x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

Rhinopneunomie: een venijnige paardenmoordenaar

Door MarMar gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Bijna jaarlijks slaat rhinopneunomie wel ergens toe. Dit jaar lijkt deze ernstige paardenziekte landelijk om zich heen te grijpen.

Rhino: de stille griezel onder de paardenziekten
 

Zo'n tien jaar geleden interviewde ik voor een paardenblad een bedrijf waar rhinopneumonie was uitgebroken. Deze vervelende paardenziekte steekt nu weer de kop op. Alles ligt stil, alles is afgelast. Wat is rhinopneumonie eigenlijk? Een uitgebreid verslag van het verloop van de ziekte, die jaren geleden (NIET NU, DUS) stoeterij Valkenhof in het Zuid-Limburgse Oensel trof, aangevuld met praktische tips. De meest praktische die ik zelf zou geven is: zorg ervoor dat het afweersysteem van je paard zo optimaal mogelijk werkt. 

Rhino breekt uit op stoeterij Valkenhof. Zo ineens duikt het virus op, nietsontziend om zich heen slaand. Bij meer dan een derde van van alle paarden manifesteert het virus zich in één van haar drie verschijningsvormen: verkoudheid, abortus en verlamming. Sylvia Schiepers, die het bedrijf van haar ouders leidt, zet in samenspraak met pensionklanten en dierenkliniek Pijls & Offereins alles op alles om de verradelijke herpesgeest terug in de fles te krijgen. Dit is haar persoonlijke verhaal.
   
Dinsdag 25 juni.
In de buitenbak geeft een meisje mijn merrie Paladine beweging. Vanaf het terras volgen mijn ogen ingespannen elke beweging van het paard. Nog zie ik voor me hoe Paladine door haar benen zakt. Nooit zal ik het moment vergeten waarop ik, tegen beter weten in, zei: 'Vader, alstjeblieft, spring in de auto en ga dat middel halen!' Ik ben geen rhino-specialist. Wetenschappelijk gezien heb ik geen poot om op te staan. Eén ding heb ik wel: de rotsvaste, persoonlijke overtuiging dat we door onze nek uit te steken Paladine en verschillende andere paarden voor de dood hebben weggehaald. De ellende begon allemaal met een pony die koorts kreeg.   

WEEK 1.
Donderdag 21 maart t/m zaterdag 23 maart.
Vroeg in de middag komt pensionklant Linda Bogman me vertellen dat haar N.R.P.S.-hengst Astaire 40,5 graden koorts heeft. Zijn testikels zijn opgezet, het ontbreekt hem aan eetlust en hij lijkt lood in de benen te hebben. Wie is die indringer die zijn  witte bloedlichaampjes eruit proberen te werken? Linda's dierenarts onderzoekt Astaire. 'Het zou een virus kunnen zijn', oppert hij en dient een antibioticum toe. Diezelfde avond krijgt de pony in de aangrenzende box koorts. Verdorie, zou het besmettelijk zijn? Ook de pony krijgt antibiotica. Geen van de twee pony's hoest, dus aan rhino denken we niet meteen. Vooral niet wanneer de dag daarop de koorts is gezakt. Te vroeg gejuicht. Zaterdagmiddag krijgt een derde pensionpaard in dezelfde stal koorts. Hetzelfde recept maar weer: antibiotica.   

WEEK 2.

Dinsdag 26 maart.
Nee hè? Alweer een paard met koorts. Die onbekende micro-lastpakken zijn verdraaid hardnekkig! De pensionklant overlegt telefonisch met haar dierenarts Henk Offereins. 'Koorts? Wat nog meer? Niet suf? Eet goed? Ik stel voor het even aan te zien.' Die avond temperatuurt Anne Kersten haar elfjarige KWPN-merrie Jinca Nadya: 39 graden koorts. Niet onrustbarend maar ook geen reden om de vlag uit te hangen. Blijft dit zo doorgaan, denk ik.

Vrijdag 29 maart. Goede Vrijdag.
Rond vijf uur in de middag haalt een pensionklant haar negenjarige merrie van de wei. Op weg naar de stal ziet ze hoe haar paard met de achterbenen sleept. Haar in aller ijl opgeroepen dierenarts onderzoekt de merrie en fronst. Hij lijkt in dubio te staan, laat het dier echter onbehandeld. Ik weet niet wat ik ervan moet denken en slaap die nacht onrustig.

Zaterdag 30 maart.
Om acht uur 's ochtends kom ik de stal binnenlopen. Anne is er ook al. "Syl, Jinca heeft geen koorts meer", roept ze verheugd. Ik deel haar blijdschap, want ze heeft er behoorlijk over in de piepzak gezeten. Twee uur later zet een telefoontje van Henk (Offereins) een vette domper op de 'feestvreugde'. Zijn collega heeft hem gebeld en het vermoeden uitgesproken dat de merrie van zijn klant rhinopneumonie heeft. Samen hebben ze de dierenartsen van alle pensionklanten geïnformeerd en een beleidsplan opgesteld. En ik, wat kan ík doen? Ik weet dat rhino besmettelijk is en veel gedaanten heeft. De meest onschuldige lijkt op een verkoudheid. Het paard hoest, is suf en koortsig, heeft loopogen, een loopneus en opgezette benen. Een spontane abortus kan ook het gevolg van rhino zijn. Maar het griezeligst is de nachtmerriegedaante, die een paard volledig kan verlammen. Die de bloedvaatjes in het centrale zenuwstelsel doet ontsteken, waardoor de zenuwen verstoken blijven van bloed. Als dat gebeurt is het paard ten dode opgeschreven. Geen medicijn kan dit virus aan, is de algemeen heersende opvatting! Paarden met verlammingsverschijnselen worden daarom meestal zo snel mogelijk geëuthanaseerd en opgeruimd. Met welke variant we op Valkenhof te maken hebben, hoef ik niet te vragen. Om half elf komt Henk het terrein oprijden om de paarden van zijn klanten te onderzoeken. Bij de aanblik van de negenjarige merrie die lusteloos in haar box ligt, schrikt hij. 'Hoe moet dat nou verder?', vragen mijn ogen en Henk besluit op Valkenhof te blijven om ons bij te staan. "Een toepasselijke invulling van de paasdagen", mompelt hij, quasi-nuchter. Ondertussen wordt de toestand van de merrie steeds zorgelijker. Haar ogen schieten paniekerig heen en weer. Het besef is tot haar doorgedrongen dat ze zich niet meer kan bewegen. Wat een 'elend!' Henk reikt naar zijn mobieltje en overlegt met de behandelend dierenarts. De eigenares knikt berustend. Dit is een verloren strijd. Henk verlost de merrie uit haar lijden. Daarna steken we de koppen bij elkaar. O.K. Deze ronde is voor rhino. Wat doen we nu? Bij de pakken neerzitten en ons in de volgende ronde knock-out laten slaan? Vergeet het maar! We gaan alle paarden behandelen, inclusief de dieren met verlammingsverschijnselen. Maar hoe en waarmee? Henk belt met rhino-specialisten, waaronder Cees van Maanen (gezondheidsdienst van Dieren in Deventer), Lutz Güring (faculteit Diergeneeskunde in Utrecht) en vader Evert Offereins. Samen stellen ze een behandelplan op. Ook pensionklanten bieden spontaan hun medewerking aan en geven gehoor aan ons verzoek hun dieren één à twee keer per dag te temperaturen, zodat we inzicht krijgen in hoelang na de koortsperiode de symptomen beginnen. Via nieuwsbrieven houden we iedereen op de hoogte van de ontwikkelingen. Vroeg in de middag haalt een meisje haar volbloed arabier van stal, constateert dat hij een slappe achterhand heeft en zet hem meteen weer terug. Henk dient ontstekingsremmers en vitamine B toe. Die avond krijgen alle paarden preventief vitamine B door het voer, plus asperine, om het bloed te verdunnen en zo de kans op infarcten te verminderen. Een enkele eigenaar voegt zelf weerstandsverhogende middelen toe. Die nacht slaap ik slecht. Wat zal de dag van morgen voor ons in petto hebben?  WEEK 3
Zondag 31 maart. Eerste Paasdag.
Ik ga even bij de arabier langs. Het gaat goed met hem. Gelukkig!
Om half tien 's ochtends vindt Anne dat Jinca's hoef bij het uitkrabben vreemd aanvoelt. Op weg naar de wei sleept de merrie met haar been. Anne alarmeert Henk, die het paard anderhalf uur later een hoge dosis ontstekingsremmende medicijnen toedient. Hoe zal Jinca erop reageren? Rond het middaguur komt mijn vader even kijken. "Haal Jinca nog eens uit de box. Ik wil weten hoe het er  nu uitziet." De merrie doet een paar stappen, zwalkend als een dronkenman. We schrikken ervan en zetten haar snel terug. Om drie uur ´s middags dient Henk met een neussonde medicijnen toe en warempel, Jinca leeft op. Dan komt mijn nichtje Angélique de stal binnenrennen. Haar achtjarige ruin staat al twee uur op dezelfde plek in de wei. Henk loopt naar hem toe en trekt voorzichtig aan zijn staart. Normaliter corrigeert een paard met zijn lijf de druk, maar de ruin dreigt tegen de vlakte te gaan. Ik ben sprakeloos van ontzetting! Het is zo raar om een groot sterk dier zo zwak te zien! Henk dient direct medicijnen toe.
Het is half negen in de avond als Jinca rondjes begint te draaien in haar box, daarbij vertwijfeld steun zoekend tegen elk stukje wand dat haar lijf raakt. Uiteindelijk valt ze om. Het is verschrikkelijk om dit te moeten aanzien. Is al onze moeite voor niets geweest? Anne gaat de box in, neemt Jinca's hoofd op schoot. De merrie ligt er rustig bij. Henk en Anne's vader overleggen. Wat kunnen we nu nog doen? Haar ophijsen in de broek? En dan? De prognose is slecht. Om half tien doet de hulpeloze blik in Jinca's ogen Anne een dapper besluit nemen. "Het is verschrikkelijk een paard waar je zoveel plezier van hebt gehad zo te zien lijden", snikt ze. "Dit moet stoppen!" Henk laat Jinca inslapen. Rust zacht, Jinca...         

Maandag 1 april. Tweede Paasdag.
De eerste indianenverhalen druppelen binnen. Een paard van een boer in de buurt zou dood zijn neergevallen. Uit de duim gezogen! Ook onze openheid valt niet bij iedereen in goede aarde. Men vindt dat we de zaak teveel opblazen. O ja, denk ik. Als je ziet hoe zo'n paard ligt te creperen, praat je wel anders!

Dinsdag 2 april en woensdag 3 april.
Pensionklant Angélique Willing is bezorgd over haar elfjarige KWPN-merrie Iverta, die drachtig is. "Elke keer als ik het erf oprijd, ben ik als de dood dat er nog een dood paard onder het plastic zeil op het erf bij is gekomen en denk ik: zal Iverta gaan aborteren of erger nog, ook verlamd raken en sterven?" Ik moet haar het antwoord schuldig blijven. Net als alle andere paarden krijgt Iverta weerstandsverhogende middelen. Desondanks heeft ze nu ook koorts en is haar uier opgezwollen. Op verzoek van Willings dierenarts onderzoekt Henk de merrie. Hij is er niet gerust op, maar kan weinig meer doen dan de dosis extra vitaminen door het voer van Iverta en alle andere paarden verhogen.

Donderdag 4 april en vrijdag 5 april.
Waar we al bang voor waren, is gebeurd. Al onze voetbaden, handschoenen en quarantaine-maatregelen ten spijt is het virus de tweede stal binnengeslopen. Enkele paarden hoesten en twee ervan hebben koorts, waaronder mijn vijfjarige merrie Paladine. Henk behandelt haar, maar de koorts blijft hoog en wil ook de dag daarop maar niet zakken.  

Zaterdag 6 april.
Vroeg in de ochtend vraagt Henk ons Paladine te laten stappen en draven. Hij vindt het er eigenlijk wel goed uitzien. Rond een uur of twee wordt ze slomer en krijgt last van dikke benen. Drie uur later heeft ze er ook nog blaasproblemen bij gekregen. Henk dient medicijnen toe en catheteriseert haar, maar kort daarop gaat ze liggen. Ik voel hoe de moed me letterlijk in de schoenen zinkt. Dan vertelt Henk over een middel dat in Nederland alleen bij mensen wordt ingezet: Acyclovir. Het medicijn bestrijdt de geslachtsziekte herpes en de koortslip, die ook door een herpesvirusinfectie ontstaat. Ik wil alles doen om Paladine te redden en stuur mijn vader naar Maastricht om tabletten te halen. Ondertussen bepaalt Henk in overleg met zijn collega's de juiste dosering. Die nacht dient Henk Paladine om de drie uur een cocktail van middelen toe, waaronder acyclovir...

WEEK 4
Zondag 7 april tot en met woensdag 10 april.
Wat een heerlijk begin van de nieuwe week! Paladine is gaan staan en haar oren bewegen! Ze is er weer! Eten wil ze nog niet, maar we brengen haar naar de wei, waar ze al snel actiever wordt.
Henk belt met Angélique Willing. Hoe zou de drachtige merrie Iverta op acyclovir reageren? Angélique geeft groen licht. Dinsdagavond krijgt een Andalusische hengst koorts en krampkoliek. Welja, dat hadden we nog niet gehad! Als het dier de dag daarop een slappe achterhand en blaasproblemen krijgt, dient  Henk de cocktail toe die bij Paladine zo goed is aangeslagen. De hengst knap er snel van op! Is acyclovir het ei van Columbus? 

Donderdag 11 april.
Optimisme en rhino verdragen elkaar slecht, want het virus heeft zojuist een derde slachtoffer gemaakt: het veulen van Iverta. Henk en collega Bert Pijls hebben de merrie verlost. Dat had eigenlijk in een kliniek moeten gebeuren, want het levenloze veulen lag ook nog eens dwars en achterstevoren. Twee klinieken zijn benaderd. Beide weigerden een merrie met vermoedelijk rhinopneumonie te helpen. Het moest dus hier en in de wei. Vrucht en vruchtwater zijn immers een bron van bacteriën en die wil je niet op stal hebben. Dat het met Iverta zelf goed gaat, is een forse pleister op de wond.            

Vrijdag 12 april en zaterdag 13 april.
Nee, hè? Alweer een paard dat met de achterbenen sleept. Henk is er gelukkig snel bij en het dier reageert goed op de cocktail. Wel hebben we nu ook een paar hoesters op stal, dus we bergen de acyclovir-tabletten nog maar niet op. 

WEEK 5
Zondag 14 april tot en met zaterdag 20 april.
Een nieuwe dag, een nieuwe uitdaging. De tweede Andalusiër van dezelfde eigenares heeft hoge koorts. De ruin is echter allergisch voor medicijnen. Beperkt behandelen dan maar. Zal de gegeven dosis het virus de pas kunnen afsnijden? Kennelijk niet, want als ik 's middags het erf op kom rijden en de eigenares met de ruin zie stappen, herken ik de symptomen die Paladine ook had. Die avond dient Henk de Andalusiër één keer de complete cocktail toe, allergisch of niet. Vijf dagen lang zweven we tussen hoop en vrees. De beperkte behandeling die de ruin krijgt, blijkt zijn einde alleen maar een paar dagen uit te stellen, want vrijdagavond krijgt hij blaasproblemen en zaterdagochtend ligt hij verlamd in zijn box. Weer valt de beslissing een dierbaar dier uit zijn lijden te verlossen.

Nawoord.
De Andalusiër is het laatste paard dat we verliezen. In de drie weken erna temperaturen we regelmatig alle paarden en geven ze weerstandsverhogende middelen. Daarna is de herpesgeest terug in de fles. Met Astaire, de N.R.P.S.-hengst waar het allemaal mee begon, gaat het prima. Ook alle andere paarden zijn er helemaal bovenop gekomen. Echter, wat langere tijd nodig heeft is het emotionele aspect. Vooral de relatie mens-mens heeft een flinke knauw gekregen. Veel klanten van onze pensionstal zijn na de uitbraak weggegaan en nieuwe klanten blijven uit. Alsof we melaatsen zijn! Terwijl we niets hebben verzwegen. Openheid en een nauwe samenwerking tussen alle betrokkenen zijn immers van cruciaal belang, willen we rhino ooit leren beteugelen. Ik troost me met de gedachte dat wij het zijn die het startschot daartoe hebben gegeven. Alle gegevens liggen nu bij diverse specialisten. Hopelijk vergroten we onze kennis over rhino ermee, zodat nieuwe uitbraken voortaan beter aangepakt kunnen worden.  

HERPESVIRUS


Rhinopneumonie behoort tot de groep van herpesvirussen. Alle menselijke en dierlijke varianten hebben met elkaar gemeen dat ze na besmetting latent (slapend) aanwezig blijven in het lichaam van de geïnfecteerde. Zodra deze in een slechte lichamelijke of geestelijke conditie is, vlammen ze weer op. Volgens rhino-specialisten is naar schatting 90% van de Nederlandse paarden drager van het virus.

VERSPREIDING
Rhinopneumonie kan op drie manieren worden verspreid:
* via de neusuitvloeiing van een paard dat actieve rhino heeft (en alles wat daarmee in aanraking is geweest, dus ook kleding, haren, handen, halsters, borstels, water, voer,
urine, etc)
* via vrucht, vruchtwater en afscheiding van een geïnfecteerde merrie
* via een paard dat drager is. Noot: in dat geval is het virus door een slechte lichamelijke conditie of blootstelling aan grote stress weer actief geworden.
  
DIAGNOSE

De diagnose kan gesteld worden door twee keer bloed te prikken  met een tussenpoos van drie weken. Is er een stijging van anti-lichamen waar te nemen, dan duidt dit op de aanwezigheid van het rhino-virus in het lichaam.
Met de neusswap is het mogelijk de diagnose binnen enkele dagen te stellen, zodat sneller (be)handelen mogelijk wordt. Het belang van een snelle diagnose door middel van de neusswap wordt ook onderstreept in een recent verschenen artikel, geschreven door G.P. Allen, werkzaam aan de universiteit van Kentucky, waar onderzoek wordt gedaan naar besmettelijke ziekten bij paarden. Meer informatie: www.ivis.org. Document No. B0323.0202.
 
BEHANDELING
De behandeling is zeer omstreden en moeizaam. Er zijn nauwelijks medicijnen die de groei van virussen kunnen stoppen. Wel is het mogelijk de schade die het virus veroorzaakt met medicijnen te beperken. De beste manier om rhino te voorkomen is nog altijd een optimale verzorging van het paard, waardoor het dier een goed functionerend afweersysteem heeft. Het voorkomen van stress is een tweede belangrijke factor.

VACCINATIE
Vaak wordt gedacht dat vaccinatie tegen rhinopneumonie weinig effectief is. Dit is een misvatting. Weliswaar biedt vaccinatie  geen 100% garantie dat abortus uitblijft. Vaccinatie van hele koppels (manege of stal) verlaagt echter wel de algehele infectiedruk en verkleint de kans op symptomen als abortus en ataxie (=neurologische schade). Tegen de verkoudheidsvorm is de vaccinatie zelfs redelijk betrouwbaar. Geadviseerd wordt de paarden hiervoor elk half jaar te vaccineren.

HOE TE HANDELEN BIJ EEN STAL-INFECTIE
Laat de dierenarts bij een paard dat eerst hoge koorts heeft gehad en daarna neurologische (= verlammings) verschijnselen vertoont onmiddellijk een neusswap en bloed afnemen. Meteen corticosteroïden, NSAIDs (= twee soorten ontstekingsremmers) toedienen, plus acyclovir. Andere paarden met hoge koorts direct NSAIDs, corticosteroïden en acyclovir toedienen, plus asperine en vitamine B.

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Leuk, ik had er ook al een artikel van.. ;)