Arboretum Kalmthout vol magische bomen
Een arboretum is een tuin waarin bomen en heesters de hoofdrol spelen, aangeplant om te bewaren en te vergelijken. Dat van Kalmthout, in de Antwerpse Noorderkempen, is een van de bekendste van de Lage Landen, en het bijzondere eraan is dat het niet aanvoelt als een verzameling maar als een park.
Wat je er ziet
De collectie is breed: bomen en heesters uit alle werelddelen, met veel aandacht voor soorten die in onze streek zeldzaam zijn. Wat de meeste bezoekers bijblijft, zijn de toverhazelaars, die midden in de winter bloeien met gele en oranje draadbloemen aan kale takken en van verbazend ver te ruiken zijn.
Daarnaast: magnolia's in het voorjaar, rododendrons en azalea's daarna, een rozentuin, vijvers met waterplanten en in de herfst een bladverkleuring waarvoor mensen speciaal komen. De paden slingeren, de vergezichten zijn met opzet aangelegd, en er staan overal bordjes met de naam van de soort.
Per seizoen een ander bezoek
Dit is de kern van het arboretum: er is geen laagseizoen. In de winter bloeien de toverhazelaars en de winterkamperfoelie, en zijn de vormen van kale bomen en de kleuren van bast en twijgen te zien. In het voorjaar komen magnolia's en bolgewassen.
De zomer is er voor het bladerdek en de schaduw, en de herfst voor de kleur en de vruchten. Wie het park één keer per seizoen bezoekt, ziet vier verschillende tuinen op hetzelfde terrein.
Praktisch
Reken op twee tot drie uur voor een ronde zonder haast. Er is een bezoekerscentrum met een cafetaria, en het terrein is grotendeels goed begaanbaar, al zijn sommige paden van schors of zand. Er worden geregeld plantenbeurzen en thema-weekends gehouden; op die dagen is het beduidend voller.
Neem een fototoestel mee als je in de winter komt: bloei op kale takken met tegenlicht is het beeld waar dit arboretum om bekend staat.
De omgeving
Kalmthout ligt tegen een uitgestrekt heidegebied, met paarse hei in de nazomer, vennen, wandellussen en een bezoekerscentrum met uitkijkpunt. Die combinatie maakt een dag: de gecultiveerde bomentuin in de voormiddag, het open heidelandschap in de namiddag.
Wie met de trein komt, stapt uit in het dorp en loopt in een kwartier naar de ingang. Dat maakt het een van de weinige grote tuinen in de streek waarvoor je geen auto nodig hebt.
