Hoe leven de cobra's

Door Polliewop84 gepubliceerd op Friday 28 September 12:08

Het leven van de Cobra. Milieu, vijanden, jagen, eten en voortplanting.


De Cobra is ingedeeld bij het rijk van de dieren omdat hij geen celwanden heeft, geen bladgroenkorrels, maar wel celkernen in elke cel.
Daarna is de Cobra ingedeeld bij de afdeling gewervelden omdat hij tweezijdig symmetrisch is en een inwendig skelet heeft.
De Cobra is ingedeeld in de klasse van de reptielen, omdat hij droge schubben heeft, koudbloedig is, met longen ademhaalt, eieren met leerachtige schaal legt, en op het land leeft.
De Cobra hoort bij de orde van de slangen, omdat hij geen poten heeft.
En bij de familie van de Cobra-achtige omdat hij een gifslang is en een holle vaste giftand voor in zijn bek heeft.
Het geslacht van de Cobra is Cobra’s, omdat hij een ‘’uitklapbare’’ nek heeft.
De soort is de Cobra, Naja naja of brilslang.
Andere soorten van deze familie / dit geslacht zijn: De Koningscobra, de Boscobra, de Mamba en de Harlekijnkoraalslang.

 

Milieu:

Een cobra is niet één slang, er bestaan een heleboel slangen die cobra heten. Het is een verzamelnaam. Ze leven ook op heel verschillende plaatsen: in hoge bomen, in droge woestijnen, in vochtige oerwouden en in grote meren. Maar allemaal leven ze in warme landen. Van kou moeten ze niets hebben.
Cobra’s kun je tegen komen in Afrika en in het zuiden van Azië. In Azië leven ze in dichte oerwouden, maar ook op plaatsen waar mensen wonen. Bijvoorbeeld op rijstvelden, in tuinen en parken, op markten en in schuren. Ze komen tot vlak bij de huizen. De bekendste cobra in Azië is de brilslang. Die heet zo, omdat hij achterop zijn hals een brilvormige tekening heeft. Je ziet de bril pas goed als hij zijn hals uitzet. De cobra’s in Afrika bewonen het hele werelddeel. Ze leven in droge gebieden in het noorden en oosten, in de vochtige, hete oerwouden in het midden, in de bergen en vlakten in het zuiden. De verschillende soorten(zijn er in totaal 10) houden dus van verschillende klimaten. Van de Afrikaanse soorten is de Egyptische cobra het bekendst.

 

Vijanden:

Er zijn heel wat dieren die ten prooi vallen aan de cobra. Maar hij is zelf regelmatig slachtoffer van andere dieren. Zo gaat dat in de natuur: eten en gegeten worden. Wilde zwijnen en sommige soorten civetkatten zoals de genetkat en de faraorat en zelfs ratten, deinzen er niet voor terug een cobra aan te vallen. Van de faraorat weten we hoe hij te werk gaat. Hij springt om de slang heen en probeert hem in zijn nek te bijten. Dit lukt nooit in één keer. Na zo’n korte aanval wacht de faraorat even en probeert het dan opnieuw. Net zoals bij boksen kan het heel wat ‘’ronden’’ duren voordat de cobra tegen de grond is gedrukt. De cobra bijt wel terug met zijn giftanden, maar met een beetje gif gaat de faraorat niet dood. Vergeleken met een konijn kan hij acht keer zoveel gif verdragen. Er zijn ook roofvogels die op cobra’s jagen, zoals de bacha, de grote visuil, de varaan en een hagedis is ook een cobrajager. Verder moet deze slang uitkijken voor zijn eigen familieleden. De koningscobra zal hem niet sparen, want hij leeft van slangen.

De cobra heeft dus heel wat vijanden. Toch is zijn grootste gevaar de mens. In Hongkong en andere Aziatische steden zijn speciale restaurants die cobra als lekkernij op tafel brengen. Ook de organen van de cobra, zoals het hart, zijn geliefd. Niet om te eten, Maar om er geneesmiddelen tegen allerlei kwalen van te maken. In het oude Egypte was de cobra ook al bekend. Hij werd op graven van de farao’s geschilderd om deze vorsten te beschermen. Ook in kapsels en hoofdtooien waren cobra’s afgebeeld. Iedereen wist dat de beet van een cobra een snelle en pijnloze dood betekende. Ook de Egyptische koningin Cleopatra wist dat. Zij was zo ongelukkig, dat ze het liefst dood wilde zijn. Daarom liet ze zich bijten door een cobra, zodat ze stierf.

Jagen en eten:

Er bestaat geen slang die planten eet. Slagen eten uitsluitend levende dieren die ze zelf gevangen hebben. Slangen vangen op twee manieren hun prooi. Je hebt de groep die stil ligt te loeren en de groep die actief op jacht gaat. De stille loerders wachten hun kans meestal ’s nachts af. Hun ogen hebben spleetvormige pupillen. Ze kunnen niet zo goed zien. De cobra hoort bij de groep van de actieve jagers. Hun ogen zijn groot en hebben ronde pupillen, net als bij de mens. Zij kunnen vrij goed zien. Slangen die actief jagen, bijten mensen minder snel. Deze speurders waarschuwen als ze zich bedreigt voelen en verdwijnen dan. Slangen met camouflagekleuren blijven zitten. Mensen merken hun pas op als ze erop trappen. Het is dan te laat. De slang schrikt en bijt.

Bij slangen zijn niet de ogen het belangrijkst, maar het reukorgaan. Dat reukorgaan zit in de mond, vlak vooraan, aan de bovenkant. Als de slang zijn tong naar buiten steekt, komen daar geurstoffen op. Gaat hij nu met de tong naar binnen, langs dat reuk orgaan, dan ruikt hij geurtjes. Zo kan hij heel goed het spoor van een dier ruiken en volgen.

Cobra’s jagen vooral op gewervelde dieren, zoals ratten, muizen, vogels, hagedissen, kleine slangen en kikkers. Maar ze eten ook vogeleieren. Er zijn een paar uitzonderingen. De watercobra eet alleen vis en de koningscobra eet bijna alleen slangen. Als het kan zijn eigen familie: de Indische cobra. Als een cobra in zijn prooi bijt, laat hij meteen weer los. Hij wacht tot het gif is ingewerkt. Soms leeft het dier nog even en ziet het kans weg te lopen. Geen nood! De slang volgt gewoon het spoor met zijn tong. Als cobra’s hun buit gevangen en ingeslikt hebben, verschuilen ze zich. Vaak in een verlaten hol van een knaagdier of in een termietenheuvel. Termieten lijken op mieren die ook enorme nesten (heuvels) bouwen.

Adders en cobra’s doden hun prooi met gif. Maar dat gebeurt weer verschillend. Adders hebben lange giftanden en spuiten veel gif. Cobra’s hebben kleinere giftanden en spijten weinig gif, maar dat gif is veel sterker. Het gif van een adder doodt de prooi, omdat het zijn bloed aantast. Bij de cobra werkt het gif in op het zenuwstelsel van de prooi. Het slachtoffer raakt verlamd en valt flauw.

In het gif zit nog een andere stof: een verteringsstof. Op het moment dat de prooi het gif binnen krijgt, begint ook de verteringsstof te werken. Die stof werkt dus al voordat het prooidier is ingeslikt. Mensen hebben ontdekt, toen ze proeven deden met die verteringstof. Het bleek dat de slang zonder die stof een week langer nodig had om de prooi te verteren. Het helpt dus echt. De koningscobra maakt met zijn grote gifklieren de grootste hoeveelheid gif. Dat zal dan wel de gevaarlijkste slang zijn, denken veel mensen. Maar het is juist andersom, de giftigste slangen bijten het minst. De grote koningscobra is lang niet zo fel als zijn kleinere soortgenoten. Meestal verdwijnt hij zelfs als iemand hem stoort. Toch kan het wel gebeuren dat mensen op hun pad door het oerwoud plotseling opschrikken van zo’n kanjer. Als hij dan recht voor je staat, het slangenlijf een meter opgericht…nou, dan gieren de zenuwen door je keel. En toch hoef je dan niet in levensgevaar te zijn. De koningscobra laat alleen weten: tot hier en niet verder. In de meeste gevallen ben je het nest met eieren te dicht genaderd. En dat word vel verdedigd. Wie dat niet weet, noemt die cobra een agressief beest, een gevaarlijke aanvaller. En zo komen verhalen in de wereld die echt niet waar zijn.

In Afrika leven twee soorten cobra’s die een heel eigen manier hebben om zich te verdedigen. Dat zijn de zwarthalscobra en de ringhalscobra. Bij deze slangen komt het gif niet uit de punt van de giftand, maar uit een gaatje dat halverwege de tand zit. Deze slangen bijten niet, Maar spuwen met gif. En dat spugen gaat niet zachtjes. Met veel kracht persen ze het gif uit de gifklier. Ze richten zich op, openen de bek en geven de vijand de volle laag. Deze gifspuwers richten zich op de ogen. Daardoor word de tegenstander tijdelijk verblind. Op een afstand van drie meter kunnen ze haarscherp op de ogen mikken. Ze doen dit alleen om zich te verdedigen en niet om een prooi te vangen. Dit is ook aan hun gedrag te zien. Zodra het slachtoffer geraakt is, gaan ze er snel vandoor. Soms ook gaan ze op hun rug liggen en rollen ze zich om. Ze houden zich dan dood tot de tegenstander verdwijnt. Je ziet dat deze gifspuwers echt geen aanvallende bedoelingen hebben. Als ze zo liggen kun je ze zelfs vershuiven. Leg je hem dan op zijn buik, dan draait hij onmiddellijk weer terug op zijn rug. Heel wat onwetende reizigers zijn hiermee de stuipen op het lijf gejaagd. Terwijl ze zo’n dode cobra van dichtbij bekeken, kwam deze plotseling tot leven en verdween tussen de struiken.

Voortplanting:

Slangen leven altijd op hun eentje, behalve in de paartijd. Dan zoeken ze elkaar op om te paren. Wanneer dat is, hangt af van het klimaat. De jongen moeten geboren worden als er eten in overvloed is. De paartijd ligt er dus een aantal weken voor. In die tijd verspreiden vrouwtjes een geurtje om mannetjes te lokken. Als de slangen gaan paren, kruipt het mannetje naast het vrouwtje. Al kronkelend drukt hij zich tegen haar aan. Hij gaat de eitjes bevruchten die in de buik van het vrouwtje zitten. Het mannetje heeft twee ‘’piemeltjes’’. Daar zitten weer haakjes aan om te voorkomen dat het vrouwtje tijdens de bevruchting er plotseling vandoor gaat. De twee mogen tijdens de paring ook niet door andere mannetjes worden gestoord. Soms zit het mannetje nog aan het vrouwtje vast, terwijl zij zich uit de voeten maakt. Hij wordt dan, driftig kronkelend, een eindje meegesleurd. Het mannetje heeft twee ‘’piemeltjes’’ maar hij gebruikt er maar één. Welke? Dat ligt eraan van welke kant hij het vrouwtje benaderd.

Cobra’s leggen 12 tot 20 eieren. Het vrouwtje zoekt hiervoor een veilige plaats in een holle boom, een lege termietenheuvel of in gaten en spleten in de grond. Daar laat ze haar eieren achter, maar ze blijft wel in de buurt om ze te bewaken. Vlak na het leggen zijn de eieren nog kleverig. Als ze daarna opdrogen, plakken ze aan elkaar vast. Zo wordt het een stevig pakket. De eieren zijn langwerpig en zacht. De schaal voelt aan als leer. Er is één uitzondering: de koningscobra. Zij is de enige doe een nest maakt. Ze schuift met haar lange lijf bladeren op een hoop tot er een broedheuvel ontstaat. Een heuvel met twee verdiepingen. Onderop liggen 30 tot 50 eieren verborgen onder bladeren. Daar bovenop ligt het vrouwtje, helemaal opgerold en wakend over haar eieren. Het mannetje blijft in de buurt. Soms neemt hij even de taak van het vrouwtje over.

 

Gemiddeld duurt het 50 tot 70 dagen voordat de jongen uit het ei kruipen. Het jong breekt de schaal open met de eitand. Dat is een heel klein, scherp puntje bovenop de kop. Voordat het jong helemaal uit het ei is, zijn we drie tot zes uur verder. Het vrouwtje kijkt nu niet meer naar hem om. Het jong moet voor zichzelf zorgen. Maar hij kan zich ook meteen gedragen als een volwassen cobra. Zelfs als het jong nog voor een deel in het ei zit, kan hij zich al oprichten, en als hij bang is, aanvallen. Zelfs de giftanden zitten al in dat kleine cobramondje. De jongen van de koningscobra doen als hun ouders. Maar verder lijken ze er niet op. De kleintjes zijn zwart met geel en wit in plaats van bruin-groen.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Prachtig artikel.