Sprakeloos - Tom Lanoye

Door Charlie gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Een recensie van Tom Lanoye's boek Sprakeloos, aan de hand van het Juryrapport van de Libris Boeken Prijs 2010

EEN CONTRAST TUSSEN ZWIJGEN EN SCHRIJVEN

LANOYE, T. (2009), SPRAKELOOS, AMSTERDAM: PROMETHEUS

‘Ik heb mijn dankbaarheid jegens haar nooit onder stoelen of banken gestoken, maar nooit heb ik haar, naar mijn gevoel, meer verknochtheid en respect bewezen dan toen we haar toelieten eindelijk te sterven.’ Dit schrijft Tom Lanoye in zijn boek Sprakeloos, een eerbetoon aan zijn langzaam maar zieker wordende moeder. Het was genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs 2010. In het bijgevoegde juryrapport staan een aantal zaken die ik in deze recensie bespreek.

In Sprakeloos vertelt Lanoye het verhaal van zijn moeder die een reeks beroertes krijgt en haar spraakvermogen verliest. Lanoye vertelt heel veel in een boek dat Sprakeloos heet. Het is een mooi gekozen contrast dat hij aan het eind expliciet maakt: ‘Nooit meer zwijgen, altijd schrijven, nooit meer sprakeloos.’ Op dit punt zijn de juryleden en ik gelijk van mening: ‘Uiteindelijk zwijgt de moeder helemaal. Zo overvloedig als de spraakwaterval is die Lanoye over ons uitstort, zo sprakeloos is zijn moeder als zij na haar beroerte is getroffen door een vorm van afasie.’ Lanoye schetst niet alleen het einde van zijn moeder, Josée Verbeke, maar hij laat ons juist ook haar hele karakter zien. Hij laat haar achter als een kleine diva, amateuractrice, slagersvrouw en moeder van vijf. Je krijgt een duidelijk beeld van wie zij moeder is, en welke invloed ze heeft gehad op haar zoon.

Lanoye’s schrijfstijl is aantrekkelijk. ‘De schets van het huwelijk van zijn ouders (…) is met vaste hand gemaakt,’ zo meldt het juryrapport. Daar is Lanoye in dit boek heel goed in, beelden schetsen. Hij beschrijft alles, van zijn moeder in badpak bloemetjes plantend in de tuin tot hoe een stuk vlees het lekkerst gegeten moet worden. Ook de omgeving wordt niet weggelaten, van elk vaasje in de living van het kleine appartementje van zijn ouders tot de blushelikopters in Kaapstad. Maar vooral ook komt het hele dorp eraan te pas, het kruispunt waar ze aan wonen waar minstens een aantal keer per week ongelukken gebeuren, waar hij als klein jongetje de zeepkistenrace verloor, de eigenares van de kroeg op de hoek. Hij kan alle beelden helder neerzetten. Soms duren de beschrijvingen mij iets te lang, dan wil ik weten hoe het nu afloopt met Josée bij de tandarts, maar meestal zijn de stukken goed van lengte en passen ze op die plek in het verhaal.

Het is leuk dat Sprakeloos een autobiografie is, om nu iets van een schrijver te hebben gelezen wat over hemzelf (zijn moeder officieel) gaat. Dit is niet vermeld in het rapport maar ik vind het heel bijzonder. Misschien komt dit omdat ik Lanoye niet kende, je leert hem bijna persoonlijk kennen en snapt waar zijn werk en persoonlijkheid vandaan komen. Door dit boek te hebben gelezen snap ik zelfs iets van zijn leven, zijn relaties, van zijn werken.

Ik ben gegrepen door het verhaal. In de stukken waarin Lanoye de ziekte die zijn moeder plotseling overkomt, beschrijft, heeft Lanoye mijn volledige aandacht. Ze zijn boeiend en met een soort spanning geschreven en hij maakt veel uitwijdingen. Lanoye schrijft zijn verhaal op vanuit zijn eigen personage en laat je goed meeleven. Het is knap hoe hij zijn gevoelens goed kan verwoorden, soms heel makkelijk, door bijvoorbeeld alleen maar te zeggen: ‘Mijn moeder kamt zich met haar wekker.’ Maar soms doet hij er een bladzijde of drie over. Lanoye beschrijft het verhaal mooi en meeslepend, met gepast, soms plat Vlaams, taalgebruik. Ook hier ben ik het met de juryleden eens: ‘In een barokke woordenvloed, soms in vet Vlaams of rauw dialect, zet hij een mens neer die met al haar tekortkomingen, kwade luimen en onhebbelijkheden volkomen levensecht is en onder de huid van de lezer kruipt.’

Lanoye schrijft Sprakeloos als 'een roman die geen roman mag worden'. Volgens de jury geeft dit ‘het boek een prettige spanning, waarbij de beschreven werkelijkheid en het schrijfproces door elkaar heen lopen’. Ik vind het een leuk idee, maar soms wat te ver gaan, alsof hij zijn ideeën nog niet heeft uitgewerkt en nu met deze kladversie naar zijn uitgever gaat. Met name aan het begin moet hij zich er toe zetten om het boek te gaan schrijven, ‘allez, komaan, begin’. Hij schrijft dat hij eigenlijk, op deze bepaalde bladzijde, ons al verteld moest hebben over Dikke Liza, hij vertelt over zijn uitstelproces in plaats van gewoon het verhaal. Want als hij eenmaal aan het verhaal begonnen is, kan je het boek eigenlijk niet meer wegleggen, mits je de te lang durende beschrijvingen overslaat.

Lanoye heeft met Sprakeloos een goed, meeslepend boek neergezet. Misschien af en toe iets te veel niet zeer nuttige informatie, maar als je daar doorheen leest is het een prachtig verhaal, een ode aan zijn moeder. ‘Een mens staat maar bij één persoon echt in het krijt. Ik heb die lei nu met liefde schoongewreven. Misschien kan liefde maar één ding echt: uit liefde doden.’

 

JURYRAPPORT – AMSTERDAM 22 MAART 2010

 

LANOYE, T. (2009), SPRAKELOOS, AMSTERDAM: PROMETHEUS

Voordat Tom Lanoye, althans het romanpersonage dat dezelfde naam draagt als zijn schepper, begint te bouwen aan het monument voor zijn moeder, beschrijft hij zijn weerzin en twijfel om zich aan een dergelijke taak te wijden. Hij traineert en chicaneert, maakt omtrekkende bewegingen en vervloekt zijn eigen lafheid.

Begin, maant hij zichzelf, begin toch. Het is juist deze aarzeling die ons duidelijk maakt dat deze schrijver niet heeft gewacht met verwerken vooraleer te beschrijven, maar ervoor heeft gekozen een pijn te verwoorden die nog onverteerd is 'in een tijdperk en periode die het vermogen te rouwen hebben verloren'.

Wanneer Lanoye dan eindelijk aanvangt het leven, de ziekte, de aftakeling en de dood te beschrijven van zijn moeder – een slagvaardige slagersvrouw, flamboyante amateuractrice en vijfvoudig moederdier – blijkt het standbeeld dat langzaam gestalte krijgt voortdurend te wankelen en onverhoeds van de sokkel te kunnen vallen. De moeder deelde geregeld harde klappen uit aan haar dierbaren. Hartverscheurend is de scène waarin de schrijver zijn homoseksuele geaardheid aan zijn moeder bekent en er kwetsende woorden klinken. Uiteindelijk zwijgt de moeder helemaal. Zo overvloedig als de spraakwaterval is die Lanoye over ons uitstort, zo sprakeloos is zijn moeder als zij na haar beroerte is getroffen door een vorm van afasie. De woorden besterven in haar mond, wat haar razend maakt en op den duur van elke realiteit onthecht.

Lanoye slaat zowel liefdevol als scherpzinnig haar neergang gade - tot het bittere einde waarbij alle gezinsleden haar toestaan te sterven. 'Misschien kan liefde maar één ding echt,' schrijft Lanoye. 'Uit liefde doden.'

Door voortdurend zijn eigen verrichtingen als schrijver te becommentariëren, de lezer toe te spreken en zichzelf te verbieden te liegen, te verbloemen of zich te generen, laat Lanoye zijn verhaal ongepolijst achter bij de lezer, alsof het de ruwe versie betreft van een nog te voltooien werk. Dit geeft het boek een prettige spanning, waarbij de beschreven werkelijkheid en het schrijfproces door elkaar heen lopen als bij 'een roman die geen roman mag worden'.

De schets van het huwelijk van zijn ouders - het echtpaar in hun symbiotische verstrengeling met hun periodieke kibbelarijen, dierbare routines en wederzijdse verknochtheid - is met vaste hand gemaakt. Lanoye lijkt dan misschien onbeheerst en onbesuisd in zijn aanpak, maar hij houdt de precaire balans tussen lichtvoetigheid en bijtend realisme. Hij vertelt tragikomische anekdotes waarin moeders met haar hang naar frivoliteiten en verlangen naar aandacht ('barok tot in haar toastjes') tot leven komt, en hij beschrijft genadeloos het ziekteproces. In een barokke woordenvloed, soms in vet Vlaams of rauw dialect, zet hij een mens neer die met al haar tekortkomingen, kwade luimen en onhebbelijkheden volkomen levensecht is en onder de huid van de lezer kruipt.

Met Sprakeloos heeft Tom Lanoye een indringend boek geschreven dat leest als een klaagzang, een eerbetoon en een krakende vloek ineen.

DE JURY

Hans Wijers, voorzitter
Joris Gerits
Joke Hermsen
Susan Smit
Aleid Truijens

 

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Prima! Dit artikel ga ik gebruiken tijdens één van mijn lessen Nederlands. Duim en fan erbij!
Een goede recensie en rapport.
Pork geeft de DUIM.
FAN is hij al.

DRIMPELS zijn als dromen in het water.
Tom Laniye kunnen we als schrijvers en voorbeeld aannemen. Ook de kritiek komt in je artikel naar voren, teveel uitwijdingen . Daar hou ik al helemaal niet van. En interieur beschrijvingen mogen...maar alleen functioneel. Duim voor je mooie recensie en het rapport!
Duim taco
Lees mijn artikel over dit boek ook eens.
http://www.xead.nl/het-literaire-credo-van-tom-lanoye