Online magazine over het leven, de samenleving, vrije tijd, sport, entertainment en spellen.
Onafhankelijk sinds 2011

De vloek van het huilende jongetje

Het verhaal gaat zo: in een uitgebrand huis vinden brandweerlieden tussen de resten één ding dat ongeschonden is, een goedkope reproductie van een schilderij met een huilend jongetje. Dan blijkt hetzelfde bij een tweede brand, en bij een derde. De conclusie die in kranten belandde: het schilderij brengt brand.

Hoe de legende ontstond

De kern van het verhaal is een reeks berichten in de Britse pers, waarin brandweerlieden zouden hebben opgemerkt dat in verschillende uitgebrande woningen dezelfde prent onbeschadigd aan de muur hing. Een krant vroeg lezers hun exemplaar op te sturen en verbrandde de ingezamelde prenten in een groot vuur — een verhaal dat het verhaal zelf nog groter maakte.

Daarna kwamen de aanvullingen, zoals dat de kunstenaar zou zijn omgekomen of dat het geportretteerde kind een weeskind met een tragische geschiedenis was. Zulke details zijn het bewijs dat een verhaal in omloop is geraakt: ze verschijnen bij elke nieuwe vertelling en verschillen per versie.

Wat er werkelijk aan de hand is

Drie dingen tegelijk, en samen verklaren ze het geheel.

Ten eerste de oplage. De prent was in een bepaalde periode enorm populair en hing in ontelbare huizen. Als iets in heel veel woningen hangt, komt het ook in heel veel uitgebrande woningen voor. Dat is geen aanwijzing maar rekenwerk.

Ten tweede de materialen. Zulke reproducties werden op geperst board gedrukt en met een glansvernis afgewerkt, en hingen met een koordje aan een spijker. Bij een brand valt zo'n voorwerp vaak met de voorkant naar beneden op de vloer, waar het koelste deel van een brandende kamer is en waar het tegen stralingswarmte wordt afgeschermd. Dat een plaat op board minder snel verbrandt dan een canvas op een houten raam, is bovendien gewoon fysica.

Ten derde, en dat is de sterkste factor: selectieve aandacht. In een uitgebrand huis liggen tientallen dingen die het hebben overleefd — servies, munten, een spiegel, een stuk metaal. Daarvan onthoudt niemand iets. Een intact gezicht van een huilend kind tussen zwartgeblakerde resten onthoudt iedereen.

Waarom zulke verhalen blijven

Omdat ze de vorm hebben die verhalen sterk maakt: een concreet voorwerp, een herhaald patroon, een gezaghebbende getuige in uniform en een onverklaarbare uitzondering. Bovendien is het te toetsen — je hebt dat schilderij zelf misschien, en dat maakt het persoonlijk.

Daarnaast raakt het aan een oud idee: dat een afbeelding van verdriet verdriet meebrengt. Dat is de gedachte achter talloze verhalen over vervloekte portretten, en ze gaat over onze verhouding tot beeltenissen en niet over brandveiligheid.

Wat het ons leert

Vooral iets over bewijs. Het patroon in dit verhaal is echt geteld en toch betekenisloos, omdat de noemer ontbreekt: niemand heeft bijgehouden in hoeveel huizen de prent hing die nooit afbrandden.

Die vraag — ten opzichte van hoeveel gevallen? — is de nuttigste die je bij elk opvallend patroon kunt stellen. Ze lost dit spookverhaal op, en talloze andere ook.