Geschiedenis van Alfa Romeo

Door Jespr1 gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Dit gaat over alfa romeo. Het zijn gewoon hele mooie auto's

Alfa Romeo

Alfa Romeo Automobili S.p.A. is een gerenommeerd Italiaans automerk met een sportief imago. Naast sportieve gezinsauto's staat het merk ook bekend om zijn legendarische sportwagens. Alfa Romeo bouwt jaarlijks ongeveer 150.000 wagens en is daarmee het grootste Italiaanse automerk na moederbedrijf FIAT.

Alfa Romeo is in 1910 ontstaan uit SAID, de Italiaanse vestiging van het Franse automerk Darracq. Het bedrijf kreeg eerst de naam ALFA (Anonima Lombarda Fabbrica Automobili), tot het werd overgenomen door Nicola Romeo.
 

Geschiedenis

De beginjaren
 

 


Alfa 24 HP
In 1906 werd de Società Anonima Italiana Darracq (SAID) in Italië opgericht door de Fransman Alexandre Darracq. Darracq dacht dat de Italiaanse automarkt, die op dat moment nog in de kinderschoenen stond in vergelijking met Duitsland en Frankrijk, rijp was voor zijn oudere en kleine modellen. SAID werd door hem gestart als onderdeel van zijn reeds bestaande Franse autofabriek (Darracq).

Alhoewel zijn gedachte de Italiaanse markt te veroveren met oudere en kleine modellen vanuit het perspectief van de econoom slim was, was Darracq niet succesvol met SAID. Zijn eerste twee modellen voor de Italiaanse markt waren motorisch te zwak voor de op dat moment slechte en steile Italiaanse wegen. SAID kon niet concurreren met de wagens die in Italië geïmporteerd werden.

Ondanks het naderende einde voor SAID was Darracq niet bereid betere modelontwerpen door te sluizen naar zijn Italiaanse bedrijf. In 1909 werd Darraq uitgekocht door de bedrijfsleider van de Italiaanse vestiging, Ugo Stella. Deze huurde Giuseppe Merosi in om nieuwe modellen te ontwikkelen die daadwerkelijk geschikt zouden zijn voor de Italiaanse markt. De associatie met de slechte modellen van Darracq werd verbroken door vanaf 24 juni 1910 een nieuwe naam voor de onderneming te voeren, Anonima Lombarda Fabbrica Automobili, kortweg ALFA. De eerste echte Alfa was de 24 HP, met 4084 cc, vier cilinders en 42 paardenkrachten. Dit was viermaal de kracht van het grootste Darracqmodel, dat hij moest vervangen.

 Eerste Wereldoorlog

Rond 1916, tijdens de Eerste Wereldoorlog, verkocht het laatste Darracqfamilielid zijn aandelen aan de bank. Deze wist ze door te verkopen aan een pomp- en compressorfabrikant, Nicola Romeo. Romeo was succesvol met het fabriceren voor de oorlogsindustrie en had nieuwe fabrieksruimte nodig. Hij was, als mijnbouwkundige, geen liefhebber van automobielen. Romeo kocht voor zijn doel de overige aandeelhouders van Alfa volledig uit en kreeg zo het volledige bedrijf in handen. Hij begon de fabrieken te gebruiken om tractoren, vliegtuigmotoren en spoorwegmaterieel te fabriceren. Hoeveel er ook gefabriceerd werd, auto's rolden er niet meer van de band gedurende de oorlogsjaren. Tijdens deze jaren noemde Romeo de onderneming zelfs naar zichzelf.
 

 Het interbellum
 

 


Alfa Romeo 8C 2900 van Scuderia Ferrari
Na de oorlog in 1918 stortte de oorlogsindustrie in. Nicola Romeo was een vaardig ondernemer en zag de kans om alsnog auto's te gaan produceren. De onderneming werd opnieuw hernoemd. De naam Romeo voor de wagens zou weinig betekenen buiten de mijnbouwwereld, waar Nicola Romeo tot de oorlog succesvol in was. Nicola wilde echter nog steeds zijn naam verbonden zien met het bedrijf en wilde niet gewoon de vooroorlogse naam ALFA gebruiken. Het compromis luidde "Alfa Romeo".

Om het nieuwe merk bekendheid te geven begon Alfa Romeo deel te nemen aan de diverse races die in Italië werden gehouden, en men wist hier de nodige successen mee te boeken en daadwerkelijk naamsbekendheid op te bouwen. De verkopen stegen gestaag. Rond 1925 werd Merosi als technisch hoofd opgevolgd door Vittorio Jano. Jano verliet voor zijn aanstelling het raceteam van FIAT. In die tijd was Enzo Ferrari het hoofd van het raceteam van Alfa Romeo (na ook veel races voor Alfa Romeo te hebben gereden) en Ferrari was ervoor verantwoordelijk Jano zover te krijgen FIAT te verlaten om voor Alfa Romeo te komen werken. Jano construeerde meteen de legendarische P2, een auto die zeven jaar lang de Grand Prix-motor racing zou domineren. In 1932 werd de P2 opgevolgd door de Tipo B, een wagen die gedurende twee jaar elke Grand Prix won waaraan hij deelnam. In 1933 dreigde Alfa Romeo failliet te gaan, maar de Italiaanse regering bracht redding en het IRI (Instituut voor Industriële Wederopbouw) werd eigenaar van het bedrijf. Meteen trok Alfa Romeo zich terug uit alle competities en het racen met Alfa's werd overgelaten aan Scuderia Ferrari. Tijdens de tweede helft van de jaren '30 gaat het Alfa Romeo voor de wind, en in 1938 wordt Alfa Corse opgericht om de controle over de racedivisie weer naar Alfa Romeo zelf te brengen.

 Tweede Wereldoorlog

Door Italiës deelname aan de Tweede Wereldoorlog ontstonden er nadien voor Alfa Romeo allerlei organisatorische problemen. De bevoorrading werd steeds moeilijker en bovendien werden de fabrieken tot driemaal toe gebombardeerd, in 1940, 1943 en 1944. Het laatste bombardement leidde tot een vrijwel volledige stopzetting van de productie in Portello.
 


 

 Na de oorlog
 

 


De 159-formule 1-wagen waarmee Fangio in 1951 de wereldtitel won.

 


Alfa Romeo Tipo 159
In 1945 werden de werkzaamheden weer op kleine schaal hervat, met de productie van scheepsmotoren, vliegtuigmotoren en zelfs moderne elektrische kooktoestellen. De autoproductie kwam eveneens op gang, om te beginnen met de 6C 2500- en later ook de Tipo 158-Grand Prix-wagens, die in 1950 werden doorontwikkeld tot de Tipo 159's met enkele uiterlijke wijzigingen en grondig gemoderniseerde en krachtiger motoren. Alfa Romeo had inmiddels het oorlogstrauma achter zich gelaten. Nadat de productie weer volledig op peil was, speelde de onderneming ook met straatmodellen weer een rol van betekenis, onder meer met een reeks speciale creaties op basis van de 6C 2500, met koetswerken van Pininfarina en Carrozzeria Touring

1950 was voor Alfa Romeo het jaar van de ommekeer, zowel op industrieel als op sportief gebied. In de jaren vijftig legde Alfa Romeo zich toe op modellen die in grote series gebouwd konden worden. De onderneming had twee doelstellingen: het opstarten van de lopende band-productie en het behalen van sportieve successen met op hoge prestaties gebouwde standaardproducten. De Alfa Romeo 1900 werd de eerste Alfa Romeo die volledig op de lopende band was geproduceerd. 1950 was ook het eerste jaar van de formule 1, en Alfa Romeo domineerde de eerste twee jaar. Met Giuseppe Farina en Juan Manuel Fangio werd tweemaal de wereldtitel gewonnen.

De markt veranderde echter, en Alfa Romeo stapte uit de formule 1 om zich meer te richten op productiewagens. In 1954 leverde dit de Giulietta op. In die jaren ontwikkelde zich een trend die zich nog lang in de jaren daarna zou voortzetten: de samenwerking tussen de eigen ontwikkelingsafdeling en externe carrosseriestilisten zoals Bertone, Zagato en Pininfarina. In 1960 werd begonnen met de bouw van een nieuwe fabriek in Arese, die drie jaar later werd geopend. De eerste auto die er werd geproduceerd was de Giulia, waarvan er meer dan een miljoen exemplaren in verschillende versies werden gebouwd. De jaren zeventig waren een periode van ups en downs voor Alfa Romeo. Managementproblemen werden afgewisseld met sportieve successen. De periode werd bepaald door de economisch-financiële situatie van de onderneming, die niet volledig kon voldoen aan de vraag van de markt en bovendien veel last ondervond van de energiecrisis. 1970 was het jaar van de Montreal, Bertones droomauto voor de Wereldtentoonstelling in Canada, die uiteindelijk ook in productie zou gaan.
 


 Autodelta

In 1964 werd Autodelta opgericht onder leiding van Carlo Chiti en Lodovico Chizzola. De onderneming hield zich voornamelijk bezig met het ontwikkelen van racewagens op basis van standaard productiemodellen. In 1970 werkte Autodelta nauw samen met McLaren en leverde men aan het raceteam de drieliter-V8-motoren die in de formule 1 werden gebruikt.

 FIAT-tijdperk

In 1986 verkocht het overheidsbedrijf Finmeccanica Alfa Romeo aan de FIAT-groep, die het samen met Lancia in een nieuwe onderneming samenvoegde, Alfa Lancia S.p.A. genaamd, die het jaar daarop operationeel werd.

De lancering van de Alfa 156 in september 1997 vormt een sleutelmoment in de herpositionering van Alfa Romeo op de Europese markt. De Alfa 156 werd verkozen tot Auto van het Jaar 1998; het was de eerste keer dat Alfa Romeo deze prestigieuze prijs won. In 2001 werd de Alfa 147 eveneens uitgeroepen tot Auto van het Jaar.

In 2005 kocht de FIAT-groep het merk Maserati van Ferrari. De Alfa Lancia S.p.A. werd opgeheven en Maserati werd aan Alfa Romeo toegevoegd. Het duo werd "Polo Sportivo" genoemd. De merken delen motoren, onderstellen en versnellingsbakken, en in sommige gevallen ook verdelers.

Op 1 februari 2007 werd de FIAT-groep hervormd en werden Alfa Romeo, Maserati, Lancia en FIAT ondergebracht in aparte ondernemingen. Voor Alfa Romeo kreeg die onderneming de naam Alfa Romeo Automobili SpA. De verschillende ondernemingen blijven wel allemaal volledig in handen van Fiat Group Automobiles SpA.
 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Heel mooi overzicht van de Alfa Romeo. Vooral in de jaren 60 was het en zeer gewilde en dure auto!
Duim Taco
Informatief geschreven het klopt als een Bus.

Pork geeft de DUIM.
FAN is hij al.

DRIMPELS.
Leuke brok autogeschiedenis! D