Duitse literatuurgeschiedenis

Door Girl123 gepubliceerd op Friday 28 September 12:07

Type een korte omschrijving over uw artikel

Duitse literatuurgeschiedenis

Die Aufklärung

Duitsland in de 18e eeuw

- Duitsland bestond nog niet: Heilige Römische Reich Deutscher Nation.
- Het Duitse Rijk telde meer dan 300 soevereine staten
- Slechts Pruisen en Oostenrijk waren groot genoeg om wezenlijke invloed uit te oefenen op de andere staten.
- De politieke, maatschappelijke en economische ontwikkeling in ‘Duitsland’ lag ver achter.

Maatschappij
- Het maatschappelijke systeem was sinds de middeleeuwen niet veel veranderd. Er waren nog strikt gescheiden klassen en elke klasse had zijn eigen rol in de maatschappij.
- De burgerij was ver achter gebleven in de ontwikkeling.
- De meeste mensen leefden op het land.
- Men identificeerde zich met zijn eigen maatschappelijke klasse en richtte zich niet op het geheel, de gemeenschap.

Politiek
- De aristocratie had de absolute macht. De anderen hadden geen of nauwelijks rechten en slechts zeer beperkte vrijheden.

Economie
- Het was moeilijk om handel te voeren, omdat er zoveel verschillende staten waren: er waren veel grenzen met bijbehorende belastingen, er was geen gelijk muntstelsel enz.
- In de steden waren handwerkers belangrijk. Ze waren in gilden georganiseerd. De gilden controleerden de productie. Dit systeem was nog gelijk aan dat in de middeleeuwen en daarom ontwikkelde de economie zich erg langzaam.
- De industrie groeide wel, maar veel langzamer dan in Engeland en Frankrijk. De Industriële Revolutie kwam in ‘Duitsland’ veel later op gang.

Een nationaal bewustzijn ontbrak. Men voelde zich Schwaab of Sachs. Dit bleef zo tot de Franse Revolutie. Daarna kwam hier verandering in.

De filosofische achtergrond van de Aufklärung

De ideeën van de Aufklärung veranderden het bewustzijn van het individu net zo grondig als dat van politieke structuren. De Aufklärung is de beslissende stap in de ontwikkeling van de nieuwe tijd: ze is beslissend voor het overwinnen van het feodale tijdperk en het absolutisme. Ze bestempelt het rationele denken tot het hoogste principe van elk handelen.
- Reeds in het begin van de 17e eeuw formuleerden mensen als Descartes, Grotius en Hobbes de eerste verlichte ideeën.
- In de 18e eeuw geloofden de belangrijkste denkers in Europa, zoals bv. Locke, Spinoza, Leibnitz, Thomasius en Wolff in de ideeën van de Aufklärung.
- Met de Aufklärung zegeviert het moderne mensbeeld. In het oude denken werden de mensen bepaald door de stand waartoe ze behoorden. Nu geloofde men, dat elk mens zelfstandig zou kunnen oordelen en handelen.
- Omdat de mens als zelfstandig denkend wezen wordt gezien, heeft hij het recht, maar ook de plicht om een gedachte die hij aanhangt zelfstandig en kritisch te beoordelen.
- De grote filosoof Immanuel Kant formuleerde belangrijke gedachten over de Aufklärung. Bv. In zijn ‘Was ist Aufklärung?’’ : Aufklärung ist der Ausgang des Menschen aus seiner selbst verschuldeten Unmündigkeit. Wahlspruch der Aufklärung: Sapere audo! Habe Muth, dich deines eigenen Verstandes zu bedienen.
- Kant ontwikkelde uit de ideeën van de Aufklärung zijn ‘Pflichtethik’, die in de ‘kategorische Imperativ’ is samengevat: Handel zo, dat je handelen ook objectief als het juiste handelen kan worden gezien.
- Sinds deze tijd betekent het begrip Aufklärung altijd een kritisch denken met het doel het samenleven van de mensen in de gemeenschap te verbeteren.

Naast veel overeenkomsten in diverse Europese landen kunnen er per land verschillen optreden in de ideeën. De volgende ideeën zijn voor de Aufklärung in ‘Duitsland’ karakteristiek:
- De kritiek is het belangrijkste. Elk mens moet leren kritisch te denken en kritiek uitoefenen. Het doel van de mens is de ontwikkeling van een zelfstandige geest.
- Men gelooft heilig in educatie. Door goede opvoeding kan een mens leren een beter mens te worden.
- Alle verschijnselen zijn door het menselijke verstand te verklaren. Dit werd mede gevoed door de nieuwe successen op natuurwetenschappelijk gebied.
- Het denken van de Aufklärung gaat in de eerste en belangrijkste plaats om theoretische en praktische vragen van de religie. Het verstand moet ook in de religie een rol spelen. Deze rationele religie binnen de Aufklärung wordt Deïsme genoemd.
- Men staat voor religieuze en racistische tolerantie en gelooft in de gelijkheid van mensen. Het optimisme dat de Aufklärung kenmerkt, gaat ervan uit dat de mens zich steeds op weg naar een betere wereld beweegt. Het geloof in de vooruitgang is een belangrijk kenmerk.
- De Duitse filosoof Liebnitz gaat er zelfs vanuit dat deze wereld de beste van alle mogelijke werelden is.
Het wel erg optimistische denken van Liebnitz wordt in het prachtige werk van de fransman Voltaire ‘Candide’ volkomen belachelijk gemaakt.

In de loop van de 18e eeuw breidde zich ook een religieuze beweging uit die bij haar geloofsbeweging niet uitging van de officiële leer van de kerk, maar de eigen persoonlijke religieuze ervaring voorop liet staan. Deze richting vond voornamelijk bij protestanten plaats en had ook invloed op de literatuur. Deze religieuze beweging wordt Piëtisme genoemd en leidt in ‘Duitsland tot een literaire stroming ‘Empfindsamkeit’.


De literatuur van de Aufklärung

Van 1720 tot 1785 dringen de ideeën van de Aufklärung door in de literatuur. Aan het eind van deze periode komt een tegenbeweging op gang: Sturm und Drang genoemd.

Kenmerken van de literatuur van de Aufklärung:
- Schrijvers en schrijfsters willen nu burgerlijke ideeën verbreiden en hun literatuur moet voor de burgerij een steun zijn en hen ertoe brengen zelfbewust te worden. De literatuur krijgt hierdoor een nieuwe politieke functie.
- Literatuur moet zich altijd kritisch opstellen t.a.v. de stof en zichzelf. Schrijvers waren daarom ook vaak kunstcritici.
- Didactische intenties bepaalden de vorm en inhoud van de literatuur. De literatuur moest onderrichten en onderhouden. Veel gebruikte literaire vormen voor het doorgeven van morele standpunten zijn dan ook de Fabel en das Lehrgedicht.
- Daarnaast verzamelde men wetenschappelijke informatie om die voor een groter publiek toegankelijk te maken. Dit was nog nooit eerder op zo’n grote schaal gebeurd. Voorbeelden zie boekje
- Ook het toneelstuk is een belangrijke literaire vorm, die door schrijvers gebruikt wordt om het publiek te onderrichten en te vermaken. Omdat het theater voor de ideeën van die tijd zo belangrijk is, schrijven veel schrijvers, bv. Lessing, theoretische verhandelingen over het Duitse theater.
- Kunst is nabootsing van de natuur.
- Schrijvers leren en schrijven volgens strakke regels. Men accepteert de regels, die echter de literaire helden wel beperkt. Deze regels vindt men al in de grote werken uit de oude tijden. De autonomie van de zgn. ‘Genies’ is dus nog een beperkte.

Literaire vormen
1. Bildungsroman: roman waarin de psychologische ontwikkeling van een hoofdpersoon en vooral de invloed van de culturele omgeving en andere personen op de karakterontwikkeling van de hoofdpersoon worden weergegeven.
2. Lehrgedicht: zoals de naam al aangeeft, worden in zo’n gedicht subjectieve dan wel objectieve waarheden in kunstzinnige vorm gegoten met het doel de lezer te informeren.
3. Fabel: kort verhaal, vaak, maar niet noodzakelijk, over dieren met menselijke eigenschappen, opvoedend bedoeld.
4. Parabel: gelijkenis met een opvoedende bedoeling, waarin algemene waarheden aan de hand van een voorbeeld duidelijk worden gemaakt.
5. Bürgerliche Tragödie: tot in de 18e eeuw waren helden in tragedies alleen maar goden, halfgoden en hoge adellijken. Met het toenemend zelfbewustzijn van de burgerij verschijnen nu echter ook burgers met hun problemen in tragedies.
6. Moralische Zeitschriften: doel van deze tijdschriften was het publiek naar een gelukkiger leven te leiden. Dit was mogelijk als men de regels van de ratio maar volgde en deugdzaam leefde. Een optimistische opvatting dat de wereld verbeterd kan worden, ligt aan deze publicaties ten grondslag.

Auteurs

Johann Christoph Gottsched
- Professor voor filosofie en literatuur.
- Zijn hoofdwerk was: ‘Versuch einer critischen Dichtkunst vor die Deutschen’. Het was een poging om tot een hervorming van de literatuur te komen.
- Voor hem gold ook als uitgangspunt, dat literatuur in de eerste plaats nuttig en aangenaam moest zijn. Een ideale vorm hiervoor was de fabel.
- Gottsched verwierp de werken van moderne Italianen en Spanjaarden, maar bouwde voort op de ideeën van de fransman Nicolas Boileau, die in zijn ‘L’Art poétique’ een duidelijke naleving van de regels van Aristoteles voorstond. (beslissend element dichterlijk proces is verstand, duidelijke scheiding literaire vormen, vasthouden aan 3 eenheden, eenvoud en natuurlijkheid als leidraad voor de stijl)
- Gottsched wist het toneel op een hoger niveau te tillen, maar zijn strak vasthouden aan de regels vormde een belemmering voor deze positieve ontwikkeling.

Gotthold Ephraim Lessing
Een nieuwe generatie protesteert tegen de starre opvattingen van Gottsched. De voornaamste opponent is Lessing. Hij wordt gezien als de grondlegger van de moderne Duitse literatuur. Lessing schreef veel over de theorie van de literatuur en in het bijzonder over het theater.
- Vanuit zijn theaterervaring ontwikkelt Lessing zijn opvatting over de Bürgerliche Tragödie. Zijn grote voorbeeld is daarbij Shakespeare. Personen in een stuk moeten echt zijn. Niet slechts heiligen of schurken, maar gemengde karakters. Het gaat hem niet om het krampachtig vasthouden aan de 3 eenheden, maar om het weergeven van een handeling die waarschijnlijk is. Hij is dan ook van mening dat de burgers als hoofdpersonen in tragedies kunnen optreden.
- Hij introduceert de burger voor het eerst in een tragedie met: ‘Miss Sara Sampson’.
- Emilia Galotti (1772): In deze burgerlijke tragedie geeft Lessing een nieuw moreel bewustzijn weer, dat zich duidelijk afzet tegen de frivole hoofse intrigen.
- Nathan der Weise (1779)

Christoph Martin Wieland
De Aufklärung wil naast de ratio ook het gevoelsleven ontwikkelen. Naast de ervaringen met de buitenwereld moeten ook de innerlijke ervaringen een kans krijgen. Dit wist Wieland voor de roman te realiseren.
- Wieland schreef de eerste Duitse Bildungsroman: ‘Geschichtte des Agathon’. Hij vindt hier uiteindelijk een evenwicht tussen ideaal en werkelijkheid. De hoofdpersoon Agathon stuit in de roman op vele teleurstellingen, waardoor hij zijn oorspronkelijke idealen moet bijstellen.
- Een ander bekend werk van Wieland is ‘Die Abderiten’. In deze roman worden de burgers van het oude Abdera belachelijk gemaakt. Hun SpieBbürgertum en domme streken refereren echter aan bekende plaatsen in Wielands eigen wereld. Als verlichte geesten wandelen in deze wereld Demokritus, Hippokrates en Euripides.

Die Empfindsamkeit
In zekere zin is de Empfindsamkeit een tussenstation op weg naar de Sturm und Drang. Het geeft meer kans aan de subjectieve gevoelsbeleving en is niet vrij van sentimentaliteit. Onder invloed van Engeland geldt het gevoel weer als maatstaf voor persoonlijkheid en handelen. Van grote invloed zijn ook de vermeende Keltische gezangen van Ossian. Naar later bleek gedichten van Macpherson. Half Europa dweepte met deze gezangen. Poëzie was de voornaamste vorm in deze stroming.

De belangrijkste vertegenwoordiger was Friedrich Gottlieb Klopstock die een bijbelse epos in 20 gezangen: ‘Der Messias’ schreef. Het was een hoogtepunt vanwege zijn natuurgetrouwheid en religieuze diepte. Het belang van zijn creatie school bovendien in het vernieuwende taalgebruik; nieuwe woorden, nieuwe zinsconstructies, gebruik van de taal met symbolische betekenis. De dichter als schepper, ziener en opvoeder in plaats van ambachtsman.

    
Sturm und Drang    

De naam heeft deze periode te danken aan een toneelstuk van Friedrich Maximilian Klinger. Zijn stuk heette oorspronkelijk ‘Wirrwarr’, maar werd op aanraden van een kennis veranderd in ‘Sturm und Drang’.

De historische achtergrond
De scherpe tegenstelling tussen een absolutistische adellijke klasse en een zich economisch, wetenschappelijk en politiek steeds meer ontwikkelende burgerij, die niet over macht beschikt, leidt tot groeiende politieke spanningen.
Voor de burgerij bieden zich 2 mogelijkheden aan om deze spanningen te overwinnen:
- De conservatieve opvatting, die aan de basis staat van de hervormingsbewegingen tussen 1789 en 1815, probeert de heerschappij van de vorst in stand te houden. Een verlicht absolutisme moet tegemoet komen aan de oude rechten van de adel en de eisen van de nieuwe door burgers beheerste tijd.
- De revolutionaire opvatting:, verlangt de afschaffing van de vorsten en de absolutistische heerschappij. In plaats van de bevoorrechte positie van de adel moet er een republiek komen. De mensen zijn vrij en hebben bij de geboorte dezelfde rechten. De burgerij zal de politieke macht uitvoeren.

De belangrijkste politieke gebeurtenissen in deze tijd zijn de Franse revolutie (1789) en de Noord-Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring (1776) en de stichting van een moderne republiek. Dit veranderde het politieke denken van de burgerij. Deze periode werd afgesloten met het Wiener KongreB (1815), waar o.l.v. Fürst Metternich de vertegenwoordigers van alle Europese Staten de conservatieve oude orde proberen te herstellen.

 

De filosofische achtergrond van de Sturm und Drang
Belangrijk voor de filosofische achtergrond van het denken van de vertegenwoordigers van de Sturm und Drang was de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Zijn kritiek op de beschaving was een inspiratiebron voor de vertegenwoordigers van de Sturm und Drang, die vooral in toneelstukken tot uiting kwam. Rousseau was van mening, dat de beschaving de mens niet gelukkiger en beter had gemaakt. Daarom moest de mens streven naar zijn natuurlijke oersituatie. Een onmiskenbare oproep, die tot in onze tijd nagalmt, was zijn ‘Zurück zur Natur’. Het niet-natuurlijke moest bestreden worden. Dit hield ook een bestrijding van de maatschappelijke orde en regels in.

De literatuur van de Sturm und Drang
Ondanks de overeenkomsten in denken en uitgangspunten is de Sturm und Drang vooral een stroming van individualisten. Jonge auteurs van rond de 20/30 jaar, die als het ware een literaire rebellie voeren. Hun scherpe toon is zeker in het begin een bewust nagestreefde vorm. Later distantiëren verschillende auteurs zich van wat ze dan als jeugdige overdrijving zien.

1 van de topjaren in de Sturm und Drang is het jaar 1776. Het zogenaamde ‘Dramenjahr’. Een hele reeks toneelstukken werd als het ware uitgebraakt.

Kenmerken van de literatuur van de Sturm und Drang zijn:
1. Genie: Men moet een Genie zijn. Handelen uit eigen kracht. De natuurlijke aanleg van de auteur is de oorsprong van een creatieve prestatie. De kunstenaar maakt niet meer een kopie van de wereld, maar creëert een nieuwe eigen wereld. In die wereld is de held onafhankelijk, edel en grootmoedig, maar vol kracht en compromisloos. Beslissend is de intensiteit van zijn gevoel. Deze kan zich uiten in allesomvattende grenzeloze liefde of in razende vertwijfeling. Als hij zich maar niet laat inperken of voorzichtig is.
2. Natur: De natuur waaruit deze onbegrensde creaties ontspruiten, is vol van krachten, die deel van het allesomvattende leven uitmaken. De Aufklärung kent een duidelijke natuurwetenschappelijke benadering van het leven en vast alles mechanische op. De Sturm und Drang houdt vast aan het idee van de organische krachten.
3. Herz: vormt niet alleen de organische basis van elke krachtsontplooiing, maar bevat ook gevoelens en belangrijke karaktereigenschappen. De ratio wordt niet meer gezien als een middel ter verlossing van machteloosheid en bijgeloof, maar als een juk dat elke levendige impuls van de ziel onderdrukt. Voelen en handelen worden veel hoger gewaardeerd. Dit is een overeenkomst met de Empfindsamkeit. Maar waar deze vaak in passief lijden vervalt, staat voor de Sturm und Drang Herz und Gefühl in verbinding met een sterke, krachtige natuur.

Bovenstaande elementen vormen de basis voor de Sturm und Drang en ook andere kenmerken zijn soms deels soms volledig hierop terug te voeren:
- Men verlangde volledige vrijheid in de natuur.
- Op het gebied van taal was men vernieuwend.
- Inhoudelijk bevatten de werken van de Sturm und Drang veel kritiek aan de maatschappij.
- In de zoektocht naar oorspronkelijke, nog niet door de beschaving bedorven mensen kwam men terecht bij de tijd der Germanen de Noorse mythologische wereld en de Middeleeuwen.
- De meest gebruikte literaire vormen in de Sturm und Drang zijn toneel en gedichten.

De latere grootheden van de Klassik; Goethe en Schiller, maakten deel uit van de Sturm und Drang. Het streven naar vrijheid en het tragische levensgevoel vinden we later in de Romantiek weer terug. Veel van de Romantiek is in de Sturm und Drang reeds aanwezig, zoals bv. de bijzondere positie van de kunstenaar, het scheppend genie. De politieke idealen komen we weer tegen in bv. Junges Deutschland of ook wel Vormärz genoemd. Eigenlijk zijn er steeds weer periodes in de kunst die elementen van de Sturm und Drang hebben opgepakt en op hun manier hebben gebruikt.

Auteurs

Johann Gottfried Herder
Herder verkondigde de ideeën van Rousseau in Duitsland. Volgens hem komt poëzie uit de harten van het volk. Deze natuurpoëzie is eenvoudig, echt en raakt het hart van de mensen. Herder was een vrijdenker, die ook door de ideeën van Spinoza was beïnvloed. Hij was meer een theoreticus dan een zelfscheppende dichter. Zijn theoretische verhandelingen bezorgden hem dan ook de meeste bekendheid. In deze werken richtte hij zich op o.a. de volkspoëzie, de cultuurgeschiedenis en de filologie.

Bekende werken van hem zijn:
- Über die neuere Deutsche Literatur 1766
- Abhandlung über den Ursprung der Sprache 1772
- Von deutscher Art und Kunst 1773

Jakob Michael Reinhold Lenz
Zijn betekenis voor de Sturm und Drang lag vooral in zijn toneelstukken en essays, waarin hij zich over het toneel uitsprak. Zijn opstandigheid, typisch Sturm und Drang, behield hij zijn hele leven. Het beeld van Lenz als dichter en persoon is lang negatief geweest, maar de laatste jaren stijgt de waardering voor Lenz steeds meer.

Bekende werken:
- Der Hofmeister (komedie) 1774
- Die Soldaten (komedie) 1776, tragikomedie, het heeft zowel een onderhoudende als een sociaalkritische functie. Het stuk kritiseert in het algemeen ook de standenmaatschappij. De taal in het stuk is de spreektaal. Onvolledige zinnen, stroeve zinsconstructies en alledaags woordgebruik zijn typisch Sturm und Drang. Bovendien worden de 3 eenheden verbroken.

Johann Wolfgang von Goethe
Literair was hij van alle markten thuis. Zowel proza, poëzie als toneel beheerste hij evengoed.

Bekende werken:
- Götz von Berlichingen 1773: het is de jonge Goethe die dit drama publiceerde. Götz is de verdediger van de boeren in hun strijd tegen de tirannie van de vorst.
- Die Leiden des jungen Werther 1774
- Urfaust 1773/1775: De figuur Faust was gedurende bijna heel Goethes literaire leven zijn metgezel. De rusteloos naar waarheid en geluk zoekende geleerde wil de grenzen van de mensheid overschrijden, alles onderzoeken en jong blijven.

Gedichten o.a.:
- Wilkommen und Abschied 1771
- Prometheus 1774
- Der König von Thule 1774
- Erlkönig 1782

Friedrich Schiller
Invloed van Kant is duidelijk merkbaar in zijn werk. Zijn vroege Sturm und Drang teksten zijn zeer geestdriftig. Naast theoreticus, vooral van de Klassik, is Schiller in de eerste plaats de man van het toneel. Hij schreef echter ook talrijke gedichten.

Bekende werken o.a.:
- Die Räuber 1781: Het stuk heeft als motto ‘in tyrannos’ (tegen de tirannen) en werd een groot succes. Vele scenewisselingen.
- Kabale und Liebe 1784

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Intresant artikel.