Horror in de nacht

Door Gewoonieko gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Een revalidatiecentrum, nachtdienst en de dood.


Het is kwart voor elf als hij de parkeerplaats van het revalidatiecentrum op rijd. De regen klettert op het dak van zijn auto en de wind geselt de takken van de bomen die hun laatste bladeren los laten. De volle maan gaat voor een groot gedeelte verscholen achter flarden langsrazende bewolking. Diep weg gedoken in zijn jas en foeterend op het weer haast hij zich naar de ingang.

Het hoofd van de nachtverpleging staat hem al op te wachten. "Je bent lekker op tijd" laat ze hem weten. Met een kop koffie erbij nemen ze samen de bijzonderheden door: er wordt nog een ambulance verwacht en het mortuarium is bezet. Het mortuarium is bezet; het gonst nog even na in zijn hoofd. Dit betekend dus dat er zojuist  iemand dood is gegaan. Straks, tijdens zijn eerste ronde, zal hij er naar binnen moeten  om de verlichting en ramen te controleren. Hij huivert bij de gedachte daar hij daar dan niet alleen zal zijn. Als de bijzonderheden zijn doorgenomen en overgedragen begint zijn nachtdienst en gaat de verpleegster terug naar haar collega's op de verpleegafdelingen. Hij is nu alleen, opgeslokt in de stille duisternis van het gebouw. De hoofdingang baadt nu nog in het licht maar zal na het vertrek van de ambulance ook donker en verlaten zijn, net als de rest van het pand. Het is tijd om op pad te gaan en het gebouw en de omgeving te controleren. Een grote bos met sleutels hangt op zijn rechterheup en aan de andere kant steekt een zware, metalen zaklantaarn in een plastic ring.

De lange gang ligt stil en verlaten voor hem met links en rechts kantoren: patiëntenadministratie, personeelszaken, salarisadministratie, vrijwilligers en directie. In iedere ruimte werpt hij een korte en snelle blik. Ramen die niet dicht zijn sluit hij alsnog, maar dat zijn er vanavond niet zoveel. Op de administratie schakelt hij en kopieerapparaat uit, en her en der dooft hij de nog brandende verlichting. Aan het einde van de gang gaat hij rechtsaf het auditorium in. De grote zaal doet kil aan op dit tijdstip. Een koude windvlaag doet de gordijnen op het podium bewegen. Hij loopt langs de buitengevel op zoek naar het openstaande raam dat hiervoor zorgde maar er staat geen raam open. “Zal vast de dichtslaande deur zijn geweest” mompelt hij in zichzelf, en hij vervolgt zijn weg; voor het podium langs, rechtsaf en achter het podium de zaal uit. Als hij de deur sluit staat hij wederom in een lange gang. Ook hier verschillende kantoorruimten, maar ook kamers voor de dialyse en bloedonderzoek. Deze gang kruist straks met twee andere gangen, en als hij op de kruising is aangekomen besluit hij eerst links te gaan, richting de fysiotherapie.  De gang wordt door hem en zijn collega's grappig het pvc hoofdstraatje genoemd vanwege alle kunstbenen die op de gang staan opgesteld. Deze worden  overdag gebruikt door patiënten die moeten leren hier mee te lopen nadat ze door een ziekte of een ongeluk een been zijn verloren. Het heeft iets lugubers, zo'n schaars verlichte hal vol plastic ledematen. In de gymnastiekzaal waar de therapie wordt beoefend hangt een zweetlucht als stille getuige van de inspanningen die hier worden gedaan. Hij kijkt naar beneden, naar zijn eigen voeten en tapt op de grond, eerst met zij linkertenen en daarna met rechts. Door het pvc hoofdstraatje loopt hij terug en verbeeld zich dat een aantal kunstbenen nu anders staan dan zo juist alsof ze een paar stappen hebben gelopen. Even staat hij stil en haalt dan zijn schouders. Het zal de vermoeidheid zijn, en hij heeft spijt dat hij vanmiddag niet even is gaan slapen. Terug op de kruising blijft hij even stil staan. Voor hem ligt een lange, donkere, doodlopende gang met helemaal aan het eind het zwembad en precies halverwege, in een diepe nis aan de linkerkant het mortuarium. Hij zucht. Zijn voetstappen weerkaatsen tegen de kale stenen muren waardoor het lijkt alsof er iemand achter hem aanloopt. Hij kijkt even achterom alsof hij zichzelf ervan wil overtuigen dat hij alleen is, en de gang achter hem is nog net zo leeg. Hij lacht om zichzelf.

De klamme warmte van het zwembad valt over hem heen als hij via de kleedruimte het bassin betreedt. Het water is rimpelloos, glad als een spiegel. Hij loopt om het bad heen, langs het kraantje waarmee je mensen in en uit het water kunt tillen. Zijn overhemd plakt nu aan zijn lijf, en zweetdruppels parelen op zijn voorhoofd. Eenmaal terug op de gang huivert hij. Het temperatuursverschil is groot maar hij verkiest de koelte van de gang boven de tropische warmte van het zwembad. Langzaam maar resoluut komt met elke stap de nis dichterbij. De nis, met achter de deur het mortuarium. Hij legt zijn hand op de klink en de deur zwaait krakend naar binnen open. Even blijft hij staan en kijkt de ruimte in. De kantoorruimte is als gewoonlijk netjes geordend. Op het bureau een stapel dossiers onder een bureaulampje welke altijd lijkt te branden. Schuin achter het bureau, net voorbij de dossierkasten, bevindt zich de deur naar het mortuarium. De gedachte dat daar een nog warm lijk ligt werkt beklemmend. Hij speelt met de gedachte om de ruimte deze keer over te slaan, maar herinnert zich een collega die juist door zoiets in de problemen kwam en zijn baan verloor. Hij ademt diep in en  maakt zich groot als hij de deur opent.

Langs de wanden staan rondom diverse kasten en aan de linkerzijde bevindt zich een soort van keukenblok. Er druppelt met de regelmaat van enkele seconden water uit de kraan hetgeen in de stille nacht een oorverdovende herrie lijkt te maken. Aan de overkant bevindt zich hoog in de muur een rij ramen waar het schaarse licht van de volle maan, die inmiddels iets meer ruimte heeft gekregen, door naar binnen schijnt en de ruimte spookachtig verlicht. In het midden van de ruimte staat een metalen tafel met een afvoerputje erin. Al zo vaak had hij er naar gekeken en was zijn lugubere fantasie met hem op de loop gegaan. Maar nu lag er echt iemand. Op de tafel zijn onder een wit laken duidelijk de contouren van een lichaam zichtbaar. Een bleke arm is onder het laken weg gegleden en hangt wat ongelukkig naar beneden, het horloge nog aan de pols. Hij huivert bij de aanblik van zoveel doods. Een openstaand raam aan de overkant noodzaakt hem om rond de tafel te lopen, naar de andere kant van het vertrek. Met zijn rug tegen de kasten aan, de blik strak op het witte laken gericht, schuifelt hij met een zo groot mogelijke boog om het lichaam heen. Fragmenten van horrorfilms over doden die tot leven komen dringen zich op. Hij schud met zijn hoofd, alsof hij de beelden van zich af wil schudden. "Idioot" zegt hij hardop tegen zichzelf, in een poging dapper te doen. Dapperder dan hij is op het moment. Dan draait hij zich om, en staat hij met zijn rug naar de dood toegekeerd. Hij moet wel om het openstaande raam te kunnen sluiten. Hij steekt zijn hand uit naar de stang waarmee het raam dicht gedraaid kan worden. Krakend en piepend komt deze in beweging. Langzaam, tergend langzaam. Hij kijkt achterom, maar het lichaam ligt er nog steeds, roerloos.Dan, als het raam bijna dicht is, vult een luide, roggelende zucht de stille ruimte. Van schrik laat hij de draaistang uit zijn handen vallen. Z'n nekharen staan recht overeind en hij voelt het kippenvel over zijn hele lichaam. Zijn hart voelt hij bonzen in zijn keel en de adrenaline geeft hem het gevoel alsof zijn hoofd uit elkaar klapt. Met een ruk draait hij zich om, en zet het op een rennen. Er uit, zo snel mogelijk. In de haast laat hij de deur open staan, vliegt het kantoortje uit om hijgend de gang in te rollen. Trillend steekt hij de sleutel in het slot om het kantoor af te sluiten, waarna hij door de gang holt, snel, terug naar de hoofdingang. Met nog steeds trillende handen trekt hij een plastic beker koffie uit de automaat om zich vervolgens in een stoel te laten vallen. In de spiegeling van het glas ziet hij dat alle kleur uit zijn gezicht is getrokken.

Een sigaret en een paar bekers koffie later, als hij weer enigszins tot zichzelf is gekomen, neemt hij de krant, en slaat deze open, op zoek naar het banen aanbod.

Reacties (9) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Zeer goed geschreven! En leuk ja dat ik het nu lees voordat ik ga slapen haha ;)
De rillingen liepen me over de rug,nee dit zou geen werk voor mij zijn.

Pork geeft de DUIM voor dit spannende verhaal.
FAN is hij al.

DRIMPELS droomt verder.
Wat een spannend verhaal zeg! Sodeju, je had echt mijn aandacht.
En, heb je al een nieuwe baan gevonden? : )

Met dat soort omstandigheden zou mijn fantasie en associatief denken ook een loopje met me nemen denk ik.

Complimenten voor je schrijven!
Dank allemaal voor jullie reactie's. En het is gebaseerd op een waar gebeurde situatie Sandra76. :)
Goed in elkaar gestoken, graag gelezen, groetjes van leny
Mooi opgebouwde spanning, graag gelezen.
Heel spannend opgebouwd mooi verhal ...vervolg! Duim taco