeuwde: ‘Ik ga je hersenen inslaan!’. Op dat moment geloofde ik ook dat ze dat zouden doen. Het was werkelijk dood eng. De ene doodswens volgde naar de ander.. en ik was radeloos. Ik bleef doodstil in mijn bed en probeerde mijn ademhaling onder controle te houden. Er werd met spullen naar elkaar gegooid. Ik hoorde ze boven vechten. Mijn moeder hoorde ik nog steeds boven alles uit schreeuwen. Ik moest denken, denken, denken… Er viel allemaal glas de trap af en ik hoorde ze nog steeds vechten. Ik had nergens nog kracht voor. Ik trilde en probeerde te huilen maar er kwamen geen tranen. Ik riep nog een keer naar boven dat ze moesten stoppen. In de hal lagen overal stukjes glas… Ik stapte tussen de glasschreven door om de telefoon te pakken in de kamer van mijn ouders. Ik pakte al mijn moed bij elkaar en drukte het alarmnummer ‘112’ in. Ik kreeg een alarmcentrale aan de telefoon, die me doorverbonden met een punt die het dichtst bij ons was. Ondertussen werd en boven nog van alles en nog wat naar elkaar geschreeuw. Ik kreeg een mevrouw aan de telefoon. Ze vroeg waarom ik belde. Ik huilde… ‘Ze gaan elkaar vermoorden’, snikte ik. ‘Ik ben zo bang.. laat iemand langs komen.’ Ze stelde me nog een aantal vragen over wat er aan de hand was, waar ik woonde en dat ik rustig in mijn bed moest blijven. Ze zou iemand langs sturen beloofde ze. Ik hing op. Toen het tot me door drong dat ik politie had gebeld voelde ik me vreselijk. Ik kon moeilijk niks zeggen en dat er opeens politie voor de deur stond… Ik besloot om het te zeggen. Dus ik stapte opnieuw uit mijn bed en opende de deur van mijn slaapkamer. Boven ging de ruzie er nog net zo heftig aan toe, ze waren wel gestopt met vechten. ‘


Ik heb de politie gebeld, er komt zo iemand langs… Jullie moeten echt stoppen’, riep ik naar boven. Jayden begon meteen te schreeuwen dat ik niet goed bij mijn hoofd was. Ik ging terug naar mijn bed en luisterde naar wat ze schreeuwden. Mijn vader kwam de trap af, mijn kamer binnen. Door het licht in de hal kon ik zien dat hij bloed op zijn hoofd had. Het bloed liep van zijn voorhoofd naar beneden tot aan zijn kin. Dat beeld maakte me nog banger. ‘Ik ben eigenlijk wel blij dat je hebt gebeld… Ik wilde het ook niet zo’, zei hij en hij ging naar beneden. Ik kon alleen nog maar huilen. De politie kwam langs en ze spraken even met mijn ouders, waarna ze weer vertrokken. Mijn vader, moeder en broer scholden ook daarna nog tegen elkaar. Mijn vader liet Jayden gewoon zijn gang gaan.. De volgende keer zou hij hem dood slaan.

Een aantal dagen bleef het rustig thuis. Er werd wel veel gescholden en geschreeuwd maar geen ruzie. Ik had de dagen die voorbij waren gegaan erg rot gevoeld. Ook had ik inmiddels een nieuw baantje: kantoren schoonmaken. En het voetbalseizoen was weer begonnen. Ik speelde in de selectie van Dames 1/ Dames 2. Elke week werden er andere teams gevormd, wat bepaald werd door trainingsopkomst en inzet. Na het eten, de training en douchen wilde ik gaan slapen. Toen ik in mijn bed lag besefte ik dat ik mijn medicijnen was vergeten in te nemen dus ging ik toch nog maar naar beneden. Pappa stond in de keuken een pan af te wassen. Hij was toch aan het schrobben dus ik dacht ik pak tussendoor even een beetje water zodat ik het kan doorslikken. Pappa werd hartstikke boos omdat ik de kraan aan zetten.
‘Eerst is Jayden al bezig en nu jij weer!’, schreeuwde hij. Ik wist niet wat ik verkeerd had gedaan. Ik negeerde hem en ging weer terug naar mijn bed. Kort daarna kwam mijn moeder mijn kamer binnen.
‘En wat heb ik nou weer verkeerd gedaan?’, vroeg ze met verheven stem vanuit de deuropening. Ik zei niks. Ook mijn vader kwam stampend de trap op.
‘Jij moet je grote smoel houden want je zat me voor het eten ook al uit te schelden’, zei hij tegen mij. Dat was alleen nooit gebeurd. Ik kon niet begrijpen waarom mijn ouders altijd boos werden om eigenlijk helemaal niks.
‘Ik schiet mezelf binnenkort wel door mijn hoofd!’, schreeuwde mijn vader. Mijn deur werd met een klap dichtgeslagen. Mijn ouders hadden nog even ruzie met elkaar. Daarna was het stil. Ik huilde zonder geluid te maken in mijn bed. Ik wilde hier zo graag weg… Ik wilde zo graag dat iemand me hierbij kon helpen, maar ik wist dat ik alleen was en dat er nooit iemand zou komen die me zou redden.

Die zondag was het mooi weer om te voetballen.

Ik had speelde lekker en ik voelde me ook wel goed. Bij thuiskomst verdween dat gevoel al snel toen ik zag dat mijn moeder had gehuild. Ik begon als een sneltrein alles af te gaan wat ik verkeerd had kunnen doen of wat er gebeurd zou kunnen zijn, maar ik kon nergens op komen. Mijn vader keek erg boos naar me en zei: ‘We hebben een hele leuke brief van jeugdzorg gekregen’, op suggestieve toon. In die brief werden mijn ouders op de hoogte gesteld dat de kinderbescherming een onderzoek ging starten. Een onderzoek naar mij. Mijn goede gevoel wat ik even daarvoor had was veranderd in verdriet en schuldgevoel. Het was allemaal mijn schuld geweest, als ik nooit wat had verteld was dit helemaal niet gebeurt. Ik had mijn mond moeten houden. We moesten praten, zeiden ze. En in die zin betekend dat vaak weinig goeds.

‘Wij dachten dat we helemaal van alle hulp af waren’, zei mijn vader. Hij sprak voor mijn moeder en zichzelf.
Ik zei niks.
‘We kunnen hier vanaf komen als we laten zien dat het goed gaat thuis, en er is ook niks aan de hand’, zei pappa. Ik wist niet of ik er ook zo over dacht, maar zoals mijn vader het zei leek het ook echt alsof de melding die gedaan was voor niks was. Ik kon merken dat mijn ouders er heel erg mee zaten dat dit was gebeurd. Ik dacht na over mijn kans om hier weg te komen. Dit zou de kans zijn. Nee dat zou ik nooit zien gebeuren. Ik zou mijn ouders zo veel verdriet doen, dat moest tot mij doordringen. Ik mocht de waarheid niet gaan vertellen. Ik moest me schamen dat ik zo’n rotkind was die dit had veroorzaakt. De gevoelens die hierbij hoorde kon ik slecht weerstaan. Het leek net wat beter te gaan tussen mij en mijn ouders en nu kwam dit er weer bij.. Behalve Jayden want die probeerde mij en mijn ouders leven kapot te maken, misschien bewust, misschien onbewust, ik wist het niet.
Ook mijn leven ging verder na dit slechte nieuws. Ik hoorde niet veel van de raad voor de kinderbescherming, en ik wist ook niet wat ik ervan moest verwachten. In de tussentijd ging ik gewoon mee op trainingskamp naar Friesland. We hadden hele fijne dagen gehad met het team en ook ik kon ervan genieten.

Dit fijne gevoel was ook na een paar dagen alweer verdwenen omdat ik thuis weer ruzie kreeg. We zouden de ruzie uitpraten zeiden mijn ouders tegen me, maar dit gebeurde nooit. De ruzie werd tijdens het ‘uitpraten’ alleen maar erger. Om het kort te houden… Ik ben gewoon een kutwijf, dat was me achteraf zo duidelijk geworden. Alles was mijn schuld: weglopen, Bureau jeugdzorg, GGZ, Families First, crisisopvang en nu de raad voor de Kinderbescherming. Mamma noemde het ‘shoppen bij de instanties’, wat ik had gedaan met hulp zoeken. Ik verpeste alles. Mijn eigen leven. Pappa’s leven. Mamma’s leven en Jayden’s leven. 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Jeetje, wat een aangrijpend verhaal zeg, knap dat je erover schrijft. Heel veel sterkte!
ontroerend verhaal.
duim erbij