Een eigen boek schrijven #7

Door Gerben gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Dat ik alles uit de losse pols doe, begint zich in mijn hoofd te wreken. ik lees vaak terug wat ik heb geschreven en probeer er automatisch toch een lijn in te krijgen. 2 delen over nu, 4 delen over toen... Tijd om terug te keren? En hoe dan? Ik heb na deel 4 wat tips gelezen en heb de belangrijkste expres overgeslagen. Zo weten jullie niet hoe het ik-figuur heet, hoe oud hij is en hoe hij eruit ziet. De delen zijn als aparte verhalen geschreven, maar voor het complete beeld kun je het beste bij deel 1 beginnen.


Verliezen
De klap van het onterechte verlies van mijn vrouw en kind trokken diepe sporen in een nog niet eerder aangetaste zelf. Juist van de dingen waar je je in verliest, daar verlies je van. Ik verloor me in de liefde en raakte haar kwijt. Ik verloor me in mijn werk om de pijn niet te voelen en verloor mijn baan. Ik verloor me in de drank en dat koste bijna mijn leven.
Misschien vind ik het nog wel het meest erg, dat ik Fleur niet meer zie. Henry was Tessa’s advocaat en ik tijdens de echtscheidingszaak heeft de term zwartmaken een geheel nieuwe dimensie gekregen. Ik mag me niet ophouden in een straal van 3 kilometer rond Tessa en Fleur, moet veel alimentatie betalen en sta verder met lege handen.
De vicieuze cirkel waar ik in kwam, leek eerder een vrije val. In de korte tijd tussen het samenzijn als gezin en er helemaal alleen voorstaan heeft me in steen doen veranderen. Wat wil je dan ook? Vrienden had ik ook niet meer. Want zoals ‘goede vrienden’ betamen, laten ze je direct in de steek als er iemand slachtoffer wordt en jij staat in de buurt. Eerlijkheid gebied wel te zeggen dat ik misschien wel hetzelfde zou hebben gedaan. Dus hoe sterk is de band met je meeste vrienden eigenlijk? Zo dun en breekbaar als suikerglas dus.

“Malle Eppie”
Op dat moment beland ik weer in de tijd van hier en nu door het luide gehoest van Fred. Ik schrik wakker. Zijn hoofd is rood aangelopen. “Godverdomme,”stamelt hij, “kutpinda’s.”
Mensen helpen is niet mijn sterkste eigenschap, maar één van mijn weinige vrienden verliezen door een stomme pinda lijkt me ook niks. Bovendien kan ik gelegitimeerd Fred op zijn rug slaan. Als de vervloekte pinda eenmaal zijn keel uit schiet, stoot ik zijn biertje weer om. “Bedankt” zegt Fred, “ik was er bijna geweest. Geen pinda’s meer voor mij.”

We hebben al teveel op, ook al zijn onze levers wel gewend om op volle kracht alcohol af te breken. Tegen twaalven zijn al bijna alle gasten weg, als er een dame, een heel mooie dame zelfs, in paniek het café binnen komt rennen. “Help me,” zegt ze. Fred en ik hebben wel zin in nieuwe gesprekstof voor de komende jaren, dus we wankelen naar haar toe. Ze verteld lastig gevallen te zijn door de hangjongeren die hier vaak om de hoek staan. Ik weet gelijk om wie het gaat. Het zijn de met petjes getooide, hondsbrutale, op de grond spugende stukken vreten die denken dat de wereld van hen is. Ik kijk Fred glazig aan. “Tis wel weer eens tijd voor een bezoekje aan de dokter,” zeg ik. Terwijl we naar buiten gaan zien we de jongeren net op hun scooters springen. Ze starten de motoren en een luid gesnerp vult de straat. Ze komen onze kant op rijden. Fred bedenkt zich geen moment.

Kaasschaaf
Met vier grote passen stapt hij de weg op. Hij moet hebben gedacht dat hij Superman was. Één scooter beland tegen Fred en ik zie hem vanaf de stoep door de lucht heen vliegen. De jongeren die logischerwijs geen helmen dragen, schuiven met hun scooter onderuit. Tja, waarom voor veiligheid gaan, als je kapsel vol gel helemaal geruïneerd wordt door een helm? Ik zie de gezichten over de straat schuiven. Als kaasschaven verliezen ze een deel van hun gezicht. “Eeeeuh, hebben we gewonnen Fred?” roep ik in zijn richting. Ik loop op hem af. Terwijl ik over hem heen buig en zie dat hij buiten bewustzijn is, besef ik me dat dit wel eens een hele lange nacht kon gaan worden. Tien minuten later, als café-eigenaar Evert, de vrouw en ik op de stoep staan toe te kijken komt er een ambulance. De jongens van de tweede scooter zijn bij hun vrienden die op de grond liggen. Ze hebben continu staan schelden naar ons en naar Fred. Ze hebben hem ook nog geschopt. “Tijd voor een goed verhaal,” zegt Evert. Het is een man van weinig woorden, dus een geniaal plan zou in één zin kunnen passen. “Jij moet zeggen dat ze Fred hebben aangereden toen jullie overstaken, die etters geloven ze toch niet,” zegt hij in mijn richting.
Als de politie arriveert, zetten ze de straat af. Alsof er gratis kerstbomen worden uitgedeeld, het is immers 22 december, komen de mensen van alle kanten aangesneld om een goed verhaal voor hun volgende verjaardag te hebben. Als de jongeren van de tweede scooter in mijn richting wijzen, word ik als getuige apart genomen. “Meneer, kun u mij vertellen wat er is gebeurd?”

Einde deel 7

© Gerben

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.