Met boter op je hoofd glibber je veel verder dan Noorderzon

Door Weltevree gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Gladjes en smeuïg en je hoeft ook geen gel meer te gebruiken in de slappe hap op je kop.

Die boter valt hen zelf niet op. Men laat zich graag om de tuin leiden.

Doch niet iedereen is als een kind van drie, die met de handen voor de ogen staat en denkt dat de wereld om hem heen verdenen is Dat hij lachsalvo’s oogst van de omstanders snapt hij niet
Kiekeboe, haha, wat leuk, kijk nou eens! Kiekeboe! Al die mensen waren dus helemaal niet weg.

Als je verstoken bent van enig logisch denkvermogen valt een onsje boter op je kop zeker niet zo op. Ik ken mensen die met een pond op hun kop rondlopen en dan nog denken dat niemand hun blunders ziet. Verliefde lui bijvoorbeeld. Ondergedoken. In roomzachte tijdelijke waanzinnigheid kan de aanbedene hen alles wijsmaken. Er is geen zinnig woord met dergelijke lieden te wisselen als dat echt hard nodig is. Dat is geen jaloers gemopper. Dat is, zo maar eens, een droogklonterige feitelijke constatering.

Ze weet best dat hij het vervelend vindt, maar toch, ze wil het nu zeker weten.

“Mag ik je  eens wat vragen?” begint ze neutraal vriendelijk het gesprek.

Inderdaad, hij zucht, schokschoudert en knikt dan. Ze mag… Hij is immers dolgelukkig, niemand doet hem nog wat en hij komt zijn plicht na. Zoals is afgesproken. Zeuren kan ze dus echt niet.

”Waarom mogen de ouders van je vriendin niet weten dat jij getrouwd bent?” Ze ziet hem denken dat het haar niets aangaat, maar volgens hem kan deze vraag toch geen kwaad. Het lijkt zelfs een beetje op echte interesse. Als hij zich tenminste niet vergist. Gossie, belangstelling, fijn, dat had ie niet gedacht…

“Nou, weet je... zij komt uit een héél christelijk gezin. Zij zouden er woedend om worden.”


Ach zo….mmmmjaha, denkt zijn vrouw, zwijgt even, ze heeft een missie.

“Oh, zo…. Jaja. Dat is natuurlijk heel vervelend, boze ouders. Ik bedoel, vanwege jullie prille geluk?”
Hij knikt. Meent ze het? Dat kan ze zich toch ook wel voorstellen, dat ze daar niet meteen mee voor de dag komen? Dus ze heeft toch geen plank voor de kop? 
“Jaja, neenee. Goh, Inderdaad, die woede kunnen jullie je maar beter niet op de hals halen… Jullie zijn nu zo gelukkig. Zou zonde zijn. Want dat ben je nu toch, Jan, eindelijk helemaal gelukkig?”
Hij knikt. Nou en of. Hij straalt, maar het voelt toch niet helemáál terecht dat ze meeleeft, hem het geluk gunt.
“Christelijke ouders. Streng? Van de blauwe of zwarte kous?” Bah, ze wil het naadje van de kous weten.
“Ja, hoor eens wat doet DAT er nou toe?”
“Nou, Jan, ik kan me voorstellen...  als ze zo erg streng zijn…dat jullie dan...eh.”
Hij kijkt weg, baalt. Het is geen medeleven, maar bemoeizucht. Ze gaat weer zeuren. Hij heeft er goed aan gedaan bij haar weg te gaan. Dat gedoe altijd met haar. Miek heeft gelijk, zijn vrouw heeft geen recht op zijn privé verhaal.

“En, om er geen last van te hebben, van die ouders bedoel ik, doen jullie net alsof jij vrijgezel bent?”

Hij knikt. Zij knikt. Gelukkig. Ze begrijpt het, pffft.
“En wanneer gaan jullie dan vertellen dat je nog getrouwd bent? Want, nou ja, als je er lang mee wacht wordt de drempel natuurlijk steeds hoger.”

 

Hij haalt zijn schouders op, mokkend

Hij wist het wel. Komt hij na een maand, gelukkig met de liefde van zijn leven, die hem veroverd heeft, en zijn vrouw begint te peuren. Nu krijgt hij weer kritisch gepeuter aan de kop. Zie je wel, het is goed dat hij haar eens flink op haar falie heeft gegeven door vreemd te gaan. Ze schenkt hem koffie in.

De zon schijnt vrolijk op het alledaagse tafereel. En de glanzende boter.

Ze zijn nog niet gescheiden maar al wel vier maanden uit elkaar.
De baby slaapt. Een vervroegd middagdutje. Ze was moe toen ze binnenkwamen, haar man en hun goedlachse clowntje. Ze hebben even tijd om te kletsen. Bij te praten, zogezegd. Zij kent hem al jaren en de laatste tijd is enkel maar bewezen wat ze al langer dacht. Sinds ze in verwachting was leken ze van God los, Wat een lompe zak was hij ineens, maar inmiddels deint háár schip in heerlijk rustig vaarwater. Ze is vrij. Haar doet het weinig meer, ze heeft het geaccepteerd dat ze het alleen moet doen, geniet van hun kind.

“Als ik het goed begrijp, zeg maar als ik me vergis hoor Jan, verzwijg je jouw dochter dus óók voor haar ouders,” stelt zijn vrouw droog vast.

Hij kijkt weg en bloost, met opeengeklemde lippen want dat vindt hij inderdaad niet helemaal eerlijk ook, maar ja...voorlopig...

“Mij verzwijgen is geen probleem, maar je kind? Mag ik vragen waarom jij haar wegmoffelt?”

“Nou ja, weet je…zie je, dat zit zo... weet je?”

Zij weet van niets. Over hun gestrande huwelijk is geen woord gesproken.

Geen nieuws onder de zon. Ze kan het al zolang niet meer volgen. Heeft anderhalf jaar geleden de wereld af en toe voor een doedelzak aangezien omdat haar man zo raar reageerde. Nu kent ze het klappen van de zweep en bijna ziet ze het pakje boter op zijn hoofd balanceren. Straks loopt het langs zijn kop als hij zweet pareltjes op zijn voorhoofd krijgt. Hij houdt zijn hoofd er scheef van, ziet ze. Ach gossie, wat is haar man toch volkomen de weg kwijt. Zou dat altijd al zo zijn geweest? Heeft zij hem alleen de laatste tijd veel te positief ingeschat? Het kan bijna niet anders. Aan de buitenkant ziet hij er nog hetzelfde uit, maar dat is dan ook de enige overeenkomst. Het is te potsierlijk, haar man met die zachte boter op zijn hoofd.

“Ja, ik luister Jan,” moedigt ze hem vriendelijk aan.
“Nou kijk, dat komt zo. De zus van Mieke, ze is een jaar jonger dan Miek, is in de steek gelaten door haar vriend! Toen ze in verwachting was.” Hij is nog nooit zo verontwaardigd geweest hoort ze en voorkomt met moeite een onbedaarlijk gierende lach. Het zou hysterisch lijken en dat heeft ze er niet voor over. Het zou ook enkel maar afleiden van de kern van de zaak… Inderdaad druipen inmiddels dunne stralen langs zijn oren. Dripdrup, op de schouders, die vroeger breder leken. Gelukkig staat ineens zijn kop recht op de romp, anders zou de hele klomp smurrie op de keukenvloer kletsen en in die extra troep heeft ze geen zin.

“Goh… zij is óók al in de steek gelaten? Dat komt tegenwoordig véél voor, vind je niet?”
Hij nipt rustig koffie want er is geen vuiltje aan de lucht. Het was nooit een grote prater.
“Dat kwam zeker wel hard aan, bij zo’n streng Christelijke familie?” vraagt ze meelevend. Hij knikt hevig. De koffie klots bijna over de rand. Niet doen, denkt ze, houd je hoofd stil, het vet spat door mijn schone keuken en ik heb ook geen zin in koffievlekken op de vloer. Ik heb genoeg achter jouw reet opgeruimd.

“Nou en of, ze waren furieus, want wie laat nou zijn vriendin met een kind zitten als ze van hem in verwachting is? Dat is logisch toch? Zou jij niet kwaad zijn dan?” Ze zucht. Het is ongelooflijk. Het is toch eigenlijk een veel te treurige klucht, hier aan mijn keukentafel, denkt ze

 

Het kan dus nog gekker dan ze het zelf ooit had kunnen verzinnen.

“Ja, die ouders zijn vast heel woedend geworden. Dat kan ik me wel voorstellen. Maar…”
Ineens schiet hij stijf kaarsrecht aan de keukentafel, die ze nog niet zo lang geleden samen kochten. Dat maar… dat verdomde maar... daar heeft hij het nooit zo op. Hij kent haar, meestal komt er dan een waarheid als een koe achteraan, die hij liever niet kent...

“Vergeef het me hoor Jan, maar ik zie het verschil niet zo.”
Hij voelt een steek in zijn maag en hijgt. Wat zegt ze daar? Hoe durft die gore snol...
“Heb jij niet zo ongeveer hetzelfde gedaan?”
Het klinkt zo vriendelijk, zo ongelooflijk welgemeend en waarom hij ineens ontploft weet hij niet.
“Ben jij gek? Hoe durf je mij met die gore klootzak te vergelijken?”
“Oh, maar Jan,  dat doe ik helemaal niet. Ik ken die man toch helemaal niet?”
Hij knalt zijn kopje op tafel en staat woedend op om op haar neer te kijken. Snuivend als een paard kan hij de juiste woorden niet vinden. Het is ongehoord. Hoe durft ze. Hoe kan ze. Wat in en in gemeen.

“Wie denk jij wel dat je bent?" 

Ze haalt haar schouders op en dat is volgens hem toch wel het toppunt. Zie haar daar nou rustig zitten, de vuile heks, het stomme mokkel. God wat is hij blij van haar verlost te zijn. Mieke zei het al, ze is gewoon jaloers, wil je van mij afpakken. Nou dat zal niet gebeuren, Jan, daar zorg ik wel voor.

Nee, Jan is zo dom niet meer, hij trapt er niet meer in!

"Hoe durf je mij met zo’n vuile goorling te vergelijken? Je bent knettergek.”
Gevoelige snaren kunnen lelijk snijden in een nietsvermoedende verliefde man. Zij verwacht wel dat hij de deur zo hard dicht zal knallen dat hun dochtertje boven wakker schrikken zal. Het kind is gelukkig, net een half jaar oud. Het heeft nog nooit mamma of pappa gezegd, maar ze hebben wel lol met elkaar. Dat is tenslotte veel belangrijker dan een op hol geslagen gecastreerde hengst. Ze had het toch al nooit zo op loslopende paarden met in de knoop geraakte staarten.

Reacties (12) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Boter op het hoofd .... Je zult ze de kost maar moeten geven. Nee, níet iedere moeder met kind glijdt hier ooit over uit. Veel, maar niet ieder. Wel een duim!
Geweldig geschreven weer. Die paardenbek ook, hilarisch. Dikke duim!
Boter... zeggen ze soms ook wel eens...
Boter ja, dat zeggen ze wel eens. Bij de vis... het gaat erin als boter, botervloot vol rijke vetten, om naast de boterham te zetten. Die boterzachte verliefde domheden, waar iedereen zo over zwemelt... maar ik weet niet goed waar dan de wortel van het geweten gebleven is. Op de botermarkt wellicht? Met Katootje mee?
Dank jullie wel. God's boterbabbelaars zijn soms rare kostgangers.
Ik denk, Mijler, die vrouw bekommert zich om haar kind, want zij is er heel gelukkig mee... alleen... over zo'n grote ranzige boterberg glijdt vast iedere moeder-met-kind een keertje uit...
En het kind, wie maakt zich daar zorgen om?
Een uitstekend voorbeeld van de omgekeerde logica waarvan je al tegen me over sprak. Nu begrijp ik het al beter, behalve die man met die kwat boter op zijn bolle hoofd, natuurlijk.
Knap geschreven!