De groenten groeten u.

Door Prinsanna gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Dit sprookje heb ik geschreven na mijn ervaringen in Ethiopie.

                                                        DE GROENTEN GROETEN U!!


“Zo Dirk, nog even wat opruimen en dan gaan we, ik zal blij zijn dat we twee dagen niet in deze veilinghal hoeven te zijn en lekker kerst gaan vieren, heerlijk,” zei Peter een grote man, die duidelijk zijn spieren, had verzameld met het sjouwen van kisten vol groenten en fruit. Dirk, zijn collega, grijnsde en antwoordde: ”Nou anders ik wel, lekker twee dagen eten en drinken, haha, Kerst. We mogen trouwens van de baas, die dozen cranberry's meenemen, en die kist met stoofperen.
Ik zei nog tegen moeder de vrouw, braad jij die kalkoen nou maar dan breng ik de cranberry's mee, dat is erg lekker erbij.”
“Goh, dat we dat zo maar mee mogen nemen en dat nog boven op het kerstpakket, waar ook al geen bal aan was, “ smaalde Peter.
“Geen kerstbal,” grapte Dirk, “inderdaad, een stoompan en twee pannenlappen, veel te gezond gestoomde groenten. En dat na een heel jaar hard werken.”  “ Ja, ja, maar, mijn vrouw zegt;” Peter je moet een gegeven paard niet in de bek kijken, ik begrijp ook wel dat jij na zo'n hele dag, op de veiling hebt lopen sjouwen, je liever een stamppotje hebt, maar stomen kan ook wel eens gezond zijn, je moet aan je gewicht en cholesterol denken.” Ik moet er dus vast aan geloven in het nieuwe jaar, nou als ze het te vaak doet ga ik naar de snackbar.”  “Mijn idee,” lachte Dirk en vervolgde;” Kom pak jij de cranberry's dan neem ik de stoofperen, we gaan naar huis, alhoewel het hier stervenskoud is, laten we dat ene bovenraam maar open staan dat is goed voor de groente die hier nog blijft liggen, dan blijft het langer vers. “ De beide mannen liepen naar de uitgang, hun stemmen en voetstappen stierven weg en toen ze de grote metalen schuifdeuren met een klap sloten, trilde het metaal nog even na van de schok en daarna werd het donker en doodstil in de loods.
Maar niet voor lang.
“Hebben jullie dat gehoord?” klonk een volumineuze stem uit een van de kisten. Het was een grote stevige bloemkool, die sprak, hij ging op de rand van de kist zitten. In het donker zag je zelfs dat hij prachtig hagelwit was. “Ja, we hebben het gehoord, klonken verschillende stemmen uit de andere kisten!”
“Ze koken ons, ze roerbakken ons, eten ons af en toe rauw, met een dipsaus en nu willen ze ons ook al stomen,” ging de bloemkool verder.
“ Wat dacht je van ons? Dan komen jullie er nog goed af, wij worden gestampt, gebakken, gekookt en zelfs in de kokende olie   gegooid,” kreunden de aardappelen die in een hoek in grote kisten opgestapeld lagen.
“ Jullie niet alleen hoor, wij ook!” riepen de uien. Terwijl ze zo spraken verlichtte de felle, volle maan, die door de hoge bovenramen naar binnen scheen, de loods.
“Ik ben blij dat het hier wat lichter wordt door de maan, kunnen we elkaar tenminste zien. De aardappels en de uien hebben gelijk, hun lot is nog erger dan het onze, “ zei de bloemkool en veegde een groen blad voor zijn ogen weg. “Niemand van ons vindt het leuk, om gekookt of gestampt te worden, “ riep een enorme grote oranje wortel.
“Wat dacht je van die arme cranberry's, die mogen die kalkoen versieren. En over de stoofperen nog maar niet te spreken, ik had die Peter en Dirk graag tegengehouden, maar wie zijn wij, om het op te nemen tegen een mens?“  verzuchtte een grote komkommer. “
Met zijn allen hadden we het vast wel gekund,” riepen de sperziebonen. “Ja,” vulden de asperges aan; “dan hadden de cranberry en de stoofperen nog geleefd, hoorden jullie niet hoe ondankbaar die mensen waren, die ene zei:”Als het eten niet lekker is wat mijn vrouw maakt, ga ik wel naar de snackbar.” 
“Ja,” zei een lange prei, nadenkend en hij vervolgde;” en over twee dagen komen ze terug en hakken ons in de soep, of wat ze ook maar willen..ik gun mezelf niet aan die ondankbare schepsels.”
“Weet je wat nog erger is?” zei een mooie rode tomaat terwijl ze blozend,
met haar ogen knipperde, waardoor ze nog roder werd; “ze eten ons vaak niet eens helemaal op, waardoor we uiteindelijk, na alles wat we dan doorstaan hebben, uiteindelijk in de biobak terecht komen.
“ Hoe vaak hoor je verwende kinderen, of zelfs grote mensen niet zeggen ;”Ik lust dat niet, of ik hoef niet meer..ik zit vol!!”
“Je hebt gelijk, je hebt helemaal gelijk,” riepen de spruiten; “menig kind kotst ons uit, ze moesten eens weten hoeveel vitamientjes we bevatten!!”
“ Over twee dagen komen ze terug, konden we maar vluchten,” zei de grote bloemkool. “JAAAAAAA,” riepen alle groenten en aardappelen in koor.  “Ach,'”  zuchtte de grote bloemkool ;” als we bij dat openstaande raampje daarboven konden komen, dan waren we hier zo weg. Daar achter is een lopende band en ik heb vaak genoeg gezien hoe ze dat apparaat in beweging zetten, dan zouden we zo weg kunnen. Maar hoe komen we zo hoog bij dat raam?”  
“Als we echt weg willen, kan dat,” zei een van de komkommers:”Kijk wij komkommers, kunnen op elkaar gaan staan, zo kunnen jullie dan via ons naar boven klimmen en klaar..raampje uit, lopende band af.. en weg.”  “Leuk bedacht ,” zei een andere komkommer, “ ik wil dat best doen, maar hoe komen wij dan weg, dombo, als iedereen naar boven is geklommen..kunnen wij niet weg, wie helpt ons dan?”
“Wij weer,” grijnsde de bloemkool. “ Zie je daar dat lange touw, dat nemen wij mee naar boven en gooien het naar beneden, zodat jullie daarlangs omhoog kunnen klimmen. “
“Ja, en dan? “ vroeg de tomaat. “Als we aan de andere kant zijn en hier weg, waar wil je dan naar toe? We zijn nu eenmaal aan bederf onderhevig, dus we hebben maar een paar dagen de tijd om eindelijk eens echt te kunnen leven.” “Je hebt gelijk, maar dat bedenken we als we hier uit zijn,” antwoordde de bloemkool en hij vervolgde; ”Kom op, komkommers, stapel u op!” De komkommers deden hun werk, de bloemkool klom als eerste, met het touw onder zijn armen naar boven. Alle groenten, keken vol bewondering toe, hoe hij steeds hoger en hoger klom, tot hij in het raam stond. “Het is niet moeilijk, “ riep hij naar beneden.”Ik zie de lopende band, die ga ik nu aan zetten, kom allemaal maar naar boven..ik blijf hier staan om jullie verder te helpen en als laatste het touw naar beneden te gooien. “ In een lange stoet begon de uittocht, de aardappelen, preien wortelen uien, andere bloemkolen, broccoli, struikjes lof, sperziebonen, tomaten, kortom, heel veel verschillende groenten, klommen over de rug van de komkommers  naar boven, waar de bloemkool hen opwachtte en op de lopende band hielp. Een uur later stond iedereen buiten, op het grote plein waar de vrachtauto's altijd hun ladingen losten.
De bloemkool klom op een paar kisten zodat hij alle groenten en aardappelen goed kon overzien. Hij schraapte zijn keel en zei:”Waar willen jullie naar toe?” De meesten haalden hun schouders op. De prei zei: ”Ergens waar we nog even kunnen genieten van ons leven, eindelijk iets leuks.”
“Naar een warm land, waar zon en zee is, dat heb ik altijd gewild,” riep de tomaat. “Stel je voor dat we heerlijk op zo'n strand kunnen liggen..zonder zorgen,” ze bloosde alweer en werd opnieuw nog mooier rood.
“Ja,” riepen de sperziebonen. “ Tomaatje heeft gelijk, dat lijkt ons ook leuk!” Verschillende andere groenten sloten zich ook bij de wens van de tomaat aan. “Maar hoe komen we in een warm land?
Je zei het net zelf al, tomaatje, we zijn aan bederf onderhevig, we hebben maar een paar dagen om echt te leven,” zei de prei.
“We kunnen met een van die vrachtwagens gaan,” opperde een aardappel.  De bloemkool die nog steeds op de kisten stond, hief zijn hand op.
“Stil, luister naar mij, willen we echt iets aan onze vrijheid hebben, dan moeten we snel zijn, we nemen dat vliegtuig, wat daar verderop op het veld staat. Ik zal jullie naar een warm land vliegen.”
“Kun je dat dan?” vroegen de groenten en aardappelen. “Ja,” antwoordde de bloemkool. “Ik probeer het gewoon, we zijn nu al zo ver gekomen, nu zetten we door, nu zijn wij aan de beurt. Kom op, volg mij.”
Hij sprong van de kist af en liep dapper in de richting van het grote vliegtuig, gevolgd door de hele stoet groenten en aardappelen.
Bij het vliegtuig gekomen wendde de bloemkool zich tot een paar mooie ranke asperges en vroeg;” Willen jullie de stewardessen zijn en iedereen naar hun plaats brengen en zorgen dat de riemen vast zitten en jij grote prei, wil jij mij assisteren in de cockpit?”
Zo gezegd, zo gedaan. De asperges loodsten alle groenten en aardappels naar hun plaatsen en de bloemkool en de prei bogen zich over het dashboard. “Niets aan, kijk, alles wijst zich vanzelf.
Als iedereen zit, drukken we op start en dan op opstijgen. “
“Ja, dat is wel zo, bloemkool, maar hoe weet je welke richting je op moet gaan, om in een warm land te komen?” vroeg de prei. “We kijken naar de lucht, waar het helder is daar gaan we heen en als het straks licht wordt zien we vanzelf waar de zon schijnt!” “Dat is heel slim,” lachte de prei.
Asperge stak haar hoofdje om de hoek van de deur en zei. “Heren, iedereen zit, wat mij betreft kunnen we de lucht in, hihi, dat is weer eens iets anders dan de pan in.” Ze sprak door de luidspreker, iedereen kon haar horen en begon luid te lachen en te applaudisseren.
De groenten en aardappelpassagiers vermaakten zich uitstekend, ze vonden het enorm leuk in het vliegtuig, de stewardessen hadden lekkere drankjes gevonden die ze enthousiast uitdeelden. De groenten werden er nog sappiger en mooier van. Ze zongen en ze lachten, dat het een lieve lust was.
De nacht ging voorbij en de zon kwam op.
“Je had gelijk.” zei de prei, “we volgen gewoon de zon en waar hij het sterkste schijnt landen we.”
“Ja, ik ben wel slim,” grijnsde de bloemkool. De prei kuchte en werd bijna net zo rood als de tomaat.” Sorry, toch niet zo slim..de brandstof, oeps.”  “ Oh, ik zie het, dan moeten we een landing maken, “ zuchtte de bloemkool. “ Ja, lekker dan. Maar waar?  We vliegen volgens mij boven een of andere oceaan.“  “Daar in de verte zie ik een streep, ik hoop dat het land is.” antwoordde de bloemkool, die zich niet zo snel uit het veld liet slaan. “Als we het maar redden, die rode knop flikkert aardig, dat betekent dat we al op reserve brandstof vliegen, kijk maar.”
“Geen paniek, kijk het is land en het ziet er verlaten uit, misschien is het wel een onbewoond eiland, heerlijk, zeg tegen de asperges dat ze de passagiers de riemen om moeten laten doen, we gaan landen. Een van de asperges kwam de cockpit binnen, de groenten raken in paniek, ze willen weten wat er gaat gebeuren, wat moet ik doen?” vroeg ze met een angstig stemmetje.“Ik spreek ze wel toe, ga nu maar naar binnen en probeer ze kalm te houden.” Even later klonk zijn vertrouwde stem door het reeds dalende vliegtuig. “Beste groenten en aardappelen, wees niet bang en ongerust, we proberen het land te bereiken, mocht het mislukken zijn we een dag of drie vier eerder dood dan normaal, weten jullie nog? Wij zijn maar beperkt houdbaar, over twee dagen zal ik zelfs onder de bruine vlekjes zitten, het is nu eenmaal zo. Laten we blij zijn dat we samen zoveel plezier gemaakt hebben, en laten we eerlijk zijn, als we eraan gaan, is dat minder erg dan, gekookt, gebraden gestoofd of gefrituurd te worden en dan ook nog eens opgegeten te worden door een stel ondankbare wezens!”

Iedereen begon weer te klappen, het toestel denderde horten en stotend naar beneden, de brandstof was op.
Met een enorme plons belandde het vliegtuig in het water, waar het met enorme vaart nog zo'n kilometer doorschoot tot het met zijn neus in het zand belandde. Door de klap waren alle groenten en aardappelen door elkaar heen gevallen. Even was het doodstil, tot tomaatje riep:
”Leven we nog? “ Waarop een courgette antwoordde :”Ja, ik geloof het wel, maar we lijken wel ratatouille.” De bloemkool kroop, gevolgd door de prei de cockpit uit. “ Goeie genade wat een klap, ik ben een paar roosjes kwijt, maar verder voel ik me goed en jij? “  “ Beetje shakey, maar verder prima,” lachte de prei.
Een voor een kwam iedereen naar buiten en liepen het strand op. De zon scheen ongenadig op hen neer. “Is er nog iets te drinken? We krijgen dorst van die hitte.,” riepen de groenten door elkaar.
“Ja, misschien niet zo handig geweest om de zon op te zoeken,” bloosde de tomaat, ik voel het ook..we bederven zo sneller, dit is niet goed, ik heb het bedacht, sorry, ik dacht dat het leuk zou zijn.”
“Voel je niet schuldig,  het leek ons allemaal leuk, maar het was niet zo verstandig. We moeten beschutting zoeken, kijk, verderop zijn bomen en grote varens, kom we lopen daarheen, ze zullen ons de nodige koelte brengen,“antwoordde de bloemkool.
De groep zette zich in beweging en niet lang daarna koesterden ze zich in de schaduw van de grote vijgenbladeren en boomtakken.
Hier is het heerlijk,” zei de bloemkool genietend.“Het is vast een onbewoond eiland, hier kunnen we ongestoord van onze laatste dagen genieten..WE MADE IT!!!!” Hij had het nog niet gezegd of tomaatje legde haar vinger, op zijn lippen:”Sttt, ik hoor mensen.” Alle groenten zwegen en verstopten zich onder de bladeren.
De takken kraakten onder de voeten van de nog jonge donkere vrouw, ze liep gebogen, haar ogen waren hol en leeg, om haar schouder had ze een gekleurde doek waarin een uitgemergelde baby hing, zijn oogjes even hol en leeg als die van zijn mama. Zijn handjes graaiden naar haar ontblote borst, die slap langs haar bottige lijfje hing, het mondje van de baby zocht de tepel en toen hij het eindelijk voor elkaar had, begon hij hartverscheurend te huilen, omdat het levenswater dat hij zocht hem niet gebracht werd. De vrouw was dit blijkbaar gewend, want terwijl ze de vliegen die om hen heen zwermden van zich af sloeg ging ze verder met hout sprokkelen, waarschijnlijk om zichzelf en haar kind in de koude avonduren bij een vuurtje te kunnen verwarmen. Nadat ze haar bos takken bij elkaar gebonden had vertrok ze weer, haar baby huilde inmiddels niet meer omdat hij begreep dat hij de strijd niet zou winnen.
“Heb je ooit zo iets gezien?” zei de bloemkool die als eerste onder het struikgewas uitkwam. “Ik niet ,” zei tomaatje, “Maar wat een zielige toestand.”  “Zouden er hier nog meer van die vreemde wezens rondlopen?” vroeg een komkommer.“Ik weet het niet?” antwoordde de bloemkool. “Als er nu eens twee vrijwilligers op onderzoek uit gaan en haar volgen, dan weten we het.”
“Ik wil wel gaan,” zei de prei. “Ik ga met je mee, “ antwoordde de komkommer. En zo volgden de twee groenten het spoor van de donkere vrouw en haar baby.
Het werd avond en erg koud, want in een warm land kan het 's avonds erg afkoelen, maar dat vonden de groenten niet erg, ze waren er zelfs blij mee, want dat betekende dat ze langer zouden leven, omdat ze dan minder onderhevig waren aan bederf.
Het leek een eeuwigheid te duren voordat de prei en de komkommer terug kwamen, de bloemkool schrok toen hij ze aan zag komen lopen, ze liepen niet meer zo rechtop, maar enigszins gebogen alsof er een zware last op hun schouders drukte.
“Wat is er gebeurd?” vroeg de bloemkool bezorgd.
“Ja, wat is er gebeurd?” vroegen de aardappelen en groenten in koor, terwijl ze in een grote kring gingen zitten. De komkommer en de prei stapten de kring binnen. “ Te erg voor woorden, als ik ga praten huil ik al het vocht uit mijn lijf en wordt ik smakeloos,” stamelde de komkommer.  “Daarom breng ik wel verslag uit, ben iets harder,” zei de prei en vervolgde; “ Wat wij hebben gezien kunnen onze ogen niet bevatten, “ even zweeg hij, maar toen hij zag dat iedereen vol verwachting naar hem opkeek ging hij verder. “ Wij hebben huizen gezien, die geen huizen zijn, opgebouwd uit golfplaat en bordkarton. Het is er koud tochtig en vochtig. Soms wonen er wel negen mensen in zo'n huis. Het is een heel dorp  Ze hebben bijna geen eten, zijn uitgemergeld, ondervoedt, slapen op dunne matrassen of dekens op de grond, kindertjes huilen om eten, dat er niet is. En dan te bedenken dat ik als “voedsel” langs loop en alles bekijk. “ De prei boog zijn hoofd. “Het is verschrikkelijk. “
“Is dat echt waar? Dan wil ik dat wel eens zien. Laten we met zijn allen daar vannacht eens een kijkje nemen,” zei tomaatje nieuwsgierig.
“ Ja, “ mompelde de andere groenten, “ Dat willen wij ook wel eens zien.”
Het werd nacht, de prei, komkommer en de bloemkool gingen voorop, gevolgd door een lange stoet nieuwsgierige groenten en aardappelen en al gauw kwamen ze in het dorpje. De huisjes waren inderdaad zoals de komkommer en de prei hadden verteld. Door de kieren en open gaten in de muren zagen de groenten, hoe de mensen zich probeerden te verwarmen, hoe de kleine kindjes schreeuwden om eten, hoe de ouderen er zich al troosteloos bij hadden neergelegd, dat er toch geen toekomst meer was.
Hoe sommige mensen hun laatste levens uren stervend op de koude grond doorbrachten.
Toen ze na hun barre en bizarre tocht weer terug kwamen bij hun plek in het struikgewas, durfde niemand iets te zeggen.
Na een lange stilte echter, nam de bloemkool het woord. “Ik ben ernstig ontdaan en ik denk jullie met mij. “  “ Ja, als ik nog denk aan die twee ontevreden gasten, gisteren, die geen gestoomde groenten lusten en dan maar stiekem naar de snackbar gaan.
Mijn God, ze zouden hier en moord plegen voor een hapje gestoomde groenten,” zei tomaatje met tranen in haar grote ogen.
“Wat kunnen we hier tegen doen?” vroegen de asperges.
Een van de allergrootste aardappels zei met schorre stem;” wij zijn gevlucht om nog iets aan de laatste dagen van ons leven te hebben.
En lol hebben we gehad, of niet soms?”  “ Zeker,” riep iedereen.
“ Nou dan, misschien is het dan nu tijd om onszelf weg te schenken.
Wat denk jij ervan bloemkool?”
“ Is het aan mij om dat te beslissen?” antwoordde de bloemkool.
“ Ja,” riepen de groenten, jij hebt ons bevrijdt en meegenomen, door jou hebben we veel plezier gehad, zeg jij maar wat we moeten doen.”
De bloemkool keek naar zijn al niet meer zo hagelwitte  buik en zei: “ We kunnen kiezen, hier blijven en sterven aan rotting en bederf, of nu we nog eetbaar zijn, onszelf aan deze mensen geven, opdat zij nog een tijdje leven kunnen. Zeg het maar, ik ga niet over jullie leven.”
Het werd even stil, toen zei tomaatje;”Ik schenk mezelf weg.” De preien vervolgde,”wij ook.” “En wij dan ook !” riepen de aardappelen. Langzaam maar zeker stemde iedereen er mee in.

Het werd ochtend, een oude vrouw strompelde naar buiten, om wat water te halen uit de put, voor haar ondervoede dorstige kleinzoontje, die pas zijn moeder had verloren. Zag ze het goed?  Was dat wel zo? Was het geen luchtspiegeling, zoals wij dat, fata morgana, noemen?
Nee, het was echt. Midden op het dorpsplein lag een enorme berg groenten en aardappelen. Ze sloeg haar handen voor haar mond, voor het eerst sinds lange tijd twinkelden haar donkere ogen. Ze begon te schreeuwen en op de muren van de andere krottenwoningen te kloppen. “Kom kijken. Kom kijken, God heeft ons een engel gezonden, kom kijken!”
Door haar geschreeuw kwam iedereen naar buiten rennen.
Sommige wilden zich op de groenten storten om het mee naar hun hutje te nemen, maar de oude vrouw ging voor de berg groenten staan en sprak:
“ Luister God is ons genadig geweest, dit is een wonder, we kunnen nu twee dingen doen, heel dom zijn en alles opeten, of heel wijs en van ieder soort wat hier voor ons ligt iets in de grond planten, opdat dat zich weer voortplant. Als we dat doen zullen we deze gift  met eerbied behandelen en we zullen nooit vergeten wat ze voor ons betekenen. Iedere dag dat we ze mogen eten zullen we ze dankbaar zijn en daarom in liefde en dankbaarheid nuttigen. “ Bij het horen van die woorden werd het tomaatje weer roder dan ooit en zelfs de bloemkool kreeg een blos. Hij hief zijn vinger op en sprak voor de laatste keer tegen de groenten en de aardappelen;” Kijk wie zijn leven weg geeft, zal het vinden, hier zullen onze kinderen en kleinkinderen verder groeien en leven......en ik weet het zeker, nooit in de biobak belanden, maar met eer en liefde behandeld en opgegeten worden. En dat was toch onze wens, dus onze missie is    geslaagd!”

                                                                  “From Anna with love.”

 


   

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Leuk geschreven,alleen nogal lang van stof. Tip:Maak het verhaal wat compacter of zoals drimpels al zei,maak er twee delen van. Duim en fan erbij.
Thanks Drimpels een goede tip! Maar in twee delen is misschien net te kort en het moet ook vooral niet langdradig worden! Heel fijne middag nog!
Dit is een waar verhaal maar zo groot dat de helft al afgehaakt is.
Maak er twee van deel 1 en 2 en de mensen krijgen nieuwshonger.
Goed geschreven.

Pork Geeft de DUIM.
FAN is hij al.

DRIMPELS.