Een eigen boek schrijven #5

Door Gerben gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

En dan te bedenken dat ik afgelopen zondag pas op het idee kwam deze uitdaging aan te gaan; nu al bij deel 5. De boog is aardig gespannen, dus hoog tijd om wat duidelijkheid te geven. Of toch niet helemaal? De verhalen zijn afzonderlijk te lezen, maar om een compleet beeld te krijgen, kun je het beste bij deel 1 beginnen. Dan nu het vervolg, deel 5.

Verwarring
‘Kom om elf uur naar de bushalte aan de Hoderweg.’ Op dat moment keek ik Henry vragend aan. Hij had moeite om zijn lachen in te houden en ging weer naast zijn vrouw zitten. Het was pas half negen, dus ik zou nog meer dan twee uur in de onzekerheid leven wie daar zou zijn en wat hier de bedoeling van was. Als ik de kamer binnen kom lopen, heft Henry zijn glas en kijkt me met een brede lach aan. Zijn ogen glinsteren in het licht van de schemerlamp. De tijd tot het verlaten van ons huis herinner ik me niet zo goed. Ik was constant aan het denken, was duizelig en kon maar niet begrijpen wat het briefje me wilde zeggen. Om kwart voor elf zei ik tegen Tessa dat ik even weg moest. In plaats van te vragen waar ik midden in een verjaardagsfeest naartoe zou gaan, knikte ze, slikte haar emoties weg en ging verder met het gesprek dat ze met haar moeder voerde. Midden in mijn eigen woonkamer met dertig gasten, voelde ik me als midden in een woestijn. Ik zweette hevig, had een droge mond en had me nog nooit zo eenzaam gevoeld.


Ontgoocheling
De wandeling naar de bushalte ging in een straf tempo. Wat was dit? Zou Henry er zijn? Wat wist hij hiervan? Als het een grap was, was ie geslaagd, maar daardoor nog niet leuk te noemen. Of iemand anders? Ik had geen vijanden, althans, naar mijn idee had ik in mijn hele leven niemand tekort gedaan. Niemand, behalve Fleur. De lieverd heeft haar pappa vaak moeten missen. Maar al dat overwerk was nou juist voor haar. Ik wilde haar alles geven wat ik maar kon.

Toen ik de bushalte naderde, zag ik dat er iemand in het bushokje zat. Er kwam net een bus aan. Deze stopte bij de halte en reed weer weg. Het bushokje was leeg. De wind was aangetrokken en het begon al koud te worden. Ik keek om mijn horloge. Vijf voor elf. In de verte zag ik iemand aan komen lopen. Het zal toch niet… met een bedrukt gezicht kwam Aletta aanlopen. Ze pakte me bij mijn arm en zei: “Kom snel.” Ik kreeg een knoop in mijn maag en liep met haar mee. Ze begon met haar excuses te maken en dat het allemaal de bedoeling niet was. “Wat niet?” vroeg ik. Ze had het nooit gedaan als ze wist dat dit zou gebeuren. “Wat niet?” herhaalde ik. Ze stopte en keek me aan. Na een diepe zucht begon ze haar verhaal: ”Je hebt vanavond je vrouw voor het laatst gezien. Ik heet geen Aletta en ik kom ook niet uit Friesland. Ik ben de secretaresse van je schoonvader. Hij heeft me op je af gestuurd. Het is allemaal zo doortrapt.” In mijn hoofd ontstonden puzzelstukjes en ze vielen één voor één op hun plek. “Hij dreigde me te ontslaan en ik heb een kind. Ik heb het geld gewoon nodig.” Uit haar broekzak haalt ze haar telefoon tevoorschijn. “Luister maar.”

Het raadsel ontrafeld
De stem die op de geluidsopname te horen was, herkende ik direct. “Ik wil die man uit haar leven Susan, maar ze is blind. Blind voor de onkunde, het gebrek aan perspectief. Ik wil niet dat ze steeds ongelukkig wordt en jij gaat me helpen. Je werkt hier nu al drie jaar en om te zeggen dat je je werk goed doet bent zou een leugen zijn. Als je precies doet wat ik zeg, zal ik je duizend gulden geven.” Aletta, of beter gezegd Susan stopt de opname. Door de verwarring die is ontstaan in zo’n korte tijd, vraag ik haar om het me rustig uit te leggen.
“Je vader gaf me een foto van je en zei dat hij een baan had geregeld bij de krant. Hij kent jouw chef goed begrijp je? Ik moest in je buurt komen, met je praten. Henry zei dat je begaan bent met je medemens. Nee, dat zei hij niet. Hij noemde je een watje. Ik moest voor het geld wat me beloofd was, je een avond meelokken naar de stad. Er hoefde niet iets te gebeuren, als ik maar zou zorgen dat mijn parfum aan je overhemd zat en lippenstift op je gezicht. Vanmiddag was ik op kantoor. Henry gaf me je telefoonnummer en ik moest je vrouw bellen. Zeggen dat je klootzak bent en dat als ik had geweten dat je getrouwd was ik nooit met je naar bed zou zijn gegaan.” Ik voel me verraden, terwijl er niets is gebeurd. Een muis die een stukje kaas pakt, terwijl de grote kat zit te wachten om me te verslinden.


De wereld is wreed, waarom ik niet?
De aarde zakt onder mijn schoenen vandaan. Tessa? Fleur? En wat nu verder? Wat moet ik doen? “Waarom vertel je me dit? Je hebt je geld, je houd je baan. Waarom doe je dit?”
Ze verteld dat ze een uur geleden is gebeld door Henry. Hij vertelde dat ze het geld niet zou krijgen en dat wanneer ze zijn plan openbaar te maken, hij wat vriendjes op haar af zou sturen. En ze wist wat voor types af en toe het duurgestoffeerde kantoor binnen kwamen lopen. Ze mocht het alleen aan mij vertellen. Mijn bloed kookt inmiddels. Ik denk aan de meest gruwelijke dingen die ik de vader van mijn lieve vrouw aan zou willen doen. In het tuinhuis staat genoeg gereedschap om hem in zulke kleine stukjes te hakken, dat ik hem gemakkelijk door het toilet zou kunnen spoelen.

 “Ik moet weg,” zei ik. “Het spijt me zo. Ik wist dit ook niet.” Ze voelt een soort spijt waar ik de oorsprong niet van kan toejuichen. Ze heeft ze waarschijnlijk alleen spijt dat ze het geld niet van tevoren heeft opgeëist. De rest was volgens plan gegaan toch? “Ga maar naar huis, ik red me wel,” zeg ik op een koude toon. Ik loop weg. Als ik weer in de richting van ons huis loop, schreeuwt ze nog iets, maar ik kan het niet verstaan…

<einde deel 5>

© Gerben

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Leuk idee om een vervolgverhaal te schrijven!
Spannend, het word steeks leuker!