Van de eerste websites tot WordPress
Webdesign is in een paar decennia van handwerk naar systeem gegaan. Wie in de beginjaren een site maakte, schreef elke pagina zelf en hield de vormgeving in dezelfde bestanden als de inhoud. Wie er vandaag aan begint, kiest een systeem en vult het. Daartussen zit een reeks stappen die elk een probleem oplosten en een nieuw probleem introduceerden.
Tabellen, frames en spacers
De eerste websites waren documenten: koppen, alinea's, links. Zodra ontwerpers meer wilden dan een kolom tekst, leenden ze het enige gereedschap dat er was, de tabel. Kolommen, kaders en uitlijning werden met geneste tabellen gebouwd, gaten werden opgevuld met onzichtbare afbeeldingen van één beeldpunt, en menu's werden in een frame gezet zodat ze niet bij elke pagina opnieuw geladen hoefden te worden. Het werkte, en het was onmogelijk te onderhouden: een menu-item toevoegen betekende tientallen bestanden aanpassen.
Stylesheets scheiden vorm en inhoud
De grote stap was het losmaken van de vormgeving van de inhoud. Met stylesheets stond de opmaak op één plek en beschreef de pagina alleen nog wat iets was: een kop, een alinea, een lijst. Een kleur veranderen op de hele site werd één regel werk. Die scheiding maakte ook andere dingen mogelijk die niemand als doel had geformuleerd: pagina's die voorgelezen konden worden, pagina's die op een klein schermformaat te gebruiken waren, en pagina's die zoekmachines konden begrijpen.
Flash en wat er van overbleef
Tussendoor was er een periode waarin de mooiste sites niet in de browser maar in een plug-in werden gebouwd, met animatie, geluid en volledige controle over elke beeldpunt. Het zag er indrukwekkend uit en het was slecht doorzoekbaar, slecht te linken, zwaar en niet toegankelijk. Toen telefoons het niet meer ondersteunden, was het binnen enkele jaren verdwenen. Wat bleef, was de smaak voor beweging en interactie, die daarna netter in de browser zelf terugkwam.
De telefoon dwingt een nieuwe aanpak
Toen het meeste bezoek van telefoons begon te komen, hield de vaste breedte op te bestaan. Responsive ontwerp draait de vraag om: je ontwerpt niet één pagina met vaste maten, maar regels waarmee dezelfde inhoud zich naar de beschikbare ruimte schikt. Dat dwong ontwerpers tot keuzes die de meeste sites beter maakten: minder versiering, grotere letters, duidelijkere knoppen en een rangorde in de inhoud, want op een smal scherm staat alles onder elkaar en zie je meteen wat je eerst laat zien.
Systemen nemen het werk over
Parallel daaraan verhuisde de inhoud van bestanden naar een database met een beheeromgeving. Een redactiesysteem scheidt wie schrijft van wie ontwerpt, maakt een sjabloon herbruikbaar over duizend pagina's en laat iemand zonder technische kennis publiceren. WordPress werd daarin de standaard omdat het begon als eenvoudig blogsysteem, gratis was, een enorm aanbod aan thema's en uitbreidingen kreeg en daardoor voor bijna elke wens een bestaand antwoord had. De prijs daarvan is onderhoud: een systeem met uitbreidingen van tientallen makers moet worden bijgehouden, geback-upt en beveiligd.
Wat de geschiedenis je leert
Elke fase draaide om dezelfde afweging: controle tegenover onderhoudbaarheid. Handwerk geeft de grootste controle en de hoogste onderhoudslast; een systeem met een thema geeft snelheid en minder vrijheid. En elke techniek die de inhoud opsloot in de vorm, van de tabel tot de plug-in tot een pagina die alleen in één bouwer te bewerken is, heeft zich vroeg of laat tegen zijn eigenaar gekeerd. Dat is nog steeds de nuttigste vuistregel bij de keuze voor een nieuwe site.
