Online magazine over het leven, de samenleving, vrije tijd, sport, entertainment en spellen.
Onafhankelijk sinds 2011

De spellingscontrole onder de loep

Vrijwel iedereen schrijft met een spellingscontrole aan, en vrijwel niemand weet wat die wel en niet doet. Het resultaat is een tekst zonder rode kringeltjes waarin nog steeds fouten staan — en soms fouten die er zonder de controle niet in zouden hebben gestaan.

Hoe het werkt

De eenvoudigste variant vergelijkt elk woord met een woordenlijst. Staat het er niet in, dan volgt een golfje eronder en een suggestie op basis van gelijkenis: welk bekend woord is met één of twee wijzigingen uit het getypte woord te maken?

Moderne varianten doen meer. Ze kijken naar de woorden eromheen en gebruiken statistiek over welke woordcombinaties gewoon zijn, en ze hebben regels voor grammatica: congruentie, lidwoorden, werkwoordsvormen. Bij het Nederlands komen daar samenstellingen bij, want die schrijven we aan elkaar en dat betekent dat een woordenlijst per definitie onvolledig is.

Wat er doorheen glipt

De hoofdregel: een controle vindt geen bestaand woord op de verkeerde plaats. Daaronder vallen precies de fouten waar een lezer over valt.

Werkwoordsvormen op d, t of dt zijn het bekendste voorbeeld — alle drie zijn bestaande vormen, en welke juist is, hangt af van de zin. Hetzelfde geldt voor woorden die op elkaar lijken: als en dan, hun en hen, dat en wat, kennen en kunnen, ligt en legt. En bij het Nederlands is de losse of vaste schrijfwijze een categorie op zich: een handvol onjuist gesplitste samenstellingen bestaat als losse woorden en wordt dus goedgekeurd.

Verder gaat het mis bij eigennamen, vaktaal, dialect en citaten. Wie die aan de woordenlijst toevoegt, lost dat op; wie er blind suggesties overneemt, verandert namen van mensen in gewone woorden.

De risico's van automatisch corrigeren

Automatische correctie is iets anders dan controle: die grijpt in zonder te vragen. Dat gaat goed bij typefouten en fout bij alles wat de lijst niet kent, en het levert de klassieke gevallen op waarin een verzonden bericht iets anders zegt dan bedoeld.

Bijkomend nadeel: wie gewend raakt aan het vangnet, leest zijn eigen tekst minder nauwkeurig. Onderzoek naar schrijven met hulpmiddelen wijst uit dat de controle zwakke spellers helpt en bij goede spellers weinig verschil maakt — met de kanttekening dat het vertrouwen erin bij beide groepen te groot is.

Hoe je het verstandig gebruikt

Laat de controle aan, maar behandel hem als eerste ronde en niet als laatste. Lees daarna zelf, en gebruik daarvoor twee trucs die werken: lees de tekst hardop, want je struikelt dan over wat je oog overslaat, en lees de laatste alinea eerst — je leest een bekende tekst van voor naar achter te welwillend.

Verder: laat werkwoordsvormen apart nakijken door de regel toe te passen in plaats van op gevoel, voeg namen en vaktermen toe aan je eigen lijst, en zet automatische correctie uit voor teksten die precies moeten zijn.

De samenvatting is eenvoudig. Een spellingscontrole is een uitstekende zeef voor typefouten en een slechte redacteur. Wie dat verschil kent, gebruikt hem precies goed.