De Mooie Zonnevlinder.

Door Diamantje66 gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

RUPSJE NOOITGENOEG, ZAT IN EEN HUISJE,WAAR ZE ZICH INSPON, VOOR VLINDER WORDEN WAS HET NOG TE VROEG, DUS BLEEF ZE ZITTEN IN HAAR COCON. LATER KWAM ZE ALS VLINDER VRIJ, EN VLOOG ZE DE VRIJHEID TEGEMOET, VLIEGEND EN BLIJ, HAAR VLINDERGROET.

VLINDER,

----------------------------------------------

 

VLINDER,tussen mijn bloemen,
Met je vleugels zo teer,
Tesamen met de bijen die zoemen,
Vlieg maar heen en weer.

Vlinder,als rups begonnen,
Voortglijdend,
Toen jezelf ingesponnen,
Strijdend.

 

Zittend in je cocon,
Zit je heen en weer te wiegen,
Wachtend op de zon,
Waar jij straks heen zult vliegen.

Wachtend tot je een vlinder wordt,
Die straks zit te schitteren op haar bloemblad,
Terwijl haar tydelijke coconhuisje langzaam verdord,
Zijn je vleugels nog een beetje nat.

 

Dan als je langzaam op je pootjes gaat staan,
Raak je los van je bloemblad,
Wil je er voor gaan,
En voelt vliegen als een warm bad.

Met vrijheid,
Op de toppen van je vleugels,
Ben je het benauwde plekje waarin je zat voorgoed kwijt,
En vier je langzaam de teugels.

 

Je vliegt vrij,
In de lucht,
Boven de paarse wolkenwei,
In vlindervlucht.

Je reist met stevige vleugelslagen,
Meedeinend op de wind,
Door warme,zomerse dagen,
Als een vlinderkind.

 

Langs alle aardse dingen,
Langs bloemen en bomen,
Totdat je bij bronnen die ontspringen,
Gaat zitten om op adem te komen.

Met je transformatie voorbij,
Schitter je in vele kleuren,
Van voren en opzij,
Geniet je van de bloemengeuren.

 

Je vliegt teder minnend,
Je danst elegant,
Je lange vlucht beginnend,
In vlinderland.

Verder weg,
Van je veilige cocon,
Ken je heg noch steg,
Vanaf het punt waar je transformatie begon.

 

Je transformatie tot vlindersoort,
Tot de mooie vliegers,
Waartoe ook jij behoort,
Op de wind wiegers.

Zonnevlinder kust,
Met intense stralen,
In oneindige rust,
Weet zij vele kilometers te behalen.

 

Sterker dan de zon,
Machtiger als de maan,
Eens kwam zij uit haar cocon,
En naar de zon zal zij gaan.

Elke bloem gaat voor haar open,
Krachtig,zonder dralen,
Waar zij dan zo in kan lopen,
Om de zoete nectar uit te kunnen halen.

 

Om rozen,
Te bedwelmen met elke nectar traan,
Ze te laten blozen,
Als haar snoepstof over ze heen zal gaan.

Op de reizen verder,
Dan de horizon toe laat,
Is zij haar eigen herder,
En komt er een tijd die ook voor haar vergaat.

 

Is elk mens,
Met jouw kracht en energie gebaat,
Bij elke wens,
Totdat jij uiteindelijk dit leven verlaat.

Leef ten volle met elke dagdromende hemelreis,
En vlieg het luchtruim in,
Dat transformeert van diepblauw naar parelmoergrijs,
Vind overal een nieuw begin.

 

Zo laat je jezelf zien in het volle kleurenornaat,
Bij elke vleugelslag.
Van diepblauw tot goudbrokaat,
Een vlinderpracht die er zeer zeker zijn mag.

Zonnevlinder,zo toon je waar je voor staat,
Majestueuze kleurenpracht,
Van vroeg tot laat.
Om uiteindelijk te verdwijnen in een geheimzinnige nacht.   

 

 

 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik moest denken aan de Mei van Gorter, dezelfde sfeer great !
Liefs Taco
weer een mooi gedicht !
Prachtig gedicht. Vlinders dragen alle vormen van transformatie in zich. Je hebt het mooi verwoord.