Uit de rugzak

Door Mijler gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Het verhaal gaat over het schrijven door ouderen, die vooral voorvallen uit hun vroegere leven willen vastleggen. Hierbij kunnen zich komische situaties voordoen.

 

Uit de rugzak

Frans was al een tweetal jaren bezig om geschiedenis uit zijn jeugdige periode op papier te zetten. Niet alles hoor, maar het in zijn ogen meest aansprekende. Als ik hem vroeg naar het doel daarvan, kreeg ik geen duidelijk antwoord. Voor zijn enige nazaat, zijn dochter of diens dochtertje? Of misschien voor zijn elftal broers en zussen? In die tijd was een kroost van meer dan tien koters heel gewoon en een dozijn is toch een mooi concreet getal. Waren zijn ouders misschien geïnspireerd naar het voorbeeld van Jezus die ook twaalf apostelen ter beschikking had. Maar ondanks dat Frans een boeiend verhaal kon vertellen achtte ik hem niet in staat om een evangelie te verkondigen. Nee, en naar hij concludeerde, liepen zij broers en zussen ook nog niet zo warm voor zijn jeugdige strapatsen op papier. Persoonlijk dacht ik dat hij nog een beetje schroom had om hen zijn schrijftalent uitgebreid te tonen. Maar waarschijnlijk ontwikkelt zich dit nog gezien zijn nog immer vitale geest. Onlangs schreef  hij nog een fantasierijk verhaal over de viering van zijn honderdste verjaardag en dat ligt nog bijna een kwarteeuw in het verschiet.

Frans neemt de pen ter hand

 

Eigenlijk is dit ook niet belangrijk. Frans heeft de pen in de doeknuist gevat om het een en ander uit zijn woelige jeugd aan het papier toe te vertrouwen.
Ik ontmoette Frans op een cursusje: "Verhalen schrijven." Zowel Frans als ik herinnerden ons nog de eerste wijze woorden van de cursusleidster: "Jullie hebben allemaal een rugzakje, dat gevuld is met prachtige belevenissen/ervaringen die de moeite waard zijn om op het papier verhaald te worden. Schrijf ze op zodat ze niet verloren gaan!"

Nou, laat dit dan maar de motivatie geweest zijn voor de literaire ambities van Frans.
Voordat hij ging schrijven, had hij enkele boeiende verhalen verteld die ik met belangstelling aanhoorde. Misschien wel omdat veel daarin voor mij als tijdgenoot zo herkenbaar was. De verhalen speelden zich af in de naoorlogse periode tussen negentien vijfenveertig en negentien zestig, waarin ook mijn jeugd volle bloei kende.
Tussen de verbale en schriftelijke presentatie van een verhaal zit bij de meeste mensen een groot verschil. Gewoonlijk kletsen we liever tegen en met onze spontane toehoorders dan dat we het in eenzaamheid aan het zwijgzame wit toevertrouwen. En het neemt ook veel tijd in beslag. Zeker was dat het geval bij Frans, die als nijver eigenaar en runner van een florerende meubelzaak, heel veel met het gesproken woord had gestoeid en weinig met de geluidloze getuigenis.

Toch kreeg hij enkele boeiende verhalen op papier en gaf mij het vertrouwen om er eens met een kritisch oog doorheen te lopen. Zo trachtte ik wat krom was te rechten, klein was te hoofden en aan te halen of te punten wat mij zinvol leek.

 

Zijn eertse auto

Het laatste verhaal dat Frans mij ter correctie mailde ging over zijn eerste auto, een zwarte Peugeot 202. Dit twaalf jaar oude tweedehandsje kocht hij in negentienzestig voor driehonderdvijftig guldens. In dit verhaal beschrijft hij zijn hemels geluk van dit vorstelijk bezit. Als een koning met trots vervuld, zwaaide hij éénogig naar zijn onderdanen in dit blindenland.
Waar het mij in dit verhaal om gaat met betrekking tot het toeval is de volgende passage:
"Onder de motorkap zat standaard een open kist met verlichting. Hierin zat een krik en allerlei gereedschap en verdere benodigdheden zoals draad, touw, klemmen en flessenringen om eventuele pech onderweg te kunnen verhelpen. Ook nog een zwengel om bij startproblemen de motor aan te kunnen zwengelen."

Ik stuurde het gecorrigeerde verhaal niet naar hem terug omdat hij die dag, vrijdagmiddag voor Kerstmis, bij mij op bezoek zou komen om het verhaal dan met mij door te nemen.
Het had die nacht flink gesneeuwd en de straat waarin ik woon, was alleen op de rijbaan begaanbaar. Aan de zijkanten lagen hopen opgeschepte sneeuw, zodat er niet geparkeerd kon worden. Jawel hoor, rond twee uur’s middags kwam Frans aanrijden. Onbewust had ik het beeld van dat zwarte Peugeotje van 1948 uit zijn verhaal nog in mijn hoofd.
Het enige dat overeenkwam was de zwarte kleur maar het armentierige beeld van het antiek werd verzwolgen door een pompeuze slee, een Jaquar, van het S-type. Hij trachtte dit gevaarte achteruit bij mij op de oprit te parkeren en reed zich daarbij muurvast in een sneeuwhoop, waarbij hij ook de rijbaan nog blokkeerde.
Niet verwonderlijk natuurlijk dat bij mij die verlichte kist uit zijn verhaal met alle hulpattributen in beeld kwam. Ik ging hem ook uitbundig begroeten met de cynische vraag: "Waar is die verlichte kist nu?"

We hebben daar natuurlijk hartelijk om gelachen. De Jaquar is uit zijn gevangen toestand bevrijd en hem werd een vreedzame plaatse op de oprit toebedeeld.

Reacties (6) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Weer een schitterend verhaal van de pen, van een oude rakker.
Pork geeft weer de DUIM.

DRIMPELS.
Onze auto was een ...... groen, merk weet ik niet meer wel dat hij 1.000,== gulden heeft gekost en na een jaar 1.500,== voor terug kregen.
Overigens een leuk verhaal.
Eigenlijk vind ik die zwarte auto veel meer spirit hebben.. Leuk verhaal!
Ik vind het altijd zo mooi hoe jij herhaling van woorden weet te voorkomen door er mooie omschrijvingen van te geven: schrijven=en de geluidloze getuigenis.
Wat een leuk verhaal, iedereen weet nog wat zijn of haar eerste auto was!