Een dag als altijd. Een dagboek over een jongen die verslaafd raakt. Deel 2

Door Nature gepubliceerd op Friday 28 September 12:09

Een dagboek van een jongen met een moeilijke jeugd die langzaam aan verslaafd raakt aan drugs. Deel 2

Dag 3: Woensdagavond

Plots zwaait de deur open met een knal. Daar stond hij dan in de deuropening. Met bloeddoorlopen ogen een een stank dat zelfs een boom kan vellen. De Zatlap!

* Zo snotjong! Denk je dat ik je niet hoorde binnensluipen!
- Hoe bedoel ...
* Ik wil je flauwe excuusjes niet horen!
- Maar ik heb helemaal geen uur om thuis te komen.
* Vanaf nu wel!
- Dit is bullshit man! Hoor jezelf bezig.
* Hou je bek of ik sla hem dicht. Vanaf nu ga je luisteren naar mij.
-  Nooit! Ik ...

Dag 4: Donderdag

Mijn zin heb ik niet meer kunnen afmaken. Met een geweldige klap vloog ik tegen de rand van mijn bed. Dat denk ik toch aan de buil op mijn hoofd te voelen. Ik ben blijkbaar de hele nacht bewusteloos geweest. Mijn hoofd voelt aan alsof ik ben geslagen met een baseballbat.

Langzaam ga ik de trap af met een van mijn vaders golfstokken in de aanslag. Eenmaal beneden is hij nergens te bespeuren. Ma zit in de zetel voor de tv.

- Waar is die kerel?
* Wie? O, je bedoelt Tom. Die is vanmorgen naar huis vertrokken.
- Hoe haal je het in je hoofd om zo iemand in huis te halen? Die kloot heeft me bijna vermoord!
* Je moet niet zo overdrijven. Hij heeft me vanmorgen alles verteld.
Je was kwaad dat hij hier nog steeds was en viel hem aan. Hij heeft je ter verdediging weggeduwd en je bent ongelukkig terecht gekomen.
- Wat? Ma dat is niet waar. Hij ...
* Stil maar, je bent gewoon wat in de war. Die klap op je hoofd en die situatie met je vader zullen je niet veel goed gedaan hebben.
- Fuck mens. Tis hier altijd hetzelfde. Ge bent zo naïef. Zie u zelf hier nu zitten. Och laat maar ik ben hier weg. Ik ga naar Donny die zal me wel geloven.

Bij den Donny
* Hey maat, hoe ziet gij eruit?
- Zwijg me erover. Mijn moeder heeft er ene opgelopen die denkt dat hij me zomaar als boksbal kan gebruiken. Maar zo gemakkelijk komt hij er niet vanaf. Ik sla die gewoon kapot als ik hem zie.
* Chill effen.
-Hoe kan ik me nu ontspannen. Ik voel me zo opgefokt.
* Wacht ik heb nog iets dat u kan kalmeren.
- Ah, een joint. Dat zal mij smaken. Maar wat doet gij er nu tussen?
* Dat is cocaïne. Het zal u goed doen. Het is voor een noodsituatie. Zie u nu zitten. Van dit wordt ge kalmer.
- Het is al goed. Ik steek die joint wel aan.
* Voila. Lekker he, het zal nu wel beter gaan.
- Dat is toch niet schadelijk of zo?
* Maar nee. Ik heb dat ook al een paar keer gebruikt.
-Ca va, maar echt safe voel ik me ni ze.
* Tja, dat gaat wel over.
- Kga is naar huis ik heb honger. Ik ben vanmorgend daar niet echt blijven plakken om gezellig te ontbijten.

Terug thuis.

- Ma?
* Ik sta in de keuken.
- Wat gaan we eten?
* We ...
- Wat zijn die blauwe plekken op uw armen?
* O, euh niks. Ik heb wat dozen naar de kelder gebracht en me een paar keer gestompt. Het is dan ook zo donker daar beneden.

De blik in haar ogen zegt me iets heel anders. En het staat me niet aan. Nog nooit heb ik mijn moeder zo zien kijken. Die blik in haar ogen. Ik kan het gewoon niet beschrijven. Maar ik kreeg bijna zelf tranen in mijn ogen. En toen deed ik iets wat ik zelf niet had verwacht. Ik nam haar vast in mijn armen en zei:  "Het is goed mam." En ging rustig naar mijn kamer.

Hier zit ik nu. Waarom zit ik hier nu eigenlijk? Ik zou naar de politie moeten gaan. iets ondernemen tegen die gast. Maar wat? De politie zou ons toch niet geloven. Een vrouw die al een paar keer voor openbare dronkenschap is opgepakt en ik die aan de drugs zit. Neen ik los het zelf wel op. Maar hoe weet ik nog niet.

Het eten is klaar. We zitten zwijgzaam aan tafel. De avond verloopt op een manier die ik alleen maar kan omschrijven als een pijnlijke stilte. Ik ga vroeg slapen maar moeder blijft op. Ze blijft angstvallig naar de klok staren alsof ze nog iemand verwacht. Uit voorzorg draai ik mijn deur op slot. Zo kan die kloot niets doen.

He is 11uur s'avonds en uit de living klinken boze stemmen. Op het moment dat ik naar beneden wil gaan om te zien wat er aan de hand is, komt er iemand met veel geweld de trap opgelopen.

* Doe die deur open, snotjong!
- Geen denken aan. Waarom zou ik.
* Ik heb je wel door. Je hebt je moeder zo ingepalmd dat ze me niet wou binnenlaten. Maar dat zal u niet lukken. Laat me binnen of ik beuk de deur in.

Ik kan niet meer reageren. Wou mijn moeder hem echt niet binnenlaten? Gelooft ze me dan?
* Oke. Je zal hier nog spijt van krijgen.

Hij stommelt naar beneden. Plotseling hoor ik een luide klap en een gil.  Ik storm naar beneden en zie hem nog net naar buiten gaan. Ik wil hem achterna lopen maar zie dan mijn moeder bewusteloos op de grond liggen. Dit had ik niet gewild.

Ik ren naar de buren. Gelukkig is An's vader een dokter.
- Sorry dat ik u zo laat kom storen. Maar mijn moeder ligt bewusteloos en ik weet niet wat ik moet doen.
* Geen probleem jongen, ik ben vanavond toch van wacht. Ga snel naar je moeder en ik neem ondertussen mijn tas.

* Met die buil op haar hoofd ziet het er niet al te best uit. Ze zal veel moeten rusten. Maar alles komt wel goed.  Maar hoe gaat het eigenlijk met jou? Ik hoorde van An dat je al een tijdje niet meer naar school bent geweest.
- Het gaat wel hoor. Ik wou gewoon een tijdje bij mijn moeder blijven. Je weet wel met de scheiding en zo.
* Je zal je moeder later niet veel kunnen helpen zonder diploma weet je.
- Weet ik wel. Ik ga binnenkort wel weer terug.

 

Deel 3

9bb7e2e1cc0df3806d6a8bc5476d02f5bWlzaGFu

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
leuk geschreven,spannend! D
Ok, op naar deel 3....ik blijf je volgen