Een pikante bijbaan, en thuis weten ze nergens van

Door Blue-Raven gepubliceerd op Friday 28 September 12:09

Type een korte omschrijving over uw artikel

Brusselse wafels


“Liefste, wat heeft dat niet allemaal gekost?"
De gang stond gisteravond vol tassen van een aantal exclusieve kledingwinkels. Mijn vrouw kwam stralend naar mij toe.
"Het winterseizoen is weer begonnen, en wat vind je van deze laarsjes?"
Ik moest even slikken.
"Prachtig, liefste, maar het is toch geen uitverkoop?"
Geen antwoord.
"Denk jij nou echt dat de kinderen op school worden weggepest wanneer ze niet in dure merkkleding lopen? “
Deze tegenwerping bleek niet belangrijk.
“Wat verwacht je dan?” probeer ik het over een andere boeg te gooien.
Geen antwoord.
“Besta ik dan nog voor je, of loop ik soms in te schamele kleding rond?”
Geen reactie. Kennelijk sta ik er helemaal buiten, anders had ik wel enige respons gehad.

Wildenthousiast haalden mijn kinderen de kleding uit de tassen.
“Coe-hoe-hoel”!
Mijn vrouw keek helemaal vertederd. Zij draaide zich langzaam om en keek mij aan.
"Liefste, jij gaat morgen toch naar Brussel voor je werk, met een behoorlijke dagvergoeding. Daar houd je vast wel iets aan over” zei ze.
En daar moest ik het maar weer mee doen.

De trein van 6.55 uur is net vertrokken, naar Brussel. Op weg naar een Europese vergadering ben ik nogal gespannen.
“Gelukkig duurt het een maand voordat haar credit card de rekening afschrijft”, houd ik mijzelf voor. Met de reguliere dagvergoeding koop ik altijd op de terugweg voor thuis een paar Brusselse wafels op het station. Maar, al die uitgaven van mijn vrouw gaan die vergoeding ver te boven. Hoe moet ik haar dat vertellen? Zij luistert toch niet.
Ik laat mijn vrouw nu maar in de waan dat mijn werkgever een zeer ruimhartige onkostenvergoeding kent. Ondertussen krijg ik wel de rekening gepresenteerd door de stijgende uitgaven van mijn vrouw. Dat vraagt om drastische maatregelen, die het uiterste vergen van mijn creativiteit.

Terwijl ik zit te piekeren, rijdt de trein bij Rotterdam-Zuid de tunnel weer uit, en het wordt licht buiten.
"Nu moet het gebeuren, de volgende Europese vergadering is pas over meer dan een maand.” Met die gedachte probeer ik mij ertoe te zetten om de vergaderstukken nog eens door te nemen. Krampachtig probeer ik mij de rest van de reis te concentreren, maar mijn gedachten dwalen steeds af.
"De juiste blik op het juiste moment, dat pakt meestal wel goed uit" instrueer ik mijzelf als de trein uiteindelijk Brussel binnenrijdt.

De vergadering begint zoals gebruikelijk met een “roll call”. Iedereen stelt zich voor, wie hij of zij is, uit welk land en namens welke organisatie. Dat is een formaliteit die meestal afgeraffeld wordt om maar zo snel mogelijk met de inhoud van de vergadering te beginnen, maar voor mij is dit het allerbelangrijkste. Dit is het moment om goed rond te kijken. Links, rechts, voor, achter, vandaag zal Ik zeker niet kansarm zijn. Er zijn een paar verlopen vrouwen van achterin de vijftig, die zich voelen als in de veertig en die zich optutten als in de dertig. Dat is mijn doelgroep. Oogcontact is nu mijn visitekaartje.

Ik ben zelf in de dertig, maar ik kan ook doorgaan voor halverwege de twintig. Dat is mijn grote voordeel, daar moet ik gebruik van zien te maken. Ik ga rechtop zitten en strijk af en toe de hand door mijn haar. Ik zie hoe ze rondkijken bij het voorstellen, wie daarbij mijn richting op kijkt. Kijken zij mij aan? Hoe? Afwachtend, aanvallend, gedecideerd, of mijn blik snel ontwijkend? Meer sensueel dan subtiel strijk ik zachtjes met mijn vinger, schijnbaar onwillekeurig langs mijn onderlip. Ook zie ik wie mij aankijkt als ik mij op mijn beurt voorstel. Af en toe houd ik mijn adem heel even in, en dan voel ik de respons. Zo krijg ik een aardig beeld van mijn ‘potentieeltjes’. De Zweedse met halflang blond haar kijkt ronduit brutaal, mooie rondingen maar met een air van “mij houd je niet voor de gek”. De Française heeft een typisch jarenvijftigkapsel en oogt koket, prachtig figuurtje alsof zij uit een modeblad komt. De Spaanse is slank en manhaftig, met enorme wenkbrauwen en zo recht dan ik nauwelijks heupen zie. De Britse oogt onverschillig, en laat mij met haar superplompe figuur ook koud. De Italiaanse is bloedmooi maar veel te verlegen om iets mee te beginnen. En de Duitse… ja, de Duitse, zij lijkt mij met haar ogen al uit te kleden. Tijdens de hele vergadering gaat het spelletje door. En net doen of het om de inhoud gaat, of we standpunten uitwisselen, of we tegen elkaar ingaan. In de pauze gaat het om small talk. Zo laat ik merken dat het mij in elk geval niet veel kan schelen wat er besloten wordt. We kunnen goed met elkaar overweg, en daar draait het om.

's Avonds zit ik aan de bar met een malt whisky. Het licht is gedimd, en uit de luidsprekers klink zachte muziek van Frank Sinatra. Mijn vingers trommelen nerveus op het ritme van de muziek.

“Strangers in the night exchanging glances
Wond'ring in the night
What were the chances we'd be sharing love
Before the night was through…”


In mijn gedachten laat ik de “roll call” nog eens voorbijgaan.
Heb ik het wel goed voorbereid? De Zweedse leek mij vooral uit te willen dagen, maar daar krijg ik nog geen hoogte van. De Duitse legt het er wel erg dik bovenop, maar die wil denk ik vooral aandacht. Geef haar eens ongelijk, met dat rondborstige figuur. De Française, die vindt zichzelf te mooi, kansloos. En die Italiaanse, daar zou ik zo verliefd op kunnen worden, en dat is niet goed voor de business. Voor mijn gezinsleven trouwens ook niet.
Wie zal het worden, wat zou ze willen, en hoe? Aan de geur, de manier van opmaken en de bewegingen, de motoriek, en de intensiteit weet ik doorgaans feilloos wat een vrouw wil. Hoe uitbundiger, des te steviger en heftiger haar wensen. Hoe subtieler, des te zachter is de aanpak, in een nacht vol tederheid met ‘mijn liefste’ die ik mij altijd zal herinneren.
Sinatra zingt verder.

“Something in your eyes was so inviting,
Something in your smile was so exciting,
Something in my heart,
Told me I must have you …”

En dan komt ze. Ik ruik haar al voordat ze binnenkomt. Bij de deur lijkt zij nog even te aarzelen. Haar hoge hakken lijken gewend aan haar overgewicht en zij komt recht op mij af. Een enorme last valt van mijn schouder. Met haar lange zwarte jurk met diep decolleté kan ik nu maar één kant op kijken. Het is de Duitse. In het gedimde licht glimmen haar gouden schakelketting en bijpassende oorringen. Haar gezicht zit vol met Botox en gekleurde zalf, wat ook bij dit licht goed te zien is, en haar natuurlijke haarkleur zit minstens tien lagen diep. ÉÉN blik en we weten genoeg. Ik noem mijn prijs, zij knikt voor akkoord en samen gaan we naar boven. En dan de rest, heel veel ‘de rest’.

Met een enorme knal schrik ik wakker. Voor mij staat de voorzitter en slaat met de vlakke hand op mijn tafel. Daarna is het stil, heel even, en dan moet iedereen een beetje gniffelen. Ik voel dat mijn gezicht vuurrood wordt.
"Did you have a rough night?"
"Yes, quite so, sorry".

Langzamerhand begin ik mij af te vragen of ik in een droom zit, beter gezegd, een nachtmerrie. In dat geval zou mijn leven enkele seconden na de schrik een stuk eenvoudiger worden. Frank Sinatra zit nog steeds in mijn hoofd.

“Love was just a glance a way - a warm embracing dance away”

Dan voel ik in mijn binnenzak. Dromen zijn bedrog, maar die dikke bundel papiergeld in ieder geval niet.

Na afloop haal ik traditiegetrouw op het station mijn Brusselse wafels, twee met en twee zonder chocolade. Dan ga ik weer de trein in, op weg naar huis.
Thuisgekomen ga ik meteen onder de douche om alle mogelijke resterende luchtjes weg te spoelen. Met druipend haar en schone kleren kan ik met een gerust hart mijn vrouw een kus geven. Wat heeft ze toch een gave huid, en haar haar is nog helemaal natuurlijk. Zij heeft haar nieuwe laarzen aan, en die staan perfect bij haar lange benen. Begrijpelijk toch, dat zij mij stimuleert om zo vaak op reis te gaan?
"Toch wel mooi, liefste, die laarsjes" moet ik toegeven. “Alsjeblieft, de Brusselse wafels”.

Ik ben doodop en ik ga vroeg slapen. Morgen moet ik weer fit, fris en vrolijk op het werk verschijnen. Het is net negen uur als ik in bed lig. Terwijl ik mijn oververmoeide hoofd op mijn kussen leg, komt een vage lucht van after shave mij tegemoet.
"Musk… die geur heb ik toch niet?" mompel ik verwonderd.
 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Heerlijk om te lezen, zo in de vroege ochtend. Hoop nog meer van je te lezen!
Een prachtig verhaal, heel spannend.