Gedichten voor liefhebbers

Door Heleen-Camilleri gepubliceerd op Friday 28 September 12:08

Vier korte gedichten van mijn hand; Ik Arus, Gedicht voor een dierbare overledene, De ontologie van het zijnde en Democratia.

Ik Arus


Vallend in de zon op het glinsterende, heldere wateroppervlak
Eeuwen aan minuten aanwezig in het labyrinth in mijn hoofd
Was en touw als relieken van mijn toekomstige nedergang
Mijn tweede dood vooruitgeschoven
Vallen naar beneden langs mijn kefalei
En toch, heel toch, ben ik mythisch, mijn eigen individu
Vallend word ik mythologisch, ontegensprekelijk

Ik


Gedicht voor een dierbare overledene


Ik heb nooit geloofd in leven na de dood, het hiernamaals of zelfs het Walhalla.
Nooit heb ik gedweept met valse idolen zoals Christus, God of Allah.
Hemel en hel zijn voor mij lege begrippen, woorden zonder inhoud.
Is het daarom dat mijn tranen stiekem rollen, helder, fris en zout?
Ik vraag niet waarom, kwaad ben ik niet.
En zou je zelfs zeggen dat er iets mis is als je me ziet?

Cliché's zijn jou niet waardig, oneliners zijn voor jou te min
Al wat ik zeggen kan is dat ik de verloren tijd bemin.
Tijden van onwetendheid van wat komen ging.

Rust in vrede.


 De ontologie van het zijnde 


Het geluid van stervende cicaden, duizenden
Verstoren mijn zin van tijd en ruimte
Stervend zonder reden, zonder teleologie
Waarom is dit alles wat ik voor me zie?
Dit geluid van dood en verrotting
De aanblik van wat eens was
Stuiptrekkend voor mijn aandacht
Is dit alles, is dit het einde?
Is dit de ontologie van het zijnde?
Zijn is zijn en ontkracht niet zichzelf
Maar wanneer zal ik het?

 

 

Democratia


Wanneer ik stil en alleen doorheen het labyrint der gedachten dwaal,
en wanneer ik weldra zal wederkeren naar de wereld der fysische ergernis,
zal mij een ding duidelijk geworden zijn;
De nuttigheid is reeds vervallen in een chaos die enkel de entropie nog zal doen gelden, in een oorverdovende stilte die enkel hem kan treffen, hij die het horen kan.

Een tweezijdig en vlijmscherp zwaard dat zich diep penetreert in de wonden, geslagen door diens dienaren, kompanen in een oneerlijke strijd.
De stroom aan opzettelijke onwetendheid heeft zich gemanifesteerd en deed de chaos ontstaan uit de structuur die ons eens verenigde.
Weldra zal ik wederkeren, maar welke wereld zal ik aantreffen?

Weldra zal ik wederkeren en met mij honderden met fysische ergernis die eens dwaalden doorheen het labyrint van duistere denkbeelden.
Wanneer eens de strijd begonnen is zal ik niet alleen zijn, maar omringd door kompanen, geen dienaren, in een eerlijke strijd. Een strijd voor structuur en orde.
 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.