Poepoog - Hoofdstuk 6 : Plofneus

Door Woutel gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Misschien wel handerd jaar geleden, we leren Wimpie wat beter kennen.

Kastanje lang geleden, misschien wel honderd jaar. Aanvankelijk was Wimpie erg blij dat hij de viswedstrijd -met een flinke klap- gewonnen had. Maar toen wist hij nog niet dat hij overal de schuld van zou krijgen….

De volgende dag draaide slager Siepel met een chagrijnig gezicht en een rode clownsneus zijn worsten en veegde havenmeester Ducdalf met een clownsneus de kade terwijl hij mopperde tegen iedereen. ‘Die overgehaalde slavink van een Siepel lacht zich rot om m’n neus. Ik sta voor schut in de haven terwijl hij in z’n slagerij karbonaadjes staat te braden.’ Siepel dacht daar natuurlijk heel anders over, want hij werd door alle klanten uitgelachen. ‘Ik sta voor aap met m’n rode neus en ondertussen vertelt die paling van een Ducdalf waarschijnlijk aan iedereen dat hij de beste visser van de stad is.’ gromde hij voor zich uit. Ondertussen had hij niet door dat juffrouw Zwijmel, voor de toonbank stond terwijl ze heel hard probeerde niet te giechelen. Juffrouw Zwijmel (een kleuterjuf om precies te zijn) proestte uit: ‘U ziet er schattig uit slager, heeft u voor mij een onsje plofneus?’ en daarna schoot ze in de lach. ‘Nee, doe maar liever een potje stomkop of een bakje oelewapper!’ gierde ze. Slager Siepel had het gevoel dat hij in de maling genomen werd en keek haar verontwaardigd aan. Schuddebuikend van het lachen joelde juf Zwijmel ‘Ik weet het! ik weet het! ik wil graag een pond blauwbilgorgel!’. De slager was het helemaal zat en riep dat ze nu de winkel uit moest anders zou haar wel eens laten zien hoe je zwijmelpasteitjes maakt. Geschrokken en boos snelde de kleuterjuf de winkel uit terwijl ze iets mompelde over ‘niet tegen een grapje kunnen’. Voor slager Siepel wat dit de druppel die de emmer deed overlopen en terwijl juf Zwijmel de slagerij verliet gooide hij woedend een gehaktbal tegen haar nieuwe roze hoedje. Juf Zwijmel beende met een verontwaardigde blik richting de kleuterschool en besloot voorlopig allen maar beschuitjes met jam te eten.

Ondertussen voer in de haven een groot vrachtschip vol met broodnodige spullen naar binnen. De kapitein speurde naar een plekje waar hij zijn schip kon afmeren want het was behoorlijk vol in de haven. ‘Hallo clowntje!’ riep de kapitein naar havenmeester Ducdalf, ‘Wil je misschien even de havenmeester roepen zodat ik mijn schip kan aanmeren en m’n belangrijke lading kan lossen?’. ‘Ik ben de havenmeester’ stamelde Ducdalf met z’n rode neus midden op z’n gezicht. ‘U kunt hier aan het begin van de kade aanleggen, maar dan moet u niet te veel vaart maken.’. De kapitein besloot dat hij geen aanwijzingen van een clown op kon volgen en maakte voor de zekerheid maar een beetje extra vaart om een plekje aan het einde van de kade te zoeken. Havenmeester Ducdalf sprong op en neer en riep naar de kapitein ‘Niet zo snel! Hier aanleggen, daar aan het einde ligt het al vol met bootjes!’. Bij het zien van zo’n druk springend clowntje schoot de kapitein in de lach en riep hij terug naar de kade: ‘Niet zo opgewonden doen clowntje, ik zoek zelf wel een plekje’ Ondertussen had hij een hoop lol om de springende clown met de pet van een havenmeester, maar niet in de gaten hoe hard zijn schip opstoomde…. Een hoop gekraak en woeste golven waren het gevolg terwijl zijn schip zich in de bootjes boorde die aan de wal lagen. Roeibootjes rolden in het rond, visserschepen kapseisden en het zeiljacht van burgemeester La Chaine werd dwars door het midden in tweeën gevaren. Een meeuw slaakte een klein gilletje, en toen werd het stil.

Later die ie dag had Juf Zwijmel ruzie met de kleuters en de kleuters kregen ruzie met hun ouders. De slager had natuurlijk nog steeds ruzie met de havenmeester, en de havenmeester had ruzie met de kapitein van het vrachtschip. De vissers waren boos op de havenmeester en alle andere Kastanjes vonden ook al snel een reden om ruzie met elkaar te maken. En iedereen vond uiteindelijk dat het de schuld was van Wimpie. Want Wimpie had de viswedstrijd gewonnen waar het allemaal mee begon. Alle boze Kastanjes stonden op de stoep bij de burgemeester om verhaal te halen op deze dag dat heel Kastanje ruzie had. Die zoon van hem had er een zooitje van gemaakt en moest maar eens goed worden toegesproken. De burgemeester begreep nog niet helemaal wat er aan de hand was, maar zag wel dat er een hele hoop aan de hand was. Toen een paar Kastanjes riepen dat zijn zeiljacht gezonken was door die ophitser van een Wimpie betrok zijn gezicht en ging hij naar binnen terwijl hij met een knal de deur achter zich dichttrok. Eenmaal binnen pakte hij Wimpie bij kop en kont terwijl hij brulde ‘Je bent een ruziemaker, een ophitser, een botensloper en een nergensgoedvoor! Ik hoop dat de Poepogen je komen halen!’.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Leuk en kinderlijk geschreven verhaal of het ook voor deze groep begrepen wordt betwijfel ik.

Pork geeft de Partij DUIM.
FAN is hij al.

DRIMPELS droomt verder.