Deel 7: 15 jarig meisje dat verdrinkt in haar tranen

Door Danique1 gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Waarom is de toekomst zo uitzichtloos? Ik wil leven, leven, leven... maar mijn ouders beheersen mijn leven... Mijn leven in angst...

Onder het eten kreeg ik een compliment van mijn vader, dat had ik echt niet verwacht. Pappa gaf mij zelden een compliment. Dat deed op dat moment wel wat met mij. Vervolgens ging het allemaal weer over Jayden. Mijn ouders begrepen niet dat ik boos was op Jayden. Hij liet mij al zijn taken doen en hij zat alleen maar zielig te doen. Hij sprak de hele tijd niet normaal. Jayden vertelde mijn ouders dat ik degene was die de hele tijd niet normaal had gedaan. Uiteraard geloofde mijn ouders dat. Ik kreeg de schuld en ze werden boos op mij. Ik had alles voor ze gedaan, het hele huis had ik schoongemaakt en nog waren ze allemaal boos. Het was weer drie tegen een. Op school zei ik nu helemaal tegen niemand meer iets. School belden elke maand mijn ouders om te zeggen hoe het met me ging. Ze beloofden mij dat ze niks doorvertelden en dat deden ze wel. Mijn ouders overhoorde iedereen zodat ze mij daarmee konden confronteren. Ik begreep dat hele systeem van school niet. Waarom brachten ze mij alleen maar meer in de problemen? Waarom luisterden ze niet als ik zei dat ze het niet mochten doorvertellen? Ik kon niemand vertrouwen, dacht ik weer.

Van de Berg zei ook alleen maar dingen die hij van GGZ hoorde. ‘Uit huis gaan is helemaal niet positief’. Ze zeiden allemaal maar wat, ik wist wel beter. Wat was thuis dan wel niet als uit huis gaan al niet positief was. Donderdags kregen we de eindrapportage van Families First te zien. Over mij stonden voornamelijk negatieve dingen beschreven. Zo was ik degene die mijn ouders geen kans gaf, niet goed meewerkte en had ik geen reden om boos te zijn. Daarentegen deden mijn ouders hun best en probeerde ze zoveel, soms beheerste ze hun woede alleen niet goed waaruit dan klappen kwamen. De enigste reden van mijn woede stond beschreven als: De woede van  Danique komt doordat ze ‘wel eens’ is geslagen en ze één keer op de bank moest zitten om te praten. Het was een leugen. Ik dacht terug aan de keren dat ik op de bank had moeten zitten. Nog geen meter afstand. Dreigend. Ze sloegen me als ik geen of verkeerd antwoord gaf. Ze schreeuwden voortdurend tegen me. Ik werd aan een stuk door uitgescholden en zwart gemaakt. Jayden misbruikt mij, en niemand mocht het weten. Tegen niemand kon ik het vertellen. Mijn ouders werden van alle kanten beschermd en geholpen tegen de waarheid. Als ik de waarheid vertelde geloofde niemand me, dat werd nergens genoteerd, alleen de leugens van mijn ouders. Ze zetten er wel in dat ik alleen maar wilde laten zien dat het niet goed ging en uit huis wilde.
Waarom luisterde niemand? Bescherm mijn ouders allemaal maar. Ik sta er altijd al alleen voor en ik weet niet beter. Ze denken dat we een gezellig gezin worden. Alsof er nooit iets is gebeurd…


Afgelopen donderdag was het een feestdag op onze school. We gingen voetballen met school. De klas was verdeeld in een aantal teams en zo zouden we een wedstrijd spelen tegen andere klassen. Het was wel leuk want we wonnen met 3-0, 4-0 en 6-1. Aangezien wij alles hadden gewonnen speelde we de finale. Die we uiteindelijk ook met 4-3 wonnen. ‘s Avonds ging ik met Sara oppassen wat even goed wel leuk was. Bij thuiskomst voelde ik me best tevreden over de leuke dag die ik had gehad. De volgende ochtend was in een woord: KUT.  Ik had slecht geslapen en mijn ouders hadden vrij en deden alsof er niks aan de hand was. Ik was echt doodmoe en dat kwam mijn humeur niet ten goede. De spanning tussen mijn ouders en mij was gewoon te voelen. Ik kreeg ruzie met mijn ouders doordat ik achter de computer zat en mijn sleutel perongeluk op de grond liet vallen. Ik voelde me al rot genoeg maar het was nog niet genoeg. Mijn ouders zaten echt boven op mijn lip. Ze vertrouwden me weer niet en vonden dat ik stiekem deed doordat ik niet vertelde wat het betekende wat er op mijn hand stond. Laat me hier weggaan… Mamma sloeg me die dag twee keer. Ik had haar terug geslagen. Eigenlijk was ik ongelofelijk kwaad, dat ik dit niet mocht tonen maakte mijn woede nog groter en groter en groter. Hoe kom ik hier nog weg? De laatste tijd dacht ik weer zoveel aan zelfmoord. Het maakte me bang want ik durfde het wel, maar ik moest en zou dit volhouden. Ik maakte alles kapot en ik was nutteloos. Waarom lieten ze me anders zitten? Vroeg ik me af.
Mijn ouders beschuldigde me weer van alles en nog wat. Ik had de avond ervoor met Dyonne, een vriendin uit de crisisopvang, gebeld. Mijn moeder vond het stiekem omdat ik de deur dicht had tijdens het bellen. Mijn ouders luisterden mijn gesprek af. Na het gesprek met Dyonne ging ik naar beneden.
‘En met die kutwijfen daar kan je wel normaal praten en leuk doen!’ Ze ging door… ‘Noem die wijfen maar mongolen, wij zijn dat niet!’ Ik reageerde er niet op. Ik pakte mijn mobiel en deed die in de keukenla, precies volgens de regels voordat dat het volgende onderwerp was waar ze verder over gingen beginnen. Het volgende onderwerp diende zich aan: mijn oude mobiel. ‘Je oude mobiel ligt voortaan ook in de la!’ Ik gehoorzaamde en liep naar boven om mijn oude mobiel te zoeken en die vervolgens ook in de keukenla te leggen.
‘Zo die liggen morgen allebei in de kluis, geen computer helemaal niks’, zei mamma. Ik mocht weer helemaal niks thuis, ook al had ik nauwelijks iets gedaan, het was enkel het telefoongesprek tussen mij en Dyonne.

Ik had slecht geslapen die nacht ervoor vanwege een nachtmerrie. Mamma deed zoals altijd weer alsof er niks was gebeurd. Ze begreep niks van mij en dat maakte me wel een beetje boos. We hadden nooit iets uitgepraat en daar zat ik een beetje mee.  Jayden riep me over een code die op de computer stond. Ik wist niks van een code, en dat had ik er zeker niet op gezet. ‘Waar gaat het over Jayden?’ vroeg ik zo normaal mogelijk.
‘Jij hebt die code erop gezet!’
‘Ik heb helemaal geen code op gezet, ik ben zelfs niet op die computer geweest.’, zei ik terwijl ik naar hem toe liep om te kijken.  Mijn moeder en Jayden werden ongelofelijk kwaad op me en ze begonnen tegen me te schreeuwen.
‘jij hebt die code erop gezet, haal het eraf!
‘Ik heb niks gedaan, Jayden.’
Mamma pakte me bij mijn arm en gaf me een duw, ‘En loop met een boog om die grond, trut!!’, schreeuwde ze en wees naar de plas op de grond. Noa had weer van angst in de kamer geplast. Ik vroeg nogmaals zo normaal mogelijk aan Jayden wat hij bedoelde.
‘Nee, ga weg, je rot nu maar op!’ schreeuwde hij.
Ik had helemaal niks gedaan met die computer. Ik had straf van de computer dus ik had dat ding niet eens aangeraakt. Dit maakte me boos. Mamma sloeg me… en nog een keer. Ze maakte van die dreigende bewegingen… Toen kwam Jayden, hij sloeg me heel hard net onder mijn ribben. Ik kreeg geen lucht meer.
‘Ga zitten!’, schreeuwde mamma ‘Zitten!’


Ik ging zitten en probeerde rustig te ademen. Mamma sloeg me nog een keer en liep naar buiten om de hond te halen die inmiddels zo erg in paniek was dat ze probeerde weg te lopen. Dit zag ik als mijn kans om weg te gaan, stond op en vluchtte naar mijn kamer. Mamma kwam terug en riep me. Ik was nog steeds in ademnood maar begreep dat er niks anders op zat dan terug te gaan. Mamma maakte weer een beweging alsof ze me ging slaan en schreeuwde dat ik moest gaan zitten. ‘Ga die hond halen!’  Ik stond weer op om haar te halen waarbij mamma me een hele harde schop gaf. Ik kon vanuit de kamer zien dat ze bezig was een gat tussen het grind door te graven zodat ze onder de poort door kon. Ik haalde Noa weg bij de poort en gaf haar een kus, ik had medelijden met haar. Dat arme beestje had niks misdaan.
‘En welke troepen ga je nu weer activeren?!’, begon mamma weer ‘Ga je politie weer op ons dak sturen? We zijn toch zo vreselijk? Monsters toch? Aaaahhh!’ brulde ze en ze deed alsof ze een monster was. Wanneer deden die mensen nou iets? Vroeg ik me af terwijl de tranen over mijn wangen stroomden.


Het was de tweede keer dat ik wegliep van huis. Op het aanrecht had ik een briefje achtergelaten met waar ik was, bij wie en wanneer ik terug zou komen. Toen mijn ouders de honden uit gingen laten heb ik het neergelegd, mijn spullen gepakt en op de fiets vertrokken. Ik had er toen nooit aan gedacht dat ze achter me aan zouden komen. Op de weg langs het fietspad zag ik een zilver, grijze Volkswagen golf aankomen, dezelfde auto als mijn ouders. Nummerbord. Oh nee, het was hetzelfde nummerbord, het waren mijn ouders. Kon ik nog in de bosjes springen… Nee, te laat. Ze hadden me al gezien. Ik ging sneller fietsen want het was nog een klein stukje voor mijn ouders me niet konden achtervolgen met de auto. Te laat. Mijn moeder sprong uit de auto en begon achter me aan te rennen. Mijn vader bleef in de berm rijden. Ik ging nog sneller fietsen maar pappa haalde me in met de auto. Hij sneed me af op het fietspad. Ik kon geen kant meer op. ‘Laat me met rust!’, schreeuwde ik. Ik gooide mijn fiets in de berm en begon te rennen. Mensen stonden te kijken en het verkeer ging langzamer rijden. Ik schaamde me dood. ‘Hé joh, wat is er aan de hand?’ riepen een aantal mensen vanuit een auto. Het gebeurde niet alleen meer in huis waar niemand het kon zien, hier kon iedereen zien wat er gebeurde bij ons. Mijn vader haalde me in en pakte me bij mijn arm. Hij trok me mee en verdraaide mijn arm. Ik kon er niet meer aan ontkomen dus ik gaf het op. Ik was zo bang en stond te trillen op mijn benen. Pappa trok me mee en duwde me in de auto. Mijn moeder zag ik achter me wegfietsen op mijn fiets. Pappa begon te rijden.
‘Ik ga echt niet terug, je brengt me daarheen!’, zei ik.
‘Je maakt ons echt razend, hoe durf je dit nog te doen? Stomme trut!’, schreeuwde hij tegen me. Pappa bracht me wel naar de docente levensbeschouwing. Hij liet me daar achter en vertrok zonder wat te zeggen. De docente levensbeschouwing heette Diana Huisman. Hoe het zo kon gaan dat ik die avond bij haar op een kamertje sliep, wist ik niet. Ze had me ooit eens aangesproken na de les toen ik weer moest huilen. Doordat er niemand was die me kon helpen had ik haar om hulp gevraagd, maar dat het zover zou komen was nooit de bedoeling geweest. Pappa en mamma waren razend op me, en dat voelde heel rot. Hopelijk zouden ze me niet weer slaan zoals ze de vorige keer deden, dacht ik. Ik durf eigenlijk helemaal niet meer terug, maar ik wist dat het zou gaan gebeuren. Ik sliep op een soort zolderkamertje met een bed in het midden van de kamer, aan beiden kanten stonden kastjes langs de schuine muren met foto’s en boeken. Ik probeerde om te slapen maar zoals altijd was het moeilijk om in slaap te komen en werd ik steeds wakker. De afgelopen tijd had ik last gehad van vervelende dromen waarin mijn ouders en Jayden met elkaar vochten. Als ik probeerde om ze te stoppen werden ze boos op me en sloegen ze me. Het werd zwart voor mijn ogen en wanneer ik wakker werd lag ik in het ziekenhuis. Vaak kwamen deze dromen terug. Diana en haar vriend, Lars, waren erg lief voor me. Diana vroeg me de volgende ochtend of ik het fijn vond om vaker langs te komen. Ik bekeek ze terwijl ze in de keuken stonden. Deze mensen praatte normaal tegen elkaar. Ik had nog nooit zoveel liefde gezien tussen mensen zoals bij hen. Ik hoopte dat ik hier vaker heen kon. Ik had rust nodig.. Zonder mezelf pijn te doen, dacht ik. Twee dagen daarvoor had ik me voor het laatst gesneden, maar ik wilde niet meer afhankelijk zijn van pijn. Ik wilde een normaal leven, zonder pijn. Diana en Lars hadden buiten de tafel gedekt. Het was een mooie dag, de zon kwam al door en er stond een licht windje. Terwijl we buiten zaten was er echt het gevoel van een gezin, geen geschreeuw, geen ruzie. Dit leek geweldig. We hadden het erover hoe we het die dag gingen aanpakken. Ze zouden me terug naar huis brengen en even met mijn ouders praten. Ik was zo bang voor thuis geworden maar nu moest ik doorzetten en sterk zijn, begreep ik. Ik kon hier niet langer blijven. Ik moest terug. 

Ik was heel erg bang…. Zoveel angst… Dit gevoel moest echt weggaan. Ik had weer een vervelende droom gehad, in mijn droom had ik weer flashbacks. Ik was doodmoe toen ik opstond. Vervolgens had ik de hele dag school. Na school was ik op mijn kamer gaan zitten om te werken aan wiskunde, de radio stond aan. Beneden hoorde ik ruzie, aangezien Jayden thuis was gekomen was dat wel te verwachten. Dit kon ik er niet bij hebben dus ik zette de muziek wat harder zodat ik het niet zou horen. Plotseling hoorde ik iemand stampend de trap op komen.. De deur van mijn slaapkamer werd opengegooid. Ik schrok me dood. Pappa. Ik kon aan hem zien dat hij heel erg boos was. 

 

‘Jayden is bezig en nu jij ook alweer, stelletje klote kinderen.  Doe die muziek zachter, grafkop! Jullie zijn ook net zo erg!’ schreeuwde hij waarna hij mijn deur dicht sloeg. Twee of drie uur later ging ik naar beneden. Niemand. Jayden was op zijn kamer.
‘Waar zijn pappa en mamma?’, vroeg ik.
‘Weet ik veel! Ze hadden de honden mee met de auto. Jij zegt ook nooit waar je bent dus ze lijken wel op jou!’, schreeuwde hij.
Niemand kon me nog normaal vertellen waar ze heen gingen. Ook Jayden ging na een tijdje weg.
‘Waar ga je heen?’ vroeg ik.
‘Wat maakt jou dat uit? Ik wil ook zo vaak wel weten waar jij bent.’ Hij sloeg de deur dicht. Ik belde mijn ouders maar op te vragen waar ze waren en of ik nog moest koken of iets anders.
‘Wij zijn op het stand aan het wandelen met de honden, jij wilt toch nooit mee omdat je denkt dat wij schurft hebben’, zei mijn moeder. Alle opmerkingen van iedereen was ik helemaal zat, zo ging het nou altijd, er was geen normaal gesprek te voeren. Mijn ouders kwamen thuis op het moment dat ik aan het strijken was. Er hing een geladen sfeer. We zeiden weinig tegen elkaar. Nadat ik klaar was met strijken, ruimde ik de strijkplank en het strijkijzer op zodat we daar in ieder geval geen ruzie over zouden krijgen.
‘Wat doe jij nou?! Ik heb dat toch ook nodig! Jij houdt ook nooit rekening met ons!’, tierde mijn moeder. Ik kon echt weinig goed doen vandaag. Ik bracht mijn gestreken kleren naar boven.
‘Oh, nu zijn we weer thuis en ga je weer de hele tijd op je kamer zitten?!’, was het volgende waar ze over begon. Ach wat maakte het me nog uit.. Als ik beneden blijf is het niet goed, als ik boven blijf is het niet goed. Het zou nooit goed zijn. Ik trok andere kleren aan, smste Loïs of ze met me wilde afspreken en vertok.
‘Ik ga naar buiten met Loïs, hoe laat eten we?’, vroeg ik.
‘Weten we niet, je zoekt het maar uit me je eten…. zes uur!’ Tot die tijd bleef ik buiten rondhangen met Loïs. Ook na het eten zorgde ik ervoor dat ik weg zou zijn. Ik ging op visite bij tante Kathleen. Ze was erg trots op mijn rapport, trotser dan mijn eigen ouders. Om twaalf uur kwam ik weer thuis. Pap en mam lagen al in bed dus ik kon nog even beneden blijven zitten. Uiteindelijk ging ik mijn tanden poetsen. Mamma kwam de badkamer binnen om naar het toilet te gaan. Toen ze weer naar haar kamer ging zei ze nog iets maar ik hoorde niks. Dit maakte haar opnieuw boos.
‘Ik zeg welterusten!!’, schreeuwde mamma.
‘Oh sorry hoor, ik hoorde het niet…’, antwoordde ik. Ik hoorde mijn ouders met elkaar praten en kon niet horen of ze het ook tegen mij hadden, dus ik vroeg wat er was.
‘Dat we niks tegen jullie kunnen zeggen! Rot toch op, rotkind!’  Er had geen probleem hoeven zijn, dacht ik… ik bedoel: wat deed ik verkeerd? Ik verstond mijn moeder niet aangezien ik mijn tanden poetste.

De volgende dag ging ik naar Sara. Ik had mijn ouders bijna niet gesproken en dat was maar goed ook. Mamma had haar slechte gedrag van de laatste tijd weer afgekocht met een dekbed. Ik hoefde het allemaal niet meer. Ze gaven me altijd spullen om het weer goed te maken. Spullen maakten de dingen alleen niet goed. Er was inmiddels zoveel kapot gemaakt van binnen. Ik besloot om me die avond pijn te doen zodra ik alleen was. Dit gevoel mocht er niet zijn. Het was erg moeilijk dat niemand mij geloofde of begreep, maar ik zou niet opgeven. Tijdens het avondeten begon Jayden mij na te praten en dingen te zeggen als: ‘Ja joh, doe gewoon normaal anders krijg ik mijn zin niet en dan loop ik weg, en dan krijgen we lekker niet te horen waar ze is!’ Ik kon er echt niet meer tegen. Dit zei hij wel vijf keer onder het eten. Ik moest mezelf echt wat aan gaan doen om alle gevoelens te vergeten en weg te zetten… Nog twee dagen en dan zou ik alleen thuis zijn, dacht ik. Dan mocht ik zijn wie ik was maar nu moet ik eerst nog die dagen door zien te komen. Het was zo zwaar.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Dat het allemaal zo mis kan gaan, geen wonder dat je je zo alleen en onbegrepen voelt. Je raakt me echt met dit oprechte verhaal en ik hoop zo dat het allemaal goed gaat komen.