Alzheimer, een persoonlijke beleving

Door Tandra gepubliceerd op Friday 28 September 12:11

Dit verhaal gaat over mijn moeder. Ze kreeg in mei 2005 een blaasontsteking, ze was toen 82. Haar tot dan toe lichte vergeetachtigheid kwam hierdoor in een stroomversnelling en al snel werd de diagnose Alzheimer gesteld. Omdat ik haar in eerste instantie bij mij thuis verzorgde, werd zij niet meer beschouwd als een dringend geval. Ook al verslechterde haar toestand zienderogen en werd de situatie thuis al heel vlug bijna onhoudbaar. Na mantelzorg bij mij en twee broers kwam er na constant aandringen in november een plaats voor haar vrij in een verzorgingstehuis. Ze stierf een maand later.

Helemaal de weg kwijt…

 

Er rinkelt iets, dat is niet de eerste keer vandaag. Maar deze keer gaat het maar door en eindelijk zie ik de boosdoener. Het is die nieuwe telefoon weer, die maar blijft rinkelen. En dat terwijl hij het maar niet wil doen als ik eens iemand wil bellen. En het was nog wel dringend ook. Ik zal toch maar opnemen, misschien kunnen zij me helpen Janneke te bereiken.

 

“Hallo, juffrouw?”
“Hoi mam, met mij”
“Ja, hallo juffrouw? Gelukkig krijg ik eindelijk iemand aan de lijn. Kan u mij even doorverbinden? Ik moet dringend mijn dochter spreken”
“Mam? Ik ben het, je spreekt al met je dochter. Ik ben het, Janneke…”
“Ja juffrouw, Janneke, dat is ze, kan u mij doorverbinden met haar? Het is heel erg dringend.”

Ik snap er helemaal niets meer van. Ik probeer al twee dagen om mijn dochter te bereiken en het wil maar niet lukken. Als er nou maar niks gebeurd is. En dan beweert die vrouw aan de telefoon dat ze het zelf is. Maar dat kan niet, want straks komt Janneke uit school en dan moet ik aan het eten beginnen wil ik het nog op tijd klaar hebben voor de jongens thuis komen. Wat zei ze nou ook weer aan de telefoon? Ach, het zal wel goed komen, straks komt ze uit school en dan weet ik het wel weer. Plotseling voel ik me weer helemaal moe en slap. Ik ga nog maar wat op de bank liggen. Ik denk dat ik toch iets onder de leden heb. Ach, een beetje rusten en dan gaat dat vanzelf wel weer over.
Ik word met moeite wakker, het schemert alweer. Ik zal eens even op de klok gaan kijken of het al tijd is om te eten. Maar eigenlijk heb ik nog geen honger. Ik ben eigenlijk best nog moe. Er rinkelt alweer een bel. Aan de deur wordt niet gekocht! Ik blijf lekker liggen...

Maar verdorie, die weten ook van geen ophouden. Dat blijft maar bellen en bellen. Moeizaam kom ik van de bank en stommel de trap af. Straks lig ik daar met een gebroken been! Nu wordt er ook nog op de deur gebonkt.
“Mam! Wat is er aan de hand, waarom deed je niet open?”
“O, dag kindje, ik wist niet dat ik bezoek kreeg, waarom heb je niet even gebeld?”
“Maar mam, ik heb je daarstraks aan de telefoon gehad en je klonk zo ziek dat ik meteen in de auto ben gesprongen.”
“Nou, nou, een beetje minder mag wel, niet zo overdrijven. Mij mankeert niks, een beetje moe en slapjes, maar dat gaat wel over. Kom maar binnen, nu je er toch bent, koffie?”

Als ik wakker word zit ik in een auto. Naast mij zit een aardige dame aan het stuur. “Ben je eindelijk wakker? We zijn er al bijna. Je komt een paar dagen gezellig bij mij logeren, weet je nog? Dan kan ik gemakkelijker voor je zorgen.” Nieuwsgierig kijk ik om me heen, ik herken de buurt helemaal niet, wie is die vrouw eigenlijk? Ik ben moe, ik ga nog maar wat dutten.
Af en toe voel ik me heel helder en dan babbel ik wat met Janneke. Het is wel lief van haar dat ze me wil verzorgen, het is zo’n eind naar waar zij woont. Ik heb blijkbaar een blaasontsteking, de dokter heeft pillen gegeven en ik moet veel rusten. Janneke vertelt me dat ik door de ontsteking verward geraakt ben. Dat ik niet genoeg eet en dat ze bang is dat ik het gas laat branden. Ik heb haar gezegd dat dat helemaal niet kan, want het fornuis is al een tijdje versleten. Het gas doet het meestal niet, dus kan ik het ook niet laten branden. Maar ach, ze bedoelt het wel goed.

Waar ben ik toch? Ik moet dringend naar huis. De kinderen komen zo uit school en als ik het eten op tijd klaar wil hebben, kan ik maar beter meteen naar huis gaan. Waar zijn mijn spullen? Het is zo donker hier. Snel mijn tas inpakken en die mevrouw even vertellen dat ik weg ben. Ze zal wel begrijpen dat ik echt niet langer kan blijven. Straks staan ze thuis aan de deur en dan ben ik er niet.

Dat akelige mens, wat denk ze wel, dat ze me hier kan vasthouden? Ze heeft mijn kleren weer afgepakt en terug in de kast verstopt. Ik heb haar nog zo gezegd dat ik naar huis moet, maar luisteren, ho maar. Ik kijk boos uit het raam, waar ze me heeft neergezet. Alsof ik niet voor mezelf kan zorgen. “Je kan nu niet naar huis”, heeft ze gezegd, “je bent nog te ziek.” Maar ik moet naar huis, de kinderen komen zo uit school, ik moet aan het eten beginnen.
Ha, ik ben haar te slim af. Akelige Paula, ze was vroeger ook al altijd zo’n achterbaks kreng. Mij hier zo maar opsluiten alsof ik een crimineel ben. Ik zal haar wel een lesje leren. Driftig trommel ik met mijn vuisten op de voordeur. Er zit dik bewerkt glas in met gekrulde tralies ervoor. Er komt wel licht binnen, maar ik zie verder niets. Maar ik blijf op de deur trommelen, er komt allicht iemand langs die me hoort en me kan bevrijden.
“Mam, daar ben je… ik was nog even de was aan het ophangen, ik dacht dat je nog sliep.” Ze denkt zeker dat ik gek ben. “Ik moet naar huis, ik heb je wel door, maar dat liedje gaat mooi niet op. Ik ga naar huis en je doet die deur nu open!”. “Mam, kalm nu maar, kom even een lekker kopje koffie drinken, dan leg ik je het nog eens uit.”

Af en toe weet ik het weer, ik logeer bij Janneke, maar als ik beter ben ga ik weer naar huis. Af en toe weet ik het weer. Dat ik ziek ben en van alles vergeet en dan voel ik me heel erg droevig. Ik weet nog zo goed van vroeger, hoe dapper en hoe sterk ik was. Hoe hard ik altijd heb gewerkt thuis in de bakkerij en de winkel. Hoe afgunstig Paula op mij was, omdat ik niet alleen hard werkte, maar ook nog mooi was en wat een prachtige bos haar ik had. Ik weet nog dat ik bij de kapper altijd geholpen werd door mevrouw zelf. Die liet niemand anders aan mijn mooie ravenzwarte haren komen.
En in de oorlog, hoe we verplicht waren Duitse soldaten onderdak te geven. Kilometers op de fiets door de sneeuw. Later kwamen de Amerikanen, dat was natuurlijk veel minder erg. Maar het was zo hard werken toen en we hadden zo weinig over voor onszelf.
De jongens mochten altijd het brood rondbrengen, maar ik had best met dat busje kunnen rijden, als ze me maar gelaten hadden.

Later kwam Tuur en de winkel en al vlug de kindjes, eerst allemaal jongens. Ach Tuur, waarom liet je me al zo vroeg alleen? We hebben nooit onze villa gebouwd, nooit onze droom verwezenlijkt om samen met pensioen in ons mooie huis en op reis te gaan. Almaar werken en de kindjes. Maar was je niet vreselijk trots op mij, de beste kok in de wijde omtrek, de kinderen altijd tiptop verzorgd, het huis keurig aan kant…

Ze doet alsof ze mijn dochter is, maar ik weet wel beter. Het is die Paula weer. Ik voel hoe ik van de deur weggeduwd word, ik wil niet, ik wil weg, ik wil naar huis, snapt ze het dan niet, straks komt Tuur thuis en is het eten nog niet klaar. Wat zal die wel niet denken als zijn vrouw zo maar de hort op is, winkel of geen winkel. Ik kan niet zo maar de winkel sluiten. Ik probeer haar een dreun te verkopen, maar Paula is me net te slim af. Ik kan wel zien dat ze geschrokken is, maar ze laat me toch niet los en blijft me maar de andere kant op duwen, over koffie neuzelend. Alsof koffie mij iets kan schelen. Paula heeft het gemakkelijk, ze heeft kind noch kraai, maar ik moet thuis voor het eten gaan zorgen verdorie of er zwaait straks wat.

André Rieu, wat een heerlijke man is dat toch. Samen met Lieke ben ik daarstraks naar André Rieu geweest, zo’n aardige man en nog wel van eigen bodem. En wat is dat kind toch een schat. Oma’s schatje.
Ik moet Janneke toch eens zeggen dat ze die mannen niet zo maar binnen moet laten. Met zo’n kind in huis. Daarstraks zag ik twee mannen in zo’n gele oliejas zo maar de kamer binnenkomen. Ik heb me heel klein gemaakt in mijn stoel. Ze hebben me gelukkig niet gezien, maar je weet maar nooit!
Alles goed en wel, maar ik moet nu echt naar huis. Paula was hier net nog, maar Tuur komt zo thuis en ik moet nu echt gaan.
Ik loop door de voordeur naar buiten en ik loop zo snel als ik kan de hoek om. Ik kijk goed uit of ik iemand zie die me even naar huis kan brengen, er zullen best nog goede mensen op de wereld zijn. Kijk, een oudere man, die ziet er best netjes uit. “Meneer, zou u zo vriendelijk willen zijn om mij even naar huis te brengen? Ik ben de weg kwijt en de kinderen komen straks uit school.”
Hijgend komt daar mijn akelige cipier alweer aangestormd. Ik klamp me vast aan de man, hij moet me redden. Ik wil niet meer met die vrouw mee. “Excuseer meneer, dat is mijn moeder. Ik neem haar wel mee terug naar huis. Excuses dat ze u heeft lastig gevallen, het is niet altijd gemakkelijk.” De vriendelijke man keek een beetje raar naar mij. Hoe kreeg Paula het toch elke keer weer voor elkaar. Maar waar waren we nu eigenlijk? Hopelijk niet te ver van huis, het was vast bijna tijd om te koken…

© Tandra

Reacties (11) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Indrukwekkend om vanuit de persoon te lezen wat er in hun omgaat. In een adem uitgelezen. Duim hoor.
Heel mooi geschreven! Ik herken het heel erg van het verzorgingshuis waarin ik werk, mensen proberen te "ontsnappen" en worden boos als we ze tegen houden, ze willen naar huis omdat de kinderen elk moment uit school kunnen komen. Ze willen naar huis voor hun man, hun zieke moeder... Het is echt moeilijk. Duim!
Hoe prachtig geschreven. Mijn oma was precies zo maar op dat moment had ik niet het inzicht noch het begrip om er goed mee om te kunnen gaan. Veselijk iemand te verliezen die nog naast je zit.
Jammer dat ik al fan ben, zou het graag nog eens worden
Vreselijk om die aftakeling mee te maken. Het is gewoon onmenselijk dat je je dierbaren niet meer kunt herkennen en langzaam een kasplantje te worden wachtend op de onvermijdelijke dood. Hopelijk komt er snel een medicijn op de markt. Prima artikel.
heel mooi geschreven! mijn opa had het helaas ook en ik hoop toch echt dat ik dat niet nog eens hoef mee te maken...

Duim en fan!
Hee, ik ken het ergens van haha grapje, prachtig beschreven, heel goed ingeleefd en dikke duim!
het is verschrikkelijk ! dat is mijn ervaring :(